Verdrag inzake de deelneming van buitenlanders aan het openbare leven op plaatselijk niveau

Verdrag inzake de deelneming van buitenlanders aan het openbare leven op plaatselijk niveau

Convention on the Participation of Foreigners in Public Life at Local Level

Preamble

The member States of the Council of Europe, signatory hereto,

Considering that the aim of the Council of Europe is to achieve a greater unity between its members for the purpose of safeguarding and realising the ideals and principles which are their common heritage, and facilitating their economic and social progress while respecting human rights and fundamental freedoms;

Reaffirming their commitment to the universal and indivisible nature of human rights and fundamental freedoms based on the dignity of all human beings;

Having regard to Articles 10, 11, 16 and 60 of the Convention for the Protection of Human Rights and Fundamental Freedoms;

Considering that the residence of foreigners on the national territory is now a permanent feature of European societies;

Considering that foreign residents generally have the same duties as citizens at local level;

Aware of the active participation of foreign residents in the life of the local community and the development of its prosperity, and convinced of the need to improve their integration into the local community, especially by enhancing the possibilities for them to participate in local public affairs,

Have agreed as follows:

PART

I

Article

1

Article

2

For the purposes of this Convention, the term "foreign residents" means persons who are not nationals of the State and who are lawfully resident on its territory.

CHAPTER

A

FREEDOMS OF EXPRESSION, ASSEMBLY AND ASSOCIATION

Article

3

Each Party undertakes, subject to the provisions of Article 9, to guarantee to foreign residents, on the same terms as to its own nationals:

  • a)

    the right to freedom of expression; this right shall include freedom to hold opinions and to receive and impart information and ideas without interference by public authority and regardless of frontiers. This article shall not prevent States from requiring the licensing of broadcasting, television or cinema enterprises;

  • b)

    the right to freedom of peaceful assembly and to freedom of association with others, including the right to form and to join trade unions for the protection of their interests. In particular, the right to freedom of association shall imply the right of foreign residents to form local associations of their own for purposes of mutual assistance, maintenance and expression of their cultural identity or defence of their interests in relation to matters falling within the province of the local authority, as well as the right to join any association.

Article

4

Each Party shall endeavour to ensure that reasonable efforts are made to involve foreign residents in public inquiries, planning procedures and other processes of consultation on local matters.

CHAPTER

B

CONSULTATIVE BODIES TO REPRESENT FOREIGN RESIDENTS AT LOCAL LEVEL

Article

5

CHAPTER

C

RIGHT TO VOTE IN LOCAL AUTHORITY ELECTIONS

Article

6

Article

7

Each Party may, either unilaterally or by bilateral or multilateral agreement, stipulate that the residence requirements laid down in Article 6 are satisfied by a shorter period of residence.

PART

II

Article

8

Each Party shall endeavour to ensure that information is available to foreign residents concerning their rights and obligations in relation to local public life.

Article

9

Article

10

Each Party shall inform the Secretary General of the Council of Europe of any legislative provision or other measure adopted by the competent authorities on its territory which relates to its undertakings under the terms of this Convention.

PART

III

Article

11

This Convention shall be open for signature by the member States of the Council of Europe. It is subject to ratification, acceptance or approval. Instruments of ratification, acceptance or approval shall be deposited with the Secretary General of the Council of Europe.

Article

12

Article

13

Article

14

Undertakings subsequently given by Parties to the Convention, in accordance with Article 1, paragraph 2, shall be deemed to be an integral part of the ratification, acceptance, approval or accession of the Party so notifying, and shall have the same effect as from the first day of the month following the expiration of a period of three months after the date of the receipt of the notification by the Secretary General.

Article

15

The provisions of this Convention shall apply to all the categories of local authorities existing within the territory of each Party. However, each Contracting State may, when depositing its instrument of ratification, acceptance, approval or accession, specify the categories of territorial authorities to which it intends to confine the scope of this Convention or which it intends to exclude from its scope.

Article

16

Article

17

No reservation may be made in respect of the provisions of this Convention, other than that mentioned in Article 1, paragraph 1.

Article

18

Article

19

The Secretary General of the Council of Europe shall notify the member States of the Council and any State which has acceded to this Convention of:

  • a)

    any signature;

  • b)

    the deposit of any instrument of ratification, acceptance, approval or accession;

  • c)

    any date of entry into force of this Convention in accordance with Articles 12, 13 and 16;

  • d)

    any notification received in application of the provisions of Article 1, paragraph 2;

  • e)

    any notification received in application of the provisions of Article 9, paragraph 4;

  • f)

    any other act, notification or communication relating to this Convention.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Convention.

DONE at Strasbourg, this 5th day of February 1992, in English and French, both texts being equally authentic, in a single copy which shall be deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary General of the Council of Europe shall transmit certified copies to each member State of the Council of Europe and to any State invited to accede to this Convention.

Verdrag inzake de deelneming van buitenlanders aan het openbare leven op plaatselijk niveau

De lidstaten van de Raad van Europa die dit Verdrag hebben ondertekend,

Overwegende dat het doel van de Raad van Europa het tot stand brengen van een grotere eenheid tussen zijn leden is, ten einde de idealen en beginselen die hun gemeenschappelijk erfgoed zijn te beschermen en te verwezenlijken en hun economische en sociale vooruitgang te bevorderen onder eerbiediging van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden;

Opnieuw hun gehechtheid bevestigend aan de universele en ondeelbare aard van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, gebaseerd op de waardigheid van alle mensen;

Gelet op de artikelen 10, 11, 16 en 60 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden;

Overwegende dat het verblijf van buitenlanders op het nationale grondgebied thans een blijvend kenmerk van de Europese samenlevingen is;

Overwegende dat buitenlandse ingezetenen op plaatselijk niveau in het algemeen dezelfde plichten hebben als staatsburgers;

Zich bewust van de actieve deelneming van buitenlandse ingezetenen aan het leven en de ontwikkeling van de welvaart van de plaatselijke gemeenschap, en overtuigd van de noodzaak hun integratie in de plaatselijke gemeenschap te verbeteren, met name door verruiming van de mogelijkheden om deel te nemen aan plaatselijke openbare aangelegenheden,

Zijn als volgt overeengekomen:

DEEL

I

Artikel

1

Artikel

2

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder „buitenlandse ingezetenen" verstaan personen die geen onderdaan zijn van de desbetreffende Staat en die legaal op zijn grondgebied verblijven.

HOOFDSTUK

A

VRIJHEID VAN MENINGSUITING, VERENIGING EN VERGADERING

Artikel

3

Iedere Partij verplicht zich ertoe, behoudens de bepalingen van artikel 9, om buitenlandse ingezetenen onder dezelfde voorwaarden als haar eigen onderdanen te waarborgen:

  • a.

    het recht op vrijheid van meningsuiting; dit recht omvat de vrijheid een mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken, zonder inmenging van enig openbaar gezag en ongeacht grenzen. Dit artikel belet Staten niet radio-, omroep-, bioscoop- of televisie-ondernemingen te onderwerpen aan een systeem van vergunningen.

  • b.

    het recht op vrijheid van vreedzame vergadering en op vrijheid van vereniging, met inbegrip van het recht met anderen vakverenigingen op te richten en zich bij vakverenigingen aan te sluiten voor de bescherming van hun belangen. In het bijzonder houdt het recht op vrijheid van vereniging in het recht van buitenlandse ingezetenen om hun eigen plaatselijke verenigingen op te richten ten behoeve van onderlinge bijstand, het behoud en de uiting van hun culturele identiteit of de verdediging van hun belangen met betrekking tot aangelegenheden die de plaatselijke overheid aangaan, alsmede het recht om zich bij een vereniging aan te sluiten.

Artikel

4

Iedere Partij streeft ernaar te verzekeren dat serieuze pogingen worden ondernomen om buitenlandse ingezetenen te betrekken bij openbare enquêtes, planningsprocedures en andere inspraakprocedures inzake plaatselijke aangelegenheden.

HOOFDSTUK

B

INSPRAAKORGANEN TER VERTEGENWOORDIGING VAN BUITENLANDSE INGEZETENEN OP PLAATSELIJK NIVEAU

Artikel

5

HOOFDSTUK

C

STEMRECHT BIJ PLAATSELIJKE VERKIEZINGEN

Artikel

6

Artikel

7

Iedere Partij kan, hetzij eenzijdig, hetzij bij bilaterale of multilaterale overeenkomst, bedingen dat aan de in artikel 6 genoemde voