Artikel
I
Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.
Wijzigt de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001.
Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.
Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
Wijzigt de Wet op de omzetbelasting 1968.
Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.
Wijzigt de Algemene douanewet.
Wijzigt de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.
Wijzigt de Gemeentewet.
Wijzigt de Provinciewet.
Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Wijzigt de Invorderingswet 1990.
Wijzigt de Overige fiscale maatregelen 2018.
Wijzigt de Overige fiscale maatregelen 2020.
Wijzigt de Wet compensatie wegens selectie aan de poort.
Wijzigt het Belastingplan 2025.
Wijzigt de Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit.
Wijzigt de Pensioenwet.
Wijzigt de Wet verplichte beroepspensioenregeling.
Aan een op basis van artikel III, onderdeel B, ingevolge artikel 18g, tweede lid, aanhef en onderdelen d en e, van de Wet op de loonbelasting 1964 vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan terugwerkende kracht worden verleend tot en met 1 juli 2023.
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2026, met dien verstande dat:
artikel I, onderdeel H, onder 1, terugwerkt tot en met 1 januari 2023;
artikel I, onderdeel I, en artikel III, onderdelen aA, cA en A, terugwerken tot en met 1 juli 2023;
artikel I, onderdelen C en J, onder 2, terugwerkt tot en met 25 april 2025;
artikel IV voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2026;
artikel VI, onderdeel A, terugwerkt tot en met 6 februari 2018;
artikel VI, onderdeel C, terugwerkt tot en met 1 januari 2024;
artikel X, onderdelen C en D, voor het eerst toepassing vindt op beboetbare gedragingen die zijn begaan op of na 1 januari 2026.
In afwijking van het eerste lid treden de artikelen I, onderdeel O, VIIIA en XV in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
In afwijking van het eerste lid treedt artikel XI, onderdeel D, in werking op het tijdstip waarop het bij koninklijke boodschap van 6 oktober 2023 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en enige andere wetten in verband met de invoering van regels voor het verlenen van toelating voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten (Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten) (Kamerstukken 36 446) tot wet is of wordt verheven en die wet in werking treedt, met dien verstande dat het in artikel XI, onderdeel D, van deze wet opgenomen artikel 34a, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 eerst toepassing vindt met betrekking tot belastingtijdvakken die zijn aangevangen op of na dat tijdstip.
In afwijking van het eerste lid treedt artikel XIII in werking met ingang van de dag waarop artikel I, onderdeel D, van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer in werking treedt.
Deze wet wordt aangehaald als: Fiscale verzamelwet 2026.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.