Beleidsregel van de directie van de Dienst Wegverkeer van 1 juli 2026 betreffende de verlening van nationale typegoedkeuring en individuele goedkeuring van mobiele machines (Beleidsregel nationale goedkeuring mobiele machines 2026)
Beleidsregel nationale goedkeuring mobiele machines 2026
alternatief voorschrift: het voorschrift waaraan het voertuig minimaal moet voldoen. Indien is vermeld dat er geen alternatief voorschrift is vastgesteld, moet het voertuig volledig voldoen aan het gestelde onder ‘Basis’ van het betreffende onderwerp.
audit: systematisch, onafhankelijk en gedocumenteerd proces, dat ter plaatse van de bedrijfsruimte van de Technische dienst plaatsvindt, om de integrale bedrijfsvoering of de resultaten van een organisatie, of van een deel ervan, te toetsen aan vooraf bepaalde criteria.
datum einde geldigheid voorschrift: datum per wanneer een voorschrift niet meer van toepassing is. In het geval van een individuele goedkeuring moet deze aanduiding ingevolge artikel 2.2, eerste lid van de Regeling voertuigen gelezen worden als Datum eerste toelating tot;
datum toepassing voorschrift met ingang van: datum per wanneer een voorschrift van toepassing is. In het geval van een individuele goedkeuring moet deze aanduiding ingevolge artikel 2.2, eerste lid van de Regeling voertuigen gelezen worden als Datum eerste toelating met ingang van;
eerste beoordeling: de eerste beoordeling van het productieproces van een marktdeelnemer. Dit het eerste onderdeel van de aanvraag van een typegoedkeuring. De procedure voor een eerste beoordeling bestaat uit een administratieve documentbeoordeling en indien naar het oordeel van RDW noodzakelijk een beoordeling van ter plaatse van de productielocatie(s).
geacht te voldoen: indien is vermeld ‘word(t)en geacht (nog) te voldoen’, of een soortgelijke bewoording wordt gehanteerd, wordt hieronder verstaan dat de marktdeelnemer aantoont dat het betreffende onderwerp moet voldoen aan de gestelde eis, maar dit niet volledig wordt beoordeeld indien er geen twijfel bij de goedkeuringsautoriteit RDW bestaat over het voldoen aan de gestelde eis op het gebied van verkeersveiligheid of milieu;
seriematig geproduceerd voertuig: Een voertuig dat behoort tot een type dat in serie onder een gecontroleerd productieproces geproduceerd is door een marktdeelnemer in het kader van de uitoefening van zijn bedrijf en waarvoor aan de marktdeelnemer een World Manufacturing Identification (WMI) conform ISO 3779:2009 of een World Manufacturing Code (WMC) conform ISO 10261:2002 is afgegeven, tenzij naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer niet hoeft te worden voldaan aan de voorwaarde van een afgegeven WMI of WMC. Een seriematig geproduceerd voertuig dat is gewijzigd, wordt voor wat betreft de onderwerpen die door de wijziging zijn geraakt beschouwd als zijnde een niet seriematig geproduceerd voertuig;
voertuigomschrijving: het functionele karakter van een mobiele machine waarmee de mobiele machine kan worden geïdentificeerd op de weg. De actuele omschrijvingen zijn op te vragen via SDS@rdw.nl.;
voertuigtype, variant, en uitvoering: beschrijving van bepaalde specificaties van een type mobiele machine die binnen één typegoedkeuring kunnen worden ondergebracht. De beschrijving hiervan is beschikbaar op aanvraag via SDS@rdw.nl;
wijze van keuren: de wijze waarop de betreffende eis beoordeeld wordt.
Hoofdstuk
2
Algemene bepalingen aanvraag en beoordeling
Artikel
3
Aanvraag individuele goedkeuring
Een aanvraag voor een individuele goedkeuring wordt bij de RDW ingediend door middel van een door de RDW vastgesteld aanvraagformulier individuele goedkeuring mobiele machine. De actuele versie daarvan is gepubliceerd op de website van de RDW.
Artikel
4
Aanvraag typegoedkeuring
1
Een aanvraag voor een typegoedkeuring mobiele machines wordt bij de RDW ingediend door middel van een door de RDW vastgesteld aanvraagformulier typegoedkeuring. De actuele versie daarvan is gepubliceerd op de website van de RDW.
2
Voor de indiening van een aanvraag is het reserveren van een typegoedkeuringsnummer noodzakelijk met het daarvoor bestemde formulier (reserve approval numbers). De actuele versie daarvan is gepubliceerd op de website van de RDW. Deze reservering dient bij voorkeur te worden gedaan door de technische dienst.
3
Voor een verzoek van een eerste beoordeling en de overeenstemming van de productie moet de marktdeelnemer een CoP-formulier volledig invullen en indienen bij de RDW via cop@rdw.nl. De actuele versie van het formulier wordt op verzoek toegezonden via dat e-mailadres.
4
Een informatiegesprek tussen de marktdeelnemer en RDW vindt plaats vóórdat het verzoek voor een eerste beoordeling bedoeld in het derde lid wordt ingediend.
5
Indien de marktdeelnemer de benodigde tests door de RDW wil laten uitvoeren moet het formulier ‘Product assessment’ worden ingevuld en ingediend bij RDW. De actuele versie daarvan is gepubliceerd op de website van de RDW.
Artikel
5
Behandeling aanvraag typegoedkeuring
1
Voor het in behandeling nemen van de aanvraag vraagt de RDW naast een volledig ingevuld aanvraagformulier de volgende documenten:
a.
het informatiedossier en aanvullende informatie die de RDW in het kader van de aanvraagprocedure vraagt;
b.
een verklaring van de gemachtigde personen met handtekening die het nationale certificaat van overeenkomst voor de nationale typegoedkeuring mogen tekenen;
c.
een ingevuld voorbeeld van het certificaat van overeenstemming.
2
Het Basis inlichtingenformulier ten behoeve van het informatiedossier en een Concept nationaal Certificaat van Overeenkomst zijn op verzoek verkrijgbaar via SDS@rdw.nl.
3
Als de aanvraag niet volledig is verzoekt RDW om de aanvraag aan te vullen binnen een termijn van twee weken. Als die termijn ongebruikt verstrijkt wordt een besluit genomen dat de aanvraag niet inhoudelijk wordt behandeld.
Artikel
6
Eerste beoordeling typegoedkeuring
1
De RDW deelt de rapportage met resultaten van de uitgevoerde administratieve documentbeoordeling met de marktdeelnemer en bevestigt een positieve beoordeling door middel van een e-mailbericht.
