Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Noorwegen inzake sociale zekerheid

Convention between The Kingdom of the Netherlands and The Kingdom of Norway on social security

The Kingdom of the Netherlands

and

The Kingdom of Norway

Taking into account the Agreement on the European Economic Area of 2 May 1992, (hereinafter referred to as the “EEA Agreement"), Article 29, Annex VI, No. 1 and 2;

Having regard to Article 8 of Regulation (EEC) No 1408/71;

Taking into account the need to reconsider their relations in the field of social security particularly concerning persons not covered by the said Regulation;

Have agreed to conclude the following Convention, which shall replace the Convention between the two States on social security of 13 April 1989:

PART

I

GENERAL PROVISIONS

Article

1

Definitions

Article

2

Material Scope

This Convention shall apply to all legislation which is covered by the material scope (matters covered) of the Regulation.

Article

3

Personal Scope

Article

4

Equality of treatment

Unless otherwise provided in this Convention, persons designated in Article 3, paragraph 2 a) shall, when they stay or reside in the territory of one of the Contracting Parties, have the same obligations and rights as nationals of that Contracting Party regarding the application of the legislation of that Contracting Party.

Article

5

Prevention of overlapping of benefits

Provisions in the legislation of a Contracting Party for reduction, suspension or suppression of benefits from one branch of social security where there is overlapping with benefits from an other branch or with other income, or because of an occupational activity, shall apply also in respect of benefits acquired under the legislation of the other Contracting Party or in respect of income obtained, or occupation exercised, in the territory of the other Contracting Party.

PART

II

DETERMINATION OF THE APPLICABLE LEGISLATION

Article

6

General rule

Persons to whom the provisions of this Convention apply, shall be subject to the legislation of one Contracting Party only. That legislation shall be determined in accordance with the provisions of Title II, articles 13 to 17 of the Regulation.

Article

7

Workers on the Continental shelf

Article

8

Family members of posted workers

The spouse and the children accompanying the person posted to the territory of the other Contracting Party under Article 14 or 17 of the Regulation shall be subject to the legislation of the same Contracting Party as the posted person and treated as if they were resident in the territory of that Contracting Party unless they are themselves gainfully occupied in the territory of the Contracting Party to which the person is posted, or they are insured on the basis of receiving a pension or a cash benefit under the legislation of this Contracting Party.

PART

III

SPECIAL PROVISIONS CONCERNING ENTITLEMENT TO BENEFITS

SICKNESS AND MATERNITY-, INVALIDITY-, OLD-AGE-, SURVIVORS-, DEATH- AND UNEMPLOYMENT BENEFITS

Article

9

Entitlement to benefits

Article

10

Dependent children and orphans

With regard to persons designated in Article 3, paragraphs 1 and 2 residing outside the territory of a Party to the EEA Agreement, and to persons mentioned in Article 3, paragraph 2, residing in the territory of a Party to the EEA Agreement in relation to

  • a)

    increases or supplement to old age or invalidity pensions in respect of the children of such pensioners,

  • b)

    orphans' pensions with the exception of orphans' pensions granted under insurance schemes for accidents at work and occupational diseases,

Title III, Chapter 3 of the Regulation, the relevant provisions of the Implementing Regulation, the relevant provisions of the Annexes to the Regulation and the Implementing Regulation and all arrangements made for their application, shall apply accordingly.

Article

11

Payment of benefits abroad

Article

12

Unemployment benefits

With regard to persons designated in Article 3, paragraph 2, Article 67 of the Regulation shall apply accordingly.

PART

IV

MISCELLANEOUS PROVISIONS

Article

13

Administrative arrangements

The Competent authorities may, where necessary, conclude arrangements for implementing this Convention.

Article

14

Mutual assistance

In respect of persons designated in Article 3, paragraph 2, who reside in the territory of a Contracting Party, the relevant provisions of the Regulation and the Implementing Regulation on mutual assistance, exemption from fees, submitting of claims, appeals of other documents, currencies, recovery of payments not due, shall apply by analogy.

Article

15

Disputes

PART

V

TRANSITIONAL AND FINAL PROVISIONS

Article

16

Transitional provisions relating to benefits

Article

17

Annulment of former Convention

The Convention shall replace the Convention between the Kingdom of the Netherlands and the Kingdom of Norway on social security, signed at Lugano on 13 April 1989, which shall cease to be in force from the date of entry into force of this Convention.

Article

18

Denunciation

Article

19

Entry into force

Both Contracting Parties shall notify each other in writing of the accomplishment of their respective constitutional procedures required for the entry into force of the present Convention. The Convention shall enter into force on the first day of the third month following the date of the last notification.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, duly authorised by their respective Governments, have signed this Convention.

DONE in duplicate at Oslo, this 4th day of June 1996 in the English language.

For the Kingdom of the Netherlands

(sd.) R. L. O. VAN LINSCHOTEN

For the Kingdom of Norway

(sd.) HILL-MARTA SOLBERG

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Noorwegen inzake sociale zekerheid

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

het Koninkrijk Noorwegen

In aanmerking nemende de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992, (hierna te noemen „de EER-Overeenkomst") artikel 29, bijlage VI, nr. 1 en 2;

Gelet op artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 1408/71;

In aanmerking nemende de noodzaak hun betrekkingen op het gebied van sociale zekerheid, in het bijzonder ten aanzien van personen die niet onder de genoemde Verordening vallen, opnieuw in overweging te nemen;

Zijn overeengekomen het volgende Verdrag te sluiten, dat het Verdrag tussen de twee Staten inzake sociale zekerheid van 13 april 1989 vervangt:

DEEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Begripsomschrijvingen

Artikel

2

Materiële werkingssfeer

Dit Verdrag is van toepassing op elke wetgeving die valt onder de materiële werkingssfeer van de Verordening.

