Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder:
-
bij de uitbraak betrokken cliënt(en): dit betreffen cliënten die verblijven in een Wlz-instelling waaraan één van de volgende prestaties wordt geleverd:
-
–
zzp vv-1 tot en met vv-10 in- of exclusief behandeling;
-
–
zzp vv-4 tot en met vv-10 inclusief nbf en in- of exclusief behandeling;
-
–
zzp vg-1 tot en met vg-8 in- of exclusief behandeling;
-
–
zzp lvg-1 tot en met lvg-5 inclusief behandeling;
-
–
zzp sglvg-1 inclusief behandeling;
-
–
zzp lg-1 tot en met lg-7 in- of exclusief behandeling;
-
–
zzp zg aud-1 tot en met zg aud-4 in- of exclusief behandeling;
-
–
zzp zg vis-1 tot en met zg vis-5 in- of exclusief behandeling;
-
–
zzp ggz-3b tot en met ggz-7b inclusief behandeling;
-
–
logeren vv;
-
–
logeren ghz-vg, -lg, -lvg, -zg;
-
–
logeren ggz wonen;
-
–
logeren ghz- zevmb;
-
–
klinisch intensieve behandeling (KIB);
-
–
crisiszorg vv met behandeling;
-
–
crisiszorg ghz – categorie licht;
-
–
crisiszorg ghz – categorie midden;
-
–
crisiszorg ghz – categorie zwaar;
-
–
crisiszorg lvg.
Indien een Wlz-zorgaanbieder naast één of meerdere van bovengenoemde prestaties ook aan enkele cliënten geriatrische revalidatiezorg en/of eerstelijnsverblijf levert op dezelfde locatie, gaat het ook om die enkele cliënten die op dezelfde locatie geriatrische revalidatiezorg en/of eerstelijnsverblijf ontvangen.
Het gaat om alle cliënten aan wie deze prestaties worden geleverd en niet slechts om die cliënten waarbij een BRMO aanwezig is.
-
–
-
BRMO: Pathogene micro-organismen die ongevoelig zijn voor de meest geëigende (dus eerste keus) antimicrobiële middelen of tegen een combinatie van therapeutisch belangrijke antimicrobiële middelen die zonder aanvullende maatregelen tot verspreiding kunnen leiden. Onder BRMO valt onder andere de bacterie MRSA.
-
einddesinfectie: Het desinfecteren, voorafgegaan door reinigen, van de ruimte (oppervlakken, handcontactpunten, vloer, spatzones muur) inclusief het sanitair en van alle herbruikbare materialen die in de ruimte aanwezig zijn (zoals afstandsbediening en gordijnen). Einddesinfectie vindt plaats na het beëindigen van BRMO-infectiepreventiemaatregelen bij het opheffen van de BRMO-status en bij ontslag, overplaatsing of overlijden. Herbruikbare materialen die niet kunnen worden gereinigd en gedesinfecteerd en wegwerpmaterialen worden afgevoerd als normaal afval. Einddesinfectie is van toepassing voor zowel cliëntenkamers (daar waar de cliënt slaapt) als behandelruimtes.
-
eindreiniging: Het reinigen van de ruimte (oppervlakken, handcontactpunten, vloer, spatzones muur) inclusief het sanitair en van alle herbruikbare materialen die in de ruimte aanwezig zijn (zoals afstandsbediening en gordijnen). Eindreiniging vindt plaats na het beëindigen van BRMO-infectiepreventiemaatregelen bij het opheffen van de BRMO-status en bij ontslag, overplaatsing of overlijden. Herbruikbare materialen die niet kunnen worden gereinigd en wegwerpmaterialen worden afgevoerd als normaal afval.
-
MRSA: Meticilline-resistente Staphylococcus aureus: een bijzondere Staphylococcus aureus die in tegenstelling tot de gewone Staphylococcus aureus ongevoelig is voor veel antibiotica, waaronder meticilline.
-
richtlijn BRMO in de langdurige zorg: de richtlijn BRMO in de langdurige zorg is van toepassing op zorgaanbieders in combinatie met verblijf als omschreven bij of krachtens de Wlz.Het gaat om de door het SRI meest recent geautoriseerde versie van de richtlijn.
-
richtlijn MRSA in de langdurige zorg: de richtlijn MRSA in de langdurige zorg is van toepassing op zorgaanbieders in combinatie met verblijf als omschreven bij of krachtens de Wlz. Het gaat om de door het SRI meest recent geautoriseerde versie van de richtlijn.
-
signaleringsoverleg: het Signaleringsoverleg Zorginstellingen en Antimicrobiële Resistentie (SO-ZI/AMR) is een overlegstructuur gericht op het vroegtijdig signaleren van uitbraken van (resistente) micro organismen in zorginstellingen die een risico vormen voor de volksgezondheid. Zorginstellingen melden uitbraken waarvoor aanvullende maatregelen nodig zijn, waarna deskundigen de dreiging voor andere instellingen en de publieke gezondheid beoordelen. Het SO-ZI/AMR adviseert zo nodig over het inschakelen van externe expertise, maar beoordeelt niet de kwaliteit van de maatregelen binnen de instelling zelf. Het overleg is een samenwerking tussen het RIVM, NVMM, VHIG en Verenso.
-
SRI: Samenwerkingsverband Richtlijnen Infectiepreventie.
-
uitbraak: er is sprake van een uitbraak indien bij twee of meer cliënten met dezelfde BRMO een epidemiologische link aanwezig is. Van een epidemiologische link is sprake wanneer stammen in een zelfde tijdsperiode op een zelfde locatie aangetroffen zijn en op basis van typering tot dezelfde kloon behoren. Een arts-microbioloog stelt vast dat sprake is van een uitbraak.