2
De RDW maakt direct na toezending van de positieve beoordeling als bedoeld in het eerste lid een afspraak voor de beoordeling van de productielocatie(s) binnen 12 maanden.
3
De RDW kan besluiten een bezoek aan productielocatie(s) plaats te laten vinden vóórdat een rapportage over de administratieve documentbeoordeling als bedoeld in het eerste lid wordt verzonden. Dit geldt in ieder geval indien de marktdeelnemer geen gecertificeerd kwaliteitssysteem heeft.
4
Indien de marktdeelnemer binnen 12 maanden na de positieve beoordeling bedoeld in het eerste lid nog niet heeft geproduceerd, moet de marktdeelnemer dit melden aan de RDW door middel van een verklaring van niet produceren, waarna de beoordeling van de productielocatie(s) bedoeld in het tweede lid één keer met maximaal 12 maanden uitgesteld kan worden.
5
De geldigheidsduur van de positieve beoordeling bedoeld in het eerste lid is maximaal 2 jaar.
6
Indien een beoordeling van productielocatie(s) niet kan worden uitgevoerd wegens onvoorziene omstandigheden, is het bepaalde in artikel 12, lid 1, 2 en 4 van overeenkomstige toepassing.
7
Indien de RDW afwijkingen van de vereisten constateert bij de administratieve documentbeoordeling of bij de beoordeling van de productielocatie(s) wordt de marktdeelnemer in de gelegenheid worden gesteld om corrigerende maatregelen te treffen. Corrigerende maatregelen moeten binnen de door de RDW gestelde termijn, uiterlijk drie maanden na het opleveren van de beoordeling getroffen te zijn. De opvolging van de voorgestelde maatregelen wordt door de marktdeelnemer tijdig en schriftelijk gecommuniceerd aan de RDW. De marktdeelnemer heeft in totaal drie mogelijkheden (bij de aanvraag en twee herbeoordelingen) om documenten correct en volledig aan te leveren.
8
De eerste beoordeling wordt negatief beoordeeld wanneer:
a.
de corrigerende maatregelen niet binnen drie maanden zijn getroffen of gecommuniceerd naar de RDW, of
b.
de afwijkingen na tweemaal gelegenheid tot het herstel niet zijn verholpen.
Indien documentatie wordt overgelegd waaruit blijkt dat een bepaald voorschrift op basis van een andere of buitenlandse norm is goedgekeurd, kan de RDW besluiten dat met die goedkeuring deels of geheel aan de gestelde goedkeuringseis is voldaan. De marktdeelnemer levert hiertoe inhoudelijke informatie over de gehanteerde eisen van deze norm aan, op grond waarvan RDW beoordeelt of die norm minimaal gelijkwaardige goedkeuringseisen stelt.
2
Een testrapport moet voor het betreffende (type) mobiele machine, onder vermelding van het type, en indien van toepassing, variant en uitvoering en voertuigidentificatienummer, zijn afgegeven. Het testrapport moet zijn afgegeven door de RDW.
3
Indien een geldig (deel-)certificaat wordt overgelegd, is voldaan aan de goedkeuringseis voor het onderwerp dat wordt afgedekt door dit betreffende (deel-)certificaat. Bij twijfel aan de geldigheid of juistheid van het betreffende (deel-)certificaat, stelt de RDW een nader onderzoek in. De aanvrager is gehouden tot volledige medewerking aan dit onderzoek.
Artikel
8
Voertaal typegoedkeuring
1
Schriftelijke en mondelinge communicatie tussen de RDW en de marktdeelnemer vindt plaats in de Nederlandse taal.
2
Tijdens de aanvraagprocedure en tijdens de audit in het kader van de eerste beoordeling of het toezicht op de Overeenstemming van de productie moet marktdeelnemer zorgdragen voor een gemachtigde die de Nederlandse taal op technisch inhoudelijk niveau voldoende beheerst of een tolk, dan wel een vertegenwoordiger van de technische dienst die de Nederlandse taal naar het oordeel van de RDW voldoende beheerst.
3
Uitsluitend met schriftelijke instemming van de RDW kan op verzoek van de aanvrager de voertaal Engels zijn. Het bepaalde in het tweede lid van dit artikel is in dat geval van overeenkomstige toepassing.
Artikel
9
Kosten aanvraag en toezicht typegoedkeuring
1
De kosten voor de behandeling van de aanvraag en het toezicht worden achteraf in rekening gebracht bij de marktdeelnemer conform de geldende Regeling tarieven Dienst Wegverkeer en met inachtneming van artikel 28, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994.
2
Bij betalingen moeten de factuurnummers en debiteurennummers volledig worden vermeld.
3
De RDW hanteert een betalingstermijn van 30 dagen. In uitzonderlijke gevallen kan RDW een andere termijn hanteren. Dit wordt op de desbetreffende factuur vermeld.
Artikel
10
Beslissing op de aanvraag typegoedkeuring
Bij verlening van een typegoedkeuring wordt het goedkeuringscertificaat toegezonden conform de bij de RDW vastgelegde modellen voor typegoedkeuringscertificaten.
Hoofdstuk
3
Toezicht nationale typegoedkeuring mobiele machine
Artikel
11
Wijze en frequentie toezicht
1
Het toezicht van de RDW op de marktdeelnemer vindt plaats door middel van document beoordeling, audits en productbeoordeling.
2
De marktdeelnemer moet blijvend voldoen aan eisen voor de positieve beoordeling, de eisen voor de productielocaties en de overeenstemming van de productie conform het bepaalde van Verordening (EU) 167/2013.
3
De marktdeelnemer bepaalt aan de hand van een risicoanalyse de noodzakelijke controles die essentieel zijn om de overeenstemming van productie te waarborgen en zorgt ervoor dat hij deze controles zelf uitvoert, vastlegt, analyseert en tijdens het productieproces bijstuurt waar nodig op de punten en/of momenten (in de tijd).
4
Uitbreiding of wijziging van de door de RDW beoordeelde productielocaties is alleen mogelijk met instemming van de RDW en nadat een verzoek daartoe is gedaan met behulp van het CoP-formulier genoemd in artikel 4 lid 4.
5
De marktdeelnemer toont aan dat hij in de fasen vóór, tijdens en na het productieproces, zelf de regie voert over alle essentiële aspecten die van belang zijn voor de waarborg van de overeenstemming van de productie.
6
Productieactiviteiten mogen uitsluitend plaatsvinden op een locatie die door de RDW is beoordeeld. De marktdeelnemer is en blijft verantwoordelijk voor de overeenstemming van de productie.
