Europa-Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Bulgarije, anderzijds

Europa-Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Bulgarije, anderzijds

Het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Portugese Republiek,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

hierna „Lid-Staten" te noemen, en

de Europese Economische Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,

hierna „de Gemeenschap" te noemen,

enerzijds,

en de Republiek Bulgarije,

hierna „Bulgarije" te noemen,

anderzijds,

Gelet op het belang van de traditionele banden tussen de Gemeenschap, haar Lid-Staten en Bulgarije, en hun gemeenschappelijke waarden,

Erkennende dat de Gemeenschap en Bulgarije deze banden wensen te versterken en nauwe, duurzame betrekkingen tot stand willen brengen op grond van het wederzijds belang en wederkerigheid, waardoor Bulgarije zal kunnen deelnemen aan het proces van Europese integratie, en aldus de betrekkingen versterken en uitbreiden die in het verleden tot stand zijn gebracht, met name door de op 8 mei 1990 ondertekende Overeenkomst inzake handel en commerciële en economische samenwerking,

Gelet op de mogelijkheden die het ontstaan van een nieuwe democratie in Bulgarije biedt voor betrekkingen van een nieuw gehalte,

Gelet op de verbintenis van de Gemeenschap en haar Lid-Staten en van Bulgarije tot versterking van de politieke en economische vrijheden, die de grondslag van de associatie vormen,

Erkennende het fundamentele karakter van de democratische veranderingen in Bulgarije, die vreedzaam verlopen en gericht zijn op het tot stand brengen van een nieuw politiek en economisch bestel dat gegrondvest is op de regels van de rechtsstaat en de mensenrechten, politiek pluralisme, een pluralistisch meerpartijenstelsel met vrije, democratische verkiezingen en het tot stand brengen van het wettelijk en economisch kader dat noodzakelijk is voor het opbouwen van een markteconomie, alsmede de noodzaak om dat proces met bijstand van de Gemeenschap voort te zetten en te voltooien,

Gelet op de vaste verbintenis van de Gemeenschap en haar Lid-Staten en van Bulgarije ten aanzien van de rechtsstaat en de mensenrechten, met inbegrip van de rechten van personen die tot minderheden behoren, en ten aanzien van de volledige uitvoering van alle andere beginselen en bepalingen die vervat zijn in de Slotakte van de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE), de slotdocumenten van Wenen en Madrid, het Handvest van Parijs voor een nieuw Europa, en ten aanzien van de beginselen en bepalingen van het Europese Energiehandvest,

Bereid zijnde betere contacten tussen hun ingezetenen, alsmede de vrije uitwisseling van informatie en ideeën aan te moedigen, zoals de Partijen zijn overeengekomen in het kader van de CVSE,

Zich bewust zijnde van het belang van deze Overeenkomst om in Europa een systeem van stabiliteit op grond van samenwerking tot stand te brengen en op te bouwen, waarbij de Gemeenschap één van de hoekstenen is,

Van oordeel zijnde dat een verband dient te worden gelegd tussen de volledige uitvoering van de associatie, enerzijds, en voortzetting van de concrete verwezenlijking van hervormingen in Bulgarije op politiek, economisch en juridisch vlak, anderzijds, en de invoering van de factoren die vereist zijn voor samenwerking en het werkelijk nader tot elkaar brengen van de systemen van de Partijen, met name op grond van de conclusies van de CVSE-Conferentie van Bonn,

Verlangende regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang tot stand te brengen om de associatie te versterken en te voltooien,

Rekening houdende met het feit dat de Gemeenschap bereid is om doorslaggevende steun te verlenen voor de voltooiing van de overgang naar een markteconomie in Bulgarije en bereid is Bulgarije te helpen om de economische en sociale gevolgen van structurele aanpassing op te vangen,

Rekening houdende bovendien met het feit dat de Gemeenschap bereid is tot het instellen van instrumenten voor samenwerking en economische, technische en financiële bijstand op veelomvattende en meerjarige basis,

Gelet op de verbintenis van de Gemeenschap en Bulgarije ten aanzien van de vrijhandel, en met name ten aanzien van de inachtneming van de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel,

Gelet op de economische en sociale verschillen tussen de Gemeenschap en Bulgarije en daarbij erkennende dat de doeleinden van deze associatie dienen te worden verwezenlijkt door middel van passende bepalingen in deze Overeenkomst,

Ervan overtuigd zijnde dat deze Overeenkomst een nieuw klimaat zal scheppen voor hun economische betrekkingen, en vooral voor de ontwikkeling van handel en investeringen, instrumenten die onontbeerlijk zijn voor economische herstructurering en technologische modernisering,

Verlangende culturele samenwerking tot stand te brengen en de uitwisseling van informatie te bevorderen,

Erkennende dat het lidmaatschap van de Gemeenschap het einddoel van Bulgarije is en dat deze associatie, naar het oordeel van de Partijen, Bulgarije zal helpen dit doel te verwezenlijken,

Hebben besloten deze Overeenkomst te sluiten en hebben te dien einde als hun gevolmachtigden aangewezen:

het Koninkrijk België:

Robert URBAIN,

Minister van Buitenlandse Handel en Europese Zaken;

het Koninkrijk Denemarken:

Jørgen ØSTRØM MØLLER,

Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken;

de Bondsrepubliek Duitsland:

Klaus KINKEL,

Bondsminister van Buitenlandse Zaken;

de Helleense Republiek:

Michel PAPACONSTANTINOU,

Minister van Buitenlandse Zaken;

het Koninkrijk Spanje:

Javier SOLANA,

Minister van Buitenlandse Zaken;

de Franse Republiek:

Elisabeth GUIGOU,

Onderminister van Europese Zaken;

Ierland:

Dick SPRING,

Minister van Buitenlandse Zaken;

de Italiaanse Republiek:

Valdo SPINI,

Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken;

het Groothertogdom Luxemburg:

Jacques POOS,

Minister van Buitenlandse Zaken;

het Koninkrijk der Nederlanden:

P.H. KOOIJMANS,

Minister van Buitenlandse Zaken;

de Portugese Republiek:

J.M. DURAO BARROSO,

Minister van Buitenlandse Zaken;

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland:

Douglas HURD,

Minister van Buitenlandse Zaken en van het Gemenebest;

de Europese Economische Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal:

Niels HELVEG PETERSEN,

Minister van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk Denemarken, fungerend Voorzitter van de Raad van de Europese Gemeenschappen;

Sir Leon BRITTAN,

Lid van de Commissie van de Europese Gemeenschappen;

Hans VAN DEN BROEK,

Lid van de Commissie van de Europese Gemeenschappen;

de Republiek Bulgarije:

Luben BEROV,

Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken;

Die, na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten,

Als volgt zijn overeengekomen[Red: De oorspronkelijke Bijlagen en Protocollen bij de Overeenkomst liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, en zijn gepubliceerd in PbEG 1994, L 358.]:

Artikel

1

TITEL

I

POLITIEKE DIALOOG

Artikel

2

De Partijen brengen een regelmatige politieke dialoog tot stand, die zal worden ontwikkeld en geïntensiveerd. Deze dialoog begeleidt en consolideert het proces waarbij de Gemeenschap en Bulgarije nader tot elkaar komen, ondersteunt de politieke en economische veranderingen die in Bulgarije aan de gang zijn en draagt bij tot het tot stand brengen van nieuwe banden van solidariteit en nieuwe vormen van samenwerking. De politieke dialoog en samenwerking, die op gemeenschappelijke waarden en doelstellingen zijn gegrondvest:

  • -

    zullen ertoe bijdragen dat Bulgarije gemakkelijker volledig wordt opgenomen in de gemeenschap van democratische naties en geleidelijk nader tot de Gemeenschap komt; de in deze Overeenkomst bedoelde economische toenadering zal leiden tot grotere politieke convergentie;

  • -

    zullen leiden tot beter onderling begrip en grotere convergentie van standpunten over internationale vraagstukken, met name over aangelegenheden die belangrijke gevolgen voor één van de Partijen kunnen hebben;

  • -

    zullen elke Partij in staat stellen het standpunt en de belangen van de andere Partij in overweging te nemen bij haar eigen besluitvorming;

  • -

    zullen ertoe bijdragen dat de standpunten van de Partijen over veiligheidsvraagstukken nader tot elkaar komen en dat er meer veiligheid en stabiliteit in heel Europa is.

Artikel

3

Artikel

4

De Partijen voorzien in andere procedures en regelingen voor politieke dialoog, met name in de volgende vormen:

  • -

    vergaderingen op hoog niveau (politieke directeuren) tussen Bulgaarse functionarissen, enerzijds, en het Voorzitterschap van de Raad van de Europese Gemeenschappen en de Commissie van de Europese Gemeenschappen, anderzijds;

  • -

    het optimaal gebruik maken van alle diplomatieke kanalen tussen de Partijen, met inbegrip van passende bilaterale en multilaterale contacten, bij voorbeeld bij de VN, op CVSE-vergaderingen en in andere multilaterale fora;

  • -

    het opnemen van Bulgarije in de groep van landen die regelmatig worden geïnformeerd over vraagstukken die zijn behandeld in het kader van de Europese Politieke Samenwerking, en net uitwisselen van informatie met het oog op het verwezenlijken van de in artikel 2 gestelde doeleinden;

  • -

    alle andere middelen die bijdragen tot het consolideren, ontwikkelen en opvoeren van deze dialoog.

Artikel

5

Op parlementair niveau vindt de politieke dialoog plaats in het kader van het Parlementair Associatiecomité.

TITEL

II

ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel

6

Eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten, als vastgelegd in de Slotakte van Helsinki en het Handvest van Parijs voor een nieuw Europa, vormen de grondslag van het binnen- en buitenlands beleid van de Partijen en zijn een essentieel onderdeel van de associatie.

Artikel

7

TITEL

III

VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN

Artikel

8

HOOFDSTUK

I

INDUSTRIEPRODUKTEN

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

De bepalingen betreffende de afschaffing van de douanerechten bij invoer zijn eveneens van toepassing op de douanerechten van fiscale aard.

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Elke Partij verklaart zich bereid haar douanerechten in het handelsverkeer met de andere Partij te verlagen in een sneller tempo dan datgene waarin de artikelen 10 en 11 voorzien, mits haar algemene economische situatie en de situatie in de betrokken sector van de economie zulks toelaten.

De Associatieraad kan daartoe strekkende aanbevelingen doen.

Artikel

16

Protocol nr. 1 bevat de regelingen die op de daarin genoemde textielprodukten van toepassing zijn.

Artikel

17

In Protocol nr. 2 zijn de regelingen neergelegd die van toepassing zijn op produkten die onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal vallen.

Artikel

18

Vervallen op grond van het Protocol tot aanpassing van de handelsaspecten van de Europa-Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Bulgarije, anderzijds in verband met de toetreding van de Republiek Finland, de Republiek Oostenrijk en het Koninkrijk Zweden tot de Europese Unie (Pb. EG L 112, 29-04-1999, blz. 3 e.v.)

HOOFDSTUK

II

LANDBOUW

Artikel

19

Artikel

20

Protocol nr. 3 bevat de handelsregelingen voor de daarin vermelde verwerkte landbouwprodukten.

Artikel

21

Artikel

22

Onverminderd de andere bepalingen van deze Overeenkomst, met name artikel 31, plegen de Partijen, indien, wegens de bijzondere gevoeligheid van de markten voor landbouwprodukten, de invoer van produkten van oorsprong uit de ene Partij waarvoor de in artikel 21 bedoelde concessies zijn verleend ernstige problemen veroorzaakt op de markt van de andere Partij, onverwijld overleg ten einde een passende oplossing te vinden voor het probleem. In afwachting van deze oplossing kan de betrokken Partij de maatregelen nemen die zij noodzakelijk acht.

HOOFDSTUK

III

VISSERIJ

Artikel

23

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de visserijprodukten van oorsprong uit de Gemeenschap en Bulgarije waarop Verordening (EEG) nr. 3687/91 van toepassing is.

Artikel

24

De bepalingen van artikel 21, lid 5, zijn van overeenkomstige toepassing op visserijprodukten.

HOOFDSTUK

IV

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel

25

Voor zover in dit hoofdstuk of in de Protocollen nrs. 1, 2 of 3 niet anders is bepaald, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing op de handel in alle produkten.

Artikel

26

Artikel

27

Artikel

28

Artikel

29

Bulgarije mag uitzonderingsmaatregelen van beperkte duur in de vorm van verhoogde douanerechten nemen die afwijken van het bepaalde in de artikelen 11 en 26, lid 1.

Deze maatregelen mogen uitsluitend worden genomen ten behoeve van jonge industrieën of van bepaalde sectoren waarin herstructureringen plaatsvinden of die met grote moeilijkheden te kampen hebben, vooral wanneer deze moeilijkheden ernstige sociale gevolgen hebben.

De douanerechten bij invoer die krachtens deze maatregelen door Bulgarije worden toegepast ten aanzien van produkten van oorsprong uit de Gemeenschap mogen niet meer dan 25 % ad valorem bedragen en dienen een preferentie voor produkten van oorsprong uit de Gemeenschap in te houden. De totale waarde van de ingevoerde produkten waarop dergelijke maatregelen van toepassing zijn mag niet meer bedragen dan 15% van de totale invoer van industrieprodukten uit de Gemeenschap als omschreven in hoofdstuk I gedurende het laatste jaar waarvoor statistische gegevens beschikbaar zijn.

Deze maatregelen gelden voor een periode van ten hoogste vijf jaar, tenzij de Associatieraad de toepassing ervan over een langere periode toestaat. Zij treden uiterlijk bij het verstrijken van de overgangsperiode buiten werking.

Deze maatregelen kunnen voor een bepaald produkt niet worden getroffen indien meer dan drie jaren zijn verstreken sedert de afschaffing van alle rechten en kwantitatieve beperkingen of heffingen en maatregelen van gelijke werking die op het betrokken produkt van toepassing waren.

Bulgarije stelt de Associatieraad in kennis van alle buitengewone maatregelen die het voornemens is te treffen. Op verzoek van de Gemeenschap vindt in de Associatieraad vooraf overleg plaats over deze maatregelen en de sectoren waarop zij betrekking hebben. Indien Bulgarije dergelijke maatregelen neemt, legt het aan de Associatieraad een tijdschema voor de afschaffing van de overeenkomstig dit artikel ingestelde douanerechten over. Dit tijdschema dient te voorzien in de geleidelijke afschaffing van deze rechten in gelijke jaarlijkse percentages, beginnende uiterlijk twee jaar nadat zij werden ingesteld. De Associatieraad kan een ander tijdschema vaststellen.

Artikel

30

Indien een der Partijen constateert dat in het handelsverkeer met de andere Partij dumping in de zin van artikel VI van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel plaatsvindt, kan zij passende maatregelen nemen tegen deze praktijk op grond van de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en haar nationale wettelijke regeling ter zake, en overeenkomstig de voorwaarden en procedures van artikel 34.

Artikel

31

Indien de invoer van een produkt toeneemt tot hoeveelheden en plaatsvindt onder omstandigheden die:

  • -

    ernstige moeilijkheden veroorzaken of dreigen te veroorzaken voor binnenlandse producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende produkten op het grondgebied van een der Partijen, of

  • -

    in enige sector van de economie aanleiding geven of kunnen geven tot moeilijkheden die ernstige gevolgen kunnen hebben voor de economische situatie in een bepaald gebied, kan de Gemeenschap of Bulgarije, naar gelang van het geval, passende maatregelen nemen overeenkomstig de bepalingen en procedures van artikel 34.

Artikel

32

Wanneer de naleving van de artikelen 14 en 26:

  • i)

    ertoe leidt dat goederen wederuitgevoerd worden naar een derde land ten aanzien waarvan de exporterende Partij voor het betrokken produkt kwantitatieve uitvoerbeperkingen, uitvoerrechten of maatregelen van gelijke werking toepast,

    of

  • ii)

    ernstige tekorten aan produkten die van wezenlijk belang zijn voor de exporterende Partij doet ontstaan of dreigt te doen ontstaan,

en de bovenbedoelde situaties aanleiding geven of vermoedelijk zullen geven tot ernstige moeilijkheden voor de exporterende Partij, kan deze Partij passende maatregelen nemen overeenkomstig de voorwaarden en procedures van artikel 34. Deze maatregelen mogen geen discriminerend karakter hebben en dienen te worden ingetrokken zodra zij niet meer gerechtvaardigd zijn.

Artikel

33

De Lid-Staten en Bulgarije passen alle staatsmonopolies van commerciële aard geleidelijk aan, in dier voege dat tegen het einde van het vijfde jaar volgende op de inwerkingtreding van deze Overeenkomst tussen onderdanen van de Lid-Staten en van Bulgarije geen discriminatie meer bestaat wat de voorwaarden van de voorziening en de afzet van goederen betreft. De Associatieraad wordt in kennis gesteld van de maatregelen welke te dien einde worden genomen.

Artikel

34

Artikel

35

In Protocol nr. 4 zijn de regels van oorsprong voor de toepassing van de in deze Overeenkomst vastgestelde tariefpreferenties neergelegd.

Artikel

36

Deze Overeenkomst vormt geen beletsel voor verboden of beperkingen op de invoer, de uitvoer of de doorvoer van goederen die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid, de gezondheid en het leven van personen, dieren of planten, de bescherming van natuurlijke hulpbronnen die voor uitputting vatbaar zijn, de bescherming van het nationaal artistiek, historisch en archeologisch erfgoed of uit hoofde van de bescherming van de intellectuele, industriële en commerciële eigendom, noch voor voorschriften betreffende goud en zilver. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie of een verkapte beperking van de handel tussen de Partijen vormen.

Artikel

37

Protocol nr. 5 bevat de specifieke bepalingen betreffende het handelsverkeer tussen Bulgarije, enerzijds, en Spanje en Portugal, anderzijds.

TITEL

IV

HET VERKEER VAN WERKNEMERS, DE VESTIGING, HET VERRICHTEN VAN DIENSTEN

HOOFDSTUK

I

HET VERKEER VAN WERKNEMERS

Artikel

38

Artikel

39

Artikel

40

Artikel

41

De door de Associatieraad overeenkomstig artikel 40 vastgestelde bepalingen doen geen afbreuk aan eventuele rechten of verplichtingen voortvloeiende uit bilaterale overeenkomsten tussen Bulgarije en de Lid-Staten, wanneer deze overeenkomsten in een gunstiger behandeling van Bulgaarse onderdanen of onderdanen van de Lid-Staten voorzien.

