De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, handelende in overeenstemming en met het gevoelen van de ministerraad;
Gelet op de noodzaak om de toekomst van de Rijksdienst te onderzoeken en hierover advies uit te brengen,
Gelet op de bevoegdheid om commissies in te stellen ter ondersteuning van het kabinetsbeleid,
Besluit:
Artikel
1
Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
a)
Commissie: Commissie Toekomst Rijksdienst; en
b)
Minister: Minister-President, Minister van Algemene Zaken.
Artikel
2
Instelling
Er is een Commissie Toekomst Rijksdienst, hierna te noemen ‘Commissie’.
Artikel
3
Taak
De Commissie is belast met de uitvoering van een doorlichting op het functioneren van de Rijkdienst. Daarbij staat de vraag centraal hoe de Rijkdienst toekomstgerichter, efficiënter en structureel beter in staat is om ambities waar te maken en resultaten te leveren voor mensen en bedrijven. De commissie stelt een eindrapport op en doet daarin concrete aanbevelingen op basis waarvan stappen gezet kunnen worden naar een slagvaardiger overheid.
Artikel
4
Samenstelling, benoeming, ontslag
1
De Commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste vier andere leden.
2
De voorzitter en de andere leden hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie onafhankelijk (en zonder beïnvloeding van derden) uit.
3
De benoeming geschiedt voor de duur van de Commissie.
4
Bij tussentijds vertrek van een lid kan de Minister op voordracht van de voorzitter onderscheidenlijk de resterende leden een ander lid dan wel een andere voorzitter benoemen.
5
De voorzitter en overige leden kunnen op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door de Minister.
6
De Commissie bestaat uit:
•
Mevrouw H. Verhagen, voorzitter en tevens lid
•
Mevrouw L. van Geest, lid
•
Mevrouw D.T.H. Starmans, lid
•
De heer D. Knibbe, lid
•
De heer T. Overmans, lid
Artikel
5
Instellingsduur
1
De Commissie wordt ingesteld met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit en wordt opgeheven per 31 december 2026.
2
De Commissie brengt uiterlijk aan het einde van de in het eerste lid bedoelde periode een adviesrapport uit aan de Minister.
Artikel
6
Secretariaat
1
De Commissie wordt bij haar werkzaamheden ondersteund door een (extern) secretariaat, met aan het hoofd de secretaris van de Commissie.
2
De secretaris wordt door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ter beschikking gesteld.
3
De Minister draagt, op verzoek van de voorzitter, zorg voor de nodige voorzieningen ten behoeve van de werkzaamheden van de Commissie.
4
Het secretariaat is voor de uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van de Commissie.
5
Aan het secretariaat kunnen medewerkers worden toegevoegd.
6
De secretaris en de medewerkers van het secretariaat zijn geen lid van de Commissie.
Artikel
7
Werkwijze
1
De Commissie stelt zelf haar eigen werkwijze vast.
2
De Commissie verantwoordt haar werkwijze in het in artikel 3 genoemde eindrapport en brengt dit uit aan de Minister.
3
De Commissie kan zich door andere personen laten bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.
Artikel
8
Vergoeding
1
Aan de voorzitter kan een vaste vergoeding per maand worden toegekend overeenkomstig het maximum van salarisschaal 18 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren, vermenigvuldigd met een arbeidsduurfactor van X/36.
2
Aan de andere leden kan een vaste vergoeding per maand worden toegekend overeenkomstig het maximum van salarisschaal 17 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren, vermenigvuldigd met een arbeidsduurfactor van X/36.
De kosten van de commissie komen, voor zover op basis van een goedgekeurde kostenraming, voor rekening van de Minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:
a.
de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen, huisvesting en voor secretariële ondersteuning,
b.
de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek, en
c.
de kosten voor oplevering van het eindrapport.
2
De Commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een raming aan de Minister.
3
De Commissie voert een eigen financiële administratie en levert een financieel overzicht op.
Artikel
10
Openbaarmaking
Verslagen en andere producten die door of namens de Commissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de Commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de Minister overgedragen.
Artikel
11
Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, werkt terug tot en met 26 juni 2026 en vervalt op 1 januari 2027.
Artikel
12
Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie Toekomst Rijksdienst.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister-President,Minister van Algemene Zaken,R.A.A.Jetten