7
De frequentie van het toezicht wordt naast de eventuele voorschriften in de specifieke Europese regelgeving, mede bepaald op basis van een risicoanalyse van de RDW. De laagst mogelijke frequentie voor een bedrijfsbezoek bedraagt één bezoek in drie jaar.
8
De risicofactoren bij de risicoanalyse van de RDW als bedoeld in het zevende lid zijn in ieder geval:
a.
het ontbreken van een ISO-certificaat,
b.
bevindingen bij eerdere beoordelingen,
c.
de aard van het product,
d.
het tijdstip van de laatste audit,
e.
klachten en overige informatie over productafwijkingen bekend bij de RDW.
9
Audits kunnen in opdracht van de RDW worden uitgevoerd door hiervoor door de RDW aangewezen uitbestedingspartners of technische diensten categorie C.
Artikel
12
Planning toezicht
1
De RDW stelt de datum eenzijdig vast en informeert de marktdeelnemer tijdig hierover per e-mail.
2
De marktdeelnemer bevestigt per e-mail zo spoedig mogelijk en in iedere geval binnen 2 weken de ontvangst van de auditdatum.
3
Op verzoek van de marktdeelnemer en uitsluitend met instemming van de RDW kan de audit worden verplaatst. De RDW brengt de daartoe gemaakte reis- en verblijfkosten, zoals bedoeld in artikel 17 van de vigerende Regeling tarieven Dienst Wegverkeer, in rekening.
4
Indien een audit niet kan worden uitgevoerd door toedoen van de marktdeelnemer, of wegens een omstandigheid die aan de marktdeelnemer wordt toegerekend, worden alle reeds gemaakte kosten in rekening gebracht. Dit geldt niet als de RDW wegens omstandigheden die voor zijn rekening komt de audit annuleert.
5
Onverminderd overige bepalingen in deze beleidsregel over het toezicht, kan de RDW te allen tijde toezichtactiviteiten uitvoeren en medewerking verlangen van de marktdeelnemer en/of de contactpersonen.
Artikel
13
Planning toezicht CoP marktdeelnemers met geldige typegoedkeuring
1
Voorafgaand aan het passeren van de datum einde geldigheid van de ‘Verklaring van overeenstemming’ informeert de RDW of de uitbestedingspartner/technische dienst categorie C de marktdeelnemer die reeds een procedure voor een eerste beoordeling heeft doorlopen, per e-mail tijdig wanneer audit zal plaatsvinden. De marktdeelnemer moet deze datum binnen 2 weken bevestigen.
2
Indien een audit niet kan worden uitgevoerd wegens onvoorziene omstandigheden is het bepaalde in artikel 12, lid 1, 2 en 4 van overeenkomstige toepassing.
Artikel
14
Uitvoering toezicht
1
Audits worden uitgevoerd door respectievelijk inspecteurs van de RDW, auditeurs van uitbestedingspartners of door auditeurs van technische diensten categorie C.
2
De marktdeelnemer verleent medewerking aan de uitvoering van de audit.
3
De marktdeelnemer zorgt ervoor dat de in het eerste lid van dit artikel genoemde personen tijdens de audit onder veilige omstandigheden hun werk kunnen doen conform Kaderrichtlijn 89/391/EEG inzake de veiligheid en de gezondheid van werknemers.
4
Van de audit wordt een auditrapport opgemaakt door de inspecteur of auditeur en aan de marktdeelnemer toegestuurd. Hierin worden eventuele observaties (verbeterpunten) van de RDW en non-Conformiteit (afwijkingen) opgenomen die in ernst kunnen variëren.
5
De marktdeelnemer zorgt ervoor dat de documenten en procedures inzake de overeenstemming van de productie bedoeld in artikel 4 en 5 beschikbaar zijn voor de auditeurs of inspecteurs genoemd het eerste lid van dit artikel, tenzij hierover door de RDW andere afspraken met hem zijn vastgelegd.
6
De marktdeelnemer kan door de RDW in de gelegenheid gesteld worden om binnen een bepaalde termijn na de auditdatum corrigerende maatregelen te treffen om de geconstateerde afwijkingen te verhelpen. Het stellen van deze termijn is afhankelijk van de aard en ernst van de tekortkoming.
7
Binnen de in het lid 6 gestelde termijn informeert de marktdeelnemer de RDW in detail over de getroffen maatregelen.
8
Indien de audit met positief resultaat is afgerond, geeft de RDW een verklaring van overeenstemming af voor de duur van maximaal 3 jaar.
Hoofdstuk
4
Sancties en einde geldigheid typegoedkeuring
Artikel
15
Samenloop herstellende en disciplinaire sancties
1
De RDW kan een typegoedkeuring schorsen of intrekken afhankelijk van de ernst en aard van de overtreding.
2
Naast een schorsing als herstelsanctie kan de RDW een last onder dwangsom opleggen aan de marktdeelnemer overeenkomstig artikel 25, 27, 29, derde lid, of artikel 30, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 ter bevordering van het herstel. Bij een last onder dwangsom wordt per tijdseenheid een bedrag verbeurd.
Een intrekking van de goedkeuring geldt voor onbepaalde tijd.
2
De RDW trekt de typegoedkeuring in:
a.
op verzoek van de marktdeelnemer;
b.
bij een definitieve productiestop van het type waarvoor goedkeuring is verleend;
c.
bij faillissement van de marktdeelnemer aan wie de goedkeuring is verleend;
d.
bij gebruik van agressie /geweld tegen RDW-medewerkers, of;
e.
als blijkt dat de goedkeuring ten onrechte is verleend.
3
De RDW kan de typegoedkeuring intrekken als er sprake is van:
a.
bij het afleggen van valse verklaringen tijdens audits of terwijl er corrigerende of beperkende maatregelen gelden;
b.
bij het vervalsen van testresultaten voor Typegoedkeuringen of markttoezicht;
c.
bij het achterhouden van gegevens of technische specificaties van voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden;
d.
bij gebruik van manipulatievoorzieningen in het goedgekeurde product; of,
e.
bij het vermoeden van verstrekken van onjuiste informatie door of namens de marktdeelnemer
4
De RDW schorst de typegoedkeuring indien:
a.
er vermoedens zijn dat er redenen tot intrekking van de goedkeuring zijn zoals bedoeld in het tweede lid, onder e van dit artikel, maar het onderzoek en de daarbij behorende conclusies, nog niet beschikbaar zijn.
b.
er omstandigheden zijn die noch door de marktdeelnemer, noch door de RDW kunnen worden opgelost. Bijvoorbeeld als een productielocatie van de marktdeelnemer door een negatief reisadvies niet bereikbaar is.
c.
sprake is van door de marktdeelnemer te herstellen gebreken. Dit betreft onder meer:
i.
het weigeren van toegang tot informatie;
ii.
niet voldoen aan de betalingsverplichting van de marktdeelnemer;
iii.
uitblijven van het verstrekken van informatie aan RDW in het kader van toezicht op de conformiteit van de productie;
iv.
niet doorgeven van noodzakelijke wijzigingen aan de RDW;
v.
niet bevestigen, weigeren van of niet aanwezig zijn bij een audit door of namens de RDW;
vi.
niet-naleving van overige vereisten van de typegoedkeuringswetgeving; of,
vii.
