Verdrag inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie

Verdrag inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie

De Regeringen van de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Oostenrijk, het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, Spanje, de Franse Republiek, het Koninkrijk Griekenland, de Republiek IJsland, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk Noorwegen, het Koninkrijk der Nederlanden, de Portugese Republiek, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, het Koninkrijk Zweden, de Zwitserse Bondsstaat en de Republiek Turkije,

Overwegende dat het binnen het kader van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (hierna te noemen de „Organisatie") opgerichte OESO-Agentschap voor Kernenergie belast is met het bevorderen van de uitwerking en het onderling in overeenstemming brengen van wettelijke bepalingen op het gebied van de kernenergie in de deelnemende landen, in het bijzonder wat betreft de aansprakelijkheid jegens derden en de verzekering tegen atoomrisico's;

Verlangende zekerheid te geven dat personen die schade hebben geleden ten gevolge van kernongevallen, een passende en billijke schadevergoeding zullen ontvangen, zulks onder het treffen van de nodige maatregelen om te verzekeren dat de ontwikkeling van de produktie en van het gebruik van kernenergie voor vreedzame doeleinden daardoor niet wordt gehinderd;

Overtuigd van de noodzaak om te komen tot gelijkluidende grondregelen welke in de verschillende landen van toepassing zullen zijn op de aansprakelijkheid voor die schade, waarbij het die landen zal blijven vrijstaan nationaal de aanvullende maatregelen te treffen, welke zij nodig achten;

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Ten aanzien van vervoer van nucleaire stoffen, met inbegrip van de daarmee verband houdende opslag, geldt onverminderd het bepaalde in artikel 2 het volgende:

  • (a)

    De exploitant van een kerninstallatie is overeenkomstig dit Verdrag aansprakelijk voor de kernschade indien bewezen wordt dat deze is veroorzaakt door een kernongeval buiten die installatie waarbij nucleire stoffen zijn betrokken, welke vandaar werden vervoerd, doch alleen indien het ongeval zich voordoet:

    • (i)

      voordat de aansprakelijkheid met betrekking tot kernongevallen waarbij die nucleaire stoffen zijn betrokken door de exploitant van een andere kerninstallatie is aanvaard ingevolge de uitdrukkelijke bepalingen van een schriftelijke overeenkomst;

    • (ii)

      bij gebreke van zulke uitdrukkelijke bepalingen, voordat de exploitant van een andere kerninstallatie de nucleaire stoffen heeft overgenomen; of

    • (iii)

      in gevallen waarin de nucleaire stoffen bestemd zijn om te worden gebruikt in een reactor die deel uitmaakt van een vervoermiddel, voordat de persoon die bevoegd is die reactor te exploiteren de nucleaire stoffen heeft overgenomen; maar

    • (iv)

      in gevallen waarin de nucleaire stoffen zijn gezonden naar een persoon op het grondgebied van een niet-Verdragsluitende Staat, voordat zij zijn uitgeladen uit het vervoermiddel waarmede zij op het grondgebied van die niet-Verdragsluitende Staat zijn aangekomen.

  • (b)

    De exploitant van een kerninstallatie is overeenkomstig dit Verdrag aansprakelijk voor de kernschade indien bewezen wordt dat deze is veroorzaakt door een kernongeval buiten die installatie, waarbij nucleaire stoffen zijn betrokken en welke daarheen werden vervoerd, doch alleen indien het ongeval zich voordoet:

    • (i)

      nadat de aansprakelijkheid met betrekking tot kernongevallen waarbij die nucleaire stoffen zijn betrokken ingevolge de uitdrukkelijke bepalingen van een schriftelijke overeenkomst aan hem is overgedragen door de exploitant van een andere kerninstallatie;

    • (ii)

      bij gebreke van zulke uitdrukkelijke bepalingen, nadat hij de nucleaire stoffen heeft overgenomen; of

    • (iii)

      nadat hij de nucleaire stoffen heeft overgenomen van een persoon die een reactor exploiteert, die deel uitmaakt van een vervoermiddel; maar

    • (iv)

      in gevallen waarin de nucleaire stoffen met schriftelijke toestemming van de exploitant zijn verzonden door een persoon op het grondgebied van een niet-Verdragsluitende Staat, nadat zij zijn geladen in het vervoermiddel waarmede zij buiten het grondgebied van die Staat zullen worden gebracht.

  • (c)

    De overdracht van aansprakelijkheid aan de exploitant van een andere kerninstallatie ingevolge de leden a i en ii en b i en ii kan uitsluitend plaatsvinden indien die exploitant een rechtstreeks economisch belang heeft bij de nucleaire stoffen die worden vervoerd.

  • (d)

    De overeenkomstig dit Verdrag aansprakelijke exploitant dient de vervoerder te voorzien van een certificaat, afgegeven door of namens de verzekeraar of andere persoon die de volgens artikel 10 vereiste financiële zekerheid heeft gesteld. Een Verdragsluitende Partij kan zich evenwel aan deze verplichting onttrekken wat het vervoer betreft dat uitsluitend op het eigen grondgebied plaatsvindt. Het certificaat dient de naam en het adres van die exploitant te vermelden, alsmede het bedrag, de aard en de duur van de zekerheid. Deze gegevens kunnen niet worden betwist door de persoon door of namens wie het certificaat is afgegeven. Het certificaat vermeldt tevens de nucleaire stoffen en de reis ten aanzien waarvan de zekerheid geldt, en bevat eveneens een verklaring van het bevoegde openbare gezag dat de daarin genoemde persoon exploitant is in de zin van dit Verdrag.

