Wet van 17 december 2025 tot wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en enkele andere wetten in verband met het stroomlijnen van het fiscale inzagerecht (Wet stroomlijning fiscaal inzagerecht)

Wet stroomlijning fiscaal inzagerecht

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat de bepaling met betrekking tot het inzagerecht in het fiscale dossier zo wordt aangepast dat inzage kan worden verleend op een wijze die uitvoerbaar is voor de Belastingdienst en de Douane;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Artikel

II

Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Artikel

III

Wijzigt de Gemeentewet.

Artikel

IV

Wijzigt de Gemeentewet.

Artikel

V

Wijzigt de Provinciewet.

Artikel

VI

Wijzigt de Provinciewet.

Artikel

VII

Wijzigt de Waterschapswet.

Artikel

VIII

Wijzigt de Waterschapswet.

Artikel

IX

Wijzigt de Waterwet.

Artikel

X

Wijzigt de Waterwet.

Artikel

XI

Wijzigt de Wet luchtvaart.

Artikel

XII

Wijzigt de Wet luchtvaart.

Artikel

XIII

Artikel 66a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot belastingaanslagen en voor bezwaar vatbare beschikkingen die zijn bekendgemaakt op of na de datum van aanwijzing van de desbetreffende rijksbelasting bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 66a, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Artikel

XIV

Artikel

XV

Deze wet treedt in werking met ingang van 31 december 2025.

Artikel

XVI

Deze wet wordt aangehaald als: Wet stroomlijning fiscaal inzagerecht.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage
Willem-Alexander
De Staatssecretaris van Financiën, E.H.J. Heijnen
De Minister van Justitie en Veiligheid, F. van Oosten