Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Albanië inzake samenwerking tussen de Nederlandse Organisatie voor Ontwikkelingssamenwerking SNV en de Republiek Albanië

Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Albanië inzake samenwerking tussen de Nederlandse Organisatie voor Ontwikkelingssamenwerking SNV en de Republiek Albanië

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, hierna te noemen de Nederlandse Partij,

en

de Regering van de Republiek Albanië, hierna te noemen de Albanese Partij,

Geleid door de wens het wederzijds begrip en de vriendschappelijke betrekkingen tussen beide volken te bevorderen door steun te bieden aan ontwikkelingsprocessen,

Komen het volgende overeen:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

De Nederlandse Partij:

  • 1.

    betaalt het Nederlandse salaris van het niet-Albanese SNV-personeel;

  • 2.

    betaalt alle kosten van het kantoor te velde;

  • 3.

    betaalt alle kosten van opleiding in het kader van en voorafgaande aan de tewerkstelling;

  • 4.

    verschaft het SNV-personeel alle personele en materiële middelen die zij noodzakelijk acht voor een doeltreffende vervulling van zijn taken, voor zover in deze middelen niet wordt voorzien uit de voor de activiteit bestemde gelden. De materiële middelen (met inbegrip van onroerende zaken) zijn bedoeld voor de Nederlandse overheid en blijven eigendom van de Nederlandse Partij. Na beëindiging van de activiteit kunnen de bevoegde autoriteiten in overleg bepalen of deze voor ander gebruik worden bestemd of in eigendom worden overgedragen.

Artikel

5

De Albanese Partij:

  • 1.

    verleent het niet-Albanese SNV-personeel alle beschikbare faciliteiten en hulp om te voldoen aan de douanevoorschriften betreffende de inklaring van de in artikel 4 bedoelde goederen en regelt het lossen en de tijdelijke opslag van die goederen op het punt van binnenkomst in Albanië;

  • 2.

    verleent de niet-Albanese personeelsleden van de SNV en hun gezinsleden en/of personen te hunnen laste vrijstelling van betaling van invoerrechten en douaneheffingen op nieuwe of gebruikte persoonlijke bezittingen en beroepsuitrusting;

  • 3.

    verleent de Nederlandse Partij vrijstelling van alle invoerrechten en douaneheffingen en alle andere belastingen op goederen, met inbegrip van motorvoertuigen en alle andere zendingen van de Nederlandse Partij of van de SNV ter uitvoering van de projecten en programma's uit hoofde van dit Verdrag;

  • 4.

    voorkomt belastingheffing op salarissen en emolumenten die het niet-Albanese SNV-personeel voor zijn diensten van de Nederlandse Partij ontvangt. Met inachtneming van de geldende voorschriften betreffende niet-ingezetenen verleent de Albanese Partij het niet-Albanese SNV-personeel in overeenstemming met de Albanese wetten zo gunstig mogelijke wisselfaciliteiten om gelden over te maken van en naar Nederland;

  • 5.

    verstrekt de niet-Albanese personeelsleden van de SNV, hun gezinsleden en/of personen te hunnen laste alle identiteitspapieren die vereist zijn om de medewerking van de plaatselijke autoriteiten te verkrijgen bij de uitvoering van hun taken;

  • 6.

    verstrekt kosteloos in- en uitreisvisa telkens wanneer de SNV hierom verzoekt;

  • 7.

    verleent de niet-Albanese personeelsleden van de SNV, hun gezinsleden en/of personen te hunnen laste vrijstelling van betaling van leges en alle andere kosten in verband met verblijfsvergunningen;

  • 8.

    verleent de niet-Albanese personeelsleden van de SNV, hun gezinsleden en/of personen te hunnen laste vrijstelling van alle vormen van nationale dienstplicht.

Artikel

6

Artikel

7

De mate van de bescherming en de omvang van de voorrechten die de Albanese Partij biedt zijn ten minste gelijk aan de bescherming en voorrechten die worden geboden aan personeel van elk ander land dat of elke andere internationale organisatie die handelt in het kader van ontwikkelingssamenwerking, waarbij die samenwerking is vastgelegd in een verdrag, bindend krachtens internationaal recht.

Artikel

8

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Tirana op 27 augustus 1994 in tweevoud in de Nederlandse, Albanese en Engelse taal, zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschil in interpretatie is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) G. C. M. VAN PALLANDT

voor de Regering van de Republiek Albanië

(w.g.) S. BELORTAJA