Verdrag inzake uitlevering tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Australië

Verdrag inzake uitlevering tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Australië

Het Koninkrijk der Nederlanden en Australië, geleid door de wens de samenwerking tussen de beide landen bij de bestrijding van de misdaad doeltreffender te doen zijn door een verdrag te sluiten inzake de uitlevering van personen die worden verdacht van of zijn veroordeeld wegens strafbare feiten,

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel

1

Verplichting tot uitlevering

Elke Verdragsluitende Partij komt overeen aan de andere uit te leveren, overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag, personen die worden gezocht met het oog op een strafvervolging, of de oplegging of tenuitvoerlegging van een sanctie in de verzoekende Staat voor een strafbaar feit dat tot uitlevering kan leiden.

Artikel

2

Feiten die tot de uitlevering kunnen leiden

Artikel

3

Uitzonderingen op uitlevering

Artikel

4

Uitstel van uitlevering

De aangezochte Staat kan de behandeling van een verzoek tot uitlevering van een persoon of diens feitelijke overlevering uitstellen ten einde een vervolging tegen hem aan te spannen of opdat deze een straf kan ondergaan, voor een ander strafbaar feit dan een feit bestaande uit een handelen of nalaten waarvoor zijn uitlevering wordt verzocht. De aangezochte Staat stelt de verzoekende Staat hiervan in kennis.

Artikel

5

Procedure met betrekking tot uitlevering en vereiste stukken

Artikel

6

Waarmerking van stukken ter ondersteuning van het verzoek

Artikel

7

Aanvullende gegevens

Artikel

8

Voorlopige aanhouding

Artikel

9

Samenloop van verzoeken

Artikel

10

Overlevering van uit te leveren persoon

Artikel

11

Overdracht van voorwerpen

Artikel

12

Specialiteitsbeginsel

Artikel

13

Verderlevering aan een derde staat

Artikel

14

Doortocht

Artikel

15

Vertegenwoordiging en kosten

Artikel

16

Wederzijdse rechtshulp in strafzaken

Behoudens enig nader tussen hen te sluiten verdrag, komen de Verdragsluitende Partijen overeen, elkander overeenkomstig hun nationale wetgeving de ruimste mate van wederzijdse rechtshulp in strafzaken te verlenen, wanneer zulke hulp wordt verzocht door hun bevoegde rechterlijke autoriteiten ten behoeve van het onderzoek of de vervolging wegens onder hun rechtsmacht vallende strafbare feiten.

Artikel

17

Inwerkingtreding

Artikel

18

Territoriale toepasselijkheid

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag van toepassing voor het grondgebied van het gehele Koninkrijk, tenzij in de in artikel 17 bedoelde kennisgeving van het Koninkrijk der Nederlanden anders wordt bepaald.

Artikel

19

Beëindiging

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te 's-Gravenhage op 5 september 1985 in de Nederlandse en de Engelse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.