Beleidsregel Vergoedingenarrangement in civiele cassatiezaken Wvggz en Wzd 2026-2028

Het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand,
Gelet op artikel 39, eerste lid van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 (Bvr), waarin is bepaald dat het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand in afwijking van hoofdstukken II en III van het Bvr de vergoeding kan bepalen met inachtneming van nader vast te stellen kwaliteitscriteria, mits de desbetreffende rechtsbijstandverlener of rechtsbijstandverleners daarmee instemmen,

BESLUIT

De volgende beleidsregel vast te stellen:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Artikel

2

Advocaten met wie een arrangement kan worden gesloten

De Raad sluit met het oog op het verrichten van rechtsbijstand als genoemd in artikel 5 van deze beleidsregel een arrangement met advocaten van wie uit de aantekening op het tableau van de Nederlandse Orde van Advocaten blijkt dat zij de hoedanigheid van ‘advocaat bij de Hoge Raad’ hebben voor het behandelen van civiele cassatiezaken zoals bedoeld in artikel 9j, eerste lid van de Advocatenwet. De advocaat dient daartoe een verzoek bij de Raad in.

Artikel

3

Voorwaarden voor het sluiten van een arrangement

De in artikel 2 genoemde advocaten dienen te voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • 1

    De advocaat behandelt de eerste 12 Wvggz/Wzd cassatiezaken onder begeleiding van een advocaat met een onvoorwaardelijke aantekening op het tableau van de Hoge Raad zoals bedoeld in artikel 4.8, eerste lid van de Verordening op de Advocatuur die over de in lid 5 van dit artikel van dit arrangement genoemde specifieke kennis en ervaring beschikt. Van de eerste 12 Wvggz/Wzd zaken moeten tenminste 4 zaken tot een inhoudelijke behandeling bij de Hoge Raad leiden. Van dit laatste vereiste kan worden afgeweken indien de begeleidende cassatieadvocaat schriftelijk aan de Raad verklaart dat de advocaat die niet aan deze eisen voldoet, over de toereikende deskundigheid beschikt om rechtsbijstand in Wvggz en Wzd Cassatiezaken te verlenen;

  • 2

    De advocaat overlegt bij het aanvragen van het arrangement een verklaring van de ervaren cassatieadvocaat die hem of haar zal begeleiden als bedoeld in lid 1 van dit artikel;

  • 3

    De advocaat neemt vanaf het moment van het sluiten van het arrangement jaarlijks verplicht deel aan kwaliteitstoetsen in de vorm van gestructureerd intercollegiaal overleg op het terrein van de Wvggz en Wzd (art. 26 Advocatenwet) voor tenminste vier uur per jaar;

  • 4

    De advocaat die niet bij de Raad ingeschreven staat voor de specialisatie psychiatrisch patiëntenrecht behaalt tenminste 4 opleidingspunten per jaar op het gebied van het psychiatrische patiëntenrecht of volgt jaarlijks tenminste 2 bijeenkomsten van gespecialiseerde landelijke of regionale verenigingen c.q. werkgroepen op het terrein van het psychiatrische patiëntenrecht.

  • 5

    Het vereiste onder lid 1 geldt niet indien de advocaat ten tijde van het verzoek tot het sluiten van het arrangement gedurende drie jaren voorafgaande aan het inwerking treden van deze beleidsregel minimaal het in lid 1 van dit artikel genoemde aantal zaken reeds zelfstandig heeft behandeld.

Artikel

4

Gronden voor beëindiging van het arrangement door de Raad

Artikel

5

Afbakening werkzaamheden

De werkzaamheden waarvoor op grond van dit arrangement een van het Bvr afwijkende vergoeding kan worden verstrekt, zijn strikt beperkt tot het verrichten van rechtsbijstand in civiele cassatiezaken op grond van de Wet Wvggz en de Wzd.

Artikel

6

Vergoeding

Artikel

7

Aanhalen Beleidsregel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als ‘Beleidsregel Vergoedingenarrangement in civiele cassatiezaken Wvggz en Wzd 2026-2028’. Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel

8

Duur, inwerkingtreding en verval

’s-Hertogenbosch
Het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand, I.D. Nijboer Algemeen directeur/bestuurder.