Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Polen inzake de bevordering en wederzijdse bescherming van investeringen

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Polen inzake de bevordering en wederzijdse bescherming van investeringen

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Republiek Polen,

hierna te noemen de Overeenkomstsluitende Partijen,

Geleid door de wens de economische samenwerking te intensiveren, tot wederzijds voordeel van beide landen,

Voornemens gunstige voorwaarden te scheppen voor investeringen door investeerders van de ene Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij,

en

Erkennend dat de bevordering en bescherming van investeringen op basis van deze Overeenkomst het initiatief op dit terrein stimuleert,

Zijn overeengekomen als volgt;

Artikel

1

Voor de toepassing van deze Overeenkomst:

  • a.

    omvat de term „investeringen": alle soorten vermogensbestanddelen en in het bijzonder, doch niet uitsluitend:

    • i.

      roerende en onroerende zaken en ale andere zakelijke rechten ten aanzien van alle soorten vermogensbestanddelen;

    • ii.

      rechten ontleend aan aandelen, obligaties en andere soorten belangen in ondernemingen en gezamenlijke ondernemingen;

    • iii.

      recht op geld en andere vermogensbestanddelen en op iedere prestatie die economische waarde heeft;

    • iv.

      rechten op het gebied van de intellectuele eigendom, technische werkwijzen, goodwill en technische kennis;

    • v.

      rechten tot het verrichten van economische bedrijvigheid, met inbegrip van rechten tot het opsporen, exploreren, ontginnen en winnen van natuurlijke rijkdommen, verleend krachtens een contract, bestuurlijke beslissingen of krachtens de wetgeving van de Overeenkomstsluitende Partij op wier grondgebied een zodanige activiteit wordt ondernomen.

  • b.

    omvat de term „investeerders" met betrekking tot elk der Overeenkomstsluitende Partijen:

    • i.

      natuurlijke personen die in overeenstemming met het recht van die Overeenkomstsluitende Partij haar nationaliteit bezitten;

    • ii.

      onverminderd het bepaalde in punt iii. hieronder, rechtspersonen die zijn opgericht in overeenstemming met het recht van die Overeenkomstsluitende Partij;

    • iii.

      rechtspersonen, waar ook gevestigd, die onder al dan niet rechtstreeks toezicht staan van investeerders van die Overeenkomstsluitende Partij.

  • c.

    omvat de term „grondgebied": de zeegebieden grenzend aan de kust van de betrokken Staat, voor zover die Staat overeenkomstig het internationale recht soevereine rechten of rechtsmacht in deze gebieden kan uitoefenen.

Artikel

2

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen stimuleert, binnen het kader van haar wetten en voorschriften, de economische samenwerking door middel van bescherming op haar grondgebied van investeringen van investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij. Behoudens haar recht de door haar wetten en voorschriften verleende bevoegdheden uit te oefenen, laat elke Overeenkomstsluitende Partij zulke investeringen toe.

Artikel

3

Artikel

4

De Overeenkomstsluitende Partijen waarborgen dat betalingen die verband houden met een investering kunnen worden overgemaakt. De overmakingen geschieden in vrij wisselbare valuta, zonder onredelijke beperking of vertraging. Deze overmakingen omvatten in het bijzonder, doch niet uitsluitend:

  • a.

    winsten, interest, dividenden en andere lopende inkomsten;

  • b.

    gelden nodig

    • i.

      voor het verwerven van grondstoffen of hulpmaterialen, halffabrikaten of eindprodukten, of

    • ii.

      om kapitaalgoederen te vervangen teneinde de continuïteit van een investering te waarborgen;

  • c.

    bijkomende gelden, noodzakelijk voor het uitbreiden van een investering;

  • d.

    gelden voor de terugbetaling van leningen;

  • e.

    royalty's of honoraria;

  • f.

    inkomsten van natuurlijke personen wie het is toegestaan te werken in verband met een investering;

  • g.

    de opbrengsten van de verkoop of liquidatie van de investering.

