Europa-Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen Roemenië, enerzijds, en de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, anderzijds

Europa-Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen Roemenië, enerzijds, en de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, anderzijds

Het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Portugese Republiek,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

hierna „Lid-Staten" te noemen, en

de Europese Economische Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,

hierna „de Gemeenschap" te noemen,

enerzijds,

en Roemenië

anderzijds,

Gelet op het belang van de traditionele banden tussen de Gemeenschap, haar Lid-Staten en Roemenië, en hun gemeenschappelijke waarden,

Erkennende dat de Gemeenschap en Roemenië deze banden wensen te versterken en nauwe, duurzame betrekkingen tot stand willen brengen op grond van wederkerigheid, waardoor Roemenië zal kunnen deelnemen aan het proces van Europese integratie, en aldus de betrekkingen versterken en uitbreiden die in het verleden tot stand zijn gebracht, met name door de op 22 oktober 1990 ondertekende Overeenkomst inzake handel en commerciële en economische samenwerking,

Gelet op de mogelijkheden die het ontstaan van een nieuwe democratie in Roemenië biedt voor betrekkingen van een nieuw gehalte,

Gelet op de verbintenis van de Gemeenschap en haar Lid-Staten en van Roemenië tot versterking van de politieke en economische vrijheden, die de grondslag van de associatie vormen,

Erkennende de noodzaak om met bijstand van de Gemeenschap voort te gaan met, en te zorgen voor de voltooiing van de overgang van Roemenië naar een nieuw politiek en economisch bestel dat de regels van de rechtsstaat en de mensenrechten, met inbegrip van de rechten van personen die tot minderheden behoren, eerbiedigt, en dat voorziet in een meerpartijenstelsel met vrije, democratische verkiezingen en in economische liberalisering om een markteconomie tot stand te brengen,

Gelet op de vaste verbintenis van de Gemeenschap en haar Lid-Staten en van Roemenië tot volledige uitvoering van alle beginselen en bepalingen die vervat zijn in de Slotakte van de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE), de slotdocumenten van Wenen en Madrid, het Handvest van Parijs voor een nieuw Europa, het CVSE-document van Helsinki „Uitdagingen van het veranderingsproces" en het Europees Energiehandvest,

Zich bewust zijnde van het belang van deze Overeenkomst om in Europa een systeem van stabiliteit op grond van samenwerking tot stand te brengen en op te bouwen, waarbij de Gemeenschap één van de hoekstenen is,

Van oordeel zijnde dat een verband dient te worden gelegd tussen de volledige uitvoering van de associatie, enerzijds, en voortzetting van de concrete verwezenlijking van hervormingen in Roemenië op politiek, economisch en juridisch vlak, anderzijds, en de invoering van de factoren die vereist zijn voor samenwerking en het werkelijk nader tot elkaar brengen van de systemen van de Partijen, met name op grond van de conclusies van de CVSE-Conferentie van Bonn,

Verlangende regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang tot stand te brengen en te bevorderen,

Rekening houdende met het feit dat de Gemeenschap bereid is om doorslaggevende steun te verlenen voor de uitvoering van hervormingen en bereid is Roemenië te helpen om de economische en sociale gevolgen van structurele aanpassing op te vangen,

Rekening houdende bovendien met het feit dat de Gemeenschap bereid is tot het instellen van instrumenten voor samenwerking en economische, technische en financiële bijstand op veelomvattende en meerjarige basis,

Gelet op de verbintenis van de Gemeenschap en Roemenië ten aanzien van vrijhandel, en met name ten aanzien van de inachtneming van de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel,

Zich bewust zijnde van de noodzaak de nodige maatregelen te treffen voor de vrijheid van vestiging, de vrijheid van dienstverlening en een vrij kapitaalverkeer,

Gelet op de economische en sociale verschillen tussen de Gemeenschap en Roemenië en daarbij erkennende dat de doeleinden van deze associatie dienen te worden verwezenlijkt door middel van de passende bepalingen waarin deze Overeenkomst voorziet,

Ervan overtuigd zijnde dat deze Overeenkomst een nieuw klimaat zal scheppen voor hun economische betrekkingen, en vooral voor de ontwikkeling van handel en investeringen, instrumenten die onontbeerlijk zijn voor economische herstructurering en technologische modernisering,

Verlangende culturele samenwerking tot stand te brengen en de uitwisseling van informatie te bevorderen,

Erkennende dat het lidmaatschap van de Gemeenschap het uiteindelijke doel van Roemenië is en dat deze associatie, naar het oordeel van de Partijen, Roemenië zal helpen dit doel te verwezenlijken,

Hebben besloten deze Overeenkomst te sluiten en hebben te dien einde als hun gevolmachtigden aangewezen:

het Koninkrijk België:

Willy Claes,

Minister van Buitenlandse Zaken;

het Koninkrijk Denemarken:

Niels Helveg Petersen,

Minister van Buitenlandse Zaken;

de Bondsrepubliek Duitsland:

Klaus Kinkel,

Bondsminister van Buitenlandse Zaken;

de Helleense Republiek:

Michel Papaconstantinou,

Minister van Buitenlandse Zaken;

het Koninkrijk Spanje:

Javier Solana,

Minister van Buitenlandse Zaken;

de Franse Republiek:

Roland Dumas,

Minister van Staat,

Minister van Buitenlandse Zaken;

Ierland:

Dick Spring,

Minister van Buitenlandse Zaken;

de Italiaanse Republiek:

Emilio Colombo,

Minister van Buitenlandse Zaken;

het Groothertogdom Luxemburg:

Jacques Poos,

Minister van Buitenlandse Zaken;

het Koninkrijk der Nederlanden:

P. Kooijmans,

Minister van Buitenlandse Zaken;

de Portugese Republiek:

J. M. Durao Barroso,

Minister van Buitenlandse Zaken;

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland:

Douglas Hurd,

Minister van Buitenlandse Zaken;

de Europese Economische Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal:

Niels Helveg Petersen,

Minister van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk Denemarken, Fungerend Voorzitter van de Raad van de Europese Gemeenschappen;

Léon Brittan,

Lid van de Commissie;

H. van den Broek,

Lid van de Commissie;

Roemenië:

Nicolae Vacaroiu,

Eerste Minister;

Teodor Viorel Melescanu,

Minister van Staat,

Minister van Buitenlandse Zaken,

Die, na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten,

Zijn als volgt overeengekomen[Red: De oorspronkelijke Bijlagen bij de Overeenkomst en de Protocollen liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, en zijn gepubliceerd in PbEG 1994, L 357.]:

Artikel

1

Er wordt een associatie tot stand gebracht tussen de Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en Roemenië, anderzijds. Deze associatie heeft ten doel:

  • -

    een passend kader tot stand te brengen voor de politieke dialoog tussen de Partijen met het oog op het onderhouden van nauwe politieke betrekkingen;

  • -

    uitbreiding van de handel en harmonische economische betrekkingen tussen de Partijen te bevorderen en aldus de economische ontwikkeling van Roemenië te stimuleren;

  • -

    de grondslag te leggen voor economische, sociale, financiële en culturele samenwerking;

  • -

    steun te verlenen voor de inspanningen van Roemenië om zich economisch te ontwikkelen, de overschakeling naar een markteconomie te voltooien en zijn democratie te consolideren;

  • -

    instellingen in het leven te roepen die ervoor kunnen zorgen dat de associatie doelmatig verloopt;

  • -

    een kader tot stand te brengen voor de geleidelijke integratie van Roemenië in de Gemeenschap; daartoe zal Roemenië zich inzetten om aan de nodige voorwaarden te voldoen.

TITEL

I

POLITIEKE DIALOOG

Artikel

2

De Partijen brengen een regelmatige politieke dialoog tot stand, die zal worden ontwikkeld en geïntensiveerd. Deze dialoog begeleidt en consolideert het proces waarbij de Gemeenschap en Roemenië nader tot elkaar komen, ondersteunt de politieke en economische veranderingen die in Roemenië aan de gang zijn en draagt bij tot het tot stand brengen van nieuwe banden van solidariteit en nieuwe vormen van samenwerking. De politieke dialoog:

  • -

    zal ertoe bijdragen dat Roemenië gemakkelijker volledig wordt opgenomen in de gemeenschap van democratische naties en geleidelijk nader tot de Gemeenschap komt; de in deze Overeenkomst bedoelde economische toenadering zal leiden tot grotere politieke convergentie;

  • -

    zal leiden tot grotere convergentie van standpunten over internationale vraagstukken, met name over aangelegenheden die belangrijke gevolgen voor één van de Partijen kunnen hebben;

  • -

    zal ertoe bijdragen dat de standpunten van de Partijen over veiligheidsvraagstukken nader tot elkaar komen en dat er meer veiligheid en stabiliteit in heel Europa is.

Artikel

3

Artikel

4

De Partijen voorzien in andere procedures en regelingen voor politieke dialoog, met name in de volgende vormen:

  • -

    vergaderingen op hoog officieel niveau (hoge politieke ambtsdragers) tussen Roemeense functionarissen, enerzijds, en het Voorzitterschap van de Raad van de Europese Gemeenschappen en de Commissie van de Europese Gemeenschappen, anderzijds;

  • -

    het optimaal gebruik maken van diplomatieke kanalen;

  • -

    het opnemen van Roemenië in de groep van landen die regelmatig worden geïnformeerd over vraagstukken die zijn behandeld in het kader van de Europese Politieke Samenwerking, en het uitwisselen van informatie met het oog op het verwezenlijken van de in artikel 2 gestelde doeleinden;

  • -

    alle andere middelen die bijdragen tot het consolideren, ontwikkelen en opvoeren van deze dialoog.

Artikel

5

Op parlementair niveau vindt de politieke dialoog plaats in het kader van het Parlementair Associatiecomité.

TITEL

II

ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel

6

Eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten, als vastgelegd in de Slotakte van Helsinki en het Handvest van Parijs voor een nieuw Europa, en de beginselen van de markteconomie vormen de grondslag van het binnen- en buitenlands beleid van de Partijen en zijn een essentieel onderdeel van deze associatie.

Artikel

7

TITEL

III

VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN

Artikel

8

HOOFDSTUK

I

INDUSTRIEPRODUKTEN

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

De bepalingen betreffende de afschaffing van de douanerechten bij invoer zijn eveneens van toepassing op de douanerechten van fiscale aard.

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Elke Partij verklaart zich bereid haar douanerechten in het handelsverkeer met de andere Partij te verlagen in een sneller tempo dan datgene waarin de artikelen 10 en 11 voorzien, mits haar algemene economische situatie en de situatie in de betrokken sector van de economie zulks toelaten.

De Associatieraad kan daartoe strekkende aanbevelingen doen.

Artikel

16

Protocol nr. 1 bevat de regelingen welke op de daarin genoemde textielprodukten van toepassing zijn.

Artikel

17

In Protocol nr. 2 zijn de regelingen neergelegd die van toepassing zijn op produkten welke onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal vallen.

Artikel

18

Vervallen op grond van Protocol tot aanpassing van de handelsaspecten van de Europa-overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Roemenië, anderzijds, in verband met de toetreding van de Republiek Finland, de Republiek Oostenrijk en het Koninkrijk Zweden tot de Europese Unie (Pb. EG L 301, 11-11-1998, blz. 3 e.v.)

HOOFDSTUK

II

LANDBOUW

Artikel

19

Artikel

20

Protocol nr. 3 bevat de handelsregelingen voor de daarin vermelde verwerkte landbouwprodukten.

Artikel

21

Artikel

22

Onverminderd de andere bepalingen van deze Overeenkomst, met name die van artikel 31, komen de Partijen overeen, indien de bijzondere gevoeligheid van de markten voor landbouwprodukten ten gevolge heeft dat de invoer van produkten van oorsprong uit een Partij bij de Overeenkomst waarvoor de in artikel 21 bedoelde concessies werden verleend ernstige problemen veroorzaakt op de markt van de andere Partij, onverwijld overleg te plegen ten einde een passende oplossing te vinden voor het probleem. In afwachting van een dergelijke oplossing kan de betrokken Partij de maatregelen nemen die zij noodzakelijk acht.

HOOFDSTUK

III

VISSERIJ

Artikel

23

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de visserijprodukten van oorsprong uit de Gemeenschap en Roemenië waarop Verordening (EEG) nr. 3687/91 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijprodukten van toepassing is.

Artikel

24

HOOFDSTUK

IV

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel

25

Behoudens andersluidende bepalingen in dit hoofdstuk of in de Protocollen 1, 2 of 3 zijn de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing op de handel in alle produkten.

Artikel

26

Artikel

27

Artikel

28

Artikel

29

Roemenië mag uitzonderingsmaatregelen van beperkte duur in de vorm van verhoogde douanerechten nemen die afwijken van het bepaalde in de artikelen 11 en 26, lid 1.

Deze maatregelen mogen uitsluitend worden genomen ten behoeve van jonge industrieën of van bepaalde sectoren waarin herstructureringen plaatsvinden of die met grote moeilijkheden te kampen hebben, vooral wanneer deze moeilijkheden ernstige sociale gevolgen hebben.

De douanerechten bij invoer die krachtens deze maatregelen door Roemenië worden toegepast ten aanzien van produkten van oorsprong uit de Gemeenschap mogen niet meer dan 25% ad valorem bedragen en dienen een preferentie voor produkten van oorsprong uit de Gemeenschap in te houden. De totale waarde van de ingevoerde produkten waarop dergelijke maatregelen van toepassing zijn mag niet meer bedragen dan 15% van de totale invoer van industrieprodukten uit de Gemeenschap als omschreven in hoofdstuk I gedurende het laatste jaar waarvoor statistische gegevens beschikbaar zijn.

Deze maatregelen gelden voor een periode van ten hoogste vijf jaar, tenzij de Associatieraad de toepassing ervan over een langere periode toestaat. Zij treden uiterlijk bij het verstrijken van de overgangsperiode buiten werking.

Deze maatregelen kunnen voor een bepaald produkt niet worden getroffen indien meer dan drie jaren zijn verstreken sedert de afschaffing van alle rechten en kwantitatieve beperkingen of heffingen en maatregelen van gelijke werking die op het betrokken produkt van toepassing waren.

Roemenië stelt de Associatieraad in kennis van alle buitengewone maatregelen die het voornemens is te treffen. Op verzoek van de Gemeenschap vindt in de Associatieraad vooraf overleg plaats over deze maatregelen en de sectoren waarop zij betrekking hebben. Indien Roemenië dergelijke maatregelen neemt, is het gehouden de Associatieraad een tijdschema voor de afschaffing van de overeenkomstig dit artikel ingestelde douanerechten voor te leggen. Dit tijdschema dient te voorzien in de geleidelijke afschaffing van deze rechten in gelijke jaarlijkse percentages, beginnende uiterlijk twee jaar nadat zij werden ingesteld. De Associatieraad kan een ander tijdschema vaststellen.

Artikel

30

Indien een der Partijen constateert dat in het handelsverkeer met de andere Partij dumping in de zin van artikel VI van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel plaatsvindt, kan zij passende maatregelen nemen tegen deze praktijk op grond van de Overeenkomst betreffende de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel en haar wetgeving ter zake, en overeenkomstig de voorwaarden en procedures van artikel 34.

Artikel

31

Indien de invoer van een produkt toeneemt tot hoeveelheden en plaatsvindt onder omstandigheden die:

  • -

    ernstige moeilijkheden veroorzaken of dreigen te veroorzaken voor binnenlandse producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende produkten op het grondgebied van een der Partijen, of

  • -

    in enige sector van de economie aanleiding geven of kunnen geven tot moeilijkheden die ernstige gevolgen kunnen hebben voor de economische situatie in een bepaald gebied, kan de benadeelde Partij - de Gemeenschap of Roemenië - passende maatregelen nemen overeenkomstig de bepalingen en procedures van artikel 34.

Artikel

32

Wanneer de naleving van de artikelen 14 en 26:

  • i.

    ertoe leidt dat goederen wederuitgevoerd worden naar een derde land ten aanzien waarvan de exporterende Partij, voor het betrokken produkt, kwantitatieve uitvoerbeperkingen, uitvoerrechten of maatregelen van gelijke werking toepast,

    of

  • ii.

    ernstige tekorten aan produkten die van wezenlijk belang zijn voor de exporterende Partij doet ontstaan of dreigt te doen ontstaan,

en de bovenbedoelde situaties aanleiding geven of vermoedelijk zullen geven tot ernstige moeilijkheden voor de exporterende Partij, kan deze Partij passende maatregelen nemen overeenkomstig de bepalingen en procedures van artikel 34. Deze maatregelen mogen geen discriminerend karakter hebben en dienen te worden ingetrokken zodra zij niet meer gerechtvaardigd zijn.

Artikel

33

De Lid-Staten en Roemenië passen alle staatsmonopolies van commerciële aard geleidelijk aan, in dier voege dat tegen het einde van het vijfde jaar volgende op de inwerkingtreding van deze Overeenkomst tussen onderdanen van de Lid-Staten en van Roemenië geen discriminatie meer bestaat ten aanzien van de omstandigheden waaronder goederen worden verworven en op de markt gebracht. De Associatieraad wordt in kennis gesteld van de maatregelen welke te dien einde worden genomen.

Artikel

34

Artikel

35

In Protocol nr. 4 zijn de regels van oorsprong voor de toepassing van de in deze Overeenkomst vastgestelde tariefpreferenties neergelegd.

Artikel

36

Deze Overeenkomst vormt geen beletsel voor verboden of beperkingen op de invoer, de uitvoer of de doorvoer van goederen die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde en veiligheid, de gezondheid en het leven van personen en dieren of het behoud van planten, de bescherming van natuurlijke hulpbronnen, de bescherming van het nationaal artistiek, historisch of archeologisch erfgoed of uit hoofde van de bescherming van de intellectuele, industriële of commerciële eigendom, noch voor voorschriften betreffende goud en zilver. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie, noch een verkapte beperking van de handel tussen de Partijen bij de Overeenkomst vormen.

Artikel

37

Protocol nr. 5 bevat de specifieke bepalingen betreffende het handelsverkeer tussen Roemenië, enerzijds, en Spanje en Portugal, anderzijds.

TITEL

IV

HET VERKEER VAN WERKNEMERS, DE VESTIGING, HET VERRICHTEN VAN DIENSTEN

HOOFDSTUK

I

HET VERKEER VAN WERKNEMERS

Artikel

38

Artikel

39

Artikel

40

Artikel

41

De door de Associatieraad overeenkomstig artikel 40 vastgestelde bepalingen doen geen afbreuk aan eventuele rechten of verplichtingen voortvloeiende uit bilaterale overeenkomsten tussen Roemenië en de Lid-Staten, wanneer deze overeenkomsten in een gunstiger behandeling van Roemeense onderdanen of onderdanen van de Lid-Staten voorzien.

Artikel

42

Artikel

43

De Associatieraad onderzoekt in de in artikel 7 bedoelde tweede etappe, of eerder, indien aldus wordt besloten, verdere mogelijkheden tot verbetering van het verkeer van werknemers, met inachtneming van onder andere de sociale en economische situatie in Roemenië en de werkgelegenheidssituatie in de Gemeenschap. Hij doet met het oog hierop aanbevelingen.

Artikel

44

Ten einde de herschikking van de arbeidskrachten als gevolg van de economische herstructurering in Roemenië te vergemakkelijken, verleent de Gemeenschap technische bijstand voor de totstandbrenging van een passende sociale zekerheidsregeling in Roemenië, zoals in artikel 89 uiteengezet.

HOOFDSTUK

II

DE VESTIGING

Artikel

45

Artikel

46

Artikel

47

Ten einde de toegang tot en de uitoefening van gereguleerde activiteiten van de vrije beroepen in respectievelijk Roemenië en de Gemeenschap voor communautaire en Roemeense onderdanen te vergemakkelijken, onderzoekt de Associatieraad welke maatregelen moeten worden getroffen met het oog op de onderlinge erkenning van diploma's. Hij kan daartoe alle noodzakelijke maatregelen nemen.

Artikel

48

Het bepaalde in artikel 46 vormt geen beletsel voor de toepassing door een Partij van bijzondere regels met betrekking tot de vestiging en exploitatie op haar grondgebied van filialen en agentschappen van vennootschappen van een andere Partij die op het grondgebied van de eerste Partij niet als rechtspersoon zijn erkend; bijzondere regels die op grond van juridische of technische verschillen tussen bedoelde filialen en agentschappen en wel op het grondgebied van de eerste Partij als rechtspersoon erkende filialen en agentschappen van vennootschappen of, voor wat financiële diensten betreft, om beleidsredenen gerechtvaardigd zijn. Het verschil in behandeling blijft beperkt tot hetgeen als gevolg van dergelijke juridische of technische verschillen strikt noodzakelijk is of, voor wat de in bijlage XVIII beschreven financiële diensten betreft, tot hetgeen om beleidsredenen noodzakelijk is.

Artikel

49

Artikel

50

In de zin van deze Overeenkomst wordt onder „financiële diensten" verstaan de in bijlage XVIII beschreven activiteiten. De Associatieraad kan de werkingssfeer van bijlage XVIII uitbreiden of wijzigen.

Artikel

51

Roemenië kan in de eerste vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst ten aanzien van de vestiging van communautaire vennootschappen en onderdanen maatregelen invoeren die van de bepalingen van dit hoofdstuk afwijken, indien bepaalde industrieën:

  • -

    worden geherstructureerd of

  • -

    in grote moeilijkheden verkeren, met name wanneer deze ernstige sociale problemen in Roemenië tot gevolg hebben of

  • -

    de uitschakeling van Roemeense vennootschappen of onderdanen in een bepaalde sector of bedrijfstak in Roemenië betekenen dan wel een forse daling van hun totale marktaandeel of

  • -

    voor Roemenië nieuwe industrieën zijn.

Dergelijke maatregelen:

  • i)

    gelden tot ten hoogste twee jaar na het verstrijken van het vijfde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst;

  • ii)

    zijn redelijk en afgestemd op het oplossen van de situatie;

  • iii)

    hebben slechts betrekking op na de inwerkingtreding van dergelijke maatregelen in Roemenië op te richten ondernemingen en mogen geen discriminatie betekenen voor de activiteiten van ten tijde van de invoering van een bepaalde maatregel reeds in Roemenië gevestigde vennootschappen of onderdanen in vergelijking met Roemeense vennootschappen of onderdanen.

De Associatieraad kan bij uitzondering, op verzoek van Roemenië, en indien de noodzaak zich voordoet, besluiten de onder i) bedoelde periode voor een bepaalde sector gedurende een beperkte termijn, die de duur van de in artikel 7 bedoelde overgangsperiode niet overschrijdt, te verlengen.

Bij het ontwerpen en uitvoeren van dergelijke maatregelen verleent Roemenië, wanneer zulks mogelijk is, een voorkeursbehandeling aan communautaire vennootschappen en onderdanen en in geen geval een behandeling die minder gunstig is dan die welke aan vennootschappen of onderdanen uit een derde land wordt verleend.

Roemenië raadpleegt de Associatieraad vóór de invoering van deze maatregelen en legt deze pas ten uitvoer nadat één maand is verstreken na de kennisgeving aan de Associatieraad van de concrete door Roemenië in te voeren maatregelen, behalve wanneer de dreiging van onherstelbare schade het treffen van urgente maatregelen vereist in welk geval Roemenië de Associatieraad onmiddellijk na de invoering hiervan raadpleegt.

Bij het verstrijken van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst kan Roemenië dergelijke maatregelen slechts met toestemming van de Associatieraad en op de door de Associatieraad vastgestelde voorwaarden invoeren.

Artikel

52

Artikel

53

Artikel

54

Artikel

55

Vennootschappen die gezamenlijk door Roemeense vennootschappen of onderdanen en communautaire vennootschappen of onderdanen worden bestuurd en hun exclusieve eigendom zijn, komen eveneens in aanmerking voor de bepalingen van dit hoofdstuk en hoofdstuk III van deze titel.

HOOFDSTUK

III

DIENSTENVERKEER TUSSEN DE GEMEENSCHAP EN ROEMENIË

Artikel

56

Artikel

57

Met betrekking tot de vervoersdiensten tussen de Gemeenschap en Roemenië komen de volgende bepalingen in de plaats van artikel 56:

Artikel

58

Artikel 54 is van toepassing op de door dit hoofdstuk bestreken materie.

HOOFDSTUK

IV

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

59

TITEL

V

BETALINGEN, KAPITAAL, CONCURRENTIE EN ANDERE ECONOMISCHE BEPALINGEN, ONDERLINGE AANPASSING VAN WETTEN

HOOFDSTUK

I

BETALINGS- EN KAPITAALVERKEER

Artikel

60

De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich ertoe machtiging te verlenen tot alle betaalverrichtingen op de lopende rekening van de betalingsbalans in vrije convertibele valuta voor zover de aan de betalingen ten grondslag liggende transacties betrekking hebben op krachtens deze Overeenkomst geliberaliseerd verkeer van goederen, diensten of personen tussen de Partijen.

Artikel

61

Artikel

62

Artikel

63

In het kader van dit hoofdstuk en in afwijking van artikel 65 kan Roemenië, in afwachting van een volledige convertibiliteit van de munteenheid van Roemenië in de zin van artikel VIII van het Internationaal Monetair Fonds, in uitzonderlijke omstandigheden deviezenbeperkingen in verband met het verlenen of opnemen van krediet op korte en middellange termijn toepassen voor zover dergelijke beperkingen aan Roemenië voor het verlenen van zulk krediet worden opgelegd en op grond van de IMF-status van Roemenië zijn toegestaan.

Roemenië past deze beperkingen op niet-discriminerende wijze toe. Zij dienen zodanig te worden toegepast dat zij de uitvoering van deze Overeenkomst zo weinig mogelijk verstoren. Roemenië doet aan de Associatieraad onverwijld mededeling van de invoering en van alle wijzigingen van dergelijke maatregelen.

HOOFDSTUK

II

BEPALINGEN BETREFFENDE DE CONCURRENTIE EN ANDERE ECONOMISCHE ASPECTEN

Artikel

64

Artikel

65

Artikel

66

Met betrekking tot overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan speciale of exclusieve rechten zijn toegekend, ziet de Associatieraad erop toe dat vanaf het derde jaar na de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst de beginselen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, en met name van artikel 90, en de beginselen van het slotdocument van de in april 1990 te Bonn bijeengekomen Conferentie over Europese Veiligheid en Samenwerking (en met name de besluitvormingsvrijheid van de ondernemers) worden gehandhaafd.

Artikel

67

Artikel

68

HOOFDSTUK

III

HARMONISATIE VAN WETGEVING

Artikel

69

De Partijen erkennen dat een voorname voorwaarde voor de economische integratie van Roemenië in de Gemeenschap de harmonisatie van de bestaande en toekomstige wetgeving van dat land met die van de Gemeenschap is. Roemenië doet het nodige om ervoor te zorgen dat zijn wetgeving geleidelijk in overeenstemming met die van de Gemeenschap wordt gebracht.

Artikel

70

De harmonisatie van de wetgeving omvat in het bijzonder de volgende terreinen: douane, vennootschapsrecht, bankwezen, vennootschapsboekhouding en -belasting, intellectuele eigendom, bescherming van werknemers op de arbeidsplaats, sociale zekerheid, financiële dienstverlening, concurrentieregels, bescherming van de gezondheid en het leven van mensen, dieren en planten, consumentenbescherming, indirecte belastingen, technische voorschriften en normen, wetgeving en reglementering op nucleair gebied, vervoer en milieu.

Artikel

71

De Gemeenschap verstrekt Roemenië technische bijstand bij de tenuitvoerlegging van deze maatregelen; die bijstand kan de volgende aspecten omvatten:

  • -

    uitwisseling van deskundigen,

  • -

    verstrekking van tijdige informatie, vooral over relevante wetgeving,

  • -

    organisatie van seminars,

  • -

    opleidingsactiviteiten,

  • -

    steun bij de vertaling van communautaire wetgeving in de desbetreffende sectoren.

TITEL

VI

ECONOMISCHE SAMENWERKING

Artikel

72

Artikel

73

Industriële samenwerking

Artikel

74

Bevordering en bescherming van investeringen

Artikel

75

Agrarische en industriële normen en conformiteitsbeoordeling

Artikel

76

Samenwerking op het gebied van wetenschappen en technologie

Artikel

77

Onderwijs en opleiding

Artikel

78

Landbouw en de agro-industriële sector

Artikel

79

Energie

Artikel

80

Samenwerking in de sector kernenergie

Artikel

81

Milieu

Artikel

82

Waterbeheer

De Partijen ontwikkelen hun samenwerking op diverse terreinen van het waterbeheer met speciale aandacht voor:

  • -

    een milieuvriendelijk gebruik van het water van grensoverschrijdende stroomgebieden, rivieren en meren;

  • -

    de harmonisatie van de voorschriften betreffende waterbeheer en middelen voor technische waterregulering (richtlijnen, drempelwaarden, normen, richtsnoeren, logistiek);

  • -

    de modernisering van onderzoek en ontwikkeling, en het leggen van een wetenschappelijke grondslag voor het waterbeheer.

Artikel

83

Vervoer

Artikel

84

Telecommunicatie, post- en omroepdiensten

Artikel

85

Bank- en verzekeringswezen, andere financiële dienstverlening en samenwerking op het gebied van de boekhoudcontrole

Artikel

86

Monetair beleid

Op verzoek van de Roemeense autoriteiten verstrekt de Gemeenschap technische bijstand ter ondersteuning van het streven van Roemenië naar de invoering van de volledige convertibiliteit van de leu en de geleidelijke aanpassing van zijn beleid aan het Europese Monetair Stelsel. Dit zal een informele uitwisseling van gegevens over de beginselen en de werking van het Europees Monetair Stelsel omvatten.

Artikel

87

Witwassen van geld

Artikel

88

Regionale ontwikkeling

Artikel

89

Sociale samenwerking

Artikel

90

Toerisme

De Partijen vergroten en ontwikkelen hun samenwerking, met name aan de hand van maatregelen welke betrekking hebben op:

  • -

    de vergemakkelijking van het toerisme en de aanmoediging van het jongerentoerisme;

  • -

    het verbeteren van de informatiestroom via internationale netwerken, databanken, enz.;

  • -

    de overdracht van know-how via opleiding, uitwisselingen en seminaria;

  • -

    het bestuderen van de mogelijkheden voor gezamenlijke maatregelen (grensoverschrijdende projecten, stedenjumelages, enz.);

  • -

    de toetreding van Roemenië tot de belangrijke Europese toeristische organisaties;

  • -

    de harmonisatie van de statistische systemen en van de voorschriften inzake toerisme;

  • -

    de uitwisseling van nieuws en informatie over wederzijds belangrijke aangelegenheden welke van invloed zijn op de toeristische sector;

  • -

    technische bijstand voor de commerciële ontwikkeling van infrastructuur die bevorderlijk is voor het toerisme.

Artikel

91

Midden- en kleinbedrijf

Artikel

92

Informatie en communicatie

De Gemeenschap en Roemenië ondernemen de nodige stappen om een doeltreffende onderlinge uitwisseling van informatie te stimuleren. Daarbij wordt prioriteit verleend aan programma's om het grote publiek te voorzien van essentiële informatie over de Gemeenschap, en beroepskringen in Roemenië meer gespecialiseerde informatie te verstrekken, waar mogelijk met inbegrip van toegang tot communautaire databanken.

Artikel

93

Bescherming van de consument

Artikel

94

Douane

Artikel

95

Statistische samenwerking

Artikel

96

Economie

Artikel

97

Drugs

Artikel

98

Overheidsapparaat

De Partijen bevorderen de samenwerking tussen hun overheidsdiensten en zetten daartoe met name uitwisselingsprogramma's op, ten einde de wederzijdse kennis van de structuur en de werking van hun respectieve systemen te bevorderen.

TITEL

VII

CULTURELE SAMENWERKING

Artikel

99

TITEL

VIII

FINANCIËLE SAMENWERKING

Artikel

100

Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst, in overeenstemming met artikelen 101, 102, 104 en 105, en onverminderd artikel 103 ontvangt Roemenië tijdelijk financiële bijstand van de Gemeenschap in de vorm van schenkingen en leningen met inbegrip van leningen van de Europese Investeringsbank in overeenstemming met de bepalingen van artikel 18 van het statuut van de Bank, ten einde de economische hervorming van Roemenië te versnellen en het land te helpen de economische en sociale gevolgen van de structurele aanpassingen op te vangen.

