Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Hong Kong inzake de overlevering van voortvluchtige delinkwenten

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Hong Kong inzake de overlevering van voortvluchtige delinkwenten

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en

de Regering van Hong Kong, naar behoren gemachtigd tot het sluiten van deze Overeenkomst door de soevereine Regering die verantwoordelijk is voor haar buitenlandse zaken,

Geleid door de wens te voorzien in de wederzijdse overlevering van voortvluchtige delinkwenten;

Herinnerend aan de rechten die aan een ieder die is betrokken in een strafrechtelijke procedure toekomen overeenkomstig algemeen erkende normen;

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel

1

De Partijen komen overeen, met inachtneming van de bepalingen neergelegd in deze Overeenkomst, aan elkander over te leveren iedere persoon die op het rechtsgebied van de aangezochte Partij wordt aangetroffen en die door de verzoekende Partij wordt opgeëist met het oog op vervolging of de oplegging of tenuitvoerlegging van een straf in verband met een in artikel 2 bedoeld strafbaar feit dat valt onder de rechtsmacht van laatstbedoelde Partij. Zodanige personen worden voor de toepassing van deze Overeenkomst „voortvluchtige delinkwenten” genoemd.

Artikel

2

Artikel

3

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden behoudt zich het recht voor de overlevering van eigen onderdanen te weigeren. De Regering van Hong Kong behoudt zich het recht voor de overlevering te weigeren van onderdanen van de Staat waarvan de Regering verantwoordelijk is voor haar buitenlandse zaken.

Artikel

4

Indien op het feit waarvoor ingevolge deze Overeenkomst om overlevering van een voortvluchtige delinkwent wordt verzocht, krachtens de wetgeving van de verzoekende Partij de doodstraf is gesteld en indien de wetgeving van de aangezochte Partij niet voorziet in de doodstraf ten aanzien van dat feit, of indien deze gewoonlijk niet ten uitvoer wordt gelegd, kan de overlevering worden geweigerd, tenzij de verzoekende Partij naar het oordeel van de aangezochte Partij voldoende waarborgen biedt dat deze straf niet zal worden opgelegd of, indien zij wordt opgelegd, niet ten uitvoer zal worden gelegd.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

De overlevering van een voortvluchtige delinkwent kan ook worden geweigerd indien de aangezochte Partij van oordeel is dat:

  • a.

    het strafbare feit, gelet op alle omstandigheden, niet ernstig genoeg is om de overlevering te kunnen rechtvaardigen; of

  • b.

    er sprake is van buitensporige vertraging, om redenen die de voortvluchtige delinkwent niet kunnen worden toegerekend, bij het instellen van strafvervolging tegen hem, het aanhangig maken van de zaak ter terechtzitting of het doen ondergaan van de straf of het resterende gedeelte daarvan; of

  • c.

    de overlevering van de voortvluchtige delinkwent voor die Partij een schending van haar verplichtingen ingevolge internationale overeenkomsten met zich kan meebrengen; of

  • d.

    gezien de omstandigheden van de zaak, de overlevering van de voortvluchtige delinkwent onverenigbaar zou zijn met humanitaire overwegingen, gelet op diens leeftijd, gezondheid of andere persoonlijke omstandigheden.

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Indien gelijktijdig om de overlevering van een voortvluchtige delinkwent wordt verzocht door zowel één van de Partijen als door een Staat of Staten waarmee het Koninkrijk der Nederlanden dan wel Hong Kong, naar gelang het geval, regelingen heeft inzake de overlevering van voortvluchtige delinkwenten, neemt de aangezochte Partij bij het nemen van haar besluit alle omstandigheden in aanmerking, met inbegrip van de desbetreffende bepalingen van die regelingen, de plaats waar de feiten zijn begaan, de relatieve ernst daarvan, de onderscheiden data van de verzoeken, de nationaliteit van de voortvluchtige delinkwent en de mogelijkheid van verderlevering aan een andere Staat.

Artikel

11

Stukken die bij een verzoek om overlevering zijn gevoegd, worden toegelaten als bewijs indien zij naar behoren zijn gewaarmerkt. Een stuk wordt geacht naar behoren te zijn gewaarmerkt indien het:

  • a.

    is ondertekend of voor eensluidend is verklaard door een rechter, rechterlijk ambtenaar of functionaris van de verzoekende Partij, en

  • b.

    is voorzien van het officiële stempel van de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij.

Artikel

12

Artikel

13

Verzoeken die niet voldoen aan de in deze Overeenkomst neergelegde voorwaarden worden geweigerd. Dit houdt in het bijzonder in dat een voortvluchtige delinkwent die wordt opgeëist met het oog op strafvervolging niet wordt overgeleverd, tenzij het bewijs overeenkomstig de wetgeving van de aangezochte Partij voldoende wordt geacht om zijn aanhouding met het oog op berechting te kunnen rechtvaardigen indien het feit waarvoor hij wordt vervolgd, zou zijn begaan binnen het rechtsgebied van de aangezochte Partij.

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

Ten aanzien van het Koninkrijk der Nederlanden is deze Overeenkomst slechts van toepassing op het deel van het Rijk in Europa.

Artikel

18

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, naar behoren gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Hong Kong op 2 november 1992 in de Nederlandse, de Chinese en de Engelse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) H. J. VAN PESCH

Voor de Regering van Hong Kong

(w.g.) A. ASPREY