Artikel
1
– Vaststelling
1
In overeenstemming met artikel 4:44 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en artikel 10 van de Subsidieregelingen beroepsopleiding sociaal advocaten (hierna: subsidieregelingen) dient de subsidieontvanger binnen twee maanden nadat de stage met gunstig gevolg is voltooid schriftelijk een aanvraag tot subsidievaststelling in. Hierbij wordt de stageverklaring overgelegd.
2
Na het verstrijken van de termijn genoemd in artikel 1 lid 1 van deze regeling controleert de RvR op basis van de ontvangen informatie of de subsidieontvanger aan de verplichtingen heeft voldaan. Als eerder uit ontvangen informatie blijkt dat de subsidieontvanger niet kan voldoen aan de verplichtingen, stelt de RvR dan de subsidie vast.
3
Bij ontbrekende informatie wordt de subsidieontvanger in de gelegenheid gesteld de ontbrekende informatie binnen vier weken alsnog aan te leveren.
4
Als de RvR op basis van de ontvangen informatie na de periode genoemd in het derde lid niet kan vaststellen dat is voldaan aan de verplichtingen en voornemens is de subsidie lager vast te stellen en terug te vorderen, stelt hij de subsidieontvanger hiervan op de hoogte. De RvR stelt de subsidieontvanger daarbij conform artikel 4:7 Awb in de gelegenheid binnen twee weken een zienswijze in te dienen en daarbij stukken en informatie aan te leveren waaruit blijkt dat wel aan de subsidievoorwaarden is voldaan.
5
Bij de berekening van het aantal van 60 verkregen toevoegingseenheden kunnen, op verzoek van de subsidieaanvrager, toevoegingseenheden die door de patroon zijn verkregen maar waarin de advocaat-stagiaire heeft (mee)gewerkt meetellen. Dit met een maximum van tien toevoegingseenheden. De patroon levert daartoe een overzicht aan met toevoegingen waarin de advocaat-stagiaire werkzaamheden heeft verricht. Heeft de advocaat-stagiaire een deel van de werkzaamheden in een toevoeging gedaan dan wordt dit in het overzicht duidelijk vermeld.
6
De RvR stelt de subsidie vast op het bedrag van het verstrekte voorschot als is voldaan aan de verplichtingen. De volgende drie situaties worden niet beschouwd als tekortkoming:
-
a.
De advocaat-stagiaire is tijdens de beroepsopleiding overgestapt naar een ander advocatenkantoor waarbij de nieuwe patroon en tweede begeleider voldoen aan de voorwaarden in de subsidieregeling;
-
b.
Het succesvol afronden van de opleiding heeft langer dan drie jaar geduurd en de subsidieontvanger heeft de RvR daarover geïnformeerd;
-
c.
De advocaat-stagiaire is noodgedwongen gestopt met de beroepsopleiding vanwege ziekte en/of familieomstandigheden en kan dit aantonen.
7
De RvR stelt de subsidie lager vast als niet is voldaan aan de voorwaarden. Dit geldt in ieder geval in de volgende gevallen:
-
a.
de subsidieontvanger verstrekt geen of onvoldoende informatie;
-
b.
de advocaat-stagiaire stapt tijdens de beroepsopleiding over naar een ander advocatenkantoor dat niet werkt op basis van gesubsidieerde rechtsbijstand;
-
c.
de advocaat-stagiaire wijzigt tijdens de beroepsopleiding van patroon of tweede begeleider terwijl de nieuwe patroon of tweede begeleider niet aan de voorwaarden voldoet;
-
d.
de advocaat-stagiaire stopt met de beroepsopleiding voordat deze succesvol is afgerond, met uitsluiting van de omstandigheid zoals beschreven in lid 6 onder c;
-
e.
aan de advocaat-stagiaire zijn gedurende de stage minder dan 60 toevoegingseenheden afgegeven overeenkomstig het bepaalde in artikel 9 lid 2 van de subsidieregelingen en artikel 1 lid 5 van deze regeling.