Het weigeren om medewerking te verlenen aan een audit of monitoringsactiviteiten van de RDW of anderszins niet aan de uit de wet voortvloeiende verplichtingen voldoen.
5
Een schorsing wordt voor een bepaalde duur opgelegd. Die termijn wordt in het besluit vermeld.
6
Indien tijdens de schorsing de uitkomsten van het onderzoek zijn verkregen als bedoeld in het derde lid, onder a, van dit artikel kan de schorsing tussentijds worden beëindigd.
7
Indien niet binnen de in het vijfde lid van dit artikel genoemde termijn de gebreken naar tevredenheid van de RDW zijn hersteld wordt een besluit tot intrekking van de typegoedkeuring genomen.
Hoofdstuk
5
Wijzigingen aan een nationale typegoedkeuring
Artikel
17
Wijziging contactpersonen
1
De marktdeelnemer is verantwoordelijk voor het actueel houden van de contactgegevens die hij aan de RDW heeft doorgegeven. Wijzigingen worden onmiddellijk, maar uiterlijk binnen vijf werkdagen, door de marktdeelnemer doorgegeven via het emailadres cop@rdw.nl.
2
De marktdeelnemer stelt ten behoeve van de communicatie met de RDW een CoP-contactpersoon aan die het aanspreekpunt is voor audits en het doorgeven van relevante wijzigingen.
3
De marktdeelnemer stelt daarnaast een contactpersoon aan die binnen zijn organisatie als verantwoordelijke voor alle CoP aspecten wordt aangesproken. Dit mag dezelfde persoon zijn als de CoP-contactpersoon.
Artikel
18
Meldings- en aanvraagformulieren voor wijzigingen producten
1
Voor het melden van wijzigingen die de marktdeelnemer volgens de toepasselijke wetgeving aan de RDW moet doorgeven, moet gebruik worden gemaakt van het CoP-formulier als bedoeld in artikel 4.
2
Indien de wijziging naar het oordeel van de RDW aanleiding geeft tot een herziening of uitbreiding van het typegoedkeuringscertificaat of de daar toebehorende documenten, dan wel het ontstaan van een nieuw type, meldt de RDW dit aan de marktdeelnemer. In dat geval moet de marktdeelnemer dit aanvragen met het aanvraagformulier te vinden op de website van de RDW.
Artikel
19
Verzoek overdracht Typegoedkeuringen
Een typegoedkeuring is een (vermogens)recht dat niet kan worden overgedragen. Als de marktdeelnemer van naam wijzigt, wijzigt volgens de voertuigregelgeving het type eveneens. De bestaande typegoedkeuring kan mede daardoor niet meer worden gebruikt voor de productie. In dat geval moet de RDW de typegoedkeuringen intrekken. De RDW willigt verzoeken voor overdracht daarom niet in.
Artikel
20
Fusie en andere wijzigingen rechtsvorm marktdeelnemer
1
De RDW kan onder voorwaarden van artikel 19 afwijken in het geval aantoonbaar sprake is van een fusie of wijziging in de rechtsvorm van de marktdeelnemer aan wie de typegoedkeuring is verleend.
2
In geval van een fusie of wijziging van rechtsvorm moet de marktdeelnemer per ommegaande een aanvraag indienen voor de aanpassing van de typegoedkeuring(en), onder gebruikmaking van de in artikel 4 bedoeld formulieren.
Indien in een alternatief voorschrift is verwezen naar een bepaalde richtlijn, verordening of reglement dan is het toepassingsgebied daaruit van toepassing, tenzij in het alternatieve voorschrift daarvoor een expliciete uitzondering is gemaakt.
Artikel
23
Informatie van de marktdeelnemer
De marktdeelnemer moet de voor het uitvoeren van de testen benodigde informatie aanleveren. Indien in een eis vanuit een verordening, richtlijn of reglement informatie is vermeld die verstrekt moet worden in het kader van een typegoedkeuring, dan geldt dat niet voor een individuele goedkeuring.
Artikel
24
Nieuwe wijziging verordening/reglement
1
Bij een wijziging van wetgeving van de onder ‘basis’ aangeduide regelgeving in de alternatieve voorschriften na de vermelde versiedatum, kan RDW de mobiele machine toetsen aan de relevante gewijzigde regelgeving.
2
Indien wetgeving in een alternatief voorschrift over een bepaald onderwerp geen eisen bevat met betrekking tot complexe elektronische systemen of geavanceerde bestuurder ondersteunende functies en het voertuig om die reden niet voldoet aan het vereiste niveau van een toepasselijk alternatief voorschrift, dan kan RDW, indien wetgeving op het moment van de aanvraag wel voorziet in eisen voor dergelijke systemen en functies, het onderwerp toetsen aan alle relevante voorschriften uit geldende wetgeving, aangevuld met de relevante artikelen die volgens het betreffende alternatieve voorschrift moeten worden beoordeeld.
Artikel
25
Wijziging in de goedkeuring van mobiele machines
1
Een seriematig geproduceerd voertuig dat is gewijzigd, wordt voor wat betreft de onderwerpen die door de wijziging zijn geraakt beschouwd als zijnde een niet-seriematig geproduceerd voertuig, met uitzondering van het onderwerp emissies. In het onderwerp emissies is de handelwijze beschreven.
2
De onderwerpen die niet geraakt zijn door de wijziging worden geacht nog te voldoen aan de van toepassing zijnde voorschriften die gelden voor het seriematig geproduceerde voertuig.
Artikel
26
Documentatie marktdeelnemer of buitenlandse toelatingsautoriteit
1
Met documentatie van de marktdeelnemer of van de buitenlandse toelatingsautoriteit kan worden aangetoond dat is voldaan aan een alternatief voorschrift.
2
Onder documentatie bedoeld in het eerste lid wordt tevens verstaan een goedkeurmerk of informatie op een sticker of plaatje aangebracht door de marktdeelnemer.
3
De beoordeling van de geschiktheid van de documenten voor het aantonen van het voldoen aan het vereiste is aan de RDW.