Artikel

42

Artikel

43

De Associatieraad onderzoekt in de in artikel 7 bedoelde tweede etappe, of eerder indien aldus wordt besloten, verdere mogelijkheden tot verbetering van het verkeer van werknemers, met inachtneming van onder andere de sociale en economische omstandigheden en behoeften in Bulgarije en de situatie van de werkgelegenheid in de Gemeenschap. Hij doet hiertoe aanbevelingen.

Artikel

44

Ten einde de herschikking van de arbeidskrachten als gevolg van de economische herstructurering in Bulgarije te vergemakkelijken, verleent de Gemeenschap technische bijstand voor de totstandbrenging van een passende sociale-zekerheidsregeling in Bulgarije, zoals in artikel 89 is uiteengezet.

HOOFDSTUK

II

VESTIGING

Artikel

45

Artikel

46

Artikel

47

Ten einde de toegang tot en de uitoefening van gereguleerde activiteiten van de vrije beroepen in respectievelijk Bulgarije en de Gemeenschap voor communautaire en Bulgaarse onderdanen te vergemakkelijken, onderzoekt de Associatieraad welke maatregelen moeten worden getroffen met het oog op de onderlinge erkenning van diploma's. Hij kan daartoe alle noodzakelijke maatregelen nemen.

Artikel

48

Het bepaalde in artikel 46 vormt geen beletsel voor de toepassing door een Partij met betrekking tot de vestiging en exploitatie op haar grondgebied van filialen en agentschappen van vennootschappen van een andere Partij die niet op het grondgebied van de eerste Partij als rechtspersoon zijn opgericht, van bijzondere regels die op grond van juridische of technische verschillen tussen bedoelde filialen en agentschappen en filialen en agentschappen van vennootschappen die op het grondgebied van de eerste Partij als rechtspersoon zijn opgericht of, voor wat financiële diensten betreft, om beleidsredenen gerechtvaardigd zijn. Het verschil in behandeling blijft beperkt tot hetgeen als gevolg van dergelijke juridische of technische verschillen strikt noodzakelijk is of, voor wat de in bijlage XVb beschreven financiële diensten betreft, tot hetgeen om beleidsredenen noodzakelijk is.

Artikel

49

Artikel

50

In de zin van deze Overeenkomst wordt onder „financiële diensten" verstaan de in bijlage XVb omschreven activiteiten. De Associatieraad kan de werkingssfeer van deze bijlage uitbreiden of wijzigen.

Artikel

51

Bulgarije kan tijdens de eerste vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst, of voor de in de bijlagen XVb en XVc vermelde sectoren tijdens de in artikel 7 bedoelde overgangsperiode, ten aanzien van de vestiging van communautaire vennootschappen en onderdanen maatregelen invoeren die van de bepalingen van dit hoofdstuk afwijken, indien bepaalde industrieën:

  • -

    worden geherstructureerd, of

  • -

    in grote moeilijkheden verkeren, met name wanneer deze moeilijkheden ernstige sociale problemen in Bulgarije tot gevolg hebben, of

  • -

    geconfronteerd worden met de uitschakeling van Bulgaarse vennootschappen of onderdanen in een bepaalde sector of bedrijfstak in Bulgarije dan wel met een forse daling van hun totale marktaandeel, of

  • -

    voor Bulgarije nieuwe industrieën zijn.

Deze maatregelen:

  • i)

    vervallen uiterlijk twee jaar na het verstrijken van het vijfde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst, en

  • ii)

    zijn redelijk en afgestemd op het oplossen van de situatie, en

  • iii)

    hebben slechts betrekking op na de inwerkingtreding van deze maatregelen in Bulgarije op te richten ondernemingen en mogen geen discriminatie betekenen voor de activiteiten van ten tijde van de invoering van een bepaalde maatregel reeds in Bulgarije gevestigde communautaire vennootschappen of onderdanen ten opzichte van Bulgaarse vennootschappen of onderdanen.

De Associatieraad kan bij uitzondering, op verzoek van Bulgarije, en indien de noodzaak zich voordoet, besluiten de onder i) bedoelde periode voor een bepaalde sector gedurende een beperkte termijn, die de duur van de in artikel 7 bedoelde overgangsperiode niet overschrijdt, te verlengen.

Bij het ontwerpen en toepassen van deze maatregelen verleent Bulgarije, wanneer zulks mogelijk is, een voorkeursbehandeling aan communautaire vennootschappen en onderdanen, en in geen geval een behandeling die minder gunstig is dan die welke aan vennootschappen of onderdanen uit een derde land wordt verleend.

Bulgarije raadpleegt de Associatieraad vóór de invoering van deze maatregelen en legt deze pas ten uitvoer nadat één maand is verstreken na de kennisgeving aan de Associatieraad van de concrete maatregelen die het invoert, tenzij de dreiging van onherstelbare schade het treffen van urgente maatregelen vereist, in welk geval Bulgarije de Associatieraad onmiddellijk na de invoering hiervan raadpleegt.

Bij het verstrijken van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst, of voor de in de bijlagen XVb en XVc vermelde sectoren bij het verstrijken van de in artikel 7 bedoelde overgangsperiode, kan Bulgarije deze maatregelen slechts met toestemming van de Associatieraad en op de door de Associatieraad vastgestelde voorwaarden invoeren.

Artikel

52

Artikel

53

Artikel

54

Artikel

55

Vennootschappen die gezamenlijk door Bulgaarse vennootschappen of onderdanen en communautaire vennootschappen of onderdanen worden bestuurd en hun exclusieve eigendom zijn, komen eveneens in aanmerking voor de bepalingen van dit hoofdstuk en hoofdstuk III van deze titel.

HOOFDSTUK

III

DIENSTENVERKEER TUSSEN DE GEMEENSCHAP EN BULGARIJE

Artikel

56

Artikel

57

Met betrekking tot de vervoerdiensten tussen de Gemeenschap en Bulgarije komen de volgende bepalingen in de plaats van het bepaalde in artikel 56:

Artikel

58

Artikel 54 is van toepassing op de door dit hoofdstuk bestreken materie.

HOOFDSTUK

IV

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

59

TITEL

V

BETALINGEN, KAPITAAL, CONCURRENTIE EN ANDERE ECONOMISCHE BEPALINGEN, ONDERLINGE AANPASSING VAN WETTEN

HOOFDSTUK

I

BETALINGS- EN KAPITAALVERKEER

Artikel

60

De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich ertoe machtiging te verlenen tot alle betaalverrichtingen op de lopende rekening van de betalingsbalans in vrije convertibele valuta voor zover de aan de betalingen ten grondslag liggende transacties betrekking hebben op krachtens deze Overeenkomst geliberaliseerd verkeer van goederen, diensten of personen tussen de Partijen,

Artikel

61

Artikel

62

Artikel

63

In het kader van dit hoofdstuk en in afwijking van artikel 65 kan Bulgarije, in afwachting van een volledige convertibiliteit van de munteenheid van Bulgarije in de zin van artikel VIII van het Internationaal Monetair Fonds, in uitzonderlijke omstandigheden deviezenbeperkingen in verband met het verlenen of opnemen van krediet op korte en middellange termijn toepassen voor zover deze beperkingen aan Bulgarije voor het verlenen van dergelijke kredieten worden opgelegd en op grond van de IMF-status van Bulgarije zijn toegestaan.

Bulgarije past deze beperkingen op een niet-discriminerende wijze toe. Zij dienen zodanig te worden toegepast dat zij de uitvoering van deze Overeenkomst zo weinig mogelijk verstoren. Bulgarije doet aan de Associatieraad onverwijld mededeling van de invoering en van alle wijzigingen van dergelijke maatregelen.

HOOFDSTUK

II

BEPALINGEN BETREFFENDE DE MEDEDINGING EN ANDERE ECONOMISCHE BEPALINGEN

Artikel

64

Artikel

65

Artikel

66

Met betrekking tot overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan speciale of exclusieve rechten zijn toegekend, ziet de Associatieraad erop toe dat vanaf het derde jaar na de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst de beginselen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, en met name van artikel 90, en de beginselen van het slotdocument van de in april 1990 te Bonn bijeengekomen Conferentie over Europese Veiligheid en Samenwerking, en met name de vrije besluitvorming van de ondernemers, worden nageleefd.

Artikel

67

Artikel

68

HOOFDSTUK

III

HARMONISATIE VAN WETGEVING

Artikel

69

De Partijen erkennen dat een voorname voorwaarde voor de economische integratie van Bulgarije in de Gemeenschap de harmonisatie van de bestaande en toekomstige wetgeving van dat land met die van de Gemeenschap is. Bulgarije doet het nodige om ervoor te zorgen dat zijn wetgeving geleidelijk in overeenstemming met die van de Gemeenschap wordt gebracht.

