Uitleveringsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika

Uitleveringsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika;

Verlangend een regeling te treffen met het oog op een doeltreffender samenwerking tussen de beide Staten bij de bestrijding van de misdaad; en

Verlangend een nieuw verdrag te sluiten inzake de wederzijdse uitlevering van delinquenten;

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel

1

Verplichting tot uitlevering

De Verdragsluitende Partijen komen overeen, met inachtneming van de in dit Verdrag opgenomen bepalingen personen aan elkaar uit te leveren die worden aangetroffen op het grondgebied van een van de Verdragsluitende Partijen en tegen wie een strafvervolging is ingesteld, die schuldig zijn bevonden aan het plegen van een strafbaar feit of die worden gezocht met het oog op de tenuitvoerlegging van een door de rechter opgelegde straf of maatregel, welke vrijheidsbeneming met zich mede brengt.

Artikel

2

Feiten die tot uitlevering kunnen leiden en rechtsmacht

Artikel

3

Territoriale toepasselijkheid

Voor de toepassing van dit Verdrag omvat het grondgebied van een Verdragsluitende Partij het gehele grondgebied onder de rechtsmacht van die Verdragsluitende Partij, met inbegrip van het luchtruim en de territoriale wateren.

Artikel

4

Politieke en militaire delicten

Artikel

5

Voorafgaande strafvervolging terzake van hetzelfde feit

Uitlevering wordt niet toegestaan wanneer:

  • a.

    de opgeëiste persoon door de aangezochte Staat ter zake van het feit waarvoor uitlevering wordt verzocht wordt vervolgd, vervolgd is geweest, of is berecht en veroordeeld of vrijgesproken; of

  • b.

    uit anderen hoofde tegen de opgeëiste persoon geen vervolging kan worden ingesteld ter zake van het feit waarvoor uitlevering wordt verzocht, krachtens het recht in de aangezochte Staat met betrekking tot het effect van een voorafgaande strafvervolging.

Artikel

6

Verjaring

Uitlevering wordt niet toegestaan wanneer volgens het recht van de aangezochte Staat het recht tot vervolging of tenuitvoerlegging van straf ter zake van het feit waarvoor uitlevering werd verlangd, is vervallen door verjaring.

Artikel

7

Doodstraf en bijzondere omstandigheden

Artikel

8

Uitlevering van onderdanen

Artikel

9

Procedure met betrekking tot uitlevering en vereiste stukken

Artikel

10

Aanvullend bewijsmateriaal

Artikel

11

Voorlopige aanhouding

Artikel

12

Beslissing en overlevering

Artikel

13

Uitgestelde beslissing en tijdelijke overlevering

Wanneer een beslissing op een verzoek tot uitlevering is genomen ten aanzien van iemand die wordt vervolgd of die een straf ondergaat op het grondgebied van de aangezochte Staat wegens een ander strafbaar feit, kan de aangezochte Staat:

  • a.

    de overlevering van de opgeëiste persoon uitstellen totdat de strafrechtelijke procedure tegen hem is beëindigd of de eventueel op te leggen of opgelegde straf volledig ten uitvoer is gelegd; of

  • b.

    de opgeëiste persoon tijdelijk aan de verzoekende Staat overleveren uitsluitend ten behoeve van de instelling van een vervolging. De aldus overgeleverde persoon dient tijdens zijn verblijf in de verzoekende Staat in hechtenis te worden gehouden en dient na afloop van de gerechtelijke behandeling van zijn zaak te worden teruggezonden overeenkomstig in onderling overleg tussen de Verdragsluitende Partijen vast te stellen voorwaarden.

Artikel

14

Verzoeken tot uitlevering, gedaan door derde Staten

Wanneer de uitvoerende autoriteit van de aangezochte Staat een verzoek ontvangt zowel van de andere Verdragsluitende Partij als van één of meer derde Staten tot uitlevering van dezelfde persoon, hetzij voor hetzelfde feit, hetzij voor verschillende feiten, bepaalt zij aan welke Staat zij die persoon zal uitleveren.

Artikel

15

Specialiteitsbeginsel

Artikel

16

Vereenvoudigde uitlevering

Indien de uitlevering van een opgeëiste persoon niet kennelijk naar het recht van de aangezochte Staat is uitgesloten, en mits de opgeëiste persoon onherroepelijk schriftelijk instemt met uitlevering na in persoon door een rechter of bevoegde rechterlijke autoriteit op de hoogte te zijn gesteld van andere, in formele uitleveringsprocedures toegekende rechten en van de waarborgen waarmee deze zijn omkleed en die hem zouden ontvallen, kan de aangezochte Staat uitlevering toestaan zonder dat een formele uitleveringsprocedure plaatsvindt. In dat geval is artikel 15 niet van toepassing.

Artikel

17

Overdracht van voorwerpen

Artikel

18

Doortocht

Artikel

19

Kosten

Artikel

20

Werkingssfeer

Dit Verdrag is van toepassing op de in artikel 2 bedoelde feiten, ongeacht of deze vóór dan wel na de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag zijn gepleegd.

Artikel

21

Bekrachtiging en inwerkingtreding

Artikel

22

Grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag van toepassing op het grondgebied van het Koninkrijk in Europa en op de Nederlandse Antillen, tenzij de akte van bekrachtiging van de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, bedoeld in artikel 21, anders bepaalt.

