De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) heeft de volgende beleidsregel vastgesteld met betrekking tot het opleggen van een last onder dwangsom. Dit dwangsombeleid heeft betrekking op lasten onder dwangsom die worden opgelegd wegens overtredingen van voorschriften waarop de RDI toezicht houdt en waarvoor de RDI bevoegd is om namens de Minister, dan wel Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (Digitale Economie en Soevereiniteit), de Minister van Klimaat en Groene Groei en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (de Minister dan wel de Staatssecretaris) een last onder dwangsom op te leggen. Deze voorschriften zijn opgenomen in bijlage 1.
Artikel
1
– Definities
In het kader van dit beleid wordt verstaan onder:
a.
begunstigingstermijn: de termijn die is opgenomen in een last onder dwangsom waarbinnen de overtreder aan de last kan voldoen zonder dat één of meer dwangsommen worden verbeurd;
b.
last onder dwangsom: de herstelsanctie inhoudende een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding of tot het voorkomen van verdere overtreding, en de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd als bedoeld in artikel 5:31d en artikel 5:32a van de Algemene wet bestuursrecht;
c.
rechtspersoon: de personen bedoeld in titel 2.1 van het Burgerlijk Wetboek of een buitenlandse equivalent.Voor de toepassing van dit beleid wordt met de rechtspersoon gelijkgesteld: de vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, de maatschap, de rederij en het doelvermogen;
d.
totale dwangsom: de som van het mogelijk te verbeuren totale bedrag aan dwangsommen, in beginsel vastgesteld binnen de bandbreedte uit artikel 5.1.
Artikel
2
– Reikwijdte
Dit dwangsombeleid is van toepassing op lasten onder dwangsom die worden opgelegd vanwege overtredingen van bepalingen met het toezicht op de naleving waarvan de RDI belast is. Deze bepalingen zijn opgenomen in bijlage 1.
Artikel
3
– Uitgangspunten
3.1
Bij het opleggen van een last onder dwangsom door de RDI staat het bevorderen van normconform gedrag centraal.
3.2
De RDI kan een last onder dwangsom opleggen strekkende tot herstel van een geconstateerde overtreding. De RDI kan voorts een last onder dwangsom opleggen om te voorkomen dat een overtreding wordt begaan dan wel ter voorkoming van herhaling, indien het gevaar daarvoor klaarblijkelijk dreigt.
3.3
Het opleggen van een last onder dwangsom laat de bevoegdheid om voor dezelfde overtreding een punitieve sanctie op te leggen onverlet.
3.4
Indien de RDI een dwangsombesluit neemt, omschrijft de last onder dwangsom de te nemen herstelmaatregelen. Indien de dwangsom strekt tot het ongedaan maken van een overtreding of het voorkomen van verdere overtreding, wordt een begunstigingstermijn gesteld waarbinnen de overtreder de last kan uitvoeren zonder dat een dwangsom wordt verbeurd.
3.5
Indien de RDI een last onder dwangsom oplegt, stelt de RDI de hoogte van de dwangsom vast op een bedrag dat in redelijke verhouding staat tot de zwaarte van het door de overtreding geschonden belang, de maatschappelijke impact, de mogelijke schade voor derden en de beoogde werking van de last onder dwangsom. Het bedrag moet een voldoende prikkel zijn om de overtreder te stimuleren de overtreding te beëindigen binnen de begunstigingstermijn. Daarbij kan ook rekening worden gehouden met het met de overtreding te behalen financiële voordeel en onder omstandigheden, met het oog op de beoogde werking van de dwangsom, met de omvang van de overtreder. Daarnaast stelt de RDI in een dwangsombesluit een maximumbedrag vast waarboven geen verdere dwangsom meer wordt verbeurd.
3.6
Indien de RDI een last onder dwangsom oplegt die strekt tot beëindiging van een vastgestelde overtreding, stelt de RDI een zo kort mogelijke begunstigingstermijn vast. Bij het bepalen van de begunstigingstermijn houdt de RDI rekening met de noodzaak tot herstel op korte termijn en de termijn waarbinnen redelijkerwijs verwacht kan worden dat de overtreder tot herstel kan komen.
3.7
In artikel 5.1 is een categorie-indeling opgenomen met daarin de uitgangspunten voor het vaststellen van de hoogte van een dwangsom per categorie. De RDI past de uitgangspunten uit artikel 5.1 in beginsel toe. De RDI kan hiervan afwijken indien zij dat passend acht in het licht van de omstandigheden van het geval. Indien de RDI van deze uitgangspunten afwijkt, motiveert zij in het dwangsombesluit waarom de afwijking passend wordt geacht.
3.8
Indien de RDI meerdere overtredingen vaststelt, kan de RDI in één dwangsombesluit meerdere lasten onder dwangsom opleggen. Per overtreden norm zal de RDI de hoogte van de dwangsom conform het bepaalde in artikel 5.1 vaststellen.
