Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 4 juni 2026, nr. MBO/63603808, houdende vaststelling van de subsidieplafonds voor het studiejaar 2025–2026 op grond van de Subsidieregeling praktijkleren en vaststelling van het maximale subsidiebedrag per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats voor het studiejaar 2025–2026

Besluit vaststelling subsidieplafonds ex Subsidieregeling praktijkleren en vaststelling maximale subsidiebedrag per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats studiejaar 2025–2026

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Besluit:

Artikel

II

Indien het voorstel van wet tot wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026 (Kamerstukken 36 915 VIII) niet uiterlijk op 30 december 2026 tot wet is verheven, of ingevolge dat voorstel van wet onvoldoende middelen beschikbaar worden gesteld voor de in artikel I bedoelde subsidieplafonds, worden de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Subsidieregeling praktijkleren voor het studiejaar 2025–2026, in afwijking van artikel I, als volgt vastgesteld:

  • a.

    voor subsidies als bedoeld in artikel 4: € 231.281.000;

  • b.

    voor subsidies als bedoeld in artikel 6: € 19.600.000;

  • c.

    voor subsidies als bedoeld in artikel 8: € 2.000.000; en;

  • d.

    voor subsidies als bedoeld in de artikelen 9a, 9c en 10 in totaal: € 900.000.

Artikel

IV

Indien het voorstel van wet tot wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026 (Kamerstukken 36 915 VIII) niet uiterlijk op 30 december 2026 tot wet is verheven, of ingevolge dat voorstel van wet onvoldoende middelen beschikbaar worden gesteld voor de in artikel III bedoelde subsidieplafonds, worden de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Subsidieregeling praktijkleren voor het studiejaar 2025–2026 voor Bonaire, in afwijking van artikel III, als volgt vastgesteld:

  • a.

    voor subsidies als bedoeld in de artikelen 4 en 10 in totaal: € 1.400.000.

Artikel

VI

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.M. Letschert