Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 5 februari 2026, kenmerk ACM/UIT/666114, op grond van artikel 3.121 van de Energiewet en artikel 36 van de Elektriciteitswet 1998 juncto artikel 7.42, tweede lid, van de Energiewet tot goedkeuring en vaststelling van de methoden en voorwaarden over de systeemtarieven elektriciteit (Tarievencode elektriciteit 2026)

Tarievencode elektriciteit 2026

De Autoriteit Consument en Markt,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1

Deze code is onderdeel van de methoden of voorwaarden, bedoeld in artikel 3.119 van de Energiewet, voor zover die betrekking hebben op elektriciteit en bevat de nadere onderscheiding van de tarieven, de toedeling van kostensoorten aan deze tarieven en de wijze waarop de kostensoorten in aanmerking worden genomen, bedoeld in artikel 3.107, vierde lid, van de Energiewet.

Artikel

1.2

Artikel

1.3

Indien een aansluit- en transportovereenkomst in de loop van de maand wordt aangegaan, gewijzigd of beëindigd, worden de maandelijks verschuldigde vergoedingen voor die maand op dagbasis bepaald en in rekening gebracht.

Artikel

1.4

Hoofdstuk

2

Tariefstructuur voor de aansluitdienst

§

2.1

Beschrijving van de aansluitdienst

Artikel

2.1

Artikel

2.2

Artikel

2.3

§

2.2

Kosten gedekt door het aansluittarief

Artikel

2.4

§

2.3

De tariefstructuur van de aansluitdienst

Artikel

2.5

Het aansluittarief bestaat uit ten hoogste drie tariefdragers:

  • a.

    een eenmalige bijdrage op basis van de initiële investeringskosten. Hieronder wordt verstaan de specifiek voor de desbetreffende nieuwe aansluiting gedane investering;

  • b.

    indien er sprake is van herbruikbare activa: een periodieke vergoeding ter dekking van de kapitaallasten van deze activa in Euro’s per maand of een andere tijdsperiode;

  • c.

    een periodieke vergoeding per maand ter dekking van de kosten voor het in stand houden van de aansluiting.

Artikel

2.6

Het eenmalige aansluittarief bestaat uit een bedrag dat is opgebouwd uit:

  • a.

    een vast bedrag voor de verbreking van het systeem van de desbetreffende systeembeheerder om een fysieke verbinding van de installatie van een aangeslotene met dat systeem tot stand te brengen (de knip);

  • b.

    een vast bedrag voor het installeren van voorzieningen om het systeem van de desbetreffende systeembeheerder te beveiligen en beveiligd te houden (de beveiliging); en

  • c.

    een vast bedrag voor het tot stand brengen van een verbinding met een maximale kabellengte van 25 meter tussen de plaats waar het systeem verbroken is en de voorzieningen om het systeem te beveiligen (de verbinding), aangevuld met een bedrag per meter voor elke meter meer dan die 25 meter.

Artikel

2.7

Artikel

2.8

Artikel

2.9

Artikel

2.10

Het aansluittarief voor een systeemkoppeling is gebaseerd op de voorcalculatorische projectkosten met betrekking tot een dergelijke systeemkoppeling volgens bijlage 3.

Artikel

2.11

Artikel

2.12

§

2.4

Overige bepalingen aansluittarief

Artikel

2.13

Artikel

2.14

Artikel

2.15

Hoofdstuk

3

Tariefstructuur voor de transportdienst

§

3.1

Beschrijving van de transportdienst

Artikel

3.1

§

3.2

Kosten gedekt door het transporttarief

Artikel

3.2

Artikel

3.3

In de verhouding tussen systeembeheerders onderling geldt met betrekking tot de toerekening van de transportafhankelijke kosten van de systemen op de in artikel 3.2, vijfde lid, genoemde spanningsniveaus, dat:

  • a.

    in geval van een systeemkoppeling op verschillend spanningsniveau die niet door dezelfde systeembeheerder worden beheerd, de kosten van het systeem op het hogere spanningsniveau op overeenkomstige wijze als bepaald in artikel 3.7, derde lid, worden toegerekend aan het systeem op het lagere spanningsniveau;

  • b.

    in geval van een systeemkoppeling op gelijk spanningsniveau die niet door dezelfde systeembeheerder worden beheerd, de betrokken systeembeheerders in onderling overleg een kostentoerekening vaststellen;

  • c.

    in geval van een systeemkoppeling op verschillend spanningsniveau die niet door dezelfde systeembeheerder worden beheerd, de werkelijke kosten van fysieke congestie in die systeemkoppeling worden toegerekend aan het systeem op het lagere spanningsniveau; en

  • d.

    in geval van een koppeling tussen systemen op gelijk spanningsniveau die niet door dezelfde systeembeheerder worden beheerd, de betrokken systeembeheerders in onderling overleg vaststellen aan welk systeem de werkelijke kosten van fysieke congestie in die systeemkoppeling worden toegerekend.