Artikel

70

De harmonisatie van de wetgeving omvat in het bijzonder de volgende terreinen: douane, vennootschapsrecht, bankwezen, vennootschapsboekhouding en -belasting, intellectuele eigendom, bescherming van werknemers op de arbeidsplaats, financiële diensten, concurrentieregels, bescherming van de gezondheid en het leven van mensen, dieren en planten, consumentenbescherming, indirecte belastingen, technische voorschriften en normen, wetgeving en reglementering op nucleair gebied, vervoer en milieu.

Artikel

71

De Gemeenschap verstrekt Bulgarije technische bijstand bij de uitvoering van deze maatregelen, onder meer door:

  • -

    uitwisseling van deskundigen,

  • -

    verstrekking van tijdige informatie, vooral over relevante wetgeving,

  • -

    organisatie van seminars,

  • -

    opleidingsactiviteiten,

  • -

    steun voor de vertaling van communautaire wetgeving in de betrokken sectoren.

TITEL

VI

ECONOMISCHE SAMENWERKING

Artikel

72

Artikel

73

Industriële samenwerking

Artikel

74

Bevordering en bescherming van investeringen

Artikel

75

Agrarische en industriële normen en conformiteitsbeoordeling

Artikel

76

Samenwerking op het gebied van wetenschappen en technologie

Artikel

77

Onderwijs en opleiding

Artikel

78

De landbouw en de agro-industriële sector

Artikel

79

Energie

Artikel

80

Nucleaire veiligheid

Artikel

81

Milieu

Artikel

82

Vervoer

Artikel

83

Telecommunicatie en Posterijen

Artikel

84

Bank- en verzekeringswezen en andere financiële diensten

Artikel

85

Samenwerking op het gebied van de boekhoudkundige en financiële controle

Artikel

86

Monetair beleid

Op verzoek van de Bulgaarse autoriteiten verstrekt de Gemeenschap technische bijstand ter ondersteuning van het streven van Bulgarije naar de geleidelijke aanpassing van zijn beleid aan de Europees Monetair Unie. Dit houdt ook informele uitwisseling van informatie over de beginselen en de werking van de Economische en Monetaire Unie in.

Artikel

87

Witwassen van geld

Artikel

88

Regionale ontwikkeling

Artikel

89

Sociale samenwerking

Artikel

90

Toerisme

De Partijen vergroten en ontwikkelen hun samenwerking, met name voor maatregelen welke betrekking hebben op:

  • -

    de vergemakkelijking van het toerisme en, indien wenselijk, de beperking van de vereiste formaliteiten;

  • -

    het verlenen van bijstand aan Bulgarije voor de privatisering van de toeristische sector en voor de uitwerking van een doeltreffend beleid voor de overheid en de particuliere ondernemingen gericht op de totstandbrenging van optimale wettelijke, bestuursrechtelijke en financiële regelingen voor de verdere ontwikkeling van de sector;

  • -

    het verbeteren van de informatiestroom via internationale netwerken, databanken, enz.;

  • -

    de overdracht van know-how via opleiding, uitwisselingen en seminars;

  • -

    het bestuderen van de mogelijkheden voor gezamenlijke acties (grensoverschrijdende projecten, stedenjumelages, enz.);

  • -

    de uitwisseling van gedachten en informatie over wederzijds belangrijke aangelegenheden welke van invloed zijn op de toeristische sector.

Artikel

91

Midden- en kleinbedrijf

Artikel

92

Informatie en audiovisuele sector

Artikel

93

Bescherming van de consument

Artikel

94

Douane

Artikel

95

Statistische samenwerking

Artikel

96

Economie

Artikel

97

Drugs

TITEL

VII

CULTURELE SAMENWERKING

Artikel

98

De Partijen verbinden zich, met inachtneming van de Plechtige Verklaring betreffende de Europese Unie, tot het bevorderen, aanmoedigen en vergemakkelijken van de culturele samenwerking. Waar nodig kunnen de communautaire programma's voor culturele samenwerking of de programma's van een of meer Lid-Staten tot Bulgarije worden uitgebreid en bijkomende maatregelen van wederzijds belang worden ontwikkeld.

Deze samenwerking kan met name betrekking hebben op:

  • -

    de niet-commerciële uitwisseling van kunstwerken en kunstenaars;

  • -

    de produktie van films en de filmindustrie met inachtneming van de samenwerking in de audiovisuele sector zoals bedoeld in artikel 92;

  • -

    de vertaling van literaire werken;

  • -

    het conserveren en restaureren van monumenten en plaatsen ( architecturaal en cultureel erfgoed);

  • -

    de opleiding van personen die zich met culturele aangelegenheden bezighouden;

  • -

    de organisatie van culturele manifestaties met een Europees karakter.

TITEL

VIII

FINANCIËLE SAMENWERKING

Artikel

99

Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst, in overeenstemming met de artikelen 100, 101, 103 en 104, en onverminderd artikel 102, ontvangt Bulgarije tijdelijk financiële bijstand van de Gemeenschap in de vorm van schenkingen en leningen, met inbegrip van leningen van de Europese Investeringsbank in overeenstemming met de bepalingen van artikel 18 van het Statuut van de Bank, ten einde de economische hervorming van Bulgarije te versnellen en het land te helpen de economische en sociale gevolgen van de structurele aanpassingen op te vangen.

Artikel

100

Deze financiële bijstand wordt verstrekt:

  • -

    hetzij in het kader van de PHARE-maatregelen waarin Verordening (EEG) nr. 3906/89 van de Raad zoals gewijzigd voorziet, op meerjarige grondslag, hetzij in het kader van een nieuw meerjarig financieringsplan dat door de Gemeenschap wordt opgezet na overleg met Bulgarije en met inachtneming van de overwegingen van de artikelen 101 en 102 van deze Overeenkomst;

  • -

    in de vorm van de bestaande leningen van de Europese Investeringsbank tot het verstrijken van de beschikbaarheidstermijn; de Gemeenschap stelt na overleg met Bulgarije het maximumbedrag en de looptijd van leningen van de Europese Investeringsbank aan Bulgarije vast voor de daaropvolgende jaren.

Artikel

101

De doelstellingen en terreinen van de financiële bijstand van de Gemeenschap worden door de Partijen in overleg in een indicatief programma vastgelegd. De Partijen stellen de Associatieraad daarvan in kennis.

Artikel

102

Artikel

103

De financiële bijstand van de Gemeenschap wordt beoordeeld in het licht van de behoeften en van het ontwikkelingspeil van Bulgarije, met inachtneming van de vastgestelde prioriteiten, de absorptiecapaciteit van de Bulgaarse economie, het vermogen van het land om leningen af te lossen, en de vooruitgang op de weg naar een markteconomie en naar herstructurering in Bulgarije.

Artikel

104

Om optimaal profijt te kunnen trekken uit de beschikbare middelen zorgen de Partijen ervoor dat de bijdragen van de Gemeenschap worden toegekend in nauwe coördinatie met die uit andere financieringsbronnen zoals de Lid-Staten, andere landen, onder meer die van de G-24, en internationale financiële instellingen zoals het Internationaal Monetair Fonds, de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling.

TITEL

IX

INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

105

Hierbij wordt een Associatieraad opgericht, die toezicht houdt op de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst. Deze Associatieraad komt eens per jaar of telkens wanneer de omstandigheden zulks vereisen op Ministersniveau bijeen. Hij behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van de Overeenkomst voordoen, en alle andere, bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.

Artikel

106

Artikel

107

De Associatieraad heeft, voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Overeenkomst, in de in de Overeenkomst genoemde gevallen beslissingsbevoegdheid. Zijn besluiten zijn bindend voor de Partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. De Associatieraad kan ook alle nuttige aanbevelingen doen.

De besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad worden vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen de Partijen.

Artikel

108

Artikel

109

Artikel

110

De Associatieraad kan tot de oprichting besluiten van ieder ander speciaal comité of lichaam dat hem bij de uitvoering van zijn taken kan bijstaan.

In zijn reglement van orde legt de Associatieraad de samenstelling van deze comités of lichamen vast en bepaalt hij hun taken en werkwijze.

Artikel

111

Er wordt een Parlementair Associatiecomité opgericht. Dit zal als forum dienen waar leden van het Bulgaarse Parlement en het Europees Parlement elkander kunnen ontmoeten en met elkander van gedachten kunnen wisselen. Het Comité komt met door hemzelf te bepalen tussenpozen bijeen.

Artikel

112

Artikel

113

Het Parlementair Associatiecomité kan bij de Associatieraad om ter zake doende inlichtingen over de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst verzoeken. De Associatieraad verstrekt het Associatiecomité de verlangde informatie.

Het Parlementair Associatiecomité wordt ingelicht over de besluiten van de Associatieraad,

Het Parlementair Associatiecomité kan aanbevelingen doen aan de Associatieraad.

Artikel

114

Binnen het toepassingsgebied van deze Overeenkomst, verbindt elk van beide Partijen zich ertoe erop toe te zien dat natuurlijke personen en rechtspersonen van de andere Partij, zonder discriminatie ten opzichte van de eigen onderdanen, toegang hebben tot de ter zake bevoegde rechterlijke en administratieve instanties van de Partijen, ter bescherming van hun persoonlijkheidsrechten en hun eigendomsrechten, daaronder begrepen hun intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten.