  • (e)

    Een Verdragsluitende Partij kan in haar wetgeving bepalen, dat onder de daarin gestelde voorwaarden en indien is voldaan aan de vereisten van artikel 10(a), een vervoerder op zijn verzoek en met toestemming van de exploitant van een op het grondgebied van die Partij gelegen kerninstallatie bij besluit van het bevoegde openbare gezag, in plaats van die exploitant aansprakelijk zal zijn overeenkomstig dit Verdrag. In dat geval zal de vervoerder voor de toepassing van dit Verdrag ten aanzien van kernongevallen welke zich tijdens het vervoer van nucleaire stoffen voordoen in elk opzicht worden beschouwd als exploitant van een kerninstallatie op het grondgebied van de Verdragsluitende Partij wier wetgeving aldus bepaalt.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

De exploitant is niet aansprakelijk voor kernschade veroorzaakt door een kernongeval dat rechtstreeks te wijten is aan een gewapend conflict, vijandelijkheden, burgeroorlog of opstand.

Artikel

10

Artikel

11

Aard, vorm en omvang van de schadevergoeding, alsmede de billijke verdeling daarvan, worden binnen de grenzen van dit Verdrag geregeld door het nationale recht.

Artikel

12

Schadevergoeding betaalbaar krachtens dit Verdrag, verzekerings- en herverzekeringspremies, bedragen ter beschikking staande ingevolge verzekering, herverzekering of andere overeenkomstig artikel 10 vereiste financiële zekerheid en kosten en interesten, als bedoeld in artikel 7 h kunnen tussen de monetaire gebieden van de Verdragsluitende Partijen vrij worden overgemaakt.

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Besluiten van de Bestuurscommissie krachtens artikel 1 (a) (ii), 1 (a) (iii) en 1 (b) worden genomen in onderlinge overeenstemming tussen de leden, die de Verdragsluitende Partijen vertegenwoordigen.

Artikel

16bis

Dit Verdrag laat onverlet de rechten en verplichtingen van een Verdragsluitende Partij ingevolge de algemene regels van internationaal publiekrecht.

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

Wijzigingen van dit Verdrag worden aangenomen met onderling goedvinden van alle Verdragsluitende Partijen. Zij worden van kracht zodra zij door twee derde van de Verdragsluitende Partijen zijn bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd. Voor iedere Verdragsluitende Partij die de wijzigingen daarna bekrachtigt, aanvaardt of goedkeurt, worden zij van kracht op de datum van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.

Artikel

21

Artikel

22

Artikel

23

Artikel

24

De Secretaris-Generaal van de Organisatie doet aan alle ondertekenende en toetredende Regeringen mededeling van de ontvangst van iedere akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring, toetreding of terugtrekking, van iedere mededeling overeenkomstig artikel 13 b en artikel 23, en van besluiten van de Bestuurscommissie krachtens artikel 1 a ii, 1 a iii en 1 b, van het tijdstip waarop dit Verdrag in werking treedt, van de tekst van wijzigingen daarvan, van het tijdstip waarop deze wijzigingen van kracht worden en van de voorbehouden welke overeenkomstig artikel 18 zijn gemaakt.

BIJLAGE

I

De volgende voorbehouden zijn aanvaard op het tijdstip van de ondertekening van dit Verdrag of op het tijdstip van de ondertekening van het Aanvullend Protocol:

1

Artikel 6 (a) en (c) (i):

Voorbehoud van de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de Regering van de Republiek Oostenrijk en de Regering van het Koninkrijk Griekenland.

Voorbehoud van het recht bij nationale wet te bepalen dat andere personen dan de exploitant aansprakelijk kunnen blijven voor door een kernongeval veroorzaakte schade, op voorwaarde dat deze personen voor hun aansprakelijkheid volledig zijn gedekt, zelfs in geval van ongerechtvaardigde rechtsvorderingen, door middel van door de exploitant verkregen verzekering of andere financiële zekerheid of van openbare middelen.

2

Artikel 6 (b) en (d):

Voorbehoud van de Regering van de Republiek Oostenrijk, de Regering van het Koninkrijk Griekenland, de Regering van het Koninkrijk Noorwegen en de Regering van het Koninkrijk Zweden.

Voorbehoud van het recht hun nationale wetgeving, waarin bepalingen voorkomen van gelijke strekking als die vervat in de in artikel 6 (b) bedoelde internationale overeenkomsten, te beschouwen als internationale overeenkomsten in de zin van artikel 6 (b) en (d).

3

Artikel 8 (a):

Voorbehoud van de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland en van de Regering van de Republiek Oostenrijk.

Voorbehoud van het recht met betrekking tot kernongevallen die zich voordoen in onderscheidenlijk de Bondsrepubliek Duitsland en de Republiek Oostenrijk een langere termijn dan tien jaar vast te stellen, indien maatregelen zijn genomen om de aansprakelijkheid te dekken van de exploitant ten aanzien van alle rechtsvorderingen voor schadevergoeding die na het verstrijken van de termijn van tien jaar zijn ingesteld tijdens de verlengingstermijn.

4

Artikel 9:

Voorbehoud van de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland en de Regering van de Republiek Oostenrijk.

Voorbehoud van het recht met betrekking tot kernongevallen die zich voordoen in onderscheidenlijk de Bondsrepubliek Duitsland en de Republiek Oostenrijk te bepalen dat de exploitant aansprakelijk is voor schade veroorzaakt door een kernongeval dat rechtstreeks te wijten is aan een gewapend conflict, vijandelijkheden, burgeroorlog, opstand of een ernstige natuurramp van uitzonderlijke aard.

5

Artikel 19:

Voorbehoud van de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de Regering van de Republiek Oostenrijk en de Regering van het Koninkrijk Griekenland.

Voorbehoud van het recht het bekrachtigen van dit Verdrag te beschouwen als het scheppen van een verplichting krachtens het internationale recht om bij nationale wet bepalingen vast te stellen inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag.