Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname betreffende de uitlevering en rechtshulp in strafzaken

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname betreffende de uitlevering en rechtshulp in strafzaken

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

en

de Regering van de Republiek Suriname,

In aanmerking nemende de nauwe band waardoor het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname verenigd zijn;

Overwegende, dat het in verband met het onafhankelijk worden van Suriname noodzakelijk is voorzieningen te treffen met betrekking tot de uitlevering, de daaraan verbonden formaliteiten en de rechtshulp in strafzaken;

Zijn overeengekomen als volgt:

HOOFDSTUK

I

De uitlevering

Artikel

1

De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich om, overeenkomstig de regels van deze Overeenkomst en onder de voorwaarden voorzien in hun nationale wetgeving, elkander op basis van wederkerigheid de personen uit te leveren, die door de rechterlijke autoriteiten van de verzoekende Partij worden vervolgd ter zake van een strafbaar feit of gezocht worden tot tenuitvoerlegging van een straf of maatregel.

Artikel

2

Verzoek en stukken ter ondersteuning daarvan

Artikel

3

Aanvullende inlichtingen

Artikel

4

Indien de door de verzoekende Partij verstrekte inlichtingen onvoldoende blijken te zijn om de aangezochte Partij in staat te stellen een besluit overeenkomstig deze Overeenkomst te nemen, zal deze laatste Partij de noodzakelijke aanvulling op de gegeven inlichtingen vragen en een termijn kunnen stellen, binnen welke deze verkregen moeten zijn.

Voorlopige aanhouding

Artikel

5

Overlevering van de uitgeleverde

Artikel

6

Uitgestelde of voorwaardelijke overlevering

Artikel

7

Verkorte procedure

Artikel

8

Overdracht van voorwerpen

Artikel

9

HOOFDSTUK

II

De rechtshulp in strafzaken

Artikel

10

Rogatoire commissies

Artikel

11

Artikel

12

Rogatoire commissies, die strekken tot een huiszoeking of tot inbeslagneming, zullen slechts worden uitgevoerd voor feiten, welke op grond van deze Overeenkomst aanleiding kunnen geven tot uitlevering en onder het voorbehoud uitgedrukt in artikel 9, tweede lid.

Artikel

13

Mededeling van processtukken en rechterlijke beslissingen

Artikel

14

Strafregister

Artikel

15

Procedure

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

De stukken en documenten welke krachtens deze Overeenkomst worden overgedragen zijn vrijgesteld van alle formaliteiten van legalisatie.

Artikel

19

Indien een autoriteit die een verzoek om rechtshulp ontvangt onbevoegd is daaraan gevolg te geven, zal zij dit verzoek ambtshalve overdragen aan de bevoegde autoriteit van haar land en zal zij de verzoekende Partij daarvan in kennis stellen.

Artikel

20

Elke weigering van rechtshulp zal met redenen omkleed worden.

HOOFDSTUK

III

Algemene bepalingen

Artikel

21

Voorzover in deze Overeenkomst niet anders is bepaald, is op de uitleveringsprocedure en op die betreffende de voorlopige aanhouding en de uitvoering van verzoeken om rechtshulp, uitsluitend de wet van de aangezochte Partij van toepassing.

Artikel

22

De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich om elkander in kennis te stellen van hun wetgeving ter zake van uitlevering en rechtshulp in strafzaken en van de wijzigingen die daarin worden aangebracht.

Artikel

23

De Overeenkomstsluitende Partijen doen over en weer afstand van iedere aanspraak op terugbetaling van de kosten welke uit de toepassing van deze Overeenkomst voortvloeien.

Artikel

24

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft zal deze Overeenkomst alleen gelden voor het Rijk in Europa.

De gelding van deze Overeenkomst kan, al of niet met de noodzakelijk geachte wijzigingen, bij notawisseling worden uitgebreid tot de Nederlandse Antillen.

Artikel

25

TEN BLIJKE WAARVAN, de ondergetekende gevolmachtigden, daartoe behoorlijk door hun Regeringen gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te 's-Gravenhage op 27 augustus 1976 in tweevoud in de Nederlandse taal.