Artikel

5

Geen der Overeenkomstsluitende Partijen neemt maatregelen waardoor aan investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij direct of indirect hun investeringen worden ontnomen, tenzij aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • a.

    de maatregelen worden genomen in het algemeen belang en met inachtneming van een behoorlijke rechtsgang;

  • b.

    de maatregelen zijn niet discriminatoir of in strijd met een toezegging die de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij heeft gedaan;

  • c.

    de maatregelen gaan vergezeld van een regeling voor de betaling van een billijke schadeloosstelling. Deze schadeloosstelling dient overeen te komen met de werkelijke waarde van de desbetreffende investeringen en dient, wil zij doeltreffend zijn voor de gerechtigden, zonder onredelijke vertraging te worden betaald en te kunnen worden overgemaakt in een vrij inwisselbare valuta die door de gerechtigden wordt aanvaard.

Artikel

6

Aan investeerders van de ene Overeenkomstsluitende Partij die verliezen lijden met betrekking tot hun investeringen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij wegens oorlog of een ander gewapend conflict, revolutie, een nationale noodtoestand, opstand, oproer of ongeregeldheden, wordt door laatstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij wat restitutie, schadevergoeding, schadeloosstelling of een andere regeling betreft, geen minder gunstige behandeling toegekend dan die welke die Overeenkomstsluitende Partij toekent aan haar eigen investeerders of aan investeerders van een derde Staat, naar gelang van wat het gunstigst is voor de betrokken investeerders.

Artikel

7

Indien de investeringen van een investeerder van de ene Overeenkomstsluitende Partij krachtens een bij wet ingesteld stelsel verzekerd zijn tegen niet commerciële risico's, wordt de subrogatie van de verzekeraar of de herverzekeraar in de rechten van de genoemde investeerder, ingevolge de voorwaarden van deze verzekering, door de andere Overeenkomstsluitende Partij erkend, zulks onverminderd het recht van laatstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij belastingen en andere overheidsheffingen die door de investeerder verschuldigd zijn en moeten worden betaald, te innen.

Artikel

8

Artikel

9

De bepalingen van deze Overeenkomst zijn van toepassing op investeringen gedaan door investeerders van de ene Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij na 26 september 1968 overeenkomstig de wetten en voorschriften van de laatstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel

10

Ten aanzien van het Koninkrijk der Nederlanden is deze Overeenkomst van toepassing op het deel van het Rijk in Europa, de Nederlandse Antillen en Aruba, tenzij in de in artikel 13, eerste lid, bedoelde kennisgeving anders is bepaald.

Artikel

11

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen kan voorstellen overleg te plegen inzake iedere aangelegenheid betreffende de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst. De andere Partij neemt dit overleg in welwillende overweging en biedt daartoe passende gelegenheid.

Artikel

12

Artikel

13

TEN BLIJKE WAARVAN de ondertekenende vertegenwoordigers, daartoe naar behoren gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te Warschau op 7 september 1992 in de Nederlandse, de Poolse en de Engelse taal, zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschillen in uitlegging is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) Y. VAN ROOY

Voor de Regering van de Republiek Polen

(w.g.) OSIATYŃSKI

Protocol

Bij de ondertekening van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Polen inzake de bevordering en wederzijdse bescherming van investeringen, hebben de ondertekenende vertegenwoordigers overeenstemming bereikt omtrent de onderstaande bepalingen die een integrerend deel van de Overeenkomst uitmaken.

1

Met betrekking tot artikel 1 wordt onder „toezicht" verstaan het hebben van een aanmerkelijk belang in of het vermogen aanmerkelijke invloed uit te oefenen op het beheer en de exploitatie van een investering, met dien verstande dat een zodanige invloed niet geacht wordt aanwezig te zijn uitsluitend als gevolg van een contractuele betrekking ten behoeve van de levering van goederen of de verlening van diensten of de verlening van handelskredieten in verband met zodanige contracten.

2

Met betrekking tot de betekenis van de term „vertraging" in artikel 4: overmakingen geschieden overeenkomstig normale banken handelspraktijken en in elk geval binnen een termijn van 2 maanden vanaf de datum van de aanvraag tot overmaking.

3

De Regering van de Republiek Polen bevestigt haar beleid waarbij erop wordt toegezien dat over binnen het grondgebied van de Republiek Polen aangehouden bankdeposito's een reële rente wordt betaald.

(w.g.) Y. VAN ROOY

(w.g.) OSIATYŃSKI