§

3.3

De tariefstructuur van het transporttarief

Artikel

3.4

Artikel

3.5

§

3.4

Het transportafhankelijke tarief – kostentoerekening aan producenten en verbruikers

Artikel

3.6

Voor de bepaling van het transportafhankelijke tarief vindt een toerekening van de in artikel 3.2, tweede lid, onderdeel a, genoemde kosten plaats tussen producenten enerzijds, verbruikers anderzijds, aldus dat aangeslotenen die elektriciteit ontvangen 100 (honderd) procent van de som van de transportafhankelijke kosten van EHS- en HS-systemen alsmede de transportafhankelijke kosten met betrekking tot de overige systeemvlakken wordt toegerekend, een en ander volgens het cascadebeginsel, bedoeld in artikel 3.7.

§

3.5

Het transportafhankelijke tarief – kostentoerekening aan verbruikers volgens het cascade-beginsel

Artikel

3.7

§

3.6

Het transportafhankelijke tarief – het transportafhankelijke verbruikers transporttarief (TAVT)

Artikel

3.8

Artikel

3.9

Artikel

3.10

Artikel

3.11

Artikel

3.12

Bij aangeslotenen met een aansluiting met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x80A in de tariefcategorie, bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, onderdeel g, en waarachter zich uitsluitend één of meer elektriciteitsproductie-eenheid/eenheden bevind(t)(en) en geen ander verbruik dan het eigen verbruik van de desbetreffende elektriciteitsproductie-eenheid/eenheden, wordt geen TAVT in rekening gebracht.

Artikel

3.13

De systeembeheerder stelt, na overleg met de in zijn gebied actieve vergunninghouders, de laaguren en de normaaluren vast en gaat daarbij uit van de in het verleden gehanteerde schakeltijden.

Artikel

3.14

Artikel

3.15

§

3.7

Beschrijving van het transportonafhankelijke tarief

Artikel

3.16

§

3.8

Transporttarief voor blindenergie

Artikel

3.17

§

3.9

Overige bepalingen transporttarief

Artikel

3.18

Hoofdstuk

4

Leveringszekerheid

Artikel

4.1

Hoofdstuk

5

Slotbepalingen

Artikel

5.2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel

5.3

Dit besluit wordt aangehaald als: Tarievencode elektriciteit 2026.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
Autoriteit Consument en Markt,
namens deze:
M.R. Leijten bestuurslid

Bijlage

1

bij artikel 2.4, derde lid: standaardelementen per aansluitcapaciteit en straatwerk

Algemeen

Deze bijlage betreft een nadere omschrijving van de drie wettelijke elementen van de aansluiting (artikel 2.4, derde lid) per type aansluiting zoals gedefinieerd in de tabel in bijlage 2: de knip, de verbinding en de beveiliging. Voorts wordt in deze bijlage nader geregeld welke kosten voor het straatwerk in de aansluittarieven voor de verschillende typen standaardaansluitingen kunnen worden verwerkt. Deze bijlage heeft niet tot doel alle onderdelen van de aansluiting in detail te benoemen maar wel om duidelijk aan te geven waar de aansluiting begint en eindigt. Op basis hiervan kan de systeembeheerder bepalen welke materialen en werkzaamheden behoren tot de aansluiting en welke kosten gedekt worden door het aansluittarief (zowel de eenmalige bijdrage als de periodieke vergoeding voor onderhoud).

1.1

Gewenste aansluitcapaciteit tot en met 1x6A geschakeld

De standaard aansluitmethode voor aangeslotenen tot 1x6A is op de laagspanningskabel (figuur 1a), hulpader (figuur 1b) of o.v.kabel (figuur 1c) die deel uitmaken van het systeem van de systeembeheerder. De knip bestaat uit de aftakmof waarmee een aftakking wordt gemaakt op de laagspanningskabel, hulpader of o.v.kabel. De verbinding bestaat uit de laagspanningskabel die loopt vanaf de aftakmof tot aan de beveiliging. De beveiliging bevindt zich in een aansluitkast die in het object is gemonteerd. De aansluitkast wordt nog toegerekend tot de aansluitdienst van de systeembeheerder. De lengte van de verbinding die wordt gehanteerd bij het berekenen van het aansluittarief is de afstand gemeten over het hart van de openbare weg van het overdrachtspunt tot de dichtstbijzijnde laagspanningskabel, die deel uitmaakt van het systeem van de systeembeheerder.

