Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Korea inzake scheepvaart

Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Korea inzake scheepvaart

Agreement on maritime transport between the Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the Republic of Korea

The Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the Republic of Korea, hereinafter referred to as the Contracting Parties,

For the purpose of further developing friendly relations between the two countries and of strengthening cooperation in the field of maritime transport,

Taking into account their adherence to the principle of free competition on a fair and commercial basis and in accordance with the principles of equality and mutual benefit,

Have agreed as follows:

Article

I

For the purpose of the present Agreement:

  • 1.

    The “Competent Maritime Authority” in the Kingdom of the Netherlands is the Directorate-General Shipping and Maritime Affairs of the Ministry of Transport, Public Works and Water Management and in the Republic of Korea the Korea Maritime and Port Administration.

  • 2.

    The term “vessel of a Contracting Party” means merchant vessels registered as such in the ship register of either Contracting Party and flying the flag of the Contracting Party in compliance with its national laws and regulations.

    However, this term does not include:

    • a)

      vessels exclusively used by the armed forces;

    • b)

      fishing vessels and factory ships.

  • 3.

    The term “crew member” means the ship's master and any person actually employed on board a vessel with regard to the working or service of the vessel, who is included in the crew list and who is a holder of the seaman's identity document.

Article

II

Article

III

The Contracting Parties agree,

  • a)

    to promote the development of maritime transport in a spirit of consideration of their mutual interests and to remove any difficulties in this field;

  • b)

    to facilitate, within the limits of the national laws and regulations, the transfer of technology and know-how as well as the establishment of joint ventures in the field of shipping.

Article

IV

Article

V

The Contracting Parties shall adopt, within the limits of their domestic laws and regulations, all appropriate measures to facilitate and expedite maritime traffic, to prevent unnecessary delays to vessels and to expedite and simplify as much as possible the carrying out of customs and other formalities required in ports.

Article

VI

Profits from the operation of ships in international traffic carried on by an enterprise of one of the Contracting Parties shall be taxable only in the territory of that Contracting Party, in accordance with the Convention between the Kingdom of the Netherlands and the Republic of Korea for the Avoidance of Double Taxation and the Prevention of Fiscal Evasion with respect to Taxes on Income of 1978.

Article

VII

Each Contracting Party shall grant to the shipping company which has its place of effective management in the territory of the other Contracting Party the right of free transfer in convertible currency to the country designated by the shipping company of the excess of receipts over expenditure earned by that shipping company in the territory of the first Contracting Party. The procedure for such remittance, however, shall be in accordance with the foreign exchange regulations of the Contracting Party in the territory of which the revenue accrued. Such transfers shall be granted regularly and currently and shall be based on official exchange rates of current payments. Regarding the transfer of investments and the returns from it, the Treaty on the Protection of Investments between the Kingdom of the Netherlands and the Republic of Korea of 1974 applies.

Article

VIII

Article

IX

The Contracting Parties shall recognize the seaman's identity documents, issued by the competent authorities of the other Contracting Party.

These identity documents are:

  • a.

    for crew members on Netherlands vessels: the Netherlands “Monsterboekje” (seaman's book),

  • b.

    for crew members on vessels of the Republic of Korea: the Seaman's passport.

Article

X

Article

XI

Article

XII

Article

XIII

Article

XIV

Article

XV

Article

XVI

Article

XVII

This Agreement shall come into force on the first day of the second month following the date on which the Contracting Parties have informed each other in writing that the formalities constitutionally required in their respective countries have been complied with. If either Contracting Party wishes to denounce the present Agreement, it shall notify the other Contracting Party in writing and the denunciation of the Agreement shall take effect six months after the date of receipt of such notification by the other Contracting Party.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorized by their respective Governments, have signed the present Agreement.

DONE at Seoul, on this February 3, in the year 1995, in duplicate in the English language, which will be the authentic text.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands

(sd.) P. LAGENDIJK

For the Government of the Republic of Korea

(sd.) GONG RO-MYUNG

Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Korea inzake scheepvaart

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Korea, hierna te noemen de Verdragsluitende Partijen,

Met het oog op de verdere ontwikkeling van de vriendschappelijke betrekkingen tussen de twee landen en de versterking van de samenwerking op het gebied van de scheepvaart,

Met inachtneming van het feit dat zij aanhangers zijn van het beginsel van vrije concurrentie op eerlijke en commerciële grondslag en overeenkomstig de beginselen van gelijkheid en wederzijds voordeel,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

I

Voor de toepassing van dit Verdrag:

  • 1.

    is de „bevoegde scheepvaartautoriteit” in het Koninkrijk der Nederlanden het Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en in de Republiek Korea de Scheepvaart- en Havendienst van Korea.

  • 2.

    wordt onder „schip van een Verdragsluitende Partij” verstaan: koopvaardijschepen die als zodanig zijn geregistreerd in het scheepsregister van een der Verdragsluitende Partijen en de vlag voeren van een Verdragsluitende Partij in overeenstemming met haar nationale wetten en voorschriften.

    Deze uitdrukking omvat evenwel niet:

    • a.

      schepen die uitsluitend worden gebruikt door de strijdkrachten;

    • b.

      vissersschepen en fabrieksschepen.

  • 3.

    wordt onder „bemanningslid” verstaan: de kapitein van het schip en elke persoon aan boord van een schip die daadwerkelijk is belast met werkzaamheden verband houdend met de exploitatie van of de dienstverlening op het schip, die is opgenomen op de monsterrol en die houder is van een identiteitsbewijs voor zeevarenden.

Artikel

II

Artikel

III

De Verdragsluitende Partijen komen overeen:

  • a.

    de ontwikkeling van het vervoer over zee te bevorderen met inachtneming van hun wederzijdse belangen en eventuele moeilijkheden op dit terrein weg te nemen;

  • b.

    binnen de grenzen van de nationale wetten en voorschriften de overdracht van technologie en technische kennis alsook de totstandkoming van joint ventures op het terrein van de scheepvaart te vergemakkelijken.

Artikel

IV

Artikel

V

De Verdragsluitende Partijen nemen binnen de grenzen van hun nationale wetten en voorschriften alle passende maatregelen om het verkeer over zee te vergemakkelijken en te bespoedigen, onnodig oponthoud van schepen te voorkomen, en de afwikkeling van douaneformaliteiten en andere toepasselijke formaliteiten in de havens zo veel mogelijk te bespoedigen en te vereenvoudigen.

Artikel

VI

Winst uit de exploitatie van schepen in internationaal verkeer door een onderneming van een van de Verdragsluitende Partijen is slechts belastbaar op het grondgebied van die Verdragsluitende Partij in overeenstemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Korea tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen van 1978.

Artikel

VII

Elke Verdragsluitende Partij verleent de rederij die haar plaats van daadwerkelijke leiding op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij heeft het recht van vrije overmaking in een inwisselbare munteenheid naar het door de rederij aangewezen land van het batig saldo van uitgaven en ontvangsten van die rederij op het grondgebied van de eerstgenoemde Verdragsluitende Partij. De procedure voor deze overmaking dient evenwel in overeenstemming te zijn met de deviezenbepalingen van de Verdragsluitende Partij op wier grondgebied de inkomsten zijn opgekomen. Zulke overmakingen worden regelmatig en zonder vertraging toegestaan en zijn gebaseerd op de officiële wisselkoersen voor lopende betalingen. Wat de overmaking van investeringen en de opbrengst daarvan betreft, is de Overeenkomst inzake de bescherming van investeringen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Korea van 1974 van toepassing.

Artikel

VIII

Artikel

IX

De Verdragsluitende Partijen erkennen de door de bevoegde autoriteiten van de andere Verdragsluitende Partij afgegeven identiteitsbewijzen voor zeevarenden.

Deze identiteitsbewijzen zijn:

  • a.

    voor bemanningsleden op Nederlandse schepen: het Nederlandse monsterboekje,

  • b.

    voor bemanningsleden op schepen van de Republiek Korea: het paspoort voor zeevarenden.

Artikel

X

Artikel

XI

Artikel

XII

Artikel

XIII

Artikel

XIV

Artikel

XV

Artikel

XVI

Artikel

XVII

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop de Verdragsluitende Partijen elkander schriftelijk ervan in kennis hebben gesteld dat aan de in hun onderscheiden landen constitutioneel vereiste formaliteiten is voldaan. Indien een der Verdragsluitende Partijen dit Verdrag wenst op te zeggen, stelt zij de andere Verdragsluitende Partij daarvan schriftelijk in kennis en wordt de opzegging van kracht zes maanden na de datum van ontvangst van een zodanige kennisgeving door de andere Verdragsluitende Partij.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, naar behoren gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Seoul, op 3 februari 1995 in tweevoud in de Engelse taal, dit zijnde de authentieke tekst.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) P. LAGENDIJK

Voor de Regering van de Republiek Korea

(w.g.) GONG RO-MYUNG