Verdrag inzake de heffing van rechten voor het gebruik van bepaalde wegen door zware vrachtwagens

Verdrag inzake de heffing van rechten voor het gebruik van bepaalde wegen door zware vrachtwagens

De Regeringen van het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden

op grond van Richtlijn 1999/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 juni 1999 betreffende het in rekening brengen van het gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware vrachtvoertuigen, ter vervanging van Richtlijn 93/89/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 oktober 1993,

op grond van de gemeenschappelijke verklaring van de Belgische, de Deense, de Duitse, de Luxemburgse en de Nederlandse delegatie inzake een gemeenschappelijk stelsel van gebruiksrechten, afgelegd tijdens de 1.668e zitting van de Raad van de Europese Gemeenschappen op 7, 8 en 19 juni 1993 te Luxemburg,

op grond van de gemeenschappelijke verklaring van de Regeringen van België, Denemarken, Duitsland, Luxemburg, Nederland en Zweden om alles in het werk te stellen om hun gemeenschappelijk stelsel van gebruiksrechten aan te passen aan de maximumbedragen genoemd in artikel 7, zevende lid, en Bijlage II bij de Richtlijn, afgelegd tijdens de 2142ste zitting van de Raad van de Europese Unie op 30 november en 1 december 1998,

zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Doel van het Verdrag

Doel van dit Verdrag is het heffen van een gemeenschappelijk gebruiksrecht door de Verdragsluitende Partijen voor motorvoertuigen die bepaalde wegen binnen hun grondgebied gebruiken, alsmede het vaststellen van de voorwaarden en procedures voor het verdelen van de inkomsten uit het gebruiksrecht.

Artikel

2

Begripsbepalingen

Artikel

3

Verplichting tot het betalen van het gebruiksrecht

Artikel

4

Uitzonderingen van de verplichting tot het betalen van het gebruiksrecht (vrijstellingen)

Artikel

5

Betalingsplichtige

De betalingsplichtige is degene die voor de duur van het gebruik van de in artikel 3 bedoelde wegen

  • 1.

    beslist over het gebruik van het motorvoertuig,

  • 2.

    het motorvoertuig bestuurt,

  • 3.

    eigenaar of houder van het motorvoertuig is.

Meerdere betalingsplichtigen zijn hoofdelijk aansprakelijk.

Artikel

6

Heffing van het gebruiksrecht

De werkwijze inzake de heffing van het gebruiksrecht wordt op bestuursrechtelijk niveau geregeld in overleg tussen de Verdragsluitende Partijen, waarbij de Commissie van de Europese Gemeenschappen als waarnemer wordt betrokken overeenkomstig artikel 8, eerste lid, van de richtlijn.

Artikel

7

Betalingstijdvak

Artikel

8

Tarieven

Artikel

9

Bewijs van betaling van het gebruiksrecht

Artikel

10

Terugbetaling bij niet-gebruik

Artikel

11

Toezicht op de naleving

Artikel

12

Sancties

De Verdragsluitende Partijen verzekeren dat niet-nakoming van de verplichting tot het betalen van het gebruiksrecht alsmede van de verplichting het certificaat met zich mee te voeren, wordt gestraft.

Artikel

13

Verdeling van inkomsten uit het gebruiksrecht

Artikel

14

Instelling van een coördinatiecommissie

Artikel

15

Arbitrageprocedure

Ieder geschil dat tussen de Verdragsluitende Partijen ontstaat betreffende de uitlegging of toepassing van dit Verdrag en de hiertoe gemaakte aanvullende afspraken, en dat niet door rechtstreekse onderhandelingen binnen het kader van de coördinatiecommissie kan worden beslecht, wordt op verzoek van een der Verdragsluitende Partijen overeenkomstig artikel 182 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voorgelegd aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.

Artikel

16

Toetreding

Iedere Lid-Staat van de Europese Unie kan tot dit Verdrag toetreden. De toetreding wordt geregeld in een Verdrag tussen die Staat en de Verdragsluitende Partijen.

Artikel

17

Afzien van heffing van het gebruiksrecht

Artikel

18

Opzegging

Artikel

19

Inwerkingtreding

Artikel

20

Geldigheidsduur

Dit Verdrag geldt tot 31 december 2019. Het kan worden verlengd indien twee of meer Verdragsluitende Partijen zulks overeenkomen.

GEDAAN te Brussel op 9 februari 1994 in de Deense, de Duitse, de Franse en de Nederlandse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek, in één oorspronkelijk exemplaar, dat wordt nedergelegd en bewaard in het archief van de Commissie van de Europese Gemeenschappen; deze doet iedere Verdragsluitende Partij een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift toekomen.