Artikel

115

Niets in de Overeenkomst zal een Overeenkomstsluitende Partij beletten maatregelen te nemen:

  • a.

    die zij nodig acht om de onthulling van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist, te beletten;

  • b.

    die verband houden met de produktie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of produktie die absoluut vereist zijn voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor produkten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;

  • c.

    die zij van vitaal belang voor haar eigen veiligheid acht, in geval van ernstige binnenlandse troebelen die de openbare orde bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden, of om verplichtingen na te komen die zij voor de bewaring van de vrede en de internationale veiligheid heeft aangegaan.

Artikel

116

Artikel

117

Produkten van oorsprong uit Bulgarije krijgen bij de invoer in de Gemeenschap geen gunstiger behandeling dan die welke de Lid-Staten onderling toepassen. De behandeling waarop Bulgarije krachtens titel IV en hoofdstuk I van titel V aanspraak heeft, zal niet gunstiger zijn dan die welke de Lid-Staten onderling toepassen.

Artikel

118

Artikel

119

Totdat er onder deze Overeenkomst gelijkwaardige rechten zijn verwezenlijkt voor personen en ondernemers, zal de Overeenkomst geen afbreuk doen aan rechten die hun worden verzekerd door bestaande overeenkomsten tussen een of meer Lid-Staten enerzijds, en Bulgarije, anderzijds, behalve in de sectoren van communautaire bevoegdheid en onverminderd de voor de Lid-Staten uit deze Overeenkomst voortvloeiende verplichtingen in sectoren waarvoor zij bevoegd zijn.

Artikel

120

De Protocollen nr. 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 en de bijlagen I tot en met XVI vormen een integrerend bestanddeel van deze Overeenkomst.

Artikel

121

Deze Overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.

Elk van beide Partijen kan deze Overeenkomst door kennisgeving aan de andere Partij opzeggen. Deze Overeenkomst houdt op van toepassing te zijn zes maanden na de datum van die kennisgeving.

Artikel

122

Deze Overeenkomst is van toepassing op, enerzijds, de gebieden waar de Verdragen tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van toepassing zijn en onder de in die Verdragen neergelegde voorwaarden, en, anderzijds, op het grondgebied van de Republiek Bulgarije.

Artikel

123

Deze Overeenkomst is opgesteld in tweevoud in de Deense, de Nederlandse, de Engelse, de Franse, de Duitse, de Italiaanse, de Spaanse, de Griekse, de Portugese en de Bulgaarse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Artikel

124

Deze Overeenkomst wordt door de Partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.

Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop de Partijen elkander kennisgeving doen van het feit dat de in de eerste alinea bedoelde procedures zijn voltooid.

Bij haar inwerkingtreding vervangt deze Overeenkomst de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en Bulgarije inzake handel en commerciële en economische samenwerking, die op 8 mei 1990 te Brussel werd getekend.

Artikel

125

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder deze Overeenkomst hebben gesteld.

GEDAAN te Brussel, de achtste maart negentienhonderd drieënnegentig.

Slotakte

De gevolmachtigden van:

het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Portugese Republiek,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

hierna „de Lid-Staten” te noemen, en van

de Europese Economische Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, hierna „de Gemeenschap” te noemen,

enerzijds, en

de gevolmachtigden van de Republiek Bulgarije, hierna „Bulgarije" te noemen, anderzijds,

bijeengekomen te Brussel, op acht maart negentienhonderd drieënnegentig, voor de ondertekening van de Europa-Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en Bulgarije, anderzijds , hierna de „Europa-Overeenkomst” te noemen,

hebben de volgende teksten aangenomen :

de Europa-Overeenkomst en de volgende protocollen :

Protocol nr. 1 betreffende textielprodukten en kledingartikelen,

Protocol nr. 2 betreffende produkten die vallen onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS),

Protocol nr. 3 betreffende het handelsverkeer tussen Bulgarije en de Gemeenschap van niet onder bijlage II bij het EEG-VERDRAG vallende verwerkte landbouwprodukten,

Protocol nr. 4 betreffende de definitie van het begrip „produkten van oorsprong" en methoden van administratieve samenwerking,

Protocol nr. 5 betreffende specifieke bepalingen betreffende de handel tussen Bulgarije en Spanje en Portugal,

Protocol nr. 6 betreffende wederzijdse bijstand in douanezaken,

Protocol nr. 7 betreffende aan jaarlijkse beperkingen gebonden concessies,

Protocol nr. 8 betreffende de grensoverschrijdende waterwegen.

De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van Bulgarije hebben de volgende gemeenschappelijke verklaringen aangenomen, die aan deze Slotakte zijn gehecht :

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 8, lid 3, van de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 8, lid 4, van de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 10, lid 3, van de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 21, lid 4, van de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 21, lid 4, van de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 38, lid 1, van de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 38 van de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 39 van de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende Hoofdstuk II van Titel IV van de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 45, lid 2, van de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 57, lid 3, van de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 59 van de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 60 van de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 64 van de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 67 van de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 110 van de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende Protocol nr. 1 bij de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 5 en artikel 9, lid 4, van Protocol nr. 2 bij de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende Protocol nr. 4 bij de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 5 van Protocol nr. 6 bij de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende Protocol nr. 8 bij de Europa-Overeenkomst,

De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van Bulgarije hebben kennis genomen van de volgende briefwisselingen, die aan deze Slotakte zijn gehecht :

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Bulgarije inzake doorvoer

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Bulgarije inzake de infrastructuur voor het overland vervoer

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Bulgarije betreffende een aantal bepalingen inzake levend rundvee

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Bulgarije betreffende een aantal bepalingen inzake varkens en pluimvee

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Bulgarije betreffende de regionale afbakening van de Afrikaanse varkenspest in het Koninkrijk Spanje.

De gevolmachtigden van Bulgarije hebben kennis genomen van de volgende verklaringen, die aan deze Slotakte zijn gehecht :

Verklaring van de Gemeenschap betreffende artikel 21, lid 4, van de Europa-Overeenkomst

Verklaring van de Gemeenschap betreffende artikel 21, lid 4, van de Europa-Overeenkomst

Verklaring van de Gemeenschap betreffende artikel 2, lid 3, van Protocol nr. 1 bij de Europa-Overeenkomst

Verklaring van de Gemeenschap betreffende artikel 9, lid 1, iii), en lid 4, van Protocol nr. 2 bij de Europa-Overeenkomst

Verklaring van de Gemeenschap betreffende artikel 9, lid 4, van Protocol nr. 2 bij de Europa-Overeenkomst

De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap hebben kennis genomen van de volgende verklaringen, die aan deze Slotakte zijn gehecht :

Verklaring van Bulgarije betreffende artikel 14, lid 3, van de Europa-Overeenkomst

Verklaring van Bulgarije betreffende artikel 21, lid 3, van de Europa-Overeenkomst

Verklaring van Bulgarije betreffende artikel 45, lid 3, in samenhang met bijlage XV d bij de Europa-Overeenkomst

Verklaring van Bulgarije betreffende artikel 59 van de Europa-Overeenkomst

Verklaring van Bulgarije betreffende artikel 67 van de Europa-Overeenkomst

Verklaring van Bulgarije betreffende Protocol nr. 2 bij de Europa-Overeenkomst

Verklaring van Bulgarije betreffende Protocol nr. 3 bij de Europa-Overeenkomst.

Gemeenschappelijke verklaringen

1. Artikel 8, lid 3

De Partijen verklaren dat onder „recht dat daadwerkelijk wordt toegepast” wordt verstaan : ten aanzien van Bulgarije, het meestbegunstigingsrecht dat van toepassing is (douanerechten en, voor de in bijlage VIII vermelde produkten, heffingen van gelijke werking als douanerechten) en, ten aanzien van de Gemeenschap, de rechten van het douanetarief (zowel de autonome en conventionele rechten als de in het douanetarief vermelde „permanente” schorsingen van rechten en tariefcontingenten). Wanneer tijdelijke schorsingen van rechten worden toegepast in verband met een bepaald doel of voor bepaalde hoeveelheden of zendingen, worden deze schorsingen evenwel niet beschouwd als „het recht dat daadwerkelijk wordt toegepast”. De Partijen stellen elkaar op de dag vóór de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst in kennis van de lijst van produkten waarvoor deze tijdelijke schorsingen van rechten gelden.

2. Artikel 8, lid 4

De Gemeenschap en Bulgarije bevestigen dat wanneer de rechten worden verlaagd door middel van een tijdelijke schorsing, deze verlaagde rechten slechts voor de duur van de schorsing in de plaats treden van de basisrechten en dat wanneer tot een gedeeltelijke schorsing wordt besloten, het preferentiële element in het handelsverkeer tussen de Partijen wordt gehandhaafd.

3. Artikel 10, lid 3, tweede alinea

De Partijen verklaren dat de verlaagde rechten die krachtens het bepaalde in deze Overeenkomst worden berekend, op het eerste cijfer na de komma worden afgerond, namelijk naar boven wanneer het tweede cijfer na de komma 5, 6, 7, 8 of 9 is en naar beneden wanneer het tweede cijfer na de komma 0, 1, 2, 3 of 4 is.

4. Artikel 21, lid 4

De Gemeenschap en Bulgarije komen in afwachting dat de besprekingen van de Uruguay-Ronde in het kader van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel worden afgerond, en terwijl de geldigheidstermijn van de Overeenkomst van 1990 met een jaar wordt verlengd, overeen onderhandelingen in de tweede helft van 1993 te voeren om een voor beide Partijen aanvaardbare oplossing te vinden voor de verlenging van de Overeenkomst van 1990 betreffende schapen en schapevlees, vooral inzake:

  • -

    de inachtneming van de gevoelige perioden,

  • -

    de schorsing van rechten,

  • -

    de procedure voor toezicht op de prijzen.

5. Artikel 21, lid 4

De Gemeenschap en Bulgarije komen overeen te onderhandelen met het oog op de sluiting van:

  • -

    een overeenkomst tussen de Republiek Bulgarije en de Europese Economische Gemeenschap inzake wederzijdse bescherming van de benamingen van wijn en de controle op wijn;

    en

  • -

    een overeenkomst inzake wederzijdse tariefconcessies voor wijn, met inachtneming van de invoerregelingen van de Gemeenschap en Bulgarije, met name betreffende oenologische procédés en certificering.

Beide Partijen stellen alles in het werk om ervoor te zorgen dat deze overeenkomsten op hetzelfde ogenblik als de Interimovereenkomst in werking treden.

6. Artikel 38, lid 1

Als overeengekomen wordt beschouwd dat onder het begrip „de in elke Lid-Staat geldende voorwaarden en modaliteiten" waar nodig ook communautaire voorschriften worden begrepen.

7. Artikel 38

Als overeengekomen wordt beschouwd dat het begrip „kinderen" overeenkomstig de nationale wetgeving van het betrokken gastland wordt gedefinieerd.

8. Artikel 39

Als overeengekomen wordt beschouwd dat het begrip „hun gezinsleden” overeenkomstig de nationale wetgeving van het betrokken gastland wordt gedefinieerd.

9. Hoofdstuk II van Titel IV

Onverminderd het bepaalde in Hoofdstuk II van Titel IV komen de Partijen overeen dat de behandeling van onderdanen of vennootschappen van één van beide Partijen als minder gunstig zal worden beschouwd dan die welke wordt verleend aan onderdanen of vennootschappen van de andere Partij, indien die behandeling formeel of de facto minder gunstig is dan die verleend aan onderdanen of vennootschappen van de andere Partij.

10. Hoofdstuk II van Titel IV

Als overeengekomen wordt beschouwd dat de in Hoofdstuk II van Titel IV bedoelde „filialen" en „agentschappen" geen rechtspersonen zijn en geen „handelsvertegenwoordiging" betekenen als bedoeld in artikel 4 van de Bulgaarse Wet van 1992 op de economische bedrijvigheid van buitenlanders en de bescherming van buitenlandse investeringen.

11. Artikel 45, lid 2, ii)

De Partijen komen overeen dat het bepaalde in artikel 45, lid 2, ii), geen afbreuk doet aan de toepassing van de Bulgaarse wetgeving bedoeld in Bijlage XV c betreffende de verwerving door een communautaire vennootschap of onderdaan van een meerderheidsparticipatie in bestaande vennootschappen werkzaam op de in de bijlage opgesomde terreinen, ongeacht of de communautaire vennootschap of onderdaan al dan niet reeds op het grondgebied van Bulgarije gevestigd is.

12. Artikel 57, punt 3

De Partijen verklaren dat de in artikel 57, punt 3, bedoelde overeenkomsten erop gericht moeten zijn om de in de Gemeenschap en de Lid-Staten geldende vervoerregelingen en het in de Gemeenschap en de Lid-Staten geldende vervoerbeleid zo veel mogelijk uit te strekken tot de betrekkingen op vervoergebied tussen de Gemeenschap en Bulgarije.

13. Artikel 59

Het feit dat voor natuurlijke personen die onderdaan zijn van bepaalde Partijen een visum wordt geëist, en voor die van andere Partijen niet, mag, op zichzelf, niet worden beschouwd als een element dat voordelen die uit een specifieke verbintenis voortvloeien, teniet doet of beperkt.

14. Artikel 60

Wanneer de Associatieraad wordt verzocht maatregelen te nemen voor verdere liberalisering op de terreinen diensten- of personenverkeer, stelt hij ook vast voor welke met deze maatregelen verband houdende transacties betaling in vrije convertibele valuta dient te worden toegestaan.

15. Artikel 64

De Partijen maken geen oneigenlijk gebruik van de bepalingen inzake het beroepsgeheim met het oogmerk onthulling van informatie op mededingingsgebied te beletten.

16. Artikel 67

De Partijen komen overeen dat voor de doeleinden van deze Associatieovereenkomst aan „de bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendom" dezelfde betekenis dient te worden gegeven als bedoeld bij artikel 36 van het EEG-Verdrag en dat deze met name omvat de bescherming van auteursrechten en verwante rechten, octrooien en patenten, industriële vormgeving, warenmerken en dienstmerken, topografieën van geïntegreerde schakelingen, software, geografische aanduidingen alsook bescherming tegen oneerlijke mededinging en bescherming van niet-openbaar gemaakte informatie over know-how.

17. Artikel 110

De Partijen komen overeen dat de Associatieraad overeenkomstig artikel 110 van de Overeenkomst een onderzoek zal instellen met betrekking tot de oprichting van een adviesorgaan dat is samengesteld uit leden van het Economisch en Sociaal Comité van de Gemeenschap en overeenkomstige partners van Bulgarije.

18. Protocol nr. 1 bij de Europa-Overeenkomst

De Partijen bevestigen hun voornemen onderhandelingen over het in artikel 3, lid 2, van Protocol nr. 1 bedoelde nieuwe Protocol betreffende kwantitatieve regelingen aan te vatten vóór eind 1992.

19. Artikel 5 en artikel 9, lid 4, van Protocol nr. 2 bij de Europa-Overeenkomst

De Gemeenschap en Bulgarije verklaren dat artikel 5 en artikel 9, lid 4, van Protocol nr. 2 niet als een precedent kunnen worden beschouwd bij de onderhandelingen van Bulgarije met het oog op toetreding tot de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel of tot de Multilaterale Handelsorganisatie die eventueel uit de onderhandelingen in het kader van de Uruguay-Ronde ontstaat.

20. Protocol nr. 4 bij de Europa-Overeenkomst

De Gemeenschap en Bulgarije bevestigen dat zij bereid zijn later in de Associatieraad de mogelijkheid van regionale cumulatie met Polen, Hongarije, de Federatieve Republiek Tsjechië en Slovakije, en met Roemenië, te onderzoeken aan de hand van de vorderingen die gemaakt zijn bij het vervullen van de desbetreffende technische en administratieve voorwaarden.

21. Artikel 5 van Protocol nr. 6 bij de Europa-Overeenkomst

De Overeenkomstsluitende Partijen verklaren dat de verwijzing in artikel 5 van Protocol nr. 6 naar hun eigen wetgeving in voorkomend geval eveneens betrekking kan hebben op een internationale verbintenis die zij zijn aangegaan, zoals het Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en in handelszaken, dat op 15 november 1965 te 's-Gravenhage werd ondertekend.

22. Protocol nr. 8 bij de Europa-Overeenkomst

Overeengekomen wordt dat de bijstand van de Gemeenschap voor de uitvoering van Protocol nr. 8 geen afbreuk doet aan de totale financiële bijstand uit hoofde van Titel VIII.

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Bulgarije inzake doorvoer

A. Brief van de Gemeenschap

Mijnheer,

Tussen de Gemeenschap en Bulgarije is overeengekomen dat :

  • 1.

    de partijen geen maatregelen nemen waardoor afbreuk wordt gedaan aan de uit de tenuitvoerlegging van de bilaterale overeenkomsten tussen de Lid-Staten van de Gemeenschap en Bulgarije voortvloeiende situatie met name wat betreft het aantal vergunningen, de gewichten en afmetingen van de voertuigen en de toepasselijke rechten;

  • 2.

    indien de voorwaarden voor de doorvoer over het grondgebied van de voormalige Federatieve Socialistische Republiek Joegoslavië niet opnieuw normaal worden, de partijen de in punt 1. bedoelde toezeggingen zullen bezien en deze zo nodig zullen aanpassen om de communautaire doorvoer te vergemakkelijken.

Bulgarije en de Gemeenschap sluiten een bilaterale vervoersovereenkomst. In afwachting daarvan wordt over elke wijziging van de bovenstaande regeling in onderling overleg beslist.

Ik moge U verzoeken mij te willen bevestigen dat Uw regering met het bovenstaande instemt.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Namens de Gemeenschap

B. Brief van Bulgarije

Mijnheer,

Ik heb de eer U de ontvangst te bevestigen van Uw brief van heden, welke als volgt luidt:

„Mijnheer,

Tussen de Gemeenschap en Bulgarije is overeengekomen dat :

  • 1.

    de partijen geen maatregelen nemen waardoor afbreuk wordt gedaan aan de uit de tenuitvoerlegging van de bilaterale overeenkomsten tussen de Lid-Staten van de Gemeenschap en Bulgarije voortvloeiende situatie met name wat betreft het aantal vergunningen, de gewichten en afmetingen van de voertuigen en de toepasselijke rechten;

  • 2.

    indien de voorwaarden voor de doorvoer over het grondgebied van de voormalige Federatieve Socialistische Republiek Joegoslavië niet opnieuw normaal worden, de partijen de in punt 1. bedoelde toezeggingen zullen bezien en deze zo nodig zullen aanpassen om de communautaire doorvoer te vergemakkelijken.

