Europees Verdrag betreffende uitlevering

European Convention on Extradition

The Governments signatory hereto, being Members of the Council of Europe,

Considering that the aim of the Council of Europe is to achieve a greater unity between its Members;

Considering that this purpose can be attained by the conclusion of agreements and by common action in legal matters;

Considering that the acceptance of uniform rules with regard to extradition is likely to assist this work of unification,

Have agreed as follows:

Article

1

Obligation to extradite

The Contracting Parties undertake to surrender to each other, subject to the provisions and conditions laid down in this Convention, all persons against whom the competent authorities of the requesting Party are proceeding for an offence or who are wanted by the said authorities for the carrying out of a sentence or detention order.

Article

2

Extraditable offences

Article

3

Political offences

Article

4

Military offences

Extradition for offences under military law which are not offences under ordinary criminal law is excluded from the application of this Convention.

Article

5

Fiscal offences

Article

6

Extradition of nationals

Article

7

Place of commission

Article

8

Pending proceedings for the same offences

The requested Party may refuse to extradite the person claimed if the competent authorities of such Party are proceeding against him in respect of the offence or offences for which extradition is requested.

Article

9

Non bis in idem

Article

10

Lapse of time

Extradition shall not be granted when the person claimed has, according to the law of either the requesting or the requested Party, become immune by reason of lapse of time from prosecution or punishment.

Article

11

Capital punishment

If the offence for which extradition is requested is punishable by death under the law of the requesting Party, and if in respect of such offence the death-penalty is not provided for by the law of the requested Party or is not normally carried out, extradition may be refused unless the requesting Party gives such assurance as the requested Party considers sufficient that the death-penalty will not be carried out.

Article

12

The request and supporting documents

Article

13

Supplementary information

If the information communicated by the requesting Party is found to be insufficient to allow the requested Party to make a decision in pursuance of this Convention, the latter Party shall request the necessary supplementary information and may fix a time-limit for the receipt thereof.

Article

14

Rule of speciality

Article

15

Re-extradition to a third state

Except as provided for in Article 14, paragraaf 1 (b), the requesting Party shall not, without the consent of the requested Party, surrender to another Party or to a third State a person surrendered to the requesting Party and sought by the said other Party or third State in respect of offences committed before his surrender. The requested Party may request the production of the documents mentioned in Article 12, paragraph 2.

Article

16

Provisional arrest

Article

17

Conflicting requests

If extradition is requested concurrently by more than one State, either for the same offence or for different offences, the requested Party shall make its decision having regard to all the circumstances and especially the relative seriousness and place of commission of the offences, the respective dates of the request, the nationality of the person claimed and the possibility of subsequent extradition to another State.

Article

18

Surrender of the person to be extradited

Article

19

Postponed or conditional surrender

Article

20

Handing over of property

Article

21

Transit

Article

22

Procedure

Except where this Convention otherwise provides, the procedure with regard to extradition and provisional arrest shall be governed solely by the law of the requested Party.

Article

23

Language to be used

The documents to be produced shall be in the language of the requesting or requested Party. The requested Party may require a translation into one of the official languages of the Council of Europe to be chosen by it.

Article

24

Expenses

Article

25

Definition of “detention order”

For the purposes of this Convention, the expression “detention order” means any order involving deprivation of liberty which has been made by a criminal court in addition to or instead of a prison sentence.

Article

26

Reservations

Article

27

Territorial application

Article

28

Relations between this convention and bilateral agreements

Article

29

Signature, ratification and entry into force

Article

30

Accession

Article

31

Denunciation

Any Contracting Party may denounce this Convention in so far as it is concerned by giving notice to the Secretary-General of the Council of Europe. Denunciation shall take effect six months after the date when the Secretary-General of the Council received such notification.

Article

32

Notifications

The Secretary-General of the Council of Europe shall notify the Members of the Council and the Government of any State which has acceded to this Convention of:

  • (a)

    the deposit of any instrument of ratification or accession;

  • (b)

    the date of entry into force of this Convention;

  • (c)

    any declaration made in accordance with the provisions of Article 6, paragraph 1, and of Article 21, paragraph 5;

  • (d)

    any reservation made in accordance with Article 26, paragraph 1;

  • (e)

    the withdrawal of any reservation in accordance with Article 26, paragraph 2;

  • (f)

    any notification of denunciation received in accordance with the provisions of Article 31 and by the date on which such denunciation will take effect.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Convention.

DONE at Paris, this 13th day of December 1957, in English and French, both texts being equally authentic, in a single copy which shall remain deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary-General of the Council of Europe shall transmit certified copies to the signatory Governments.

Europees Verdrag betreffende uitlevering

De Regeringen die dit Verdrag hebben ondertekend, leden van de Raad van Europa,

Overwegende dat het doel van de Raad van Europa is het tot stand brengen van een grotere eenheid tussen zijn leden;

Overwegende dat dit doel kan worden bereikt door het sluiten van overeenkomsten of door het volgen van een gemeenschappelijke gedragslijn op juridisch gebied;

Overtuigd dat het aanvaarden van eenvormige regels op het gebied van uitlevering bevorderlijk is voor deze eenwording;

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel

1

Verplichting tot uitlevering

De Verdragsluitende Partijen verbinden zich om, overeenkomstig de regels en onder de voorwaarden in de volgende artikelen bepaald, elkander de personen uit te leveren, die door de rechterlijke autoriteiten van de verzoekende Partij vervolgd worden ter zake van een strafbaar feit of gezocht worden tot tenuitvoerlegging van een straf of maatregel.

Artikel

2

Feiten die tot uitlevering kunnen leiden

Artikel

3

Politieke delicten

Artikel

4

Militaire delicten

Dit Verdrag is niet van toepassing op uitlevering voor militaire delicten, die niet tevens strafbare feiten naar de gewone strafwet zijn.