Figuur 1. LS geschakeld aansluitingen (1x6A)

1.2

Gewenste aansluitcapaciteit 3x25A tot en met 60 kVA

De standaard aansluitmethode voor aangeslotenen tot 60 kVA is op de laagspanningskabel. De knip bestaat uit de aftakmof waarmee een aftakking wordt gemaakt op de laagspanningskabel. De verbinding bestaat uit de laagspanningskabel die loopt vanaf de aftakmof tot aan de beveiliging. De beveiliging bevindt zich in de aansluitkast in de meterkast van de aangeslotene. De aansluitkast en het meterbord worden nog gerekend tot de aansluitdienst van de systeembeheerder. Ook het elektrisch aansluiten van de meetinrichting behoort tot de aansluitdienst van de systeembeheerder. De aangeslotene kan in de categorie tot 3x25A bij sommige systeembeheerders kiezen tussen bijvoorbeeld 3x25A, 1x35A of 1x25A. De lengte van de verbinding die wordt gehanteerd bij het berekenen van het aansluittarief is de afstand gemeten over het hart van de openbare weg van het overdrachtspunt tot de dichtstbijzijnde laagspanningskabel, die deel uitmaakt van het systeem van de systeembeheerder.

Figuur 2. LS-aansluiting (3x25A – 60 kVA)

1.3

Gewenste aansluitcapaciteit 60 kVA tot en met 0,3 MVA (figuur 3)

De standaard aansluitmethode voor aangeslotenen vanaf 60 kVA tot en met 0,3 MVA is op het dichtstbijzijnde algemene LS-voedingspunt in het systeem van de systeembeheerder (MS/LS-transformatorstation). De knip ligt in het transformatorstation en begint vanaf de strook op het laagspanningsrek. De verbinding bestaat uit een laagspanningskabel die loopt vanaf het transformatorstation tot aan de beveiliging binnen de onroerende zaak van de aangeslotene. Het overdrachtspunt (beveiliging en scheiding) bevindt zich in de aansluitkast in de meterkast van de aangeslotene. Het meterbord wordt nog toegerekend aan de beveiliging op de onroerende zaak van de aangeslotene. De meettransformatoren dienen vergoed te worden middels het gereguleerde aansluittarief. Ook het elektrisch aansluiten van de meetinrichting behoort tot de aansluitdienst van de systeembeheerder. De lengte van de verbinding die wordt gehanteerd bij het berekenen van het aansluittarief is de afstand gemeten over het hart van de openbare weg van het overdrachtspunt tot het dichtstbijzijnde MS/LS-transformatorstation, dat deel uitmaakt van het systeem van de systeembeheerder.

Figuur 3. LS-aansluiting af LS-rek transformator (60 – 300 kVA)

1.4

Gewenste aansluitcapaciteit 0,3 MVA tot en met 3 MVA met zuivere MS-aansluiting

De standaard aansluitmethode voor aansluitingen vanaf 0,3 MVA tot en met 3 MVA is inlussen in het middenspanningsnet. De knip bestaat dus uit de twee verbindingsmoffen die worden gebruikt om het systeem te verbreken en de aangeslotene in te lussen. De beveiliging bestaat uit een MS-schakelinstallatie met twee scheiders en een vermogensschakelaar en een MS-meetveld (inclusief meettransformatoren). De verbinding bestaat uit twee middenspanningskabels in één tracé. De MS-schakelinstallatie wordt ondergebracht in een ruimte die de aangeslotene ter beschikking dient te stellen. De lengte van de verbinding die wordt gehanteerd bij het berekenen van het aansluittarief is de afstand gemeten over het hart van de openbare weg van het overdrachtspunt tot de dichtstbijzijnde middenspanningskabel, die deel uitmaakt van het systeem van de systeembeheerder (figuur 4).

