Verdrag tot aanvulling van het Verdrag van Parijs van 29 juli 1960 inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie

Verdrag tot aanvulling van het Verdrag van Parijs van 29 juli 1960 inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie

De Regeringen van de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Oostenrijk, het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, Spanje, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk Noorwegen, het Koninkrijk der Nederlanden, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, het Koninkrijk Zweden en de Zwitserse Bondsstaat,

Partijen bij het Verdrag van 29 juli 1960 inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie, gesloten binnen het kader van de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking, thans de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, en zoals gewijzigd bij het op 28 januari 1964 te Parijs gesloten Aanvullend Protocol en bij het op 16 november 1982 te Parijs gesloten Protocol, (hierna te noemen „Verdrag van Parijs"),

Geleid door de wens de maatregelen waarin dat Verdrag voorziet aan te vullen, ten einde het bedrag der vergoeding voor schade, veroorzaakt door het gebruik van kernenergie voor vreedzame doeleinden, te verhogen,

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel

1

De regeling waarin dit Verdrag voorziet ter aanvulling van die van het Verdrag van Parijs is onderworpen aan de bepalingen van het Verdrag van Parijs en aan de hierna vastgestelde bepalingen.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Voor de berekening van de krachtens dit Verdrag ter beschikking te stellen bedragen worden uitsluitend de rechten op schadevergoeding in aanmerking genomen, die binnen een termijn van tien jaar na de datum van het kernongeval geldend worden gemaakt. In geval van schade veroorzaakt door een kernongeval, waarbij splijtstoffen of radioactieve produkten of afvalstoffen zijn betrokken, welke op het tijdstip van het ongeval gestolen, verloren, geworpen of verlaten zijn en niet zijn terugverkregen, mag deze termijn in geen geval langer zijn dan twintig jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop die goederen gestolen, verloren, geworpen of verlaten werden. De termijn wordt voorts verlengd in de gevallen en onder de voorwaarden, vermeld in artikel 8 d) van het Verdrag van Parijs. Een wijziging van eis overeenkomstig artikel 8 e) van het Verdrag van Parijs na het verstrijken van deze termijn, wordt mede in aanmerking genomen.

Artikel

7

Wanneer een Partij gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 8 c) van het Verdrag van Parijs, is de door haar bepaalde termijn een verjaringstermijn van drie jaar, die ingaat op de dag waarop de persoon die schade heeft geleden kennis draagt of redelijkerwijze geacht kan worden kennis te dragen van de schade en de aansprakelijke exploitant.

Artikel

8

Ieder die aan dit Verdrag een aanspraak op schadevergoeding ontleent, heeft recht op de volledige vergoeding van de geleden schade overeenkomstig het nationale recht. Nochtans kan elke Partij maatstaven voor een billijke verdeling vaststellen voor het geval dat het bedrag van de schade:

  • i)

    300 miljoen bijzondere trekkingsrechten, of

  • ii)

    indien uit een cumulatie van aansprakelijkheid krachtens artikel 5 d) van het Verdrag van Parijs een hoger bedrag zou voortvloeien, te boven gaat of dat hogere bedrag dreigt te boven te gaan, ongeacht de herkomst der middelen en, behoudens het bepaalde n artikel 2, zonder onderscheid naar nationaliteit en naar woon- of verblijfplaats van de persoon die de schade heeft geleden.

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

Ieder geschil tussen twee of meer Partijen over de uitlegging of toepassing van dit Verdrag wordt op verzoek van een der betrokken Partijen voorgelegd aan het Europese Tribunaal voor Kernenergie, ingesteld bij het Verdrag van 20 december 1957 inzake de instelling van een veiligheidscontrole op het gebied van de kernenergie.

Artikel

18

Artikel

19

Een Staat kan slechts dan Partij bij dit Verdrag worden of blijven, indien hij Partij is bij het Verdrag van Parijs.

Artikel

20

Artikel

21

Wijzigingen van dit Verdrag worden aanvaard met onderling goedvinden van de Partijen. Zij worden van kracht op de datum waarop alle Partijen deze hebben bekrachtigd of goedgekeurd.

Artikel

22

Artikel

23

Artikel

24

Artikel

25

De Belgische Regering doet aan alle ondertekenende en toetredende Regeringen mededeling van de ontvangst van iedere akte van bekrachtiging, toetreding, opzegging en van alle kennisgevingen die zij mocht hebben ontvangen. Zij doet hun eveneens mededeling van het tijdstip waarop dit Verdrag in werking treedt, van de tekst van de wijzigingen van dit Verdrag en van het tijdstip waarop deze wijzigingen van kracht worden, alsmede van de voorbehouden welke overeenkomstig artikel 18 worden gemaakt.

Bijlage bij het Verdrag van 31 januari 1963 tot aanvulling van het Verdrag van Parijs van 29 juli 1960 inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie, gewijzigd bij het Aanvullend Protocol van 28 januari 1964 en bij het Protocol van 16 november 1982

De Regeringen van de Partijen verklaren dat de vergoeding van de schade, veroorzaakt door een kernongeval waarop het aanvullende Verdrag niet van toepassing is, uitsluitend omdat de betrokken kerninstallatie, op grond van de aanwending daarvan, niet is opgenomen in de in artikel 2 van het aanvullende Verdrag bedoelde lijst (daaronder begrepen het geval dat die installatie, die niet op de lijst voorkomt, door één of meer doch niet alle Regeringen geacht wordt niet te vallen onder het Verdrag van Parijs):

  • -

    plaatsvindt zonder enig onderscheid tussen de onderdanen der Partijen bij het aanvullende Verdrag;

  • -

    niet wordt beperkt door een maximum lager dan 300 miljoen bijzondere trekkingsrechten.

Voorts zullen deze Regeringen ernaar streven, de voorschriften inzake schadeloosstelling van de benadeelden bij dergelijke kernongevallen, voor zover zulks nog niet het geval is, zoveel mogelijk aan te passen aan die welke zijn uitgevaardigd voor kernongevallen welke zich voordoen in verband met de kerninstallaties die onder het aanvullende Verdrag vallen.