Artikel

5

Fiscale delicten

Artikel

6

Uitlevering van onderdanen

Artikel

7

Plaats waar het feit begaan is

Artikel

8

Vervolging ter zake van dezelfde feiten

Een aangezochte Partij kan weigeren een persoon wiens uitlevering is verzocht, uit te leveren, indien die persoon door haar wordt vervolgd ter zake van het feit of de feiten waarvoor uitlevering is verzocht.

Artikel

9

Non bis in idem

Artikel

10

Verjaring

Uitlevering wordt niet toegestaan, indien volgens de wet van de verzoekende Partij of die van de aangezochte Partij het recht tot strafvervolging of de straf is verjaard.

Artikel

11

Doodstraf

Indien op het feit waarvoor uitlevering wordt verzocht, door de wet van de verzoekende Partij de doodstraf is gesteld en deze straf volgens de wet van de aangezochte Partij tegen dat feit niet wordt bedreigd of met betrekking tot dat feit door die Partij algemeen niet wordt toegepast, kan de inwilliging van het uitleveringsverzoek afhankelijk worden gesteld van de voorwaarde dat de verzoekende Partij ter beoordeling van de aangezochte Partij genoegzame waarborgen biedt dat de doodstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd.

Artikel

12

Verzoek en stukken ter ondersteuning daarvan

Artikel

13

Aanvullende inlichtingen

Indien de door de verzoekende Partij verstrekte inlichtingen onvoldoende blijken te zijn om de aangezochte Partij in staat te stellen overeenkomstig dit Verdrag een beslissing te nemen, doet de laatstgenoemde Partij het verzoek de noodzakelijke aanvullingen op deze inlichtingen te mogen ontvangen en kan zij een termijn stellen waarbinnen deze ontvangen moeten zijn.

Artikel

14

Specialiteitsbeginsel

Artikel

15

Verderlevering aan een derde staat

Behoudens in het geval bedoeld in het eerste lid onder (b) van artikel 14, heeft de verzoekende Partij de toestemming van de aangezochte Partij nodig om de persoon die aan haar overgeleverd is en die gezocht wordt door een andere Partij of door een derde staat die geen Partij bij dit Verdrag is, aan die andere Partij of aan die staat uit te leveren ter zake van strafbare feiten, gepleegd voor de overlevering. De aangezochte Partij kan overlegging van de in artikel 12, tweede lid, bedoelde stukken eisen.

Artikel

16

Voorlopige aanhouding

Artikel

17

Samenloop van verzoeken

Indien de uitlevering van een persoon door verschillende staten wordt verzocht, hetzij voor hetzelfde feit, hetzij voor verschillende feiten, houdt de aangezochte Partij bij haar beslissing rekening met alle omstandigheden en met name met de ernst van de strafbare feiten, de plaats waar zij begaan zijn, de dagtekening van de onderscheiden verzoeken, de nationaliteit van de opgeëiste persoon en de mogelijkheid van latere uitlevering aan een andere staat.

Artikel

18

Overlevering van de uitgeleverde

Artikel

19

Uitgestelde of voorwaardelijke overlevering

Artikel

20

Overdracht van voorwerpen

Artikel

21

Doortocht

Artikel

22

Procedure

Voorzover in dit Verdrag niet anders is bepaald, is uitsluitend de wet van de aangezochte Partij van toepassing op de procedure van uitlevering en van voorlopige aanhouding.

Artikel

23

Talen

De over te leggen stukken dienen te zijn gesteld in de taal van de verzoekende Partij of in die van de aangezochte Partij. Laatstgenoemde Partij kan een vertaling eisen in de door haar te kiezen officiële taal van de Raad van Europa.

Artikel

24

Kosten

Artikel

25

Definitie van de term „maatregelen”

Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de term „maatregelen” alle maatregelen die vrijheidsbeneming meebrengen en die bij vonnis van de strafrechter worden opgelegd naast of in plaats van een straf.

Artikel

26

Voorbehouden

Artikel

27

Territoriale toepasselijkheid

Artikel

28

De verhouding tussen dit Verdrag en bilaterale overeenkomsten

Artikel

29

Ondertekening, bekrachtiging, inwerkingtreding

Artikel

30

Toetreding

Artikel

31

Opzegging

Iedere Verdragsluitende Partij kan dit Verdrag voor wat haar betreft opzeggen door een daartoe strekkende kennisgeving te richten tot de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa. De opzegging treedt in werking zes maanden na de datum waarop de kennisgeving door de Secretaris-Generaal van de Raad is ontvangen.

Artikel

32

Verklaringen

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa geeft alle leden van de Raad en de regering van elke staat die tot het Verdrag is toegetreden, kennis van:

  • (a)

    de nederlegging van elke akte van bekrachtiging of van toetreding;

  • (b)

    de datum van inwerkingtreding;

  • (c)

    elke verklaring afgelegd krachtens het eerste lid van artikel 6 en het vijfde lid van artikel 21;

  • (d)

    elk voorbehoud gemaakt krachtens het eerste lid van artikel 26;

  • (e)

    intrekking van elk voorbehoud krachtens het tweede lid van artikel 26;

  • (f)

    elke kennisgeving van opzegging ontvangen krachtens artikel 31 van dit Verdrag en de datum waarop deze in werking treedt.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Parijs, de 13e december 1957, in de Franse en de Engelse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek, in één enkel exemplaar, hetwelk zal worden nedergelegd in het archief van de Raad van Europa. De Secretaris-Generaal van de Raad doet een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift toekomen aan de regeringen van alle staten die het Verdrag hebben ondertekend.