Artikel
I
Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.
Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.
Wijzigt de Huisvestingswet 2014.
Wijzigt de Omgevingswet.
Wijzigt de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
Wijzigt de Woningwet.
Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zendt, in overeenstemming met Onze Ministers die het aangaat, binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan beide kamers der Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk waarbij in het bijzonder aandacht wordt besteed aan de doorlooptijd van vergunningsverleningen en de ontwikkelingen van de woningbouwproductie en de woningvoorraad, waaronder de netto-ontwikkeling van het aandeel sociale huurwoningen, middeldure huurwoningen en betaalbare koopwoningen in de woningvoorraad.
Aan de verplichting tot het vaststellen van een volkshuisvestingsprogramma als bedoeld in artikel 3.6, derde lid, 3.8, vierde lid, en 3.9, vijfde lid, van de Omgevingswet en aan de verplichting bedoeld in artikel 6, vierde lid, van de Huisvestingswet 2014 wordt uiterlijk op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip voldaan.
Een woonvisie als bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de Woningwet zoals dat artikel luidde voor de inwerkintreding van deze wet blijft gelden totdat een volkshuisvestingsprogramma als bedoeld in artikel 3.6, derde lid, van de Omgevingswet van kracht wordt.
Een programma als bedoeld in artikel 3.4 van de Omgevingswet dat of een woonvisie als bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de Woningwet zoals dat artikel luidde voor de inwerkintreding van deze wet die:
is vastgesteld voor inwerkingtreding van deze wet, en
voldoet aan de bij of krachtens artikel 2.24 aan een gemeentelijk, provinciaal of nationaal volkshuisvestingsprogramma gestelde eisen,
geldt als volkshuisvestingsprogramma als bedoeld in artikel 3.6, derde lid, 3.8, vierde lid, respectievelijk 3.9, vijfde lid, van de Omgevingswet.
Uiterlijk op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip bevatten omgevingsvisies als bedoeld in artikel 3.1 van de Omgevingswet het beleid voor de fysieke leefomgeving dat betrekking heeft op de volkshuisvesting, voor zover het gaat om hoofdzaken of hoofdlijnen als bedoeld in artikel 3.2, onder b en c, van de Omgevingswet.
Op een voorkeursrecht als bedoeld in artikel 9.1 van de Omgevingswet dat is gevestigd voor inwerkingtreding van deze wet, blijft artikel 9.4 van de Omgevingswet zoals dat luidde voor inwerkingtreding van deze wet van toepassing.
Artikel 16.83b is niet van toepassing als beroep wordt ingesteld tegen een besluit dat is bekendgemaakt dan wel hoger beroep wordt ingesteld tegen een uitspraak die is gedaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
Wijzigt deze wet.
Wijzigt de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie.
Wijzigt voorstel van wet tot wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en enkele andere wetten met het oog op een integrale en gecoördineerde aanpak bij meervoudige problematiek en de daarvoor benodigde gegevensverwerking (Kamerstuk 36 295).
Wijzigt de Omgevingswet.
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Deze wet wordt aangehaald als: Wet versterking regie volkshuisvesting.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.