Advocaat: de advocaat als bedoeld in de artikelen 9a en 9j van de Advocatenwet, die algemeen is ingeschreven bij de Raad en voldoet aan de in artikel 2 van deze beleidsregel gestelde voorwaarden;
Advocaten met wie een arrangement kan worden gesloten
De Raad sluit met het oog op het verrichten van rechtsbijstand als genoemd in artikel 5 van deze beleidsregel een arrangement met advocaten van wie uit de aantekening op het tableau van de Nederlandse Orde van Advocaten blijkt dat zij de hoedanigheid van ‘advocaat bij de Hoge Raad’ hebben voor het behandelen van civiele cassatiezaken zoals bedoeld in artikel 9j, eerste lid van de Advocatenwet. De advocaat dient daartoe een verzoek bij de Raad in.
Artikel
3
Voorwaarden voor het sluiten van een arrangement
De in artikel 2 genoemde advocaten dienen te voldoen aan de volgende voorwaarden:
1
De advocaat behandelt de eerste 12 Wvggz/Wzd cassatiezaken onder begeleiding van een advocaat met een onvoorwaardelijke aantekening op het tableau van de Hoge Raad zoals bedoeld in artikel 4.8, eerste lid van de Verordening op de Advocatuur die over de in lid 5 van dit artikel van dit arrangement genoemde specifieke kennis en ervaring beschikt. Van de eerste 12 Wvggz/Wzd zaken moeten tenminste 4 zaken tot een inhoudelijke behandeling bij de Hoge Raad leiden. Van dit laatste vereiste kan worden afgeweken indien de begeleidende cassatieadvocaat schriftelijk aan de Raad verklaart dat de advocaat die niet aan deze eisen voldoet, over de toereikende deskundigheid beschikt om rechtsbijstand in Wvggz en Wzd Cassatiezaken te verlenen;
2
De advocaat overlegt bij het aanvragen van het arrangement een verklaring van de ervaren cassatieadvocaat die hem of haar zal begeleiden als bedoeld in lid 1 van dit artikel;
3
De advocaat neemt vanaf het moment van het sluiten van het arrangement jaarlijks verplicht deel aan kwaliteitstoetsen in de vorm van gestructureerd intercollegiaal overleg op het terrein van de Wvggz en Wzd (art. 26 Advocatenwet) voor tenminste vier uur per jaar;
4
De advocaat die niet bij de Raad ingeschreven staat voor de specialisatie psychiatrisch patiëntenrecht behaalt tenminste 4 opleidingspunten per jaar op het gebied van het psychiatrische patiëntenrecht of volgt jaarlijks tenminste 2 bijeenkomsten van gespecialiseerde landelijke of regionale verenigingen c.q. werkgroepen op het terrein van het psychiatrische patiëntenrecht.
5
Het vereiste onder lid 1 geldt niet indien de advocaat ten tijde van het verzoek tot het sluiten van het arrangement gedurende drie jaren voorafgaande aan het inwerking treden van deze beleidsregel minimaal het in lid 1 van dit artikel genoemde aantal zaken reeds zelfstandig heeft behandeld.
Artikel
4
Gronden voor beëindiging van het arrangement door de Raad
1
De Raad kan besluiten het arrangement met een opzegtermijn van één maand te beëindigen indien:
a)
de advocaat niet (meer) voldoet aan één of meerdere van de hierboven in artikel 2 en 3 genoemde voorwaarden of;
b)
indien wijziging van het beleid daartoe aanleiding geeft;
c)
indien wijziging van de aan deze overeenkomst ten grondslag liggende wettelijke bepalingen of wijziging van andere bepalingen daartoe aanleiding geeft.
2
In zwaarwegende en dringende omstandigheden kan het bestuur het arrangement met onmiddellijke ingang opzeggen. Dit geldt onder andere in het geval indien het bestuur tot het oordeel komt dat voortzetting van het arrangement niet langer verantwoord is.
3
De beëindiging van het arrangement geldt voor een periode van minimaal één jaar. Voor het sluiten van een nieuw arrangement gelden de voorwaarden zoals benoemd in artikelen 2 en 3 van deze beleidsregel. In zwaarwegende omstandigheden kan het bestuur weigeren een nieuw arrangement te sluiten. Dit geldt onder andere in het geval indien het bestuur tot oordeel komt dat het sluiten van een nieuw arrangement niet verantwoord is.
Artikel
5
Afbakening werkzaamheden
De werkzaamheden waarvoor op grond van dit arrangement een van het Bvr afwijkende vergoeding kan worden verstrekt, zijn strikt beperkt tot het verrichten van rechtsbijstand in civiele cassatiezaken op grond van de Wet Wvggz en de Wzd.
Artikel
6
Vergoeding
1
Aan in artikel 5 genoemde zaken waarbij de zaak in eerste aanleg enkelvoudig is behandeld en geen middelen zijn ingediend worden in afwijking van rij B1 van de bijlage bij het Bvr vijf punten toegekend.
2
Aan in artikel 5 genoemde zaken waarbij de zaak in eerste aanleg enkelvoudig is behandeld en wel middelen zijn ingediend worden in afwijking van rij B2 van de bijlage bij het Bvr elf punten toegekend
3
Voor de beoordeling van de toekenning van extra uren blijft het aantal punten zoals genoemd in Rij B1 en B2 jo. artikel 22 lid 2 Bvr leidend.
Artikel
7
Aanhalen Beleidsregel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als ‘Beleidsregel Vergoedingenarrangement in civiele cassatiezaken Wvggz en Wzd 2026-2028’. Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel
8
Duur, inwerkingtreding en verval
1
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 2026.
2
Deze beleidsregel vervalt met ingang van 1 april 2028 of vanaf het moment van de inwerkingtreding van wet- en regelgeving waarin de in deze beleidsregel opgenomen vergoeding en kosteloze rechtsbijstand zijn vastgelegd.
’s-Hertogenbosch
Het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand,I.D.NijboerAlgemeen directeur/bestuurder.