Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken

Additional Protocol to the European Convention on Mutual Assistance in Criminal Matters

The member States of the Council of Europe, signatory to this Protocol,

Desirous of facilitating the application of the European Convention on Mutual Assistance in Criminal Matters opened for signature in Strasbourg on 20 April 1959 (hereinafter referred to as “the Convention”) in the field of fiscal offences;

Considering it also desirable to supplement the Convention in certain other respects,

Have agreed as follows:

CHAPTER

I

Article

1

The Contracting Parties shall not exercise the right provided for in Article 2 (a) of the Convention to refuse assistance solely on the ground that the request concerns an offence which the requested Party considers a fiscal offence.

Article

2

CHAPTER

II

Article

3

The Convention shall also apply to:

  • a.

    the service of documents concerning the enforcement of a sentence, the recovery of a fine or the payment of costs of proceedings;

  • b.

    measures relating to the suspension of pronouncement of a sentence or of its enforcement, to conditional release, to deferment of the commencement of the enforcement of a sentence or to the interruption of such enforcement.

CHAPTER

III

Article

4

Wijzigt het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken; Straatsburg, 20-04-1959.

CHAPTER

IV

Article

5

Article

6

Article

7

Article

8

Article

9

The provisions of this Protocol are without prejudice to more extensive regulations in bilateral or multilateral agreements concluded between Contracting Parties in application of Article 26, paragraph 3, of the Convention.

Article

10

The European Committee on Crime Problems of the Council of Europe shall be kept informed regarding the application of this Protocol and shall do whatever is needful to facilitate a friendly settlement of any difficulty which may arise out of its execution.

Article

11

Article

12

The Secretary General of the Council of Europe shall notify the member States of the Council and any State which has acceded to the Convention of:

  • a.

    any signature of this Protocol;

  • b.

    any deposit of an instrument of ratification, acceptance, approval or accession;

  • c.

    any date of entry into force of this Protocol in accordance with Articles 5 and 6;

  • d.

    any declaration received in pursuance of the provisions of paragraphs 2 and 3 of Article 7;

  • e.

    any declaration received in pursuance of the provisions of paragraph 1 of Article 8;

  • f

    any reservation made in pursuance of the provisions of paragraph 2 of Article 8;

  • g.

    the withdrawal of any reservation carried out in pursuance of the provisions of paragraph 3 of Article 8;

  • h.

    any notification received in pursuance of the provisions of Article 11 and the date on which denunciation takes effect.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Protocol.

DONE at Strasbourg, this 17th day of March 1978, in English and in French, both texts being equally authoritative, in a single copy which shall remain deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary General of the Council of Europe shall transmit certified copies to each of the signatory and acceding States.

Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken

De Lid-Staten van de Raad van Europa die dit Protocol hebben ondertekend,

Verlangende de toepassing van het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken, opengesteld voor ondertekening te Straatsburg op 20 april 1959 (hierna te noemen „het Verdrag”) te vergemakkelijken op het gebied van fiscale delicten;

Overwegende dat het eveneens wenselijk is bedoeld Verdrag ook in bepaalde andere opzichten aan te vullen,

Zijn als volgt overeengekomen:

HOOFDSTUK

I

Artikel

1

Het recht bedoeld in artikel 2, letter a, van het Verdrag om rechtshulp te weigeren, wordt door de Verdragsluitende Partijen niet uitgeoefend louter omdat het verzoek betrekking heeft op een strafbaar feit dat door de aangezochte Partij als een fiscaal delict wordt beschouwd.

Artikel

2

HOOFDSTUK

II

Artikel

3

Het Verdrag is eveneens van toepassing op:

  • a)

    de betekening van stukken betreffende de tenuitvoerlegging van een straf, de inning van een boete of de betaling van proceskosten;

  • b)

    maatregelen betreffende het opschorten van een te wijzen vonnis, of van de tenuitvoerlegging daarvan, de voorwaardelijke invrijheidstelling, het uitstel van het begin van de tenuitvoerlegging van een straf of de onderbreking van de tenuitvoerlegging daarvan.

HOOFDSTUK

III

Artikel

4

Wijzigt het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken; Straatsburg, 20-04-1959.

HOOFDSTUK

IV

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

De bepalingen van dit Protocol vormen geen belemmering voor de meer uitgewerkte voorschriften vervat in de bilaterale of multilaterale overeenkomsten die zijn of worden gesloten tussen de Verdragsluitende Partijen bij toepassing van artikel 26, derde lid, van het Verdrag.

Artikel

10

De Europese Commissie voor Strafrechtelijke Vraagstukken van de Raad van Europa wordt op de hoogte gehouden van de toepassing van dit Protocol en vergemakkelijkt voor zover nodig een minnelijke schikking van elke moeilijkheid die ten gevolge van de toepassing van dit Protocol mocht ontstaan.

Artikel

11

Artikel

12

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa geeft alle Lid-Staten van de Raad en iedere Staat die tot het Verdrag is toegetreden, kennis van:

  • a)

    iedere ondertekening van dit Protocol;

  • b)

    de nederlegging van iedere akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding;

  • c)

    iedere datum van inwerkingtreding van dit Protocol overeenkomstig de artikelen 5 en 6 van het Protocol;

  • d)

    iedere verklaring ontvangen krachtens de bepalingen van het tweede en derde lid van artikel 7;

  • e)

    iedere verklaring ontvangen krachtens de bepalingen van het eerste lid van artikel 8;

  • ƒ)

    ieder voorbehoud gemaakt krachtens de bepalingen van het tweede lid van artikel 8;

  • g)

    de intrekking van ieder voorbehoud verricht krachtens de bepalingen van het derde lid van artikel 8;

  • h)

    iedere kennisgeving ontvangen krachtens de bepalingen van artikel 11 en de datum waarop de opzegging van kracht wordt.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, dit Protocol hebben ondertekend.

GEDAAN te Straatsburg, op 17 maart 1978, in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek, in een enkel exemplaar, dat zal worden nedergelegd in het archief van de Raad van Europa. De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa doet een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift toekomen aan alle Staten die het Protocol hebben ondertekend of daartoe zijn toegetreden.