Artikel

3

Personele werkingssfeer

Artikel

4

Gelijkheid van behandeling

Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, hebben de in artikel 3, tweede lid, onder a genoemde personen, wanneer zij verblijven of wonen op het grondgebied van een van de Verdragsluitende Partijen, dezelfde rechten en verplichtingen als de onderdanen van die Verdragsluitende Partij wat betreft de toepassing van de wetgeving van die Verdragsluitende Partij.

Artikel

5

Vermijding van samenloop van uitkeringen

Bepalingen in de wetgeving van een Verdragsluitende Partij inzake vermindering, schorsing of intrekking van uitkeringen uit een tak van sociale zekerheid waarbij sprake is van samenloop met uitkeringen uit een andere tak of met andere inkomsten, of wegens het verrichten van beroepswerkzaamheden, zijn ook van toepassing op de rechthebbende ten aanzien van uitkeringen verkregen krachtens de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij of ten aanzien van inkomsten verworven of werkzaamheden verricht op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

DEEL

II

VASTSTELLING VAN DE TOE TE PASSEN WETGEVING

Artikel

6

Algemene regel

Personen op wie de bepalingen van dit Verdrag van toepassing zijn, vallen slechts onder de wetgeving van één Verdragsluitende Partij. Die wetgeving wordt vastgesteld in overeenstemming met de bepalingen van Titel II, artikelen 13 tot en met 17, van de Verordening.

Artikel

7

Werknemers op het continentale plat

Artikel

8

Gezinsleden van gedetacheerde werknemers

Op de echtgeno(o)t(e) en de kinderen die de krachtens artikel 14 of 17 van de Verordening naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij gedetacheerde persoon vergezellen, is de wetgeving van toepassing van dezelfde Verdragsluitende Partij als welke van toepassing is op de gedetacheerde persoon, en zij worden behandeld alsof zij op het grondgebied van die Verdragsluitende Partij woonden, tenzij zij zelf betaalde arbeid verrichten op het grondgebied van de Verdragsluitende Partij waarnaar de persoon is gedetacheerd, of zij verzekerd zijn op grond van een pensioen of uitkering dat c.q. die zij ontvangen krachtens de wetgeving van die Verdragsluitende Partij.

DEEL

III

BIJZONDERE BEPALINGEN MET BETREKKING TOT HET RECHT OP PRESTATIES BIJ ZIEKTE EN MOEDERSCHAP, INVALIDITEITS- EN OUDERDOMSPENSIOENEN, PENSIOENEN AAN NAGELATEN BETREKKINGEN, OVERLIJDENSUITKERINGEN EN WERKLOOSHEIDSUITKERINGEN

Artikel

9

Recht op prestaties

Artikel

10

Kinderen die ten laste komen en wezen

Met betrekking tot de in artikel 3, eerste en tweede lid, genoemde personen die wonen buiten het grondgebied van een Partij bij de EER-Overeenkomst en tot de in artikel 3, tweede lid, genoemde personen die wonen op het grondgebied van een Partij bij de EER-Overeenkomst zijn ten aanzien van

  • a.

    verhogingen van of aanvullingen op ouderdoms- of invaliditeitspensioenen met betrekking tot de kinderen van deze pensioentrekkenden,

  • b.

    wezenpensioenen met uitzondering van wezenpensioenen verleend uit hoofde van verzekeringsregelingen voor arbeidsongevallen en beroepsziekten,

Titel III, hoofdstuk 3, van de Verordening, de desbetreffende bepalingen van de Toepassingsverordening, de desbetreffende bepalingen van de Bijlagen bij de Verordening en de Toepassingsverordening en alle voor de uitvoering daarvan opgestelde regelingen van overeenkomstige toepassing.

Artikel

11

Betaling van uitkeringen in het buitenland

Artikel

12

Werkloosheidsuitkeringen

Ten aanzien van de in artikel 3, tweede lid, genoemde personen is artikel 67 van de Verordening van overeenkomstige toepassing.

DEEL

IV

DIVERSE BEPALINGEN

Artikel

13

Administratieve akkoorden

De bevoegde autoriteiten kunnen, indien nodig, akkoorden sluiten voor de uitvoering van dit Verdrag.

Artikel

14

Wederzijdse bijstand

Ten aanzien van de in artikel 3, tweede lid, genoemde personen die wonen op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij, zijn de desbetreffende bepalingen van de Verordening en de Toepassingsverordening inzake wederzijdse bijstand, vrijstelling van rechten, indiening van aanvragen, beroepschriften en andere documenten, munteenheden, alsmede verhaal van onverschuldigde betalingen van overeenkomstige toepassing.

Artikel

15

Geschillen

DEEL

V

OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

16

Overgangsbepalingen met betrekking tot uitkeringen

Artikel

17

Vervallenverklaring van eerder Verdrag

Dit Verdrag vervangt het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Noorwegen inzake sociale zekerheid, ondertekend te Lugano op 13 april 1989, dat ophoudt van kracht te zijn vanaf de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag.

Artikel

18

Opzegging

Artikel

19

Inwerkingtreding

Beide Verdragsluitende Partijen stellen elkaar schriftelijk in kennis van de voltooiing van hun respectieve constitutionele procedures vereist voor de inwerkingtreding van dit Verdrag. Het Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de derde maand na de datum van de laatste kennisgeving.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, naar behoren gemachtigd door hun respectieve Regeringen, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te Oslo, op 4 juni 1996, in de Engelse taal.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) R. L. O. VAN LINSCHOTEN

Voor het Koninkrijk Noorwegen

(w.g.) HILL-MARTA SOLBERG