Figuur 4. Zuivere MS-aansluiting (0,3 – 3 MVA)

1.5

Gewenste aansluitcapaciteit 0,3 MVA tot en met 3 MVA met meting op LS

  • 1.5.1

    Deze aansluiting wordt gerealiseerd door een transformatiestap aan te bieden en te meten op laagspanning. Deze meting wordt teruggerekend naar een meting op middenspanningsniveau. Het transporttarief dat voor deze aangeslotene geldt, wordt door de keuze van de aangeslotene voor deze variant niet beïnvloed. Tot 630 kVA wordt vaak een compactstation gebruikt waarin transformator, schakelinstallatie en laagspanningsrek in een kleine behuizing bijeen zijn geplaatst. Deze oplossing (figuur 5) is voor de aangeslotene voordeliger dan het aanvragen van een zuivere middenspanningsaansluiting met een middenspanningsmeting en een vermogensschakelaar (figuur 4).

  • 1.5.2

    Systeembeheerders geven bij het uitbrengen van een offerte aan de aangeslotene aan dat de aangeslotene zelf zorg dient te dragen voor een transformator en bijbehorende behuizing (het compact station). De systeembeheerder stemt het aanleggen van de aansluiting af met de leverancier en/of installateur van de transformator en het compact station. De kosten van de transformator, de behuizing ten behoeve van deze transformator en alle andere onderdelen aan de installatiezijde van de beveiliging (b.v. het laagspanningsrek) dienen niet in het gereguleerde aansluittarief te worden opgenomen. Bij het indienen van voorstellen voor aansluittarieven dient de systeembeheerder duidelijk aan te geven dat de aangeslotene de transformator ook van een derde kan betrekken en dient de systeembeheerder expliciet rekening te houden met de plaatsing van een transformator door een derde partij.

  • 1.5.3

    Bij het aanbieden van zo’n middenspanningsaansluiting (figuur 5) is het gereguleerde aansluittarief opgebouwd uit de volgende elementen:

    De knip bestaat uit de twee verbindingsmoffen die worden gebruikt om het systeem te verbreken en de aangeslotene in te lussen. De beveiliging bestaat uit een MS-schakelinstallatie met twee kabelscheiders en transformatorveld (KTK-installatie). Ook de meettransformatoren die aan de laagspanningskant van de aansluiting worden aangebracht behoren tot het gereguleerde aansluittarief. De verbinding bestaat uit twee middenspanningskabels in één tracé. De MS-schakelinstallatie wordt ondergebracht in een compactstation of een ruimte die de aangeslotene ter beschikking dient te stellen. De lengte van de verbinding die wordt gehanteerd bij het berekenen van het aansluittarief is de afstand gemeten over het hart van de openbare weg van het overdrachtspunt tot de dichtstbijzijnde middenspanningskabel, die deel uitmaakt van het systeem van de systeembeheerder.

Figuur 5. MS-aansluiting met meting op LS (0,3 – 1 MVA)

1.6

Gewenste aansluitcapaciteit 3 MVA – 10 MVA

Systeembeheerders hebben de mogelijkheid boven 3 MVA op basis van voorcalculatorische projectkosten (maatwerk) aansluitkosten te bepalen. Voor de categorie aansluitingen tussen de 3 MVA en 10 MVA wordt dit alleen op verzoek van de aangeslotene gedaan. Voor de opgave van de kosten wordt de wijze, zoals bepaald in artikel 2.9, eerste lid, toegepast. Indien de aangeslotene geen verzoek doet geldt de standaard aansluitmethode. De standaard aansluitmethode voor aangeslotenen vanaf 3 MVA tot en met 10 MVA is op een middenspanningsrail van een HS/MS-, TS/MS-, MS/MS-transformatorstation met een technische capaciteit groter dan 13 MVA of op de MS stamvoeding. De knip bestaat in deze categorie uit twee of meer afgaande velden van een middenspannings- of tussenspanningsrail. De verbinding bestaat uit een N-1 veilige voeding bestaande uit twee of meer kabels in een tracé. De beveiliging bestaat uit minimaal twee vermogensschakelaars, een scheider en een meetveld aangeboden in één inkoopstation binnen de onroerende zaak van de aangeslotene. De lengte van de verbinding, die wordt gehanteerd bij het berekenen van het aansluittarief is de afstand gemeten over het hart van de openbare weg van het overdrachtspunt tot de dichtstbijzijnde MS rail in een HS/MS-, TS/MS- of MS/MS-transformatorstation met een technische capaciteit groter dan 13 MVA of de MS stamvoeding, dat deel uitmaakt van het systeem van de systeembeheerder.