Artikel
27
Berekening
1
Indien wordt aangegeven dat een berekening is toegestaan, dan moet de aanvrager deze berekening opstellen en overleggen. De RDW beoordeelt de berekening en bepaalt of deze berekening acceptabel is.
2
In het geval van gebruik van sterkteberekeningen moet het wiskundige model ten opzichte van de werkelijke testomstandigheden worden gevalideerd, tenzij de optredende spanningen in het model de vloei-/rekgrens van de toegepaste materialen niet overschrijden.
Artikel
28
Goedkeuringscertificaat
Indien een geldig goedkeuringscertificaat inclusief betreffende informatie en documentatie door de houder van de goedkeuring van toepassing wordt verklaard, is mogelijk voldaan aan het alternatieve voorschrift. De RDW beoordeelt of het goedkeuringscertificaat acceptabel is.
Indien sprake is van een mobiele machine die is voorzien van een systeem, onderdeel of technische eenheid waarin technologieën of concepten zijn toegepast die onverenigbaar zijn met een of meer individuele toelatingseisen kan slechts een voorlopige nationale goedkeuring worden aangevraagd op grond van artikel 3.7.1. Regeling voertuigen.
3
Ingeval het een mobiele machine betreft die is voorzien van één of meer complexe elektronische systemen of geavanceerde bestuurder ondersteunende functies die niet zijn toegestaan of niet voldoen aan het vereiste niveau van een toepasselijke individuele toelatingseis, dan wel niet voldoen aan de relevante voorschriften uit een latere versie van de betrokken regelgeving wordt door de RDW toegestaan dat onder de verantwoordelijkheid van de marktdeelnemer, deze systemen worden uitgeschakeld. De marktdeelnemer moet onder vermelding van het voertuigidentificatienummer schriftelijk verklaren dat de software van de complexe elektronische systemen of geavanceerde bestuurder ondersteunende functies definitief zijn uitgeschakeld én dat hij niet zal meewerken aan een softwarematige update van deze systemen zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van de goedkeuringsinstantie. De verklaring moet door de tekenbevoegde van de marktdeelnemer zijn ondertekend. Systemen die vanuit de toepasselijke regelgeving verplicht zijn gesteld mogen niet worden uitgeschakeld tenzij expliciet anders is vermeld.
Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:
1 januari 2025
Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:
–
Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:
1 januari 2021
Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:
Goedkeureis
Typegoedkeuring
De mobiele machine wordt geacht te voldoen indien de mobiele machine is voorzien van een geldige ‘CE-markering’, een EG-verklaring van overeenstemming en een (digitale) handleiding waaruit het gebruiksdoel blijkt.
Als de mobiele machine is voorzien van uitrusting die gevoelig kan zijn voor elektromagnetische compatibiliteit (EMC) dan moet expliciet zijn aangetoond dat de mobiele machine aan de hiervoor relevante eisen onder de machinerichtlijn voldoet. In dat geval moet in de verklaring van overeenstemming de norm waaraan elektromagnetische compatibiliteit van de mobiele machine is getoetst zijn vermeld. Indien dit ontbreekt, maar de EMC gevoelige onderdelen zijn voorzien van een geldige UNECE R10 goedkeuring is dit eveneens afdoende.
Voor het verkrijgen van een typegoedkeuring moet een voorbeeld van de EG-verklaring van overeenstemming die per voertuig wordt afgegeven worden opgenomen in het informatiedocument.
Individuele goedkeuring
Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld hiervoor bij typegoedkeuring zijn van toepassing, met dien verstande dat bij een reeds eerder in een EU/EVA geregistreerd voertuig de EG-verklaring van overeenstemming en handleiding op verzoek van de RDW moet worden overgelegd.
Wijze van keuren
Typegoedkeuring:
visuele controle
Individuele goedkeuring:
visuele controle
Toelichting
–
Artikel
31
Voorschrift Emissiegrenswaarden voor verontreinigende gassen en deeltjes
Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:
1 januari 2025
Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:
Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:
1 januari 2021
Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:
Goedkeureis
Typegoedkeuring
De mobiele machine moet zijn voorzien van een motor die voldoet aan Verordening (EU) 2016/1628 van de motorcategorie NRE of NRS, als bedoeld in artikel 4 van Verordening (EU) 2016/1628 of als gelijkwaardig erkende goedkeuring (zie toelichting).
Als alternatief mag de mobiele machine zijn voorzien van een motor van de motorcategorie ATS met elektrische ontsteking, mits de mobiele machine aan één van onderstaande voorwaarden voldoet:
a.
voertuig is uitgerust met een schrijlingse gerichte zitplaats en een stuurstang; of
b.
voertuig is uitgerust met een stuurwiel en bank of kuipstoel in een of meer rijen en met een maximumconstructiesnelheid van 25 km/h of meer.
De emissiefase van de motor moet voldoen aan het niveau wat is voorgeschreven volgens de verordening.
De motor moet zijn gemonteerd volgens de voorschriften van de motorfabrikant waarbij tevens geldt dat informatie aan de eindgebruiker aanwezig is en ter beschikking wordt gesteld.
Individuele goedkeuring
Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld hiervoor bij typegoedkeuring zijn van toepassing. Echter in afwijking van bovenstaande mag de verbrandingsmotor van mobiele machine zijn aangepast om geheel of met bijmenging van waterstof te functioneren. De aanvrager moet meetresultaten aanleveren gemeten volgens de transiënt en steady state cycli die beschreven staan in bijlage IV van Verordening (EU) 2016/1628. De meetresultaten moeten aantonen dat, bij alle mogelijke mate van bijmengverhoudingen van waterstof in het brandstofsysteem, aan de emissiegrenswaarden van de geldende emissiefase wordt voldaan.
Wijze van keuren
Typegoedkeuring:
Visuele controle en/of meten.
De motor moet volgens voorschrift van de motorleverancier zijn ingebouwd, bijvoorbeeld op basis van de verklaring van de motorleverancier of door motorleverancier verstrekte inbouwinstructies. Het informatiepakket van de motorleverancier dat door de marktdeelnemer van de mobiele machine aan de eindgebruiker wordt verstrekt wordt vastgelegd.
Individuele goedkeuring:
Visuele controle en/of meten. In afwijking van bovenstaande wordt voor individuele goedkeuring geacht te zijn voldaan indien de verbrandingsmotor is voorzien van een typegoedkeuringsnummer volgens Verordening (EU) 2016/1628 of gelijkwaardige goedkeuring en fabrieksmatig is ingebouwd.
Toelichting
In bijlage XIII van Verordening (EU) 2017/654 is de erkenning van gelijkwaardige goedkeuringen voor motoren opgenomen.
Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:
1 januari 2025
Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:
Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:
1 januari 2021
Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:
Goedkeureis
Voorgeschreven plaat
Typegoedkeuring
De mobiele machine moet zijn voorzien van een voorgeschreven plaat en voldoen aan Verordening (EU) 2015/208, bijlage XX. In afwijking van punt 3.1 moet op de voorgeschreven plaat minimaal onderstaande informatie zijn vermeld:
•
naam van de fabrikant;
•
NL-typegoedkeuringsnummer;
•
het type;
•
het voertuigidentificatienummer;
•
de technisch toegestane maximummassa van het voertuig in beladen toestand;
•
de technisch toegestane maximummassa per as of rupsbandset, en
•
de technisch toegestane getrokken massa(’s).
Als er sprake is van een mobiele machine die in meerdere fasen wordt voltooid, brengt iedere fase fabrikant, aanvullend, een eigen constructieplaat aan waarop minimaal onderstaande informatie staat vermeld:
•
de naam van de marktdeelnemer;
•
de goedkeuringsfase;
•
NL-typegoedkeuringsnummer;
•
het voertuigidentificatienummer; en
•
het gewijzigde gegeven(s).
Individuele goedkeuring
Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld hiervoor bij typegoedkeuring zijn van toepassing. Echter in afwijking van bovenstaande mag in het geval van een individuele goedkeuring de vermelding van het NL-typegoedkeurnummer en het type op de voorgeschreven plaat/platen achterwege blijven.
De technisch toegestane getrokken massa(’s) mag op de constructieplaat ontbreken indien deze massa blijkt uit de documentatie van de op de constructieplaat vermelde marktdeelnemer of indien het voertuig niets mag trekken.
Voertuigidentificatienummer
Typegoedkeuring
1.
De mobiele machine moet zijn voorzien van een voertuigidentificatienummer dat voldoet aan Verordening (EU) 2015/208, bijlage XX, punt 4.
2.
In afwijking van het gestelde in bijlage XX, punt 4 voldoet het voertuigidentificatienummer van de mobiele machine wanneer deze is opgebouwd door een gestructureerde combinatie van tekens die door de marktdeelnemer ondubbelzinnig aan één bepaalde mobiele machine is toegewezen.
Hieraan wordt eveneens geacht te zijn voldaan indien het voertuigidentificatienummer voldoet aan het gestelde in:
In afwijking van het gestelde in bijlage XX, punt 4. mag het voertuigidentificatienummer aan de rechterzijde dan wel linkerzijde van het voertuig zijn aangebracht.
Individuele goedkeuring
Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld bij typegoedkeuring zijn van toepassing.
Wijze van keuren
Typegoedkeuring:
visuele controle
Individuele goedkeuring:
visuele controle, zo nodig meten.
Toelichting
–
Artikel
33
Voorschrift Vloeibaar petroleumgas (LPG)
Versie 1 januari 2025
Voertuigcategorie Mobiele Machine
Basis
VN/ECE-reglement nr. 67 tot en met supplement 14 op wijzigingenreeks 01
Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:
1 januari 2025
Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:
Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:
1 januari 2021
Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:
Goedkeureis
Typegoedkeuring
De mobiele machine die is uitgerust met een motor die wordt gevoed door LPG moet zijn uitgerust met specifieke voorzieningen voor het gebruik van LPG als voertuigbrandstof die voldoet aan de eisen van deel I, punt 6 wat betreft de onderdelen van de installatie en deel II, punt 17, wat betreft de installatie op het voertuig van VN/ECE-reglement nr. 67.
Voor zover er sprake is van de specifieke eisen voor bepaalde voertuigcategorieën zijn de eisen voor categorie N3 overeenkomstig van toepassing op mobiele machines.
Indien de bevestiging van de brandstoftank voldoet aan het gestelde in bijlage 5 van VN/ECE-reglement nr. 115 tot en met supplement 10 op wijzigingenreeks 00, wordt geacht te zijn voldaan aan de eisen omtrent de bevestiging hiervan vermeld in deel II punt 17.4.6. van VN/ECE-reglement nr. 67.
Mobiele machines mogen in plaats van de tank inclusief appendages en aansluitingen zijn voorzien van gasflessen inclusief appendages en aansluitingen. Deze gasflessen inclusief appendages en aansluitingen blijven buiten beschouwing tijdens de goedkeuring.
Individuele goedkeuring
Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld hiervoor bij typegoedkeuring zijn van toepassing. In aanvulling hierop:
1.
mag de fabricagedatum van de flexibele slangen die worden toegepast in een gedeelte waar de druk hoger is dan 0,2 bar niet verder zijn terug gelegen dan 2 jaar; en
2.
mag de beproevingsdatum van de LPG-tank niet verder terug zijn gelegen dan 10 jaar.
3.
Het gestelde in de punten 1 en 2 zijn niet van toepassing indien het voertuig geregistreerd is geweest in een EU/EVA-land en de installatie reeds was gemonteerd.
Wijze van keuren
Typegoedkeuring:
visuele controle en uitvoeren vereiste testen
Individuele goedkeuring:
visuele controle en uitvoeren vereiste testen
Toelichting
–
Artikel
34
Voorschrift Elektrische aandrijflijn
Versie 1 januari 2025
Basis
VN/ECE-reglement nr. 100 tot en met supplement 1 op wijzigingenreeks 02
Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:
1 januari 2025
Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:
Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:
1 januari 2021
Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:
Goedkeureis
Een mobiele machine met een elektrische aandrijflijn moet voldoen aan VN/ECE-reglement nr. 100 tot en met supplement 1 op wijzigingenreeks 02:
•
punt 3, met uitzondering van de verplichting om de documentatie in drievoud te verstrekken en met uitzondering van punt 3.1.2.2. en het in punt 3.1.3. gestelde met betrekking tot de toetsing van punt 6 en punt 3.2.; en
•
punt 5, met uitzondering van punt 5.2.1 tot en met 5.2.1.2
In afwijking tot gestelde in punt 5.4. mag de aanvrager met betrekking tot waterstofemissies van batterijen op basis van waterige elektrolyten tot tevredenheid van de Dienst Wegverkeer aantonen dat aan de eisen in bijlage 7 is voldaan. Als alternatief mag worden aangetoond dat wordt voldaan het gesteld in Verordening (EU) 2015/208 bijlage XXIV om aan te tonen dat wordt voldaan aan het gestelde in VN/ECE-reglement nr. 100 tot en met supplement 1 op wijzigingenreeks 02.
Wijze van keuren
Typegoedkeuring:
visuele controle en uitvoeren vereiste testen.