Artikel

101

Deze financiële bijstand wordt verstrekt:

  • -

    hetzij in het kader van de PHARE-maatregelen waarin Verordening (EEG) nr. 3906/89 van de Raad zoals gewijzigd voorziet, op meerjarige grondslag, hetzij in het kader van een nieuw meerjarig financieringsplan dat door de Gemeenschap wordt opgezet na overleg met Roemenië en met inachtneming van de overwegingen van artikelen 104 en 105 van deze Overeenkomst;

  • -

    in de vorm van de bestaande leningen van de Europese Investeringsbank tot het verstrijken van de beschikbaarheidstermijn; de Gemeenschap stelt na overleg met Roemenië het maximumbedrag en de looptijd van leningen van de Europese Investeringsbank aan Roemenië vast voor de daaropvolgende jaren.

Artikel

102

De doelstellingen en terreinen van de financiële bijstand van de Gemeenschap worden in een door beide Partijen overeen te komen indicatief programma vastgelegd. De Partijen stellen de Associatieraad daarvan in kennis.

Artikel

103

Artikel

104

De financiële bijstand van de Gemeenschap wordt beoordeeld in het licht van de behoeften en van het ontwikkelingspeil van Roemenië, met inachtneming van de vastgestelde prioriteiten, de absorptiecapaciteit van de Roemeense economie, het vermogen van het land om leningen af te lossen, en de vooruitgang op de weg naar een markteconomie en haar herstructurering in Roemenië.

Artikel

105

Om optimaal profijt te kunnen trekken uit de beschikbare middelen zorgen de Overeenkomstsluitende Partijen ervoor dat de bijdragen van de Gemeenschap worden toegekend in intensieve coördinatie met die uit andere financieringsbronnen zoals de Lid-Staten, andere landen, onder meer die van de G-24, en internationale financiële instellingen zoals het Internationaal Monetair Fonds, de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling.

TITEL

IX

INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

106

Hierbij wordt een Associatieraad opgericht, die toezicht houdt op de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst. Deze Associatieraad komt eens per jaar op Ministersniveau bijeen of telkens wanneer de omstandigheden zulks vereisen. Hij behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van de Overeenkomst voordoen, en alle andere, bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.

Artikel

107

Artikel

108

Om de doelstellingen van de Overeenkomst te bereiken, krijgt de Associatieraad beslissingsbevoegdheid voor de in die Overeenkomst vermelde gevallen. De genomen beslissingen zijn bindend voor alle Partijen, die de nodige maatregelen zullen treffen om de genomen beslissingen ten uitvoer te leggen. De Associatieraad mag ook doelgerichte aanbevelingen doen.

Deze raad zal zijn besluiten en aanbevelingen in onderlinge overeenstemming tussen beide Partijen opstellen.

Artikel

109

Artikel

110

Artikel

111

De Associatieraad mag besluiten ieder ander speciaal comité of lichaam dat hem bij de uitvoering van zijn plichten kan helpen, op te richten.

In zijn procedurevoorschriften bepaalt de Associatieraad hoe dergelijke comités of lichamen moeten worden samengesteld, welke hun plichten zijn en hoe zij zullen functioneren.

Artikel

112

Er wordt een Parlementair Associatiecomité opgericht. Dit zal als forum dienen, waar leden van het Roemeense Parlement en het Europese Parlement elkander kunnen ontmoeten en met elkander van gedachten kunnen wisselen. Het Comité komt met door hemzelf te bepalen tussenpozen bijeen.

Artikel

113

Artikel

114

Het Parlementaire Associatiecomité mag bij de Associatieraad ter zake doende inlichtingen over de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst inwinnen. De Associatieraad verstrekt het Associatiecomité de verlangde informatie.

Het Parlementaire Associatiecomité wordt ingelicht over de besluiten van de Associatieraad.

Het Parlementaire Associatiecomité mag aanbevelingen doen aan de Associatieraad.

Artikel

115

Binnen het toepassingsgebied van deze Overeenkomst, beijvert elk van beide Partijen zich om ervoor te zorgen dat natuurlijke personen en rechtspersonen van de andere Partij, zonder discriminatie ten opzichte van haar eigen onderdanen, toegang krijgen tot de ter zake bevoegde gerechtshoven en administratieve lichamen van de Partijen, ter bescherming van hun individuele rechten en hun eigendomsrechten, waaronder ook die betreffende intellectuele, industriële en commerciële eigendom,

Artikel

116

Niets in de Overeenkomst zal een Overeenkomstsluitende Partij beletten maatregelen te nemen:

  • a.

    die zij nodig acht om de onthulling van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist, te beletten;

  • b.

    die verband houden met de produktie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of produktie die absoluut vereist zijn voor verdedigingsdoeleinden, mits dergelijke maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor produkten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;

  • c.

    die zij van vitaal belang voor haar eigen veiligheid acht, in geval van ernstige binnenlandse beroeringen die de handhaving van recht en orde in gevaar brengen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden of om verplichtingen na te komen, die zij voor de bewaring van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan.

Artikel

117

Artikel

118

Produkten van oorsprong uit Roemenië krijgen bij de invoer daarvan in de Gemeenschap geen gunstiger behandeling dan die welke de Lid-Staten onderling toepassen.

De behandeling waarop Roemenië krachtens titel IV en hoofdstuk I van titel V aanspraak mag maken, zal niet gunstiger zijn dan die welke de Lid-Staten onderling toepassen.

Artikel

119

Artikel

120

Totdat er onder de onderhavige Overeenkomst gelijkwaardige rechten zijn verworven voor zowel individuen als economische ondernemers, zal de onderhavige Overeenkomst geen afbreuk doen aan rechten die hun worden verzekerd door bestaande overeenkomsten, welke bindend zijn voor een of meer Lid-Staten enerzijds, en voor Roemenië anderzijds, behalve op gebieden van communautaire bevoegdheid en onverminderd de voor de Lid-Staten uit deze Overeenkomst voortvloeiende verplichtingen in sectoren waarvoor zij bevoegd zijn.

Artikel

121

De Protocollen nr. 1, 2,3, 4, 5, 6 en 7, en de bijlagen I tot en met XIX maken een wezenlijk onderdeel uit van deze Overeenkomst,

Artikel

122

Deze Overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.

Elk van beide Partijen mag deze Overeenkomst opzeggen door de andere Partij van haar voornemen tot opzegging in kennis te stellen. Zes maanden na het tijdstip van die kennisgeving zal deze Overeenkomst dan niet meer van toepassing zijn.

Artikel

123

Deze Overeenkomst is van toepassing op, enerzijds, de grondgebieden waar de Verdragen tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal worden toegepast, onder de in die Verdragen gestelde voorwaarden en, anderzijds, op het grondgebied van Roemenië.

Artikel

124

Deze Overeenkomst is opgesteld in tweevoud in de Deense, de Nederlandse, de Engelse, de Franse, de Duitse, de Italiaanse, de Spaanse, de Griekse, de Portugese en de Roemeense taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Artikel

125

Deze Overeenkomst wordt door de Partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.

Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop de Partijen elkander kennisgeving doen van het feit dat de in de eerste alinea bedoelde procedures zijn voltooid.

Bij haar inwerkingtreding vervangt deze Overeenkomst de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en Roemenië inzake handel en commerciële en economische samenwerking, die op 22 oktober 1990 te Luxemburg werd getekend.

Artikel

126

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder deze Overeenkomst hebben gesteld.

GEDAAN te Brussel, de eerste februari negentienhonderd drieënnegentig.

Slotakte

De gevolmachtigden van:

het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Portugese Republiek,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

hierna „de Lid-Staten” te noemen, en van

de Europese Economische Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, hierna „de Gemeenschap" te noemen,

enerzijds, en

de gevolmachtigden van Roemenië,

anderzijds,

bijeengekomen te Brussel, op één februari negentienhonderd drieënnegentig, voor de ondertekening van de Europa-overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en Roemenië, anderzijds, („de Europa-Overeenkomst”),

hebben de volgende teksten aangenomen:

de Europa-Overeenkomst en de volgende protocollen:

Protocol nr. 1 betreffende textielprodukten en kledingartikelen,

Protocol nr. 2 betreffende EGKS-produkten,

Protocol nr. 3 betreffende handelsregelingen tussen Roemenië en de Gemeenschap voor verwerkte landbouwprodukten bedoeld in bijlage 20 bij de Overeenkomst,

Protocol nr. 4 betreffende de definitie van het begrip „produkten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking,

Protocol nr. 5 betreffende specifieke bepalingen betreffende de handel tussen Roemenië en Spanje en Portugal,

Protocol nr. 6 betreffende wederzijdse bijstand in douanezaken,

Protocol nr. 7 betreffende aan jaarlijkse beperkingen gebonden concessies.

