Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Estland inzake scheepvaart

Agreement on maritime transport between the Kingdom of the Netherlands and the Republic of Estonia

The Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the Republic of Estonia, hereinafter referred to as the Contracting Parties, for the purpose of further developing friendly relations between the two countries and of strengthening co-operation in the field of maritime transport, in accordance with the principles of equality and mutual benefit, have agreed as follows:

Article

1

For the purpose of the present Agreement:

  • 1.

    The "Competent Maritime Authority" in the Republic of Estonia is the Ministry of Transport and Communications and in the Kingdom of the Netherlands the Directorate-General Shipping and Maritime Affairs of the Ministry of Transport, Public Works and Water Management.

  • 2.

    The term "vessel of a Contracting Party" means any seagoing vessel used in commercial service, with the exception of fishing vessels and factory ships, which is registered in the territory and flies the flag of a Contracting Party in compliance with its national laws and regulations.

  • 3.

    The term "crew member" means the ship's master and any person actually employed on board a vessel with regard to the working or service of the vessel, who is included in the crew list and who is a holder of a seaman's identity document.

Article

2

The Contracting Parties shall in their mutual relations contribute in every respect to the freedom of merchant shipping and shall refrain from any action which might harm the development of international shipping.

Article

3

Article

4

The Contracting Parties agree

  • a)

    to promote the development of maritime transport in a spirit of consideration of their mutual interests and to remove any difficulties in this field;

  • b)

    to facilitate the transfer of technology and know how as well as the establishment of joint ventures in the field of shipping;

  • c)

    to guarantee free access on the landside to multimodal transportation.

Article

5

Article

6

The Contracting Parties shall adopt, within the limits of their domestic legal order, all appropriate measures to facilitate and expedite maritime traffic, to prevent unnecessary delays to vessels and to expedite and simplify as much as possible the carrying out of customs and other formalities applicable in ports.

Article

7

Article

8

Each Contracting Party shall grant to the shipping company which has its place of effective management in the territory of the other Contracting Party the right of free transfer in convertible currency to the country designated by the shipping company of their investments and the returns from it as well as the excess of receipts over expenditure earned by that shipping company in the territory of the first Contracting Party.

Such transfers shall be granted regularly and currently and shall be based on official exchange rates or current payments, or where there are no official exchange rates, at the prevailing foreign exchange market rates for current payments. No charges other than normal bank charges shall be applicable to such transfers.

Article

9

The Contracting Parties shall recognize the seaman's identity documents, issued by the competent authorities of the other Contracting Party.

These identity documents are:

  • a)

    for crew members on Estonian vessels:

    the Seaman's discharge book (for members having Estonian citizenship); the Certificate of record of service on Estonian ships, together with a valid passport recognized by the Kingdom of the Netherlands (for members not having Estonian citizenship);

  • b)

    for crew members on Netherlands vessels: the Netherlands "Monsterboekje" (Seaman's book).

Article

10

Article

11

Article

12

Article

13

Article

14

Article

15

Article

16

Article

17

This Agreement shall be provisionally applied from the date of its signature and shall come into force on the first day of the second month following the date on which the Contracting Parties have informed each other in writing that the formalities constitutionally required in their respective countries have been complied with.

If either Contracting Party wishes to denounce the present Agreement, it shall notify the other Contracting Party in writing and the denunciation of the Agreement shall take effect twelve months after the date of receipt of such notification by the other Contracting Party.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorized by their respective Governments, have signed the present Agreement.

DONE at Tallinn, on 24 March in the year 1993, in duplicate in the English language, which will be the authentic text.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands

(sd.) J. R. H. MAIJ-WEGGEN

For the Government of the Republic of Estonia

(sd.) ANDI MEISTER

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Estland inzake scheepvaart

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Estland, hierna te noemen de Overeenkomstsluitende Partijen, zijn, met het oog op de verdere ontwikkeling van de vriendschappelijke betrekkingen tussen de twee landen en de versterking van de samenwerking op het gebied van de scheepvaart, overeenkomstig de beginselen van gelijkheid en wederzijds voordeel, het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Voor de toepassing van deze Overeenkomst:

  • 1.

    Wordt onder „bevoegde scheepvaartautoriteit" verstaan: in het Koninkrijk der Nederlanden het Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en in de Republiek Estland het Ministerie van Vervoer en Verbindingen.

