Besluit van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 19 mei 2026, nr. IENW/BSK-2026/89530 houdende tijdelijke vrijstelling op grond van artikel 46, eerste lid van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden voor het gebruik van Huwa-San TR-50 ter bestrijding van mogelijke infectie Andres-Hantavirus op het schip MV Hondius (Vrijstelling Huwa-San TR-50)
Vrijstelling Huwa-San TR-50
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselkwaliteit en Natuur,
Gelezen het verzoek van de directeur Infectieziektenbeleid van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (verder: VWS) van 18 mei 2026 tot vrijstelling van het verbod op het gebruik van de biocide Huwa-San TR-50, voor het bestrijden van mogelijke infectie van her Andres-hantavirus op het schip de Hondius;
artikel 55 van Verordening (EU) nr. 528/2012 toegestaan dat de in het onderdeel a genoemde biocide op de Nederlandse markt wordt aangeboden en gebruikt.
Dit besluit wordt aangehaald als: Vrijstelling Huwa-San TR-50.
Artikel
5
Dit besluit treedt in werking op de dag na de datum van plaatsing in de Staatscourant waarin het wordt bekendgemaakt, en vervalt zodra behandeling van MV Hondius is afgerond.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – Openbaar Vervoer en Milieu,
De biocide Huwa-San TR-50 kan door professionele gebruikers worden gebruikt ter bestrijding van Andres-Hantavirus aan boord van het schip MV Hondius:
Gebruiksvoorschrift
Het Ctgb heeft de beoogde toepassing beoordeeld. Gezien het risico van het te bestrijden gevaar adviseert het college een vrijstelling ex artikel 46 Wgb van het Huwa San TR-50 ter bestrijding van hantavirus op de MV Hondius. Het gebruiksvoorschrift zoals vastgesteld in WG/GA voor de toelating van Huwa San TR-50 onder toelatingsnummer 12677N: CTGB Toelating: Huwa-San TR-50, geldt ook voor de voor vrijstelling aangevraagde toepassing. Vanuit humane toxicologie wordt geadviseerd om te vermelden dat de toepasser niet in de ruimte aanwezig mag zijn tijdens de verneveling.
Risicobeperkende maatregelen
Het WG/GA bevat voorwaardes om blootstelling te beperken:
–
Altijd handschoenen en veiligheidsbril dragen als er verdunningen worden gemaakt met waterstofperoxide.
–
Altijd een gasmasker dragen wanneer een ruimte wordt betreden waar nog meer dan 10 ppm waterstofperoxide damp aanwezig is.
–
De ruimte kan pas weer worden vrijgegeven voor gebruik als de gemeten peroxide concentratie < 1 ppm is.