De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van Roemenië hebben de volgende gemeenschappelijke verklaringen aangenomen, die aan deze Slotakte zijn gehecht:

Gemeenschappelijke verklaringen betreffende artikel 8, lid 3, van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 8, lid 4, van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 10, lid 3, van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 38, lid 1, van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 38, van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 39 van de Overeenkomst

Gemeenscháppelijke verklaring betreffende artikel 40 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 45, lid 7, van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende Hoofdstuk II van Titel IV van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende Hoofdstuk III van Titel IV van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 57, lid 3, van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 59 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 60 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 64 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 67 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 111 van de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende protocol nr. 1 bij de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende protocol nr. 4 bij de Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 5 van protocol nr. 6 bij de Overeenkomst.

De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van Roemenië hebben tevens kennis genomen van de volgende briefwisselingen, die aan deze Slotakte zijn gehecht:

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Roemenië inzake doorvoer

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Roemenië inzake de infrastructuur voor overlandvervoer

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Roemenië betreffende een aantal bepalingen die van toepassing zijn op levende runderen.

De gevolmachtigden van Roemenië hebben kennis genomen van de volgende verklaringen, die aan deze Slotakte zijn gehecht:

Verklaring van de Commissie betreffende artikel 2, lid 3, van Protocol nr. 1

Verklaring van de Gemeenschap betreffende artikel 9, lid 1, sub 3, en lid 4, van Protocol nr. 2

Verklaring van de Gemeenschap betreffende artikel 9, lid 4, van Protocol nr. 2

Verklaring van de Gemeenschap betreffende Protocol nr. 2

Verklaringen van de Gemeenschap betreffende artikel 21, lid 4, van de Overeenkomst.

De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap hebben kennis genomen van de volgende verklaringen die aan deze Slotakte zijn gehecht:

Verklaring van Roemenië betreffende artikel 8 van de Overeenkomst

Verklaríng van Roemenië betreffende artikel 14, lid 3, van de Overeenkomst

Verklaring van Roemenië betreffende artikel 21 van de Overeenkomst

Verklaring van Roemenië betreffende Protocol nr. 4 bij de Overeenkomst.

GEDAAN te Brussel, de eerste februari negentienhonderd drieënnegentig.

Gemeenschappelijke verklaringen

Artikel 8, lid 3

Onder „recht dat feitelijk van toepassing is” wordt verstaan het recht van het douanetarief (zowel de autonome en conventionele rechten als de in het douanetarief vermelde „permanente" schorsingen van rechten en tariefcontingenten). Deze uitdrukking is evenwel niet van toepassing op de tijdelijke schorsingen en contingenten.

Artikel 8, lid 3

De Gemeenschap en Roemenië verbinden zich ertoe overleg te plegen als één van de Partijen tijdelijke of definitieve, algemeen toepasselijke unilaterale maatregelen voor tariefafbraak neemt voor produkten die zijn vermeld in de bijlagen IΙa, IIb, III, IV en V; bij dit overleg gaan zij na welk effect die beslissing heeft op het evenwicht van de wederzijdse concessies in het kader van deze Overeenkomst.

Artikel 8, lid 4

De Gemeenschap en Roemenië bevestigen dat wanneer de rechten worden verlaagd door middel van een tijdelijke schorsing, deze verlaagde rechten slechts voor de duur van de schorsing in de plaats treden van de basisrechten en dat wanneer tot een gedeeltelijke schorsing wordt besloten, het preferentiële element in het handelsverkeer tussen de Partijen wordt gehandhaafd.

Artikel 10, lid 3

De Partijen verklaren dat de verlaagde rechten die krachtens het bepaalde in deze Overeenkomst worden berekend, op het eerste cijfer na de komma worden afgerond, namelijk naar boven wanneer het tweede cijfer na de komma 5, 6,7, 8 of 9 is en naar beneden wanneer het tweede cijfer na de komma 0, 1, 2, 3 of 4 is.

Artikel 38, lid 1

Als overeengekomen wordt beschouwd dat onder het begrip „de in elke Lid-Staat geldende voorwaarden en modaliteiten" waar nodig ook communautaire voorschriften worden begrepen.

Artikel 38

Als overeengekomen wordt beschouwd dat het begrip „kinderen” overeenkomstig de nationale wetgeving van het betrokken gastland wordt gedefinieerd.

Artikel 39

Als overeengekomen wordt beschouwd dat het begrip „hun gezinsleden" overeenkomstig de nationale wetgeving van het betrokken gastland wordt gedefinieerd.

Artikel 40

De Associatieraad zal, met inachtneming van de financiële situatie van de pensioenregeling in Roemenië, beslissen wanneer het gepaste ogenblik is aangebroken voor de vaststelling van de in artikel 40, lid 1, bedoelde wederzijdse maatregelen.

Artikel 45, lid 7

De Partijen komen overeen dat onder de in artikel 45, lid 7, vermelde term „staatseigendom" wordt verstaan: de gebieden of aangelegenheden waarop artikel 135 van de Roemeense grondwet van toepassing is.

Hoofdstuk II van Titel IV

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk IV van Titel IV komen de Partijen overeen dat de behandeling van onderdanen of vennootschappen van één van beide Partijen als minder gunstig zal worden beschouwd dan die welke wordt verleend aan onderdanen of vennootschappen van de andere Partij, indien die behandeling formeel of de facto minder gunstig is dan die van de andere Partij.

Hoofdstuk III van Titel IV

De Partijen trachten een voor beide Partijen bevredigend resultaat te bereiken bij de lopende onderhandelingen over diensten die plaatsvinden in het kader van de Uruguay-Ronde.

Artikel 57, lid 3

De Partijen verklaren dat de in artikel 57, lid 3, bedoelde overeenkomsten erop gericht moeten zijn om de in de Gemeenschap en de Lid-Staten geldende vervoerregelingen en het in de Gemeenschap en de Lid-Staten geldende vervoerbeleid zo veel mogelijk uit te strekken tot de betrekkingen op vervoergebied tussen de Gemeenschap en Roemenië.

Artikel 59

Het feit dat voor natuurlijke personen van bepaalde Partijen een visum wordt geëist en voor die van andere Partijen niet, mag, op zichzelf, niet worden beschouwd als een element dat voordelen die uit een specifieke verbintenis voortvloeien, teniet doet of beperkt.

Artikel 60

Steeds wanneer de Associatieraad wordt verzocht maatregelen te nemen voor verdere liberalisering op de terreinen diensten- of personenverkeer, stelt hij ook vast voor welke met deze maatregelen verband houdende transacties betaling in vrije convertibele valuta dient te worden toegestaan.

Artikel 64

De partijen maken geen onbehoorlijk gebruik van de bepalingen inzake het beroepsgeheim met het oogmerk onthulling van informatie op mededingingsgebied te beletten.

Artikel 67

De Partijen komen overeen dat voor de doeleinden van deze Associatieovereenkomst aan „de bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendom" dezelfde betekenis dient te worden gegeven als bedoeld bij artikel 36 van het EEG-Verdrag en dat deze met name omvat de bescherming van auteursrechten en verwante rechten, octrooien en patenten, industriële vormgeving, warenmerken en dienstmerken, topografieën van geïntegreerde schakelingen, software, geografische aanduidingen alsook bescherming tegen oneerlijke mededinging en van niet-openbaargemaakte informatie over know-how,

Artikel 111

De Partijen komen overeen dat de Associatieraad overeenkomstig artikel 111 van de Overeenkomst een onderzoek zal instellen met betrekking tot de oprichting van een adviesorgaan dat is samengesteld uit leden van het Economisch en Sociaal Comité van de Gemeenschap en overeenkomstige partners van Roemenië.

Verklaring van de Gemeenschap en Roemenië

De Partijen bevestigen hun voornemen om voor einde 1992 onderhandelingen te openen over het nieuwe protocol betreffende kwantitatieve regelingen waarin artikel 3, lid 2, van Protocol nr. 1 voorziet.