Individuele goedkeuring:
visuele controle en uitvoeren vereiste testen. In het geval het een seriematig geproduceerde mobiele machine betreft wordt deze geacht te voldoen.
VN/ECE-Reglement nr. 110 tot en met supplement 02 op wijzigingenreeks 01
Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:
1 januari 2025
Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:
Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:
1 januari 2021
Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:
Goedkeureis
Algemeen CNG en LNG
Voor zover er sprake is van de specifieke eisen voor bepaalde voertuigcategorieën zijn de eisen voor categorie N3 overeenkomstig van toepassing op mobiele machines.
Indien de bevestiging van de brandstoftank voldoet aan het gestelde in bijlage 5 van VN/ECE-reglement nr. 115 tot en met supplement 10 op wijzigingenreeks 00, wordt geacht te zijn voldaan aan de eisen omtrent de bevestiging hiervan vermeld in VN/ECE-reglement nr. 110.
Mobiele machines mogen in plaats van de tank inclusief appendages en aansluitingen zijn voorzien van gasflessen inclusief appendages en aansluitingen. Deze gasflessen inclusief appendages en aansluitingen blijven buiten beschouwing tijdens de typegoedkeuring.
CNG
Typegoedkeuring
De mobiele machine met een brandstofsysteem van een motor die wordt gevoed door CNG, moet voldoen aan deel I, punt 6, en deel II, punt 17 van VN/ECE-reglement nr. 110.
Individuele goedkeuring
Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld hiervoor bij typegoedkeuring zijn van toepassing. In aanvulling hierop:
1.
mag de fabricagedatum van de flexibele slangen niet verder terug zijn gelegen dan 1 jaar; en
2.
mag de geldigheidstermijn tot de eerstvolgende periodieke controle zoals voorgeschreven door de fabrikant van de CNG-tank niet zijn overschreden.
3.
Het gestelde in de punten 1 en 2 is niet van toepassing indien het voertuig geregistreerd is geweest in een EU/EVA-land en de installatie reeds was gemonteerd.
LNG
Typegoedkeuring
De mobiele machine met een brandstofsysteem van een motor die wordt gevoed door LNG, moet voldoen aan deel I, punt 8 en deel II, punt 18 van VN/ECE-reglement nr. 110.
Individuele goedkeuring
Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld hiervoor bij typegoedkeuring zijn van toepassing. In aanvulling hierop:
1.
mag de fabricagedatum van de flexibele slangen niet verder terug zijn gelegen dan 1 jaar; en
2.
mag de geldigheidstermijn tot de eerstvolgende periodieke controle zoals voorgeschreven door de marktdeelnemer van de LNG-tank niet zijn overschreden.
3.
Het gestelde in de punten 1 en 2 zijn niet van toepassing indien het voertuig geregistreerd is geweest in een EU/EVA-land en de installatie reeds was gemonteerd.
Wijze van keuren
Typegoedkeuring
visuele controle en uitvoeren vereiste testen.
Individuele goedkeuring
visuele controle en uitvoeren vereiste testen
Toelichting
–
Artikel
36
Voorschrift Bevestiging LPG-, CNG- en LNG-tank
Versie 1 januari 2025
Basis
VN/ECE-reglement nr. 115 tot en met supplement 10 op wijzigingenreeks 00
Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:
1 januari 2025
Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:
Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:
1 januari 2021
Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:
Goedkeureis
Indien de bevestiging van de brandstoftank voldoet aan het gestelde in deel II punt 17.4.6. van VN/ECE-reglement nr. 67 of is voldaan aan de eisen omtrent de bevestiging hiervan vermeld in VN/ECE-reglement nr. 110, wordt geacht te zijn voldaan aan de eisen omtrent de bevestiging hiervan vermeld in bijlage 5 van VN/ECE-reglement nr. 115 tot en met supplement 10 op wijzigingenreeks 00
Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:
1 januari 2025
Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:
Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:
1 januari 2021
Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:
Goedkeureis
Typegoedkeuring
Algemeen
Als voor het voldoen aan de eisen gebruik moet worden gemaakt van middelen voor indirect zicht moet het mogelijk zijn om een wegpilon te kunnen onderscheiden van de omgeving op de cirkel met 12,00 m radius of binnen de begrenzing van het omschreven zichtveld. De afmetingen van de hier benoemde wegpilon moet voldoen aan ISO 3888:2-2011.
In het geval er gebruik gemaakt wordt van inrichtingen voor indirect zicht hoeven deze niet verplicht te zijn voorzien van een goedkeuringsmerk, klasse-aanduiding en extra symbool. De onderdelen moeten afdoende identificeerbaar zijn.
Voor zover van toepassing worden de in een norm gestelde eisen, testprocedure en criteria ook voor een mobiele machine die breder is dan 2,55 m toegepast.
Individuele goedkeuring
Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld hiervoor bij typegoedkeuring zijn van toepassing. Echter in afwijking van bovenstaande is het niet noodzakelijk dat de toegepaste onderdelen identificeerbaar zijn.
Typegoedkeuring en individuele goedkeuring
Gezichtsveld bestuurder naar voren en naar de zijkant (op een halve cirkel met 12,00 m radius)
Het gezichtsveld van de bestuurder naar voren en naar de zijkant moet voldoen aan punt 1 van de Verordening (EU) 2015/208, bijlage VII, met uitzondering van hetgeen is vermeld over de ruitenwissers.
Voor wat betreft het gestelde in de vermelde ISO-norm 5721-1:2013 zijn de volgende punten uitgezonderd:
•
punt 5.1.2, laatste alinea (afschermingen buiten 9,50 m midden sector); en
•
punt 5.1.4. (eisen ruitenwisser).
Binnen de 9,50 m sector recht naar voren mogen maximaal twee maskingeffecten optreden die elk niet breder zijn dan 0,70 m.
Buiten de 9,50 m sector mogen aan elke zijde maximaal twee maskingeffecten voorkomen die elk niet breder zijn dan 1,50 m of:
•
wanneer de maximumconstructiesnelheid van de mobiele machine ≤ 25 km/h is mag één maskingeffect op de 12,00 m cirkel links en één maskingeffect op de 12,00 m cirkel rechts buiten 9,50 m sector zijn vergroot tot 5,50 m op voorwaarde dat het aansluitende vrije-zichtgebied op de halve cirkel minimaal 1,30 m breed is; of
•
wanneer de maximumconstructiesnelheid van de mobiele machine > 25 km/h is mag één maskingeffect op de 12,00 m cirkel links en één maskingeffect op de 12,00 m cirkel rechts buiten 9,50 m sector zijn vergroot tot 4,50 m op voorwaarde dat het aansluitende vrije-zichtgebied op de halve cirkel minimaal 1,30 m breed is.
