Besluit van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur 02 juli 2026, nr. ZK-0000148409, houdende tijdelijke vrijstelling op grond van artikel 38 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden voor de beheersing van melige koolluis en koolwittevlieg in de onbedekte teelt van spruitkool (Tijdelijke vrijstelling voor de beheersing van melige koolluis en koolwittevlieg in de onbedekte teelt van spruitkool, 2026)
Tijdelijke vrijstelling voor de beheersing van melige koolluis en koolwittevlieg in de onbedekte teelt van spruitkool, 2026
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
handelende in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
Aan de vrijstelling bedoeld in artikel 1 zijn de in de bijlage bij dit besluit opgenomen voorschriften en beperkingen verbonden.
Artikel
3
Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2026 en vervalt op 28 oktober 2026.
Artikel
4
Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijke vrijstelling voor de beheersing van melige koolluis en koolwittevlieg in de onbedekte teelt van spruitkool, 2026.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
namens deze,
F.WolfDirecteur Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit
Het middel is uitsluitend toegelaten als insectenbestrijdingsmiddel voor het professionele gebruik in het volgende toepassingsgebied (volgens Definitielijst toepassingsgebieden versie 2.2 Ctgb juni 2019) onder de hierna vermelde toepassingsvoorwaarden.
Spruitkool
(onbedekte teelt)
Gewasbehandeling
Bladluis1
Wittevlieg2
0,5 L/ha
0,5 L/ha
2
1 L/ha
14
3
1 Melige koolluis (Brevicoryne brassicae)
2 Koolwittevlieg (Aleyrodes brassicae)
Toepassingsvoorwaarden
Artikel 1: koop
De koop van dit middel, voor gebruik in overeenstemming met dit vrijstellingsbesluit, is verboden tenzij deze plaats vindt onder gecontroleerde distributie middels het digitale registratiesysteem van de Stichting Certificatie Distributie in Gewasbeschermingsmiddelen, Stichting CDG.
De koper verstrekt bij de melding:
a)
De bij de gecombineerde opgave aangemelde percelen waar hij het product wil toepassen, waarbij het systeem controleert of het perceel aangemeld is om het gewas waarvoor een vrijstelling is afgegeven te telen.
b)
Een verklaring dat de te behandelen percelen beschikken over een teeltvrije zone van tenminste
•
175 centimeter bij het gebruik van een techniek uit de klasse DRT97,5;
•
275 centimeter bij het gebruik van een techniek uit de klasse DRT95;
•
of 325 centimeter bij het gebruik van een techniek uit de klasse DRT90.
c)
Voor de controle door de distributeur dat de koper kan voldoen aan de in dit Wettelijk Gebruiksvoorschrift (WG) gestelde eisen ten aanzien van driftreductie.
1.
Het SKL1Stichting Kwaliteitseisen Landbouwtechniek keuringsrapport van de te gebruiken spuitapparatuur niet ouder dan 3 jaar of
2.
voor spuitapparatuur niet ouder dan 3 jaar het aanschafbewijs.
d)
Een verklaring dat hij kennis heeft genomen van, en voldoet aan de voorwaarden in dit besluit.
Artikel 2: gebruik of voorhanden hebben
Het is verboden om dit middel voorhanden te hebben voor gebruik in de teelt van spruitkool of in die teelt te gebruiken zonder aan de eisen te voldoen genoemd onder artikel 1.
Artikel 3: verkoop
Het is verboden dit middel te verkopen voor gebruik in de teelt van spruitkool aan een koper die niet aantoont dat hij voldoet aan de eisen genoemd onder artikel 1. Verkoop vindt plaats volgens het regime van gecontroleerde distributie van de Stichting CDG.
Artikel 4: toepassing
Gevaarlijk voor bijen. Om de bijen en andere bestuivende insecten te beschermen mag u dit product niet gebruiken op in bloei staande gewassen of op niet-bloeiende gewassen wanneer deze actief bezocht worden door bijen en hommels. Gebruik dit product niet in de buurt van in bloei staand onkruid. Verwijder onkruid voordat het bloeit. Na een gewasbehandeling percelen nog minimaal twee weken vrijhouden van bloeiende onkruiden.
Om niet tot de doelsoorten behorende insecten/geleedpotigen en bijen te beschermen, is toepassing in de teelt van spruitkool uitsluitend toegestaan indien op het gehele perceel gebruik gemaakt wordt van:
–
een techniek uit tenminste de klasse DRT97,5 in combinatie met een teeltvrije zone van tenminste 175 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant in de rij tot aan de perceelgrens), of
–
een techniek uit tenminste de klasse DRT95 in combinatie met een teeltvrije zone van tenminste 275 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant in de rij tot aan de perceelgrens), of
–
een techniek uit tenminste de klasse DRT90 in combinatie met een teeltvrije zone van tenminste 325 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant in de rij tot aan de perceelgrens).
Let op: dit middel kan schadelijk zijn voor natuurlijke vijanden. Raadpleeg deskundigen (uw leverancier van natuurlijke vijanden, de producent van dit middel, uw adviseur) over het gebruik van dit middel in combinatie met het gebruik van natuurlijke vijanden.
Resistentiemanagement
Dit middel bevat de werkzame stof spirotetramat. Spirotetramat behoort tot de acetyl CoA carboxylase remmers. De IRAC code is 23. Bij dit product bestaat er kans op resistentieontwikkeling. In het kader van resistentiemanagement dient u de adviezen die gegeven worden in de voorlichtingsboodschappen, op te volgen.