Gemeenschappelijke Verklaring

Protocol nr. 4, regels van oorsprong

De Gemeenschap en Roemenië bevestigen dat zij bereid zijn in een later stadium in de Associatieraad de mogelijkheid van regionale cumulatie te bespreken met Polen, Hongarije en Tsjechoslowakije, in het licht van de voortgang die bij het vervullen van de technische en administratieve voorwaarden is gemaakt.

De Associatieraad zal in kennis worden gesteld van de inwerkingtreding van de Overeenkomst tussen Roemenië en Bulgarije, vanaf welk tijdstip artikel 3 kan worden toegepast.

Gemeenschappelijke Verklaring

Artikel 5 Protocol nr.6 bij de Overeenkomst

De Overeenkomstsluiende Partijen beklemtonen dat de verwijzing in artikel 5 van Protocol nr. 6 naar hun eigen wetgeving, desgevallend ook door hen aangegane internationale verbintenissen omvat, zoals het Verdrag van Den Haag van 15 november 1965 inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en in handelszaken.

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Roemenië inzake doorvoer

A. Brief van de Gemeenschap.

Mijnheer,

Tussen de Gemeenschap en Roemenië werd als volgt overeengekomen:

  • 1.

    De partijen nemen geen maatregelen waardoor afbreuk wordt gedaan aan de situatíe welke het gevolg is van de toepassing van de bestaande bilaterale overeenkomsten tussen de Lid-Staten van de Gemeenschap en Roemenië, waarbij met name wordt gedoeld op het aantal vergunningen, de gewichten en afmetingen van voertuigen en de voertuigbelastingen.

  • 2.

    De Gemeenschap en Roemenië komen overeen dat zij, wanneer de voorwaarden van doorvoer over het grondgebied van de voormalige Federatieve Socialistische Republiek Joegoslavië niet worden genormaliseerd, zullen bezien en eventueel zullen besluiten welke wijzigingen er moeten worden aangebracht op de in punt 1 vermelde verbintenissen om de communautaire doorvoer te vergemakkelijken.

Tot de sluiting van de bilaterale overeenkomst inzake vervoer tussen de Gemeenschap en Roemenië zal iedere wijziging van de situatie in voornoemde zin in gemeenschappelijk overleg worden overeengekomen.

Ik zou U dankbaar zijn voor uw bevestiging dat uw regering met de inhoud van deze brief kan instemmen.

Met de meeste hoogachting,

Namens de Gemeenschap

B. Brief van Roemenië

Mijnheer,

Ik heb de eer U de ontvangst te bevestigen van uw brief van vandaag welke als volgt luidt:

„Tussen de Gemeenschap en Roemenië werd als volgt overeengekomen:

  • 1.

    De partijen nemen geen maatregelen waardoor afbreuk wordt gedaan aan de situatie welke het gevolg is van de toepassing van de bestaande bilaterale overeenkomsten tussen de Lid-Staten van de Gemeenschap en Roemenië, waarbij met name wordt gedoeld op het aantal vergunningen, de gewichten en afmetingen van voertuigen en de voertuigbelastingen.

  • 2.

    De Gemeenschap en Roemenië komen overeen dat zij, wanneer de voorwaarden van doorvoer over het grondgebied van de voormalige Federatieve Socialistische Republiek Joegoslavië niet worden genormaliseerd, zullen bezien en eventueel zullen besluiten welke wijzigingen er moeten worden aangebracht op de in punt 1 vermelde verbintenissen om de communautaire doorvoer te vergemakkelijken.

Tot de sluiting van de bilaterale overeenkomst inzake vervoer tussen de Gemeenschap en Roemenië zal iedere wijziging van de situatie in voornoemde zin in gemeenschappelijk overleg worden overeengekomen.

Ik zou U dankbaar zijn voor uw bevestiging dat uw regering met de inhoud van deze brief kan instemmen.".

Ik heb de eer te bevestigen dat de Regering van Roemenië met de inhoud van deze brief kan instemmen.

Met de meeste hoogachting,

Namens de Regering van Roemenië

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Roemenië inzake de infrastructuur voor overlandvervoer

A. Brief van de Gemeenschap

Mijnheer,

Ik heb de eer U bij dezen te bevestigen dat de Gemeenschap, zoals zij heeft verklaard bij de onderhandelingen over de Europa-overeenkomst tussen de Gemeenschap en haar Lid-Staten enerzijds en Roemenië anderzijds, veel begrip heeft voor de infrastructuur- en milieuproblemen waaraan Roemenië op vervoergebied het hoofd moet bieden en dat zij eventueel in het kader van de door de Europa-overeenkomst tot stand gebrachte financiële mechanismen bij zal dragen aan de financiering van verbetering van de infrastructuur voor overlandvervoer, zoals wegen, spoorweg en binnenwaterinfrastructuur en infrastructuur voor het gecombineerd vervoer.

Ik neem in dit verband nota van het feit dat Roemenië heeft verklaard dringend behoefte te hebben aan financiële hulp om zijn infrastructuur voor overlandvervoer aan te passen aan het toegenomen transitovervoer over zijn grondgebied.

De partijen komen overeen om aanvankelijk in het kader van de bestaande handels- en samenwerkingsovereenkomst naar middelen te zoeken via welke een bijdrage kan worden geleverd aan de verbetering van deze infrastructuur in Roemenië, waarbij de aandacht vooral uitgaat naar projecten betrekking hebbende op de doorvoer over Roemeens grondgebied, met name verbetering van de grensovergangen, de aanleg van ongelijkvloerse kruisingen, de reconstructie van viaducten en uitbreiding van de wegencapaciteit tussen de westelijke grens van Roemenië en de oversteekpunten van de Donau naar Bulgarije, onverminderd de evaluatie van de projecten overeenkomstig de geldende procedures.

Ik zou U dankbaar zijn voor bevestiging dat uw regering met de inhoud van deze brief kan instemmen.

Met de meeste hoogachting,

Namens de Gemeenschap

B. Brief van Roemenië

Mijnheer,

Ik heb de eer U de ontvangst te bevestigen van uw brief van vandaag welke als volgt luidt:

„Ik heb de eer U bij dezen te bevestigen dat de Gemeenschap, zoals zij heeft verklaard bij de onderhandelingen over de Europa-overeenkomst tussen de Gemeenschap en haar Lid-Staten enerzijds en Roemenië anderzijds, veel begrip heeft voor de infrastructuur- en milieuproblemen waaraan Roemenië op vervoergebied het hoofd moet bieden en dat zij eventueel in het kader van de door de Europa-overeenkomst tot stand gebrachte financiële mechanismen bij zal dragen aan de financiering van verbetering van de infrastructuur voor overlandvervoer, zoals wegen, spoorweg en binnenwaterinfrastructuur en infrastructuur voor het gecombineerd vervoer.

Ik neem in dit verband nota van het feit dat Roemenië heeft verklaard dringend behoefte te hebben aan financiële hulp om zijn infrastructuur voor overlandvervoer aan te passen aan het toegenomen transitovervoer over zijn grondgebied.

De partijen komen overeen om aanvankelijk in het kader van de bestaande handels- en samenwerkingsovereenkomst naar middelen te zoeken via welke een bijdrage kan worden geleverd aan de verbetering van deze infrastructuur in Roemenië, waarbij de aandacht vooral uitgaat naar projecten betrekking hebbende op de doorvoer over Roemeens grondgebied, met name verbetering van de grensovergangen, de aanleg van ongelijkvloerse kruisingen, de reconstructie van viaducten en uitbreiding van de wegencapaciteit tussen de westelijke grens van Roemenië en de oversteekpunten van de Donau naar Bulgarije, onverminderd de evaluatie van de projecten overeenkomstig de geldende procedures.

Ik zou U dankbaar zijn voor bevestiging dat uw regering met de inhoud van deze brief kan instemmen.”.

Ik heb de eer te bevestigen dat de Regering van Roemenië met de inhoud van deze brief kan instemmen.

Met de meeste hoogachting,

Voor de Regering van Roemenië

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Roemenië betreffende een aantal bepalingen die van toepassing zijn op levende runderen

A. Brief van de Gemeenschap

Mijnheer,

Ik heb de eer te verwijzen naar het overleg betreffende de handelsregelingen voor bepaalde landbouwprodukten tussen de Gemeenschap en Roemenië in het kader van de onderhandelingen over de Europa-Overeenkomst.

