Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken

European Convention on Mutual Assistance in Criminal Matters

Preamble

The Governments signatory hereto, being Members of the Council of Europe,

Considering that the aim of the Council of Europe is to achieve greater unity among its Members;

Believing that the adoption of common rules in the field of mutual assistance in criminal matters will contribute to the attainment of this aim;

Considering that such mutual assistance is related to the question of extradition, which has already formed the subject of a Convention signed on 13th December 1957,

Have agreed as follows:

CHAPTER

I

General Provisions

Article

1

Article

2

Assistance may be refused:

  • (a)

    if the request concerns an offence which the requested Party considers a political offence, an offence connected with a political offence, or a fiscal offence;

  • (b)

    if the requested Party considers that execution of the request is likely to prejudice the sovereignty, security, ordre public or other essential interests of its country.

CHAPTER

II

Letters Rogatory

Article

3

Article

4

On the express request of the requesting Party the requested Party shall state the date and place of execution of the letters rogatory. Officials and interested persons may be present if the requested Party consents.

Article

5

Article

6

CHAPTER

III

Service of Writs and Records of Judicial Verdicts - Appearance of Witnesses, Experts and prosecuted Persons

Article

7

Article

8

A witness or expert who has failed to answer a summons to appear, service of which has been requested, shall not, even if the summons contains a notice of penalty, be subjected to any punishment or measure of restraint, unless subsequently he voluntarily enters the territory of the requesting Party and is there again duly summoned.

Article

9

The allowances, including subsistence, to be paid and the travelling expenses to be refunded to a witness or expert by the requesting Party shall be calculated as from his place of residence and shall be at rates at least equal to those provided for in the scales and rules in force in the country where the hearing is intended to take place.

Article

10

Article

11

Article

12

CHAPTER

IV

Judicial Records

Article

13

CHAPTER

V

Procedure

Article

14

Article

15

Article

16

Article

17

Evidence or documents transmitted pursuant to this Convention shall not require any form of authentication.

Article

18

Where the authority which receives a request for mutual assistance has no jurisdiction to comply therewith, it shall, ex officio, transmit the request to the competent authority of its country and shall so inform the requesting Party through the direct channels, if the request has been addressed through such channels.

Article

19

Reasons shall be given for any refusal of mutual assistance.

Article

20

Subject to the provisions of Article 10, paragraph 3 execution of requests for mutual assistance shall not entail refunding of expenses except those incurred by the attendance of experts in the territory of the requested Party or the transfer of a person in custody carried out under Article 11.

CHAPTER

VI

Laying of Information in connection with Proceedings

Article

21

CHAPTER

VII

Exchange of Information from judicial Records

Article

22

CHAPTER

VIII

Final Provisions

Article

23

Article

24

A Contracting Party may, when signing the Convention or depositing its instrument of ratification or accession, by a declaration addressed to the Secretary-General of the Council of Europe, define what authorities it will, for the purposes of the Convention, deem judicial authorities.

Article

25

Article

26

Article

27

Article

28

Article

29

Any Contracting Party may denounce this Convention in so far as it is concerned by giving notice to the Secretary-General of the Council of Europe. Denunciation shall take effect six months after the date when the Secretary-General of the Council received such notification.

Article

30

The Secretary-General of the Council of Europe shall notify the Members of the Council and the Government of any State which has acceded to this Convention of:

  • (a)

    the names of the Signatories and the deposit of any instrument of ratification or accession;

  • (b)

    the date of entry into force of this Convention;

  • (c)

    any notification received in accordance with the provisions of Article 5 - paragraph 1, Article 7 - paragraph 3, Article 15 - paragraph 6, Article 16 - paragraph 2, Article 24, Article 25 - paragraphs 3 and 4, or Article 26 - paragraph 4;

  • (d)

    any reservation made in accordance with Article 23, paragraph 1;

  • (e)

    withdrawal of any reservation in accordance with Article 23, paragraph 2;

  • (f)

    any notification of denunciation received in accordance with the provisions of Article 29 and the date on which such denunciation will take effect.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Convention.

DONE at Strasbourg, this 20th day of April 1959, in English and French, both texts being equally authoritative, in a single copy which shall remain deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary-General of the Council of Europe shall transmit certified copies to the signatory and acceding Governments.

Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken

Preambule

De Regeringen die dit Verdrag hebben ondertekend, Leden van de Raad van Europa,

Overwegende dat het doel van de Raad van Europa is het tot stand brengen van een grotere eenheid tussen zijn Leden;

Overtuigd dat het aanvaarden van gemeenschappelijke regels op het gebied van wederzijdse rechtshulp in strafzaken tot het bereiken van dit doel zal bijdragen;

Overwegende dat de wederzijdse rechtshulp een onderwerp is dat verwant is aan uitlevering, waarop reeds betrekking heeft een verdrag onder dagtekening van 13 december 1957;

Zijn als volgt overeengekomen:

TITEL

I

Algemene bepalingen

Artikel

1

Artikel

2

Rechtshulp kan worden geweigerd:

  • (a)

    indien het verzoek betrekking heeftop strafbare feiten die door de aangezochte Partij, hetzij als een politiek misdrijf of een met een dergelijk misdrijf samenhangend feit, hetzij als een fiscaal delict worden beschouwd;

  • (b)

    indien de aangezochte Partij van mening is dat uitvoering van het verzoek zou kunnen leiden tot een aantasting van de soevereiniteit, de veiligheid, de openbare orde of andere wezenlijke belangen van haar land.