Figuur 6. MS-aansluiting op MS rail (3 – 10 MVA)

1.7

Gewenste aansluitcapaciteit > 10 MVA

Boven 10 MVA bepalen systeembeheerders het aansluittarief op basis van de voorcalculatorische projectkosten. Voor de bepaling van het aansluittarief wordt als uitgangspunt voor de offerte genomen het dichtstbijzijnde punt in het systeem van de systeembeheerder waar voldoende capaciteit beschikbaar is. De systeembeheerder dient mee te werken aan onderzoek dat door de aangeslotene of in opdracht van de aangeslotene wordt uitgevoerd ter controle van de plaats in het systeem waar voldoende capaciteit beschikbaar is. De aansluittarieven dienen non-discriminatoir en transparant te worden berekend en vooraf bekend gemaakt te worden. De systeembeheerder dient de standaardelementen van de aansluiting de knip, de verbinding en de beveiliging nader in te vullen in componenten. Voor de opgave van de kosten wordt de wijze, zoals bepaald in artikel 2.9, tweede lid, toegepast.

1.8

Straatwerk

Onder straatwerk worden de werkzaamheden verstaan die de systeembeheerder aan de bestrating moet verrichten om een aansluiting te maken. De systeembeheerder onderhandelt met gemeenten en anderen over de kosten van het terugleggen van de definitieve bestrating zowel voor de bestrating ten behoeve van aansluitingen als ten behoeve van werkzaamheden aan het systeem van de systeembeheerder. De definitieve straatwerkkosten op de openbare weg en onroerende zaken van derden die ten behoeve van de aansluiting worden doorkruist, dienen gedekt te worden door middel van het standaardtarief. Daarbij dient de systeembeheerder in het standaard aansluittarief een gemiddelde op te nemen van de straatwerkkosten. Binnen de onroerende zaak van de aangeslotene valt alleen het openen en dichtvleien van open verharding onder het standaardtarief. Derhalve dient in de aansluittarieven een standaardopslag te worden opgenomen voor straatwerk, die bestaat uit:

  • het opnemen, het dichtvleien en definitief terugleggen van alle soorten bestrating op de openbare weg en onroerende zaken van derden die doorkruist worden;

  • het opnemen en het dichtvleien van open verharding op de onroerende zaak van de aangeslotene.

Bijlage

2

bij artikel 2.4, derde lid: aansluittarief voor een aansluiting

  • 1.

    Het aansluittarief voor een aansluiting, niet zijnde een systeemkoppeling, is gebaseerd op de voorcalculatorische projectkosten met betrekking tot een dergelijke aansluiting volgens onderstaande tabel.

  • 2.

    Indien de systeembeheerder in de onderstaande tabel afwijkende grenzen hanteert, dan worden die afwijkende grenzen eveneens gehanteerd in artikel 3.8, tweede lid.

  • 3.

    In gebieden waar geen TS voorhanden is, wordt de aansluiting op het naast hogere of lagere spanningsniveau gerealiseerd.

t/m 1x6A (geschakeld)

0,4 kV

t/m 1x10A

0,4 kV

1 fase >1x10A en 3 fase t/m 3x25A

0,4 kV

>3x25A en t/m 3x35A

0,4 kV

>3x35A en t/m 3x50A

0,4 kV

>3x50A en t/m 3x63A

0,4 kV

>3x63A en t/m 3x80A

0,4 kV

>3x80A en t/m 60 kVA af LS-net

0,4 kV

>60 kVA en t/m 0,3 MVA af sec. zijde LS-transf.

0,4 kV

>0,3 MVA en t/m 3,0 MVA

MS

>3,0 MVA en t/m 100 MVA

TS

>100 MVA

HS en EHS

Bijlage

3

bij artikel 2.9, tweede lid: standaardfactuur voor de aansluitdienst

Voor het berekenen van de tarieven gebaseerd op de voorcalculatorische kosten wordt onderstaande standaardfactuur toegepast.

Materiaal

Component-

beschrijving

Hoeveelheid

Componenten

Kosten per

eenheid comp.

Materiaalkosten knip

1. X

2. Y

3. Z etc.

...................

...................

...................

EURO......per......

EURO......per......

EURO......per......

EURO......

EURO......

EURO......

Materiaalkosten verbinding(en)

1. X

2. Y

3. Z etc.

...................

...................

...................

EURO......per......

EURO......per......

EURO......per......

EURO......

EURO......

EURO......

Materiaalkosten beveiliging

1. X

2. Y

3. Z etc.

...................

...................

...................

EURO......per......

EURO......per......

EURO......per......

EURO......

EURO......

EURO......

Overige materiaalkosten

EURO......

Totaal materiaalkosten

EURO......

Arbeid

Aantal uur

Loonkosten per uur

Loonkosten knip

...................

EURO............

EURO......

Loonkosten verbinding(en)

...................

EURO............

EURO......

Loonkosten beveiliging

...................

EURO............

EURO......

Totaal loonkosten

EURO......

Bijzondere kosten

Soortbeschrijving

Hoeveelheid

Kosten per eenheid

1. X

2. Y

3. Z etc.

...................

...................

...................

EURO......per......

EURO......per......

EURO......per......

EURO......

EURO......

EURO......

Totaal voorcalculatorische projectkosten

EURO......

Bijlage

4

bij artikel 2.11, eerste lid: standaardofferte voor periodieke aansluitvergoeding

  • 1.

    De systeembeheerder hanteert onderstaande tabel als standaardofferte voor de initiële vaststelling van de periodieke aansluitvergoeding.

  • 2.

    Het initieel tarief van de met de aangeslotene overeengekomen investeringskosten kan gedifferentieerd worden voor de afzonderlijke componenten.

  • 3.

    De omschrijvingen van “beheer” en “vervanging” in onderstaande tabel zijn uitsluitend van toepassing op de artikelen 2.11 en 2.12.

  • 4.

    In onderstaande tabel worden de categorieën van werkzaamheden opgesplitst naar knip, verbinding en beveiliging.

Beheer

Preventief onderhoud + correctief onderhoud + werkzaamheden op initiatief derden + overige operationele werkzaamheden

... %

€ ...

Vervanging

Gehele en/of gedeeltelijke vervanging van de aansluiting met als doel levensduurverlenging van de aansluiting

... %

€ ...

Bijlage

5

bij artikel 3.9, vijfde lid: wegingsfactoren voor kwMAXGEWOGEN

  • 1.

    Onderstaande tabel toont de wegingsfactoren voor aangeslotenen aangesloten op het transmissiesysteem.

Werkdagen

jan

0,7

0,7

0,7

0,7

0,7

0,7

0,8

0,9

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

0,9

0,8

feb

0,7

0,7

0,7

0,7

0,7

0,7

0,8

0,9

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

0,9

0,8

mrt

0,7

0,7

0,7

0,7

0,7

0,7

0,8

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

1,0

1,0

1,0

1,0

0,9

0,8

0,8

apr

0,7

0,7

0,6

0,6

0,6

0,6

0,7

0,8

0,8

0,7

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

0,7

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

mei

0,7

0,7

0,6

0,6

0,6

0,6

0,7

0,8

0,8

0,7

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

0,7

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

jun

0,7

0,7

0,6

0,6

0,6

0,6

0,7

0,8

0,8

0,7

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

0,7

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

jul

0,7

0,7

0,6

0,6

0,6

0,6

0,7

0,8

0,8

0,7

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

0,7

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

aug

0,7

0,7

0,6

0,6

0,6

0,6

0,7

0,8

0,8

0,7

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

0,7

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

sep

0,7

0,7

0,6

0,6

0,6

0,6

0,7

0,8

0,8

0,7

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

0,7

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

okt

0,7

0,7

0,7

0,7

0,7

0,7

0,8

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

1,0

1,0

1,0

1,0

0,9

0,8

0,8

nov

0,7

0,7

0,7

0,7

0,7

0,7

0,8

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

1,0

1,0

1,0

1,0

0,9

0,8

0,8

dec

0,7

0,7

0,7

0,7

0,7

0,7

0,8

0,9

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

0,9

0,8

weekend/feestdagen

0,7

0,7

0,6

0,6

0,6

0,6

0,7

0,8

0,8

0,7

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

0,7

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

Bijlage

6

bij artikel 3.11, derde lid: rekencapaciteit bij kleine aansluitingen

  • 1.

    Onderstaande tabel toont de rekencapaciteit bij kleine aansluitingen.

  • 2.

    Bij categorieën 4 en 5 wordt de doorlaatwaarde van een aansluiting van 3x35A vervangen door 3x40A indien een schakelautomaat wordt toegepast.

1

t/m 1x6A geschakeld

0,05

2

1-fase aansluitingen t/m 1x10A

0,5

3

1-fase > 1x10A en 3-fase t/m 3x25A

4

4

> 3x25A t/m 3x35A

20

5

> 3x35A t/m 3x50A

30

6

> 3x50A t/m 3x63A

40

7

> 3x63A t/m 3x80A

50