Artikel

23

Opzegging

GEDAAN te 's-Gravenhage op 24 juni 1980 in twee exemplaren, in de Nederlandse en de Engelse taal, zijn beide teksten gelijkelijk authentiek.

Bijlage

Lijst van strafbare feiten

  • 1.

    Moord; aanslag met het oogmerk tot het plegen van moord.

  • 2.

    Doodslag.

  • 3.

    Opzettelijke verwonding; het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

  • 4.

    Opzettelijke brandstichting.

  • 5.

    Verkrachting; aanranding van de eerbaarheid; incest; dubbel huwelijk.

  • 6.

    Onwettige seksuele handelingen met of met betrekking tot kinderen onder de leeftijd als is bepaald in de wetgeving van zowel de verzoekende als de aangezochte Staat.

  • 7.

    Opzettelijke verlating van een minderjarige of andere afhankelijke persoon, wanneer daardoor het leven van die minderjarige of andere afhankelijke persoon schade wordt toegebracht of naar alle waarschijnlijkheid zal worden toegebracht, dan wel dat leven in gevaar wordt gebracht of naar alle waarschijnlijkheid zal worden gebracht.

  • 8.

    Wederrechtelijke vrijheidsberoving; schaking; ongerechtvaardigde opsluiting.

  • 9.

    Roof; inbraak; diefstal; verduistering.

  • 10.

    Bedrog, waaronder begrepen het verkrijgen van goederen, geld of waardepapieren door middel van valse voorspiegelingen, misleiding, leugens of andere bedrieglijke middelen.

  • 11.

    Omkoperij, waaronder begrepen het vragen van een gift of belofte, het doen van een aanbod en het aanvaarden van een aanbod.

  • 12.

    Afpersing.

  • 13.

    Het in ontvangst nemen, bezitten of vervoeren van een zaak van waarde in de wetenschap dat deze door misdrijf is verkregen (heling).

  • 14.

    Feiten met betrekking tot strafbaar gesteld misbruik van vertrouwen.

  • 15.

    Strafbare feiten met betrekking tot valse munterij en valsheid in geschrifte; daarbij inbegrepen vervalsing van zegels, handelsmerken, officiële stukken, dan wel het gebruik van zodanige vervalsingen.

  • 16.

    Strafbare feiten met betrekking tot het internationale verkeer van betaalmiddelen.

  • 17.

    Strafbare feiten met betrekking tot de in-, uit- of doorvoer van goederen, artikelen of handelswaren, waaronder begrepen overtreding van de douanewetten.

  • 18.

    Strafbare feiten met betrekking tot slavernij of mensenroof.

  • 19.

    Strafbare feiten met betrekking tot het faillissement.

  • 20.

    Strafbare feiten met betrekking tot het verbod van privaatrechtelijke monopolies of oneerlijke handelspraktijken.

  • 21.

    Meineed; het aanzetten tot meineed; het afleggen van een valse verklaring ten overstaan van een overheidsinstelling of -functionaris.

  • 22.

    Strafbare feiten met betrekking tot het opzettelijk ontduiken van belastingen en accijnzen.

  • 23.

    Ieder handelen of nalaten waarvan te duchten is dat daardoor

    • a.

      de veiligheid van een luchtvaartuig dat zich in de lucht bevindt of van personen aan boord van een zodanig luchtvaartuig in gevaar wordt gebracht; of

    • b.

      een luchtvaartuig wordt vernietigd of onklaar gemaakt.

  • 24.

    Iedere onwettige overmeestering of het op onrechtmatige wijze onder zijn macht brengen van een luchtvaartuig dat zich in de lucht bevindt, door middel van dwang of geweld, bedreiging met dwang of geweld dan wel enige andere vorm van vreesaanjaging.

  • 25.

    Ieder onwettig handelen of nalaten met de bedoeling of waarvan is te duchten dat daardoor de veiligheid van personen in een trein, een vaartuig of enig ander vervoermiddel in gevaar wordt gebracht.

  • 26.

    Zeeroof, muiterij of insubordinatie aan boord van een vaartuig.

  • 27.

    Het opzettelijk toebrengen van schade aan goederen.

  • 28.

    Strafbare feiten met betrekking tot de handel in, het bezit van of de produktie of vervaardiging van verdovende middelen, cannabis, psychotrope stoffen, cocaïne en de derivaten daarvan, en andere gevaarlijke middelen en chemicaliën.

  • 29.

    Strafbare feiten met betrekking tot giftige chemicaliën of stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid.

  • 30.

    Strafbare feiten met betrekking tot vuurwapens, munitie, explosieven, brandverwekkende apparaten of nucleaire stoffen.

  • 31.

    Strafbare feiten met betrekking tot misbruik van ambtelijk gezag en ambtelijke bevoegdheden.

  • 32.

    Strafbare feiten met betrekking tot het belemmeren van de loop van het recht.

  • 33.

    Strafbare feiten met betrekking tot effecten en handelswaren.

  • 34.

    Het vergemakkelijken of het mogelijk maken dat een persoon uit detentie ontvlucht.

  • 35.

    Opruiing tot geweldpleging.

  • 36.

    Iedere andere gedraging waarvoor uitlevering kan worden toegestaan overeenkomstig de wetten van beide Verdragsluitende Partijen.