Verdrag van de Westeuropese Unie inzake beveiliging

WEU Security Agreement

The High Contracting Parties, hereafter referred to as “the Parties", to the Treaty of Economic, Social and Cultural Collaboration and Collective Self-Defence, signed at Brussels on March 17, 1948, as modified and completed by the Protocol signed at Paris on October 23, 1954, and by the other Protocols and Annexes forming an integral part thereof, herinafter referred to as “the Treaty",

  • considering the decisions taken by the High Contracting Parties to the Treaty establishing the European Union regarding the implementation of a Common Foreign and Security Policy and the Declaration on the Western European Union thereon;

  • affirming that effective political consultations, technical and industrial collaboration, cooperation and operational planning within the framework of humanitarian and peacekeeping tasks as well as operations for the purpose of crisis management serve the purpose of achieving the objectives of the Treaty and the aforementioned Declaration;

  • recognizing that the activities aimed at achieving these objectives require the exchange of classified information and related material among the Parties;

  • recognizing the need for a revision of the resolution concerning security within Western European Union adopted by the Council of the Western European Union in WEU document C(90) 53 dated 21 May 1990;

  • acting on their behalf and on behalf of Western European Union;

have agreed ad follows:

Article

1

The Parties shall:

  • 1.

    protect and safeguard the classified information and material of the other Parties;

  • 2.

    maintain the security classification established by any Party with respect to information and material originating from that Party, and make every effort to safeguard such information and material accordingly;

  • 3.

    not use such information and material for purpose other than those laid down in the Treaty and the decisions and resolutions pertaining to that Treaty;

  • 4.

    not disclose such information and material to third Parties without the consent of the originator.

Article

2

– Pursuant to Article 1 of this Agreement, a national security organization and programmes shall be established by the Parties, founded on agreed basic principles and minimum standards of security which shall be implemented in the security protection systems of the Parties to ensure that a common standard of protection is applied.

Article

3

Article

4

– Article 1 of this Agreement applies to classified information and material disclosed or made available by any Party to another Party or disclosed or made available by a Party to subsidiary bodies of the Council and vice-versa.

Article

5

– The Secretary-General shall ensure that the relevant provisions of this Agreement are applied by the subsidiary bodies of the Council.

Article

6

– This Agreement shall not prevent the Parties from entering into bilateral agreements for the same purpose. Existing bilateral agreements shall remain unaffected.

Article

7

– This Agreement supersedes the resolution concerning security within Western European Union adopted by the Council of WEU in WEU Council document C(90) 53 of 21 May 1990.

Article

8

Article

9

Article

10

This Agreement may be denounced by any Party by written notice of denunciation given to the depositary which shall inform all other Parties of such notice. Such denunciation shall take effect one year after receipt of notification by the depositary, but shall not affect obligations already contracted and the rights or prerogatives previously acquired by the Parties under the provisions of this Agreement.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, duly authorized thereto by their respective Governments, have signed this Agreement.

DONE at Brussels, this 28th day of March 1995, in a single copy in the English and French languages, each text being equally authoritative, which shall be deposited in the archives of the Belgian Government and of which certified copies shall be transmitted by that Government to each of the other signatories.

Verdrag van de Westeuropese Unie inzake beveiliging

De Hoge Verdragsluitende Partijen, hierna te noemen „de Partijen", bij het Verdrag van economische, sociale en culturele samenwerking en collectieve zelfverdediging, ondertekend te Brussel op 17 maart 1948, zoals gewijzigd en aangevuld bij het op 23 oktober 1954 te Parijs ondertekende Protocol en bij de andere Protocollen en Bijlagen die een integrerend deel daarvan uitmaken, hierna te noemen „het WEU-Verdrag";

Gelet op de door de Hoge Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie genomen besluiten betreffende de uitvoering van een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en de bijbehorende Verklaring betreffende de Westeuropese Unie;

Bevestigend dat doeltreffend politiek overleg, technische en industriële samenwerking, samenwerking en operationele planning in het kader van humanitaire taken en vredeshandhavingstaken alsook activiteiten ten behoeve van crisis-beheer de verwezenlijking van de doelstellingen van het WEU-Verdrag en de bovengenoemde Verklaring ten goede komen;

Erkennend dat de activiteiten gericht op de verwezenlijking van deze doelstellingen de uitwisseling van gerubriceerde gegevens en gerubriceerd materiaal tussen de Partijen vergen;

Erkennend de noodzaak van herziening van de resolutie betreffende beveiliging binnen de Westeuropese Unie, aangenomen door de Raad van de Westeuropese Unie in WEU-document C(90)53 van 21 mei 1990;

Handelend voor zichzelf en namens de Westeuropese Unie;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

De Partijen:

  • 1.

    dragen zorg voor de bescherming en de beveiliging van gerubriceerde gegevens en gerubriceerd materiaal van de andere Partijen;

  • 2.

    handhaven de door een Partij vastgestelde rubricering met betrekking tot van die Partij afkomstige gegevens en materiaal, en stellen alles in het werk om die gegevens en dat materiaal dienovereenkomstig te beveiligen;

  • 3.

    gebruiken die gegevens en dat materiaal niet voor andere doeleinden dan die welke zijn vastgelegd in het WEU-Verdrag en de besluiten en resoluties die op het WEU-Verdrag betrekking hebben;

  • 4.

    brengen deze gegevens en dat materiaal niet ter kennis van derde Partijen zonder de toestemming van degene van wie deze afkomstig zijn.

Artikel

2

Ter uitvoering van artikel 1 van dit Verdrag richten de Partijen een nationale beveiligingsorganisatie op en stellen zij nationale beveiligingsprogramma's vast, gebaseerd op de overeengekomen grondbeginselen en minimumnormen ter zake, die worden uitgevoerd in het kader van de nationale stelsels van beveiliging, opdat op dit gebied een gemeenschappelijk beschermingsniveau wordt gehanteerd.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel 1 van dit Verdrag is van toepassing op gerubriceerde gegevens die en gerubriceerd materiaal dat een Partij ter kennis brengt of ter beschikking stelt van een andere Partij dan wel van ondergeschikte organen van de Raad, en omgekeerd.

Artikel

5

De Secretaris-Generaal ziet erop toe dat de bepalingen van dit Verdrag door de ondergeschikte organen van de Raad worden toegepast.

Artikel

6

Dit Verdrag belet de Partijen geenszins bilaterale verdragen te sluiten voor soortgelijke doeleinden. Dit Verdrag laat bestaande bilaterale verdragen onverlet.

Artikel

7

Dit Verdrag treedt in de plaats van de resolutie betreffende beveiliging binnen de Westeuropese Unie, aangenomen door de Raad van de WEU in document C(90)53 van 21 mei 1990.

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Dit Verdrag kan door elke Partij worden opgezegd door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de depositaris, die alle andere Partijen van deze kennisgeving mededeling doet. De opzegging wordt van kracht één jaar na ontvangst van de kennisgeving door de depositaris. Zij laat uit hoofde van de bepalingen van dit Verdrag eerder aangegane verplichtingen en verkregen rechten of mogelijkheden evenwel onverlet.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Brussel op 28 maart 1995 in één exemplaar in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk gezaghebbend, dat zal worden nedergelegd in het archief van de Belgische Regering, die voor eensluidend gewaarmerkte afschriften daarvan zal toezenden aan elk van de andere ondertekenaars.