Ik bevestig hierbij dat de Gemeenschap de nodige maatregelen zal treffen opdat Roemenië na de inwerkingtreding van deze overeenkomst in onbeperkte mate en onder dezelfde voorwaarden als Hongarije, Polen en Tsjechoslowakije gebruik kan maken van de bij artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 805/68 van de Raad ingestelde regeling voor de invoer van levende runderen.

De invoer van levende runderen welke niet onder de voorzieningsbalansen bedoeld in artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 805/68 van de Raad en de met Hongarije, Polen en Tsjechoslowakije gesloten Europa-Overeenkomsten vallen, dient te worden beperkt tot kalveren met een levend gewicht van 80 kg of minder.

De Gemeenschap behoudt zich het recht voor, indien uit de ramingen blijkt dat de invoer in de Gemeenschap meer dan 425 000 stuks zou kunnen bedragen en deze invoer de communautaire markt voor rundvlees ernstig dreigt te verstoren, passende beheersmaatregelen te nemen als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 1157/92 van de Raad en de Europa-Overeenkomsten, onverminderd alle andere rechten welke zij aan de Overeenkomst ontleent.

Ik moge U verzoeken de instemming van uw regering met het voorgaande te bevestigen.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Voor de Gemeenschap

B. Brief van Roemenië

Mijnheer,

Ik heb de eer U de ontvangst te bevestigen van uw brief van heden die als volgt luidt:

„Ik heb de eer te verwijzen naar het overleg betreffende de handelsregelingen voor bepaalde landbouwprodukten tussen de Gemeenschap en Roemenië in het kader van de onderhandelingen over de Europa-Overeenkomst.

Ik bevestig hierbij dat de Gemeenschap de nodige maatregelen zal treffen opdat Roemenië na de inwerkingtreding van deze overeenkomst in onbeperkte mate en onder dezelfde voorwaarden als Hongarije, Polen en Tsjechoslowakije gebruik kan maken van de bij artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 805/68 van de Raad ingestelde regeling voor de invoer van levende runderen.

De invoer van levende runderen welke niet onder de voorzieningsbalansen bedoeld in artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 805/68 van de Raad en de met Hongarije, Polen en Tsjechoslowakije gesloten Europa-Overeenkomsten vallen, dient te worden beperkt tot kalveren met een levend gewicht van 80 kg of minder.

De Gemeenschap behoudt zich het recht voor, indien uit de ramingen blijkt dat de invoer in de Gemeenschap meer dan 425 000 stuks zou kunnen bedragen en deze invoer de communautaire markt voor rundvlees ernstig dreigt te verstoren, passende beheersmaatregelen te nemen als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 1157/92 van de Raad en de Europa-Overeenkomsten, onverminderd alle andere rechten welke zij aan de Overeenkomst ontleent.

Ik moge U verzoeken de instemming van uw regering met het voorgaande te bevestigen.”.

Ik heb de eer U mee te delen dat mijn regering met de inhoud van deze brief instemt.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Voor de regering van Roemenië

Verklaring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen betreffende artikel 2, lid 3, van Protocol nr. 1

De Commissie van de Europese Gemeenschappen bevestigt dat de behandeling die aan Roemenië wordt verleend uit hoofde van het bepaalde in artikel 2, lid 3, van Protocol nr. 1 in wezen dezelfde is als die waarin de met Polen, Hongarije en Tsjechoslowakije overeengekomen protocollen voorzien en dat een eventueel gewijzigde Verordening (EEG) nr. 636/82 in beginsel op uniforme wijze zal worden toegepast ten aanzien van de vijf landen van Centraal- en Oost-Europa,

Verklaringen van de Europese Gemeenschap

Protocol nr. 2 betreffende EGKS-produkten

Artikel 9, lid 1, sub 3 en artikel 9, lid 4, van Protocol nr. 2 betreffende EGKS-produkten

De Gemeenschap gaat ervan uit dat de in de artikelen 9, lid 1, sub 3 en artikel 9, lid 4, bedoelde overheidssteun uitsluitend wordt verleend ten behoeve van de daarin omschreven herstructurering en legt er de nadruk op dat vervoerssubsidies die direct of indirect het effect van steunverlening aan de ijzer- en staalindustrie sorteren, uitgesloten zijn.

Artikel 9, lid 4, van Protocol nr. 2 betreffende EGKS-produkten

Er wordt van uitgegaan dat de mogelijkheid om de periode van 5 jaar bij uitzondering te verlengen strikt beperkt blijft tot het bijzondere geval van Roemenië en niet prejudicieert op het standpunt van de Gemeenschap ten aanzien van andere gevallen of op internationale verbintenissen. Bij de afwijkingsmogelijkheid waarin lid 4 voorziet is rekening gehouden met de bijzondere moeilijkheden waarmee Roemenië bij de herstructurering van zijn staalsector te kampen heeft en met het feit dat dit proces pas zeer kort geleden op gang is gebracht.

Verklaring van de Gemeenschap

De Gemeenschap neemt er nota van dat de Roemeense autoriteiten geen beroep zullen doen op de bepalingen van Protocol nr. 2 betreffende EGKS-produkten, in het bijzonder op artikel 9 daarvan, ten einde geen vragen te doen rijzen omtrent de verenigbaarheid met dit Protocol van de tussen de steenkoolindustrie van de Gemeenschap en de elektriciteitsondernemingen en de staalindustrie gesloten overeenkomsten ter bevordering van de verkoop van steenkool uit de Gemeenschap.

Verklaringen van de Gemeenschap

Artikel 21, lid 4

De Gemeenschap bevestigt haar voornemen onderhandelingen over de wijnsector aan te vatten met het oog op de sluiting van:

  • -

    een overeenkomst inzake wederzijdse bescherming van de benamingen van oorsprong van wijn en de controle op dit produkt;

    en

  • -

    een overeenkomst inzake wederzijdse tariefconcessies, eveneens met inachtneming van de communautaire bepalingen ter zake van de invoer, en met name betreffende de oenologische procédés en de certificeringen.

Artikel 21, lid 4

De Gemeenschap verklaart zich bereid de in Verordening (EEG) nr. 1767/82 neergelegde preferentiële regeling voor bepaalde kaassoorten voor een bijkomende periode van vijf jaar onder dezelfde voorwaarden te handhaven.

Verklaringen van Roemenië

Artikel 8

De tijdelijke volledige en gedeeltelijke schorsingen van douanerechten krachtens Besluit nr. 812/1991 van de Roemeense Regering gelden tot en met 31 december 1992.

Artikel 14, lid 3

Roemenië zal de Gemeenschap begin 1993 de op de gecombineerde nomenclatuur (acht cijfers) gebaseerde lijst doen toekomen van produkten die aan tijdelijke kwantitatieve uitvoerbeperkingen zijn onderworpen. Alle latere wijzigingen van deze lijst zullen tijdig worden bekendgemaakt.

Artikel 21

De Roemeense delegatie dringt er andermaal op aan dat in het kader van de Associatieraad ten spoedigste gevolg wordt gegeven aan haar verzoek tot verhoging van de contingenten voor de produkten van de hierna volgende GN-codes:

01041090

01042090

0201

0202

ex 0203

0204

ex 0207

07020010

07020090

07070011

07096010

07119040

07111020

07111030

08091000

08094011

08094019

08101010

08101090

08121000

08132000

08133000

10019099

12129910

15121191

15121991

20011000

20019090

20029030

20029090

20097019

De Roemeense delegatie is de vaste overtuiging toegedaan dat deze belangrijke kwestie uiteindelijk door een gezamenlijke inspanning van de EG en Roemenië kan worden opgelost.

Verklaring van Roemenië

Protocol 4, regels van oorsprong

Roemenië is van oordeel dat in het kader van de Associatieraad besprekingen moeten worden gehouden om een oplossing te vinden betreffende de toepassing van de regionale cumulatie met Polen, Hongarije en de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek, wanneer de handel tussen de Gemeenschap en deze drie landen en tussen Roemenië en deze drie landen geregeld is bij overeenkomsten die dezelfde regels bevatten als Protocol nr. 4.