Bulgarije en de Gemeenschap sluiten een bilaterale vervoersovereenkomst.

In afwachting daarvan wordt over elke wijziging van de bovenstaande regeling in onderling overleg beslist.

Ik moge U verzoeken mij te willen bevestigen dat Uw Regering met het bovenstaande instemt.".

Ik heb de eer U te bevestigen dat mijn Regering met de inhoud van deze brief instemt.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Voor de Regering van Bulgarije

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Bulgarije inzake de infrastructuur voor het overlandvervoer

A. Brief van de Gemeenschap

Mijnheer,

Ik heb de eer U bij deze te bevestigen dat de Gemeenschap, zoals zij tijdens de onderhandelingen over de Europa-Overeenkomst tussen de Gemeenschap en haar Lid-Staten enerzijds en Bulgarije anderzijds heeft verklaard, zich terdege bewust is van de infrastructuur- en milieuproblemen waarmee Bulgarije op vervoergebied te kampen heeft en dat zij, indien nodig, in het kader van de door de Europa-Overeenkomst ingestelde financiële mechanismen financiële middelen ter beschikking zal stellen voor de verbetering van de infrastructuur voor het overlandvervoer, namelijk de infrastructuur voor het weg- en railvervoer en de binnenvaart en die voor het gecombineerd vervoer.

Ik neem in dit verband nota van het feit dat Bulgarije heeft verklaard dringend behoefte te hebben aan financiële steun om zijn infrastructuur voor het overlandvervoer aan te passen aan de toename van het transitoverkeer over zijn grondgebied.

De partijen komen overeen om in de eerste plaats in het kader van de bestaande handels- en samenwerkingsovereenkomst de middelen te zoeken die hen in staat zouden moeten stellen bij te dragen aan de verbetering van deze infrastructuurvoorzieningen in Bulgarije waarbij vooral de nadruk wordt gelegd op de modernisering en bouw van spoorlijnen en autowegen tussen Kulata en Sofia en tussen Sofia en Vidin, de modernisering van de infrastructuur van de Donau en zijn internationale verbindingen, onverminderd de evaluatie van de projecten volgens de van toepassing zijnde procedures.

Ik moge U verzoeken mij te willen bevestigen dat Uw Regering met het bovenstaande instemt.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Namens de Gemeenschap

B. Brief van Bulgarije

Mijnheer,

Ik heb de eer U de ontvangst te bevestigen van Uw brief van heden, welke als volgt luidt:

„Mijnheer,

Ik heb de eer U bij deze te bevestigen dat de Gemeenschap, zoals zij tijdens de onderhandelingen over de Europa-Overeenkomst tussen de Gemeenschap en haar Lid-Staten enerzijds en Bulgarije anderzijds heeft verklaard, zich terdege bewust is van de infrastructuur- en milieuproblemen waarmee Bulgarije op vervoergebied te kampen heeft en dat zij, indien nodig, in het kader van de door de Europa-Overeenkomst ingestelde financiële mechanismen financiële middelen ter beschikking zal stellen voor de verbetering van de infrastructuur voor het overlandvervoer, namelijk de infrastructuur voor het weg- en railvervoer en de binnenvaart en die voor het gecombineerd vervoer.

Ik neem in dit verband nota van het feit dat Bulgarije heeft verklaard dringend behoefte te hebben aan financiële steun om zijn infrastructuur voor het overlandvervoer aan te passen aan de toename van het transitoverkeer over zijn grondgebied.

De partijen komen overeen om in de eerste plaats in het kader van de bestaande handels- en samenwerkingsovereenkomst de middelen te zoeken die hen in staat zouden moeten stellen bij te dragen aan de verbetering van deze infrastructuurvoorzieningen in Bulgarije waarbij vooral de nadruk wordt gelegd op de modernisering en bouw van spoorlijnen en autowegen tussen Kulata en Sofia en tussen Sofia en Vidin, de modernisering van de infrastructuur van de Donau en zijn internationale verbindingen, onverminderd de evaluatie van de projecten volgens de van toepassing zijnde procedures.

Ik moge U verzoeken mij te willen bevestigen dat Uw Regering met het bovenstaande instemt.".

Ik heb de eer U te bevestigen dat mijn Regering met de inhoud van deze brief instemt.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Voor de Regering van Bulgarije

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Bulgarije betreffende een aantal bepalingen die van toepassing zijn op levend rundvee

A. Brief van de Gemeenschap

Mijnheer,

Ik heb de eer te verwijzen naar de besprekingen tussen de Gemeenschap en Bulgarije over handelsregelingen voor bepaalde landbouwprodukten, die in het kader van de besprekingen over de EuropaOvereenkomst hebben plaatsgevonden.

Ik bevestig hierbij dat de Gemeenschap de nodige maatregelen zal nemen om te verzekeren dat Bulgarije met ingang van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst op dezelfde voorwaarden als die voor Hongarije, Polen en Tsjechoslowakije volledige toegang zal krijgen tot de regeling voor de invoer van levend rundvee in het kader van artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 805/68 van de Raad.

In het geval dat de vooruitzichten zouden uitwijzen dat de invoer in de Gemeenschap de 425 000 stuks te boven zou kunnen gaan en dat wegens deze invoer de communautaire rundvleesmarkt ernstig zou kunnen worden verstoord, behoudt de Gemeenschap zich het recht voor de passende maatregelen van beheer vast te stellen als bedoeld bij Verordening (EEG) nr. 1157/92 van de Raad en bij de Europa-Overeenkomsten met Hongarije, Polen en Tsjechoslowakije, onverminderd alle andere rechten die haar bij de Overeenkomst worden toegekend. In deze context dient de invoer van levende runderen die niet wordt gedekt door de op ramingen berustende balansen als bedoeld bij artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 805/68 van de Raad en bij de Europa-Overeenkomsten, te worden beperkt tot kalveren met een gewicht van 80 kg of minder.

Ik moge U verzoeken mij te willen bevestigen dat Uw Regering met het bovenstaande instemt.

Met de meeste hoogachting,

Namens de Gemeenschap

B. Brief van Bulgarije

Mijnheer,

Ik heb de eer U de ontvangst te bevestigen van Uw brief van vandaag welke als volgt luidt:

„Ik heb de eer te verwijzen naar de besprekingen tussen de Gemeenschap en Bulgarije over handelsregelingen voor bepaalde landbouwprodukten, die in het kader van de besprekingen over de Europa-Overeenkomst hebben plaatsgevonden.

Ik bevestig hierbij dat de Gemeenschap de nodige maatregelen zal nemen om te verzekeren dat Bulgarije met ingang van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst op dezelfde voorwaarden als die voor Hongarije, Polen en Tsjechoslowakije volledige toegang zal krijgen tot de regeling voor de invoer van levend rundvee in het kader van artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 805/68 van de Raad.

In het geval dat de vooruitzichten zouden uitwijzen dat de invoer in de Gemeenschap de 425 000 stuks te boven zou kunnen gaan en dat wegens deze invoer de communautaire rundvleesmarkt ernstig zou kunnen worden verstoord, behoudt de Gemeenschap zich het recht voor de passende maatregelen van beheer vast te stellen als bedoeld bij Verordening (EEG) nr. 1157/92 van de Raad en bij de Europa-Overeenkomsten met Hongarije, Polen en Tsjechoslowakije, onverminderd alle andere rechten die haar bij de Overeenkomst worden toegekend. In deze context dient de invoer van levende runderen die niet wordt gedekt door de op ramingen berustende balansen als bedoeld bij artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 805/68 van de Raad en bij de Europa-Overeenkomsten, te worden beperkt tot kalveren met een gewicht van 80 kg of minder.

Ik moge U verzoeken mij te willen bevestigen dat Uw Regering met het bovenstaande instemt."

Ik heb de eer U te bevestigen dat mijn Regering met de inhoud van Uw brief instemt.

Met de meeste hoogachting,

Voor de Regering van Bulgarije

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Bulgarije betreffende een aantal bepalingen inzake varkens en pluimvee

A. Brief van de Gemeenschap

Mijnheer,

Ik heb de eer te verwijzen naar de besprekingen tussen de Gemeenschap en Bulgarije over handelsregelingen voor bepaalde landbouwprodukten, die in het kader van de besprekingen over de Europa-Overeenkomst hebben plaatsgevonden.

Ik bevestig hierbij dat de Gemeenschap, alvorens de aanvullende heffingen in de sectoren varkensvlees en pluimvee toe te passen op de in de bijlagen Xla en XlIIa van de Europa-Overeenkomst vermelde produkten van oorsprong uit Bulgarije, de Bulgaarse autoriteiten hiervan in kennis zal stellen. De partijen zullen binnen de vijf werkdagen overleg plegen met het oog op de uitwisseling van alle nuttige informatie die de Gemeenschap in staat kan stellen zich over de noodzaak van dergelijke maatregelen uit te spreken.

Ik moge U verzoeken mij te willen bevestigen dat Uw Regering met het bovenstaande instemt.