  • 2.

    Wordt onder „schip van een Overeenkomstsluitende Partij" verstaan: elk zeeschip gebruikt voor commerciële doeleinden, met uitzondering van vissersschepen en fabrieksschepen, dat is geregistreerd in en de vlag voert van een Overeenkomstsluitende Partij in overeenstemming met haar nationale wetten en voorschriften.

  • 3.

    Wordt onder „bemanningslid" verstaan: de kapitein van het schip en elke persoon aan boord van een schip die daadwerkelijk is belast met werkzaamheden verband houdend met de exploitatie van of de dienstverlening op het schip, die is opgenomen op de monsterrol en die houder is van een identiteitsbewijs voor zeevarenden.

Artikel

2

De Overeenkomstsluitende Partijen dragen in hun onderlinge betrekkingen in alle opzichten bij aan de vrijheid van de handelsscheepvaart en onthouden zich van elk optreden dat de ontwikkeling van de internationale scheepvaart zou kunnen schaden.

Artikel

3

Artikel

4

De Overeenkomstsluitende Partijen komen overeen:

  • a.

    de ontwikkeling van het vervoer over zee te bevorderen met inachtneming van hun wederzijdse belangen en eventuele moeilijkheden op dit terrein weg te nemen;

  • b.

    de overdracht van technologie en technische kennis alsook de totstandkoming van joint ventures op het terrein van de scheepvaart te vergemakkelijken;

  • c.

    de vrije toegang op het land tot gecombineerd vervoer te waarborgen.

Artikel

5

Artikel

6

De Overeenkomstsluitende Partijen nemen, binnen de grenzen van hun binnenlandse rechtsorde, alle passende maatregelen om het verkeer over zee te vergemakkelijken en te bespoedigen, onnodig oponthoud van schepen te voorkomen, en de afwikkeling van douaneformaliteiten en andere toepasselijke formaliteiten in de havens zoveel mogelijk te bespoedigen en te vereenvoudigen.

Artikel

7

Artikel

8

Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent de rederij die haar plaats van daadwerkelijke leiding op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht van vrije overmaking in inwisselbare munteenheid naar het door de rederij aangewezen land van haar investeringen en de opbrengst daarvan, alsmede van het batig saldo van uitgaven en ontvangsten van die rederij op het grondgebied van de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij. Zulke overmakingen worden regelmatig en zonder vertraging toegestaan en zijn gebaseerd op de officiële wisselkoersen voor lopende betalingen, of wanneer er geen officiële wisselkoersen zijn, op de geldende marktkoersen voor buitenlandse valuta voor lopende betalingen. Op zulke overmakingen zijn geen andere heffingen van toepassing dan de normale bankkosten.

Artikel

9

De Overeenkomstsluitende Partijen erkennen de identiteitsbewijzen voor zeevarenden die zijn afgegeven door de bevoegde autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

Deze identiteitsbewijzen zijn:

  • a.

    voor bemanningsleden op Estse schepen:

    het zeemansboekje (voor bemanningsleden die het Estse staatsburgerschap bezitten); het certificaat inzake werkzaamheid op Estse schepen, te samen met een door het Koninkrijk der Nederlanden erkend geldig paspoort (voor bemanningsleden die niet het Estse staatsburgerschap bezitten).

  • b.

    voor bemanningsleden op Nederlandse schepen:

    het Nederlandse monsterboekje.

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

Deze Overeenkomst wordt voorlopig toegepast met ingang van de datum van ondertekening en treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de datum waarop de Overeenkomstsluitende Partijen elkander schriftelijk ervan in kennis hebben gesteld dat aan de in hun onderscheiden landen constitutioneel vereiste formaliteiten is voldaan.

Indien een der Overeenkomstsluitende Partijen deze Overeenkomst wenst op te zeggen, stelt zij de andere Overeenkomstsluitende Partij daarvan schriftelijk in kennis; de opzegging van de Overeenkomst wordt van kracht twaalf maanden na de datum van ontvangst van een dergelijke kennisgeving door de andere Overeenkomstsluitende Partij

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, naar behoren gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Tallinn, op 24 maart 1993, in tweevoud in de Engelse taal, die de authentieke tekst is.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) J. R. H. MAIJ-WEGGEN

Voor de Regering van de Republiek Estland

(w.g.) ANDI MEISTER