Afhankelijk van de maximumconstructiesnelheid van de mobiele machine mag de positie van de ogen van bestuurder in horizontale richting zowel links als rechts maximaal worden verplaatst als aangegeven om het maskingeffect te minimaliseren.
≤ 25 km/h
170 mm
≤ 50 km/h
100 mm
> 50 km/h
50 mm
Het vereiste zicht buiten de 9,5 m sector mag worden behaald met direct of met combinatie met indirect zicht daarvan.
Zichtafscherming veroorzaakt door de aanwezigheid van een achteruitkijkspiegel blijven buiten beschouwing wanneer deze constructief niet anders kan worden aangebracht.
Het gezichtsveld van de bestuurder naar voren en naar de zijkant op de cirkel met 12,00 m radius wordt geacht te voldoen indien kan worden aangetoond dat dit voldoet aan:
•
ISO 5721-1:2013;
•
ISO 5006:2006;
•
ISO 5006:2017;
•
ISO 15830:2012; of
•
ISO 13564-1:2012
Gezichtsveld bestuurder naast de mobiele machine
Het gezichtsveld van de bestuurder naast de mobiele machine moet voldoen aan de gezichtsvelden beschreven in punt 2 van Verordening (EU) 2015/208, bijlage VII.
Het vereiste zicht mag worden behaald met direct of indirect zicht of een combinatie daarvan.
Eén afscherming in elk zichtveld naast de mobiele machine is toegestaan op voorwaarde dat deze afscherming nergens een ronde schijf met een diameter van 300 mm geheel aan het zicht onttrekt.
Het gezichtsveld van de bestuurder naast de mobiele machine wordt geacht te voldoen indien kan worden aangetoond dat dit voldoet aan:
•
ISO 5721-2:2014;
•
ISO 5006:2006;
•
ISO 5006:2017;
•
ISO 15830:2012;
•
ISO 13564-1:2012; of
•
VN/ECE-reglement Nr. 46 tot en met supplement 01 op wijzigingenreeks 03.
Het gezichtsveld van de bestuurder naar achter wordt geacht te voldoen, indien kan worden aangetoond dat dit voldoet aan:
•
ISO 5721-2:2014;
•
ISO 5006:2006;
•
ISO 5006:2017; of
•
VN/ECE-reglement Nr. 46 tot en met supplement 01 op wijzigingenreeks 03.
Wijze van keuren
Visuele controle en/of meten.
Visuele controle, door een persoon van gemiddeld gestalte die op gebruikelijke wijze zit of staat, waarbij een aanwezige zitplaats in de juiste rijstand is afgesteld.
Gezichtsveld naar voren en naar de zijkant
Vanuit een punt op de grond recht onder de oogpunten van de bestuurder wordt een halve denkbeeldige cirkel getrokken met een radius van 12,00 m.
De afmeting van een zichtafscherming (maskingeffect) op de cirkel met 12,00 m radius wordt gemeten in een rechte lijn tussen de uiterste punten van het maskingeffect op die cirkel.
Gezichtsveld bestuurder naast de mobiele machine
Het is toegestaan dat de persoon zich vanuit gebruikelijke zit- of sta-positie maximaal 170 mm heen en weer verplaatst.
Voor zover er sprake is van de specifieke eisen voor bepaalde voertuigcategorieën zijn de eisen voor categorie N3 overeenkomstig van toepassing op mobiele machines.
Indien de bevestiging van de brandstoftank voldoet aan het gestelde in bijlage 5 van VN/ECE-reglement nr. 115 tot en met supplement 10 op wijzigingenreeks 00, wordt geacht te zijn voldaan aan de eisen omtrent de bevestiging hiervan vermeld in bijlage IV, deel 1 punt 2.2. van Verordening (EU) 406/2010.
Ten behoeve van de beoordeling moeten de ingevulde formulieren overeenkomstig bijlage I, deel 1 en 3, van de Verordening (EU) 406/2010 worden overgelegd.
Wijze van keuren
Typegoedkeuring:
visuele controle en uitvoeren vereiste testen.
In afwijking van de vereiste testen is een berekening toegestaan.
Individuele goedkeuring:
visuele controle en uitvoeren vereiste testen.
In afwijking van de vereiste testen is een berekening toegestaan
Toelichting
–
Artikel
39
Voorschrift Signalisatieborden en signalisatiefolie
Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:
1 januari 2025
Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:
Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:
1 januari 2021
Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:
Goedkeureis
Typegoedkeuring
Een mobiele machine moet voor wat betreft de eventueel gemonteerde signalisatieborden of aangebrachte signalisatiefolie voldoen aan:
•
de eisen van punt 2, met uitzondering van de verplichting om de documentatie in drievoud te verstrekken;
•
de punten 5.4, 5.5, 5.6, 5.7 en 5.9; en
•
punt 6.26, waarbij in aanvulling op het gestelde in aanhangsel 3, punt 2, wordt een signalisatiebord of -folie geaccepteerd met de aanduiding TP ESC B of RA 2.
Indien een signalisatiebord of -folie voldoet aan VN/ECE-reglement nr. 104, klasse C worden de eisen van punt 5.4 buiten beschouwing gelaten.
Individuele goedkeuring
Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld hiervoor bij typegoedkeuring zijn van toepassing. Echter in afwijking hiervan hoeft voor individuele goedkeuring niet te worden voldaan aan punt 2 van bijlage XII. van Verordening 2015/208
Bij mobiele machines met een datum eerste toelating van voor 1 januari 2025 zijn eveneens de eisen van aanhangsel 3 punt 2 uitgezonderd.
Wijze van keuren
Typegoedkeuring:
visuele controle en uitvoeren vereiste testen
Individuele goedkeuring:
visuele controle en uitvoeren vereiste testen
Toelichting
Wanneer wordt gekozen voor een afwijkende vorm moeten er 3 vlakken van 141 bij 141 mm aanwezig zijn. Indien in dat geval niet de oppervlakte van 4 vlakken van 141 bij 141 mm (795 cm2) wordt gehaald, moet er een 2e bord links en rechts worden geplaatst wat minimaal 3 vlakken bevat.
Aanvragen die zijn ingediend onder de 'Beleidsregel nationale goedkeuring mobiele machines’ maar waarop nog niet is beschikt bij het in werking treden van deze beleidsregel, worden afgehandeld overeenkomstig deze beleidsregel.
Artikel
41
Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel nationale goedkeuring mobiele machines 2026.
Artikel
42
Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 juli 2026
Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Directie van de RDW,J.WoudstraAlgemeen Directeur