Met de meeste hoogachting,

Namens de Gemeenschap

B. Brief van Bulgarije

Mijnheer,

Ik heb de eer U de ontvangst te bevestigen van Uw brief van vandaag welke als volgt luidt:

„Ik heb de eer te verwijzen naar de besprekingen tussen de Gemeenschap en Bulgarije over handelsregelingen voor bepaalde landbouwprodukten, die in het kader van de besprekingen over de Europa-Overeenkomst hebben plaatsgevonden.

Ik bevestig hierbij dat de Gemeenschap, alvorens de aanvullende heffingen in de sectoren varkensvlees en pluimvee toe te passen op de in de bijlagen Xla en XlIIa van de Europa-Overeenkomst vermelde produkten van oorsprong uit Bulgarije, de Bulgaarse autoriteiten hiervan in kennis zal stellen. De partijen zullen binnen de vijf werkdagen overleg plegen met het oog op de uitwisseling van alle nuttige informatie die de Gemeenschap in staat kan stellen zich over de noodzaak van dergelijke maatregelen uit te spreken.

Ik moge U verzoeken mij te willen bevestigen dat Uw Regering met het bovenstaande instemt.”.

Ik heb de eer U te bevestigen dat mijn Regering met de inhoud van deze brief instemt.

Met de meeste hoogachting,

Voor de Regering van Bulgarije

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Bulgarije betreffende de regionale afbakening van de Afrikaanse varkenspest in het Koninkrijk Spanje

A. Brief van Bulgarije

Mijnheer,

Ik heb de eer te verwijzen naar de besprekingen tussen de Gemeenschap en Bulgarije betreffende de handelsregelingen voor bepaalde landbouwprodukten, die in het bestek van de onderhandelingen van de Europa-Overeenkomst hebben plaatsgevonden.

Ik bevestig hierbij dat Bulgarije aanvaardt te erkennen dat het grondgebied van het Koninkrijk Spanje, met uitzondering van de provincies Badajoz, Huelva, Sevilla en Córdoba vrij is van Afrikaanse varkenspest onder dezelfde termen als is vastgesteld in Beschikking 89/21/EEG van de Raad van 14 december 1988, gewijzigd bij Beschikking 91/112/EEG van de Raad van 12 februari 1991.

Bulgarije aanvaardt deze afwijking zonder dat dit afdoet aan alle andere vereisten van de Bulgaarse veterinaire wetgeving.

Ik moge U verzoeken de aanvaarding door de Gemeenschap van de inhoud van deze brief te willen bevestigen.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Voor de Regering van Bulgarije

B. Brief van de Gemeenschap

Mijnheer,

Ik heb de eer de ontvangst te bevestigen van Uw brief van heden die als volgt luidt:

„Ik heb de eer te verwijzen naar de besprekingen tussen de Gemeenschap en Bulgarije betreffende de handelsregelingen voor bepaalde landbouwprodukten, die in het bestek van de onderhandelingen van de Europa-Overeenkomst hebben plaatsgevonden.

Ik bevestig hierbij dat Bulgarije aanvaardt te erkennen dat het grondgebied van het Koninkrijk Spanje, met uitzondering van de provincies Badajoz, Huelva, Sevilla en Córdoba vrij is van Afrikaanse varkenspest onder dezelfde termen als is vastgesteld in Beschikking 89/21/ EEG van de Raad van 14 december 1988, gewijzigd bij Beschikking 91/112/EEG van de Raad van 12 februari 1991.

Bulgarije aanvaardt deze afwijking zonder dat dit afdoet aan alle andere vereisten van de Bulgaarse veterinaire wetgeving.

Ik moge U verzoeken de aanvaarding door de Gemeenschap van de inhoud van deze brief te willen bevestigen.".

Ik heb de eer U te bevestigen dat de Gemeenschap met de inhoud van Uw brief kan instemmen.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Namens de Gemeenschap

Unilaterale verklaringen van de Gemeenschap

1. Artikel 21, lid 4

De Gemeenschap verklaart bereid te zijn de in Verordening (EEG) nr. 1767/82 vervatte preferentiële regeling voor bepaalde kaassoorten voor een bijkomende periode van vijf jaar onder dezelfde voorwaarden te handhaven.

2. Artikel 21, lid 4

De Gemeenschap aanvaardt een overgangsperiode van achttien maanden om de Bulgaarse industrie in staat te stellen zich aan de voorschriften van Verordening (EEG) nr. 690/92 aan te passen. In deze periode zal schapekaas van oorsprong uit Bulgarije die in de Gemeenschap wordt ingevoerd, worden aanvaard als de kaas ten hoogste 3 % koemelk bevat.

3. Artikel 2, lid 3, van Protocol nr. 1

De Gemeenschap bevestigt dat de behandeling die aan Bulgarije wordt verleend uit hoofde van het bepaalde in artikel 2, lid 3, van Protocol nr. 1 in wezen dezelfde is als die waarin de met Polen, Hongarije en de TSFR overeengekomen Protocollen voorzien en dat eventuele wijzigingen aan Verordening (EEG) nr. 636/82 van de Raad in beginsel op uniforme wijze zullen gelden ten aanzien van de vijf landen van Midden en Oost-Europa,

4. Artikel 9, lid 1, iii), en artikel 9, lid 4, van Protocol nr. 2 bij de Europa-Overeenkomst

De Gemeenschap bevestigt dat zij de verwijzingen naar overheidssteun in artikel 9, lid 1, iii), en artikel 9, lid 4, zo verstaat dat vervoersubsidies waarvan het effect een directe of indirecte subsidie aan de staalindustrie is, uitgesloten zijn.

5. Artikel 9, lid 4, van Protocol nr. 2 bij de Europa-Overeenkomst

Overeengekomen is dat de mogelijkheid van een uitzonderlijke verlenging van de periode van vijf jaar strikt beperkt blijft tot het bijzondere geval van Bulgarije, en geen beletsel vormt voor het standpunt van de Gemeenschap ten aanzien van andere gevallen, noch afbreuk doet aan internationale verplichtingen. Bij de in lid 4 bedoelde eventuele afwijking wordt rekening gehouden met de bijzondere moeilijkheden die Bulgarije ondervindt bij de herstructurering van de staalsector en met het feit dat dit proces zeer onlangs op gang is gebracht.

Unilaterale verklaringen van Bulgarije

1. Artikel 14, lid 3

Bulgarije bevestigt, overeenkomstig artikel 26, lid 1, dat de in bijlage IX bedoelde uitvoerheffingen, indien deze worden ingesteld, de uitvoer niet in sterkere mate mogen beperken dan het stelsel van niet-automatische vergunningen en uitvoerplafonds.

2. Artikel 21, lid 3

Bulgarije zal alles in het werk stellen om, parallel met de onderhandelingen in de wijnsector, de hoeveelheden tabak waarvoor de in bijlage Xllb bedoelde kwantitatieve beperkingen gelden, te verhogen.

3. Artikel 45, lid 3, in samenhang met bijlage XVd

Het verbod op de verwerving van grond doet geen afbreuk aan de mogelijkheid van verwerving van een eigendomstitel voor een op die grond opgericht, gebouw. De grondeigenaar kan volgens de Bulgaarse wet op de eigendom het recht om op zijn grond een gebouw op te richten, toekennen aan een derde die dan eigenaar van het gebouw wordt. De grondeigenaar kan de eigendom van een reeds bestaand gebouw los van de grond overdragen.

4. Artikel 59

Bulgarije zegt toe binnen een tijdsbestek dat verenigbaar is met de geleidelijke uitvoering van de Associatie actief te zullen onderhandelen over zijn toetreding tot de GATT en de overige overeenkomsten in het kader van de Multilaterale Handelsorganisatie die uit de onderhandelingen in het kader van de Uruguay-Ronde zullen tot stand komen.

5. Artikel 67

Bulgarije bevestigt dat in het kader van zijn nieuwe octrooiwetgeving onderdanen van de Lid-Staten van de Gemeenschap zullen worden behandeld op een wijze die niet minder gunstig is dan die waarop derde landen op grond van een bilaterale overeenkomst, met inbegrip van de in april 1991 ondertekende overeenkomst tussen Bulgarije en de VS, worden behandeld, met name op het gebied van de overgangsbescherming van octrooien.

6. Brief van de Regering van Bulgarije aan de Gemeenschap

De Regering van Bulgarije verklaart dat Bulgarije geen beroep zal doen op de bepalingen van Protocol nr. 2 betreffende EGKS-produkten, in het bijzonder artikel 9 daarvan, ten einde geen vragen te doen rijzen omtrent de verenigbaarheid met dit Protocol van de tussen de steenkoolindustrie van de Gemeenschap en de elektriciteitsondernemingen en de staalindustrie gesloten overeenkomsten ter bevordering van de verkoop van steenkool uit de Gemeenschap.

7. Protocol nr. 3 bij de Europa-Overeenkomst

Bulgarije zal alles in het werk stellen om de in bijlage XII b bedoelde kwantitatieve beperkingen voor roomijs te herleiden met het oog op de afschaffing ervan parallel met de onderhandelingen in de wijnsector.

GEDAAN te Brussel, de achtste maart negentienhonderd drieënnegentig.