Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Mexicaanse Staten tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Mexicaanse Staten tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Verenigde Mexicaanse Staten,

Geleid door de wens een verdrag te sluiten tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen,

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK

I

REIKWIJDTE VAN HET VERDRAG

Artikel

1

Personen op wie het Verdrag van toepassing is

Dit Verdrag is van toepassing op personen die inwoner zijn van een van de Staten of van beide Staten.

Artikel

2

Belastingen waarop het Verdrag van toepassing is

HOOFDSTUK

II

BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel

3

Algemene begripsbepalingen

Artikel

4

Inwoners

Artikel

5

Vaste inrichting

HOOFDSTUK

III

BELASTINGHEFFING NAAR HET INKOMEN

Artikel

6

Inkomsten uit onroerende zaken

Artikel

7

Winst uit onderneming

Artikel

8

Zee- en luchtvaart

Artikel

9

Gelieerde ondernemingen

Artikel

10

Dividenden

Artikel

11

Interest

Artikel

12

Royalty's

Artikel

13

Vermogenswinsten

Artikel

14

Zelfstandige arbeid

Artikel

15

Niet-zelfstandige arbeid

Artikel

16

Directeursbeloningen

Directeursbeloningen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een van de Staten in zijn hoedanigheid van lid van de raad van beheer of de raad van toezicht dan wel in zijn hoedanigheid van, in het geval van Nederland, „bestuurder" of „commissaris" of van, in het geval van Mexico, „administrador" of „comisario" van een lichaam dat inwoner is van de andere Staat, mogen in die andere Staat worden belast.

Artikel

17

Artiesten en sportbeoefenaars

Artikel

18

Pensioenen, lijfrenten en sociale-zekerheidsuitkeringen

Artikel

19

Overheidsfuncties

Artikel

20

Studenten

Betalingen die een student of een voor een beroep of bedrijf in opleiding zijnde persoon, die inwoner is of onmiddellijk voor zijn bezoek aan een van de Staten inwoner was van de andere Staat en die uitsluitend voor zijn studie of opleiding in de eerstbedoelde Staat verblijft, ontvangt ten behoeve van zijn onderhoud, studie of opleiding, zijn in die Staat niet belastbaar, mits deze betalingen aan hem worden gedaan uit bronnen buiten die Staat.

Artikel

21

Overige inkomsten

HOOFDSTUK

IV

VERMIJDING VAN DUBBELE BELASTING

Artikel

22

Vermijding van dubbele belasting

HOOFDSTUK

V

BIJZONDERE BEPALINGEN

Artikel

23

Non-discriminatie

Artikel

24

Regeling voor onderling overleg

Artikel

25

Uitwisseling van inlichtingen

Artikel

26

Diplomatieke en consulaire ambtenaren

De bepalingen van dit Verdrag tasten in geen enkel opzicht de fiscale voorrechten aan die diplomatieke of consulaire ambtenaren ontlenen aan de algemene regels van het volkenrecht of aan de bepalingen van bijzondere overeenkomsten.

Artikel

27

Uitbreiding tot andere gebieden

HOOFDSTUK

VI

SLOTBEPALINGEN

Artikel

28

Inwerkingtreding

Artikel

29

Beëindiging

Dit Verdrag blijft van kracht totdat zij door een van de Verdragsluitende Partijen wordt beëindigd. Elk van de Partijen kan het Verdrag langs diplomatieke weg beëindigen door ten minste zes maanden voor het einde van enig kalenderjaar na het verstrijken van een periode van vijf jaren na de datum van inwerkingtreding van het Verdrag kennis te geven van de beëindiging. In dat geval houdt het Verdrag op van toepassing te zijn voor belastingjaren en -tijdvakken die aanvangen na het einde van het kalenderjaar waarin kennis van de beëindiging is gegeven.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te 's-Gravenhage, de 27 september 1993, in tweevoud in de Nederlandse en de Spaanse taal, zijnde de twee teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) R. F. M. LUBBERS

(w.g.) M. J. J. VAN AMELSVOORT

Voor de Regering van de Verenigde Mexicaanse Staten,

(w.g.) F. SOLANA-MORALES

Protocol

Bij de ondertekening van het Verdrag tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen, heden tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Mexicaanse Staten gesloten, zijn de ondergetekenden overeengekomen dat de volgende bepalingen een integrerend deel van het Verdrag vormen.