3.9
Indien sprake is van samenloop of samenhang van overtredingen van twee of meer bepalingen die op grond van artikel 5.1 in een andere categorie zijn ingedeeld en die zich ervoor lenen dat de RDI één last onder dwangsom oplegt, gaat de RDI voor wat betreft de hoogte van de op te leggen last onder dwangsom uit van de overtreding die in de hoogste van de bij de overtredingen betrokken categorieën is ingedeeld.
3.10
Indien een overtreder een opgelegde last niet binnen de gestelde begunstigingstermijn naleeft, worden van rechtswege dwangsommen verbeurd. De RDI neemt een separaat besluit over de invordering van verbeurde dwangsommen.
3.11
De last onder dwangsom kent in beginsel een maximale looptijd van twee jaar. De last onder dwangsom is in ieder geval uitgewerkt als de maximale dwangsom verbeurd is.
3.12
Indien een dwangsombesluit is uitgewerkt terwijl de overtreding voortduurt, kan de RDI een nieuwe last onder dwangsom opleggen.
3.13
Indien na oplegging van een last onder dwangsom één of meer dwangsommen zijn verbeurd en binnen vijf jaar na dat dwangsombesluit opnieuw een last onder dwangsom wordt opgelegd voor een overtreding van eenzelfde of soortgelijk wettelijk voorschrift, kunnen de in artikel 5.1 genoemde bedragen worden verdubbeld.
Artikel
4
– Verhouding tot boetebeleid
In het Boetebeleid RDI1U kunt het Boetebeleid RDI vinden op de website: www.rdi.nl. Zie ook Stcrt. 2026, 24108. heeft de RDI overtredingen van de bepalingen waarop de RDI toeziet en waarvoor de RDI beschikt over een boetebevoegdheid ingedeeld in categorieën. De RDI sluit ten behoeve van dit dwangsombeleid aan bij de indeling uit het Boetebeleid RDI. Deze indeling is in bijlage 2 bij dit dwangsombeleid opgenomen. De bepalingen die niet in het Boetebeleid RDI zijn opgenomen, maar waarvoor de RDI wel over de bevoegdheid beschikt een last onder dwangsom op te leggen, zijn aanvullend opgenomen in bijlage 1 en bijlage 2 bij dit dwangsombeleid.
Artikel
5
– Hoogte dwangsom
5.1
De RDI stelt de hoogte van een dwangsom vast op een bedrag dat in redelijke verhouding staat tot de zwaarte van het door de overtreding geschonden belang en de beoogde werking van de last onder dwangsom. Daarvoor hanteert de RDI een categorie-indeling, waarbij de verschillende normen naar zwaarte zijn ingedeeld. Daarbij worden de volgende bandbreedtes van de totale dwangsombedragen als uitgangspunt gehanteerd bij de verschillende categorieën:
Categorie I
Tussen € 250 en € 2.500
Categorie II
Tussen € 2.500 en € 10.000
Categorie III
Tussen € 5.000 en € 20.000
Categorie IV
Tussen € 15.000 en € 75.000
Categorie V
Tussen € 50.000 en € 150.000
Categorie VI
Tussen € 75.000 en € 500.000
Categorie VII
Tussen € 100.000 en € 5.000.000
5.2
In bijlage 2 bij dit dwangsombeleid zijn de verschillende normen voor de overtreding waarvan de RDI een last onder dwangsom kan opleggen, ingedeeld in de categorieën als bedoeld in artikel 5.1.
5.3
De RDI stelt de hoogte van de totale dwangsom in beginsel vast binnen de bandbreedte van de van toepassing zijnde categorie als bedoeld in artikel 5.1. Bij het vaststellen van de hoogte van de dwangsom houdt de RDI in ieder geval rekening met omstandigheden rondom de vastgestelde overtreding, de zwaarte van het door de overtreding geschonden belang, de maatschappelijke impact, de mogelijke schade aan derden, de beoogde werking van de dwangsom en het door de overtreder te behalen financiële voordeel bij het voortduren van de overtreding. Ook kan, met het oog op de beoogde werking van de dwangsom, rekening worden gehouden met de draagkracht van de overtreder.
5.4
Indien de hoogte van de dwangsom op grond van de categorie-indeling uit artikel 5.1 vanwege het financiële met de overtreding te behalen voordeel een onvoldoende financiële prikkel oplevert, wordt de hoogte van de dwangsom vastgesteld op ten minste het geschatte voordeel. De categorie-indeling uit artikel 5.1 en de daarin opgenomen bandbreedtes gelden dan niet.
Indien de RDI een last onder dwangsom oplegt aan een natuurlijk persoon, worden in beginsel dezelfde uitgangspunten gehanteerd als ten aanzien van rechtspersonen.
5.7
Per last onder dwangsom bepaalt de RDI per hoeveel tijdseenheden dan wel overtredingen een dwangsom kan worden verbeurd. Dat kan een bedrag ineens zijn, per tijdseenheid of per overtreding. Indien een dwangsom per tijdseenheid of overtreding wordt vastgesteld, wordt het totale dwangsombedrag dat op grond van artikel 5.1 tot en met artikel 5.4 is vastgesteld gedeeld door het aantal tijdseenheden of overtredingen. Dat bedrag wordt per tijdseenheid of overtreding verbeurd in geval van niet naleving van de last.
5.8
De RDI hanteert in beginsel één, drie of vijf tijdseenheden dan wel overtredingen. Het aantal tijdseenheden of overtredingen wordt afgestemd op de mate van impact van de overtreding en het te behalen voordeel met het voortzetten van de overtreding.
5.9
Indien de RDI één tijdseenheid hanteert, wordt de op grond van artikel 5.1 tot en met artikel 5.4 vastgestelde totale dwangsom ineens verbeurd indien niet binnen de begunstigingstermijn wordt voldaan aan de last.
Artikel
6
– Openbaarmaking
6.1
De RDI gaat in beginsel over tot publicatie van een dwangsombesluit en bijbehorend invorderingsbesluit als de overtreding is ingedeeld in categorie V of hoger en één of meer dwangsommen zijn verbeurd. Het verdere proces met betrekking tot de publicatie is uitgewerkt in het Publicatiebeleid sancties RDI3U kunt het Publicatiebeleid sancties RDI vinden op de website: www.rdi.nl. Zie ook Stcrt. 2026, 24109..
6.2
De RDI kan een dwangsombesluit en bijbehorend invorderingsbesluit publiceren indien de betreffende overtreding is ingedeeld in categorie IV of lager, één of meer dwangsommen zijn verbeurd en publicatie gezien de aard van de betrokken belangen gerechtvaardigd is. Het verdere proces met betrekking tot de publicatie is uitgewerkt in het Publicatiebeleid sancties RDI.
6.3
Indien een dwangsombesluit met invorderingsbesluit gepubliceerd is, zal in beginsel ook de beslissing op bezwaar gepubliceerd worden.
6.4
Indien in een dwangsombesluit tevens een bestuurlijke boete wordt opgelegd, kunnen de beide besluiten worden gepubliceerd in verband met de samenhang tussen de beide besluiten, ook als één of meer van de overtredingen in categorie V of hoger is ingedeeld en één of meer overtredingen in categorie IV of lager is ingedeeld.
6.5
Indien in een dwangsombesluit lasten onder dwangsom worden opgelegd vanwege meerdere overtredingen, waarvan één of meer overtredingen in categorie V of hoger en één of meer overtredingen in categorie IV of lager zijn ingedeeld, kan het dwangsombesluit integraal worden gepubliceerd in verband met de samenhang tussen de overtredingen.
Artikel
7
– Citeertitel en inwerkingtreding
Dit beleid wordt aangehaald als: Dwangsombeleid RDI en treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst. Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, treedt dit beleid in de plaats van eventuele andere beleidsdocumenten van de RDI waarin is uitgewerkt op welke wijze de hoogte van een last onder dwangsom en de daaraan gekoppelde termijnen worden bepaald.
– Voorschriften waarop dit beleid betrekking heeft
Algemene wet bestuursrecht: artikel 5:20.
Eidas-verordening4Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG (PbEU 2014, L 257), en de op grond van die verordening door de Europese Commissie vastgestelde uitvoerings- en gedelegeerde handelingen zoals laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2024/1183 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024.: artikel 15, artikel 19bis, artikel 20, artikel 21, artikel 23, artikel 24, artikel 26, artikel 28, artikel 29, artikel 29bis, artikel 30, artikel 32, artikel 32bis, artikel 33, artikel 34, artikel 36, artikel 38, artikel 42, artikel 44, artikel 45, artikel 45bis, artikel 45 quinquies, artikel 45 septies, artikel 45 octies, artikel 45 nonies, artikel 45 undecies, artikel 45 terdecies, artikel 51.
Netcode voor Cybersecurity5Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/1366 van de Commissie van 11 maart 2024, tot aanvulling van Verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad door middel van de vaststelling van een netcode inzake sectorspecifieke regels voor met cyberbeveiliging samenhangende aspecten van grensoverschrijdende elektriciteitsstromen.: artikel 15, artikel 26, artikel 27, artikel 28, artikel 29, artikel 31, artikel 32, artikel 33, artikel 38, artikel 39, artikel 40, artikel 41, artikel 43, artikel 44, artikel 45, artikel 46, artikel 47, artikel 48.