TITEL

II

Rogatoire commissies

Artikel

3

Artikel

4

De aangezochte Partij licht de verzoekende Partij, indien zij daarom uitdrukkelijk vraagt, in aangaande de datum waarop en de plaats waar de rogatoire commissie zal worden uitgevoerd. De autoriteiten van de verzoekende Partij en de betrokkenen kunnen bij die uitvoering aanwezig zijn indien de aangezochte Partij daarin toestemt.

Artikel

5

Artikel

6

TITEL

III

Mededeling van processtukken en rechterlijke beslissingen - Verschijning van getuigen, deskundigen en verdachten

Artikel

7

Artikel

8

De getuige of deskundige die geen gevolg heeft gegeven aan een dagvaarding waarvan toezending is gevraagd, kan aan geen enkele sanctie of dwangmaatregel worden onderworpen, zelfs niet indien in de dagvaarding een verplichting om te verschijnen is vermeld, tenzij de betrokkene zich daarna uit vrije wil op het grondgebied van de verzoekende Partij begeeft en hij daar op wettige wijze opnieuw gedagvaard wordt.

Artikel

9

De schadeloosstelling en de vergoeding voor reis- en verblijfkosten die aan de getuige of deskundige door de verzoekende Partij moeten worden betaald, worden berekend vanaf de verblijfplaats van de betrokkene, en dienen te worden toegekend volgens tarieven die ten minste gelijk zijn aan die welke van kracht zijn in het land waar het verhoor plaats moet vinden.

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

TITEL

IV

Strafregister

Artikel

13

TITEL

V

Procedure

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

De stukken en documenten welke krachtens dit Verdrag worden overgedragen zijn vrijgesteld van alle formaliteiten van legalisatie.

Artikel

18

Indien een autoriteit die een verzoek om rechtshulp ontvangt onbevoegd is om daaraan gevolg te geven, draagt zij dit verzoek ambtshalve over aan de bevoegde autoriteit van haar land. Indien het verzoek rechtstreeks is gedaan, stelt zij de verzoekende Partij rechtstreeks van de overdracht op de hoogte.

Artikel

19

Elke weigering van rechtshulp wordt met redenen omkleed.

Artikel

20

Onverminderd het bepaalde in artikel 10, lid 3 geeft de uitvoering van verzoeken om rechtshulp geen aanleiding tot vergoeding van de daarvoor gemaakte kosten, met uitzondering van die welke veroorzaakt zijn door het optreden van deskundigen op het grondgebied van de aangezochte Partij en door de overbrenging van gedetineerde personen overeenkomstig artikel 11.

TITEL

VI

Aangifte tot het uitlokken van een strafvervolging

Artikel

21

TITEL

VII

Uitwisseling van mededelingen omtrent veroordelingen

Artikel

22

TITEL

VIII

Slotbepalingen

Artikel

23

Artikel

24

Iedere Verdragsluitende Partij kan bij de ondertekening van dit Verdrag of bij de nederlegging van haar akte van bekrachtiging of van toetreding door een verklaring gericht tot de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa aangeven welke autoriteiten zij beschouwt als rechterlijke autoriteiten in de zin van dit Verdrag.

Artikel

25

Artikel

26

Artikel

27

Artikel

28

Artikel

29

Iedere Verdragsluitende Partij kan dit Verdrag wat haar betreft opzeggen door een daartoe strekkende kennisgeving, te richten tot de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa. De opzegging treedt in werking zes maanden na de datum waarop de kennisgeving door de Secretaris-Generaal van de Raad is ontvangen.

Artikel

30

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa geeft alle leden van de Raad en de regering van elke Staat die tot dit Verdrag is toegetreden, kennis van:

  • (a)

    de namen van de ondertekenende regeringen en de nederlegging van iedere akte van bekrachtiging of van toetreding;

  • (b)

    de datum van inwerkingtreding;

  • (c)

    elke kennisgeving ontvangen krachtens de bepalingen van het eerste lid van artikel 5, het derde lid van artikel 7, het zesde lid van artikel 15, het tweede lid van artikel 16, artikel 24, het derde en vierde lid van artikel 25 en het vierde lid van artikel 26;

  • (d)

    elk voorbehoud gemaakt krachtens het eerste lid van artikel 23;

  • (e)

    de intrekking van elk voorbehoud krachtens het tweede lid van artikel 23;

  • (f)

    elke kennisgeving van opzegging ontvangen krachtens artikel 29 en de datum waarop deze in werking treedt.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Straatsburg, de 20e april 1959, in de Franse en de Engelse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek, in één enkel exemplaar, hetwelk zal worden nedergelegd in het archief van de Raad van Europa. De Secretaris-Generaal van de Raad doet een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift toekomen aan de regeringen van alle staten die het Verdrag hebben ondertekend of daartoe zijn toegetreden.