I

Ad artikelen 1, 11 en 23

Het is wel verstaan dat voor de toepassing van dit Verdrag een pensioenfonds dat als zodanig erkend is in een van de Staten en waarvan het inkomen in het algemeen is vrijgesteld van belasting in die Staat, beschouwd zal worden als inwoner van die Staat. Als zulk een pensioenfonds zal worden beschouwd in het geval van Nederland elk pensioenfonds dat erkend is en volgens wettelijke bepalingen onder toezicht staat en in het geval van Mexico elk op grond van artikel 28 van de Mexicaanse wet op de inkomstenbelasting in het leven geroepen pensioenfonds.

II

Ad artikel 3, eerste lid, onderdelen b en c

Het is wel verstaan dat de uitdrukkingen „Nederland" en „Mexico" de exclusieve economische zone omvatten waarbinnen Nederland of Mexico, naar gelang het geval, soevereine rechten mogen uitoefenen in overeenstemming met hun nationale recht en het internationale recht, indien Nederland of Mexico in hun wetgeving zulk een zone hebben aangemerkt of zullen aanmerken en daarbinnen heffingsrechten uitoefenen of zullen uitoefenen.

III

Ad artikel 4

Een natuurlijke persoon die aan boord van een schip woont zonder een werkelijke woonplaats in een van de Staten te hebben, wordt geacht inwoner te zijn van de Staat waarin het schip zijn thuishaven heeft.

IV

Ad artikel 7

V

Ad artikelen 7, 12 en 14

Vergoedingen, van welke aard ook, voor technische diensten, waaronder begrepen studies of toezichthoudende werkzaamheden van wetenschappelijke, geologische of technische aard, of voor contracten inzake bouw- en constructiewerkzaamheden met inbegrip van de daartoe behorende blauwdrukken, dan wel voor diensten van raadgevende of toezichthoudende aard worden aangemerkt als vergoedingen waarop de bepalingen van artikel 7 of artikel 14, naar gelang van het geval, van toepassing zijn, in zoverre als zulke vergoedingen niet beschouwd kunnen worden als beloningen voor de overdracht van inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid, handel of wetenschap („know-how").

VI

Ad artikel 9

Het is wel verstaan, dat de omstandigheid dat gelieerde ondernemingen overeenkomsten hebben afgesloten, zoals „cost-sharing"-overeenkomsten of algemene dienstverleningsovereenkomsten, voor of gebaseerd op de toerekening van de kosten van de leiding, de algemene beheerskosten, de technische en zakelijke kosten, kosten voor onderzoek en ontwikkeling en andere soortgelijke kosten, op zichzelf geen voorwaarde is als bedoeld in artikel 9, eerste lid.

VII

Ad artikel 10

Niettegenstaande de bepalingen van artikel 10, tweede lid, onderdeel a, zijn, zolang een lichaam dat inwoner is van Nederland, op grond van de Wet op de vennootschapsbelasting en toekomstige wijzigingen daarop, niet aan de Nederlandse vennootschapsbelasting wordt onderworpen ter zake van dividenden ontvangen van een lichaam dat inwoner is van Mexico, de dividenden welke zijn genoemd in dit onderdeel slechts belastbaar in die Staat waarvan de ontvanger van de dividenden inwoner is.

VIII

Ad artikelen 10, 11 en 12

Indien aan de bron belasting is geheven die het belastingbedrag dat ingevolge de bepalingen van artikel 10,11 of 12 mag worden geheven te boven gaat, moeten verzoeken om teruggaaf van het daarboven uitgaande belastingbedrag worden ingediend bij de bevoegde autoriteit van de Staat die de belasting heeft geheven, binnen een tijdvak van drie jaren na afloop van het kalenderjaar waarin de belasting is geheven.

