Artikel
1
Mandaten, ondermandaten, volmachten en machtigingen die zijn verleend door of namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat of hun voorgangers, die op 22 februari 2026 van kracht waren ten behoeve van functionarissen van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat of andere personen en organisaties ten aanzien van de aangelegenheden op het terrein van de circulaire economie, die de hieronder bedoelde dienstonderdelen van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en andere organisaties betroffen, worden aangemerkt als mandaten, volmachten en machtigingen verleend door de Minister van Klimaat en Groene Groei aan:
-
a.
de secretaris-generaal van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat;
-
b.
de plaatsvervangend secretaris-generaal van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat;
-
c.
de directeur-generaal Milieu en Internationaal;
-
d.
de directie Duurzame Leefomgeving en Circulaire Economie;
-
e.
de inspecteur-generaal Leefomgeving en Transport;
-
f.
overige diensthoofden van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat;
-
g.
de functionarissen aan wie door of namens bovengenoemden mandaat, ondermandaat, volmacht of machtiging is verleend;
-
h.
andere personen en organisaties aan wie door of namens bovengenoemden mandaat, ondermandaat, volmacht of machtiging is verleend;
ten aanzien van aangelegenheden die bovengenoemd terrein betreffen.