IX

Ad artikel 11

X

Ad artikelen 11 en 12

Het is wel verstaan dat voor de toepassing van artikel 11, zesde lid, en van artikel 12, vijfde lid, indien een lening door het hoofdkantoor van een onderneming van een van de Staten is afgesloten en slechts een gedeelte van die lening kan worden toegerekend aan een vaste inrichting van die onderneming in de andere Staat, of indien een contract op grond waarvan royalty's worden betaald, is gesloten door het hoofdkantoor en slechts een deel van dat contract toegerekend kan worden aan de vaste inrichting, zulk een lening of contract voor dat gedeelte beschouwd wordt als een schuldvordering of een overeenkomst van de vaste inrichting.

XI

Ad artikel 12

XII

Ad artikel 16

Het is wel verstaan dat met „bestuurder” of „commissaris”, in geval van Nederland, of „administrador” of „comisario”, in geval van Mexico, personen zijn bedoeld die als zodanig zijn benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders of door enig ander bevoegd orgaan van het lichaam en die belast zijn met de algemene leiding van het lichaam, onderscheidenlijk met het toezicht daarop.

XIII

Ad artikel 19

Het is wel verstaan dat de bepalingen van artikel 19, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel a, Nederland niet beletten de bepalingen van artikel 22, eerste en tweede lid, toe te passen.

XIV

Ad artikel 23

Het is wel verstaan dat de bepalingen van artikel 25 van dit Verdrag een „overeenkomst voor een brede uitwisseling van informatie" vormen met het oog op het doen van een geconsolideerde belastingaangifte in overeenstemming met de bepalingen van de Mexicaanse wet op de inkomstenbelasting. In dit verband is het wel verstaan dat een lichaam dat inwoner van Mexico is en waarvan het kapitaal geheel of hoofdzakelijk in handen is van inwoners van Nederland, gerechtigd is in Mexico de bepalingen inzake fiscale consolidatie toe te passen met betrekking tot zijn gelieerde ondernemingen die in Mexico gevestigd zijn, in gelijke mate als, in overeenstemming met de Mexicaanse wetgeving, een lichaam dat inwoner van Mexico is en waarvan het kapitaal geheel of hoofdzakelijk in handen is van inwoners van Mexico, gerechtigd is tot die bepalingen.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, dit Protocol hebben ondertekend.

GEDAAN te 's-Gravenhage, de 27e september 1993, in tweevoud in de Nederlandse en de Spaanse taal, zijnde de twee teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) R. F. M. LUBBERS

(w.g.) M. J. J. VAN AMELSVOORT

Voor de Regering van de Verenigde Mexicaanse Staten,

(w.g.) F. SOLANA-MORALES

Convenio entre el Reino de los Países Bajos y de los Estados Unidos Mexicanos para evitar la doble imposición e impedir la evasión fiscal en materia de impuestos sobre la renta

El Gobierno del Reino de los Países Bajos

y

el Gobierno de los Estados Unidos Mexicanos,

Deseando concluir un convenio para evitar la doble imposición e impedir la evasión en materia de impuestos sobre la renta,

Han acordado lo siguiente:

CAPITULO

I

AMBITO DE APLICACION DEL CONVENIO

Artículo

1

Ambito subjetivo

El presente Convenio se aplica a las personas residentes de uno o de ambos Estados.

Artículo

2

Impuestos comprendidos

CAPITULO

II

DEFINICIONES

Artículo

3

Definiciones generales

Artículo

4

Residente

Artículo

5

Establecimiento permanente

CAPITULO

III

TRIBUTACION DE LAS DISTINTAS CLASES DE RENTA

Artículo

6

Rentas inmobiliarias

Artículo

7

Beneficios empresariales

Artículo

8

Navegación marítima y aerea

Artículo

9

Empresas asociadas

Artículo

10

Dividendos

Artículo

11

Intereses

Artículo

12

Regalías

Artículo

13

Ganadas de capital

Artículo

14

Trabajos independientes

Artículo

15

Trabajos dependientes

Artículo

16

Participaciones de consejeros

Las participaciones, dietas y otras remuneraciones similares que un residente de uno de los Estados obtenga como miembro de un consejo de administración, o como un administrador o como un comisario, en el caso de México, o como un «bestuurder» o un «commissaris», en el caso de los Países Bajos, de una sociedad residente del otro Estado pueden someterse a imposición en este otro Estado.

Artículo

17

Artistas y deportistas

Artículo

18

Pensiones, anualidades y pagos de seguridad social

Artículo

19

Funciones publicas

Artículo

20

Estudiantes

Las cantidades que reciba para cubrir sus gastos de mantenimiento, estudios o formación un estudiante o una persona en práticas que sea o haya sido inmediatamente antes de llegar a uno de los Estados residente del otro Estado y que se encuentre en el primer Estado con el único fin de proseguir sus estudios o formación no pueden someterse a imposición en este Estado siempre que procedan de fuentes situadas fuera de este Estado.

Artículo

21

Otras rentas

CAPITULO

IV

ELIMINACION DE LA DOBLE IMPOSICION

Artículo

22

Eliminación de la doble imposición

CAPITULO

V

DISPOSICIONES ESPECIALES

Artículo

23

No discriminación

Artículo

24

Procedimiento amistoso

Artículo

25

Intercambio de información

Artículo

26

Agentes diplomáticos y functionarios consulares

Las disposiciones del presente Convenio no afectan a los privilegios fiscales de que disfruten los agentes diplomáticos o funcionarios consulares, de acuerdo con los principios generales del Derecho internacional o en virtud de acuerdos especiales.

Artículo

27

Extensión territorial

CAPITULO

VI

DISPOSICIONES FINALES

Artículo

28

Entrada en vigor

Articulo

29

Terminación

El presente Convenio permanecerá en vigor mientras no se denuncie por uno de los Estados. Cualquiera de los Estados puede denunciar el Convenio comunicándolo, por vía diplomática, al menos con un plazo de seis meses de antelación a la terminación de cada año de calendario, después de la expiración de un periodo de cinco años a partir de su entrada en vigor. En este caso, el Convenio dejará de surtir sus efectos para los ejercicios fiscales y periodos que inicien con posterioridad a la terminación del año de calendario en que se haya comunicado la denuncia.

EN FE de lo cual, los suscritos debidamente autorizados al efecto, firman el presente Convenio.

HECHO en La Haya, el día 27 de septiembre de 1993, en dos originales, en los idiomas neerlandés y español, siendo ambos textos igualmente auténticos.

Por el Gobierno del Reino de los Países Bajos

(fdo.) R. F. M. LUBBERS

(fdo.) M. J. J. VAN AMELSVOORT

Por el Gobierno de los Estados Unidos Mexicanos

(fdo.) F. SOLANA-MORALES

Protocolo

Al momento de la firma del Convenio para evitar la doble imposición e impedir la evasión fiscal en materia de los impuestos sobre la renta, concluido este día entre el Reino de los Países Bajos y los Estados Unidos Mexicanos, los suscritos han acordado que las disposiciones siguientes formen parte integral del Convenio.

I

Ad Artículos 1, 11 y 23

Se entiende que a los efetos del presente Convenio un fondo de pensiones reconocido en uno de los Estados y cuya renta se encuentra generalmente exenta de impuesto en este Estado, será considerado como residente en este Estado. Se considerará como un fondo de pensiones reconocido, en el caso de los Países Bajos, cualquier fondo de pensiones reconocido y controlado de acuerdo a las disposiciones legales y, en el caso de México, cualquier fondo de pensiones constituido de conformidad al Artículo 28 de la Ley del Impuesto sobre la Renta mexicana.

II

Ad Articulo 3, párrafo I, incisos b y c

Se entiende que los términos «los Países Bajos» y «México» incluyen la zona económica exclusiva dentro de la cual los Países Bajos o México, según sea el caso, puede ejercer derechos de soberanía conforme a su legislación interna y al Derecho internacional, cuando los Países Bajos o México, de acuerdo con su legislación, hayan designado o designen dicha zona y ejerzan derechos de imposición sobre la misma.

III

Ad Articulo 4

Una persona física que viva a bordo de un buque que no tenga realmente un domicilio en alguno de los Estados será considerado como residente del Estado donde esté situado el puerto base del buque.

IV

Ad Artículo 7

V

Ad Artículos 7, 12 y 14

Los pagos de cualquier clase recibidos por rázon de servicios técnicos incluidos los estudios o investigaciones de carácter científico, geológico o técnico o por contratos de ingeniería, comprendidos los planos relacionados con ellos o por servicios de consultoría o de inspección, serán considerados como pagos a los cuales se aplican las disposiciones del Artículo 7 o 14, según sea el caso, en la medida en que dichos pagos no sean considerados como remuneraciones por la transferencia de informaciones relativas a experiencias industriales, comerciales o científicas («know-how»).

VI

Ad Artículo 9

Se entiende que el hecho de que empresas asociadas hayan concluido arreglos tales como arreglos de costos compartidos, acuerdos generales de servicios para o basados en la distribución de gastos ejecutivos, generales de administración, técnicos y comerciales, de investigación y desarrollo, y otros gastos similares, no constituye por sí solo una condición en el sentido del párrafo 1 del Artículo 9.

VII

Ad Articulo 10

No obstante las disposiciones del inciso a) del párrafo 2 del Artículo 10, mientras que, de conformidad con las disposiciones de la Ley del Impuesto a las Sociedades de los Países Bajos y las futuras modificaciones a la misma, una sociedad residente de los Países Bajos no estará sujeta al impuesto a las sociedades de los Países Bajos respecto de los dividendos que reciba la sociedad de una sociedad residente de México, los dividendos a que se refiere dicho inciso sólo pueden someterse a imposición en el Estado en que el perceptor de dichos dividendos sea residente.

VIII

Ad Artículos 10, 11 y 12

Cuando se haya impuesto un gravamen en el país de la fuente que exceda el impuesto exigible conforme a las disposiciones del Artículo 10, 11 o 12, deberán presentarse solicitudes para la devolución del monto del impuesto pagado en exceso ante las autoridades competentes del Estado que haya impuesto el gravamen, dentro de un plazo de tres años posterior a la terminación del año de calendario en el que se impuso el gravamen.

IX

Ad Artículo 11

X

Ad Artículos 11 y 12

Se entiende que a los efectos del párrafo 6 del Artículo 11 y del párrafo 5 del Artículo 12, cuando un préstamo ha sido contratado por la oficina central de una empresa de uno de los Estados y sólo una parte de dicho préstamo se atribuye a un establecimiento permanente de dicha empresa en el otro Estado, o cuando un contrato por el cual se pagan regalías, ha sido concluido por dicha oficina central y sólo una parte del contrato se atribuye a este establecimiento permanente, entonces dicho préstamo o contrato deberá ser considerado por esa parte como una deuda o un contrato relacionado con dicho establecimiento permanente.

XI

Ad Artículo 12

XII

Ad Articulo 16

Se entiende que los términos «administrador» o «comisario», en el caso de México, o «bestuurder» o «commissaris», en el caso de los Países Bajos, significan las personas designadas como tales por la asamblea general de accionistas o por cualquier otro órgano competente de dicha sociedad y quienes están a cargo de la administración general o la supervisión de la misma, respectivamente.

XIII

Ad Articulo 19

Se entiende que las disposiciones de los párrafos la y 2a del Artículo 19 no impide a los Países Bajos aplicar las disposiciones de los párrafos 1 y 2 del Articulo 22 del presente Convenio.

XIV

Ad Articulo 23

Se entiende que las disposiciones del Artículo 25 del presente Convenio constituyen un «acuerdo amplio de intercambio de información» para los efectos de tener derecho a presentar una declaración de consolidación fiscal de conformidad con las disposiciones de la Ley del Impuesto sobre la Renta mexicana. En este contexto se entiende que una sociedad residente de México cuyo capital sea propiedad total o principalmente de residentes de los Países Bajos tendrá derecho a aplicar en México las disposiciones sobre consolidación fiscal en relación con las sociedades controladas, residentes en México, en la misma medida que de conformidad con la ley mexicana una sociedad residente en México y cuyo capital sea propiedad total o principalmente de residentes en México, tiene derecho a dichas disposiciones.

EN FE de lo cual los suscritos, debidamente autorizados al efecto, firman el presente Protocolo.

HECHO en La Haya, el día 27 de septiembre de 1993, en dos originales, en los idiomas neerlandés y español, siendo ambos textos igualmente auténticos.

Por el Gobierno del Reino de los Países Bajos

(fdo.) R. F. M. LUBBERS

(fdo.) M. J. J. VAN AMELSVOORT

Por el Gobierno de los Estados Unidos Mexicanos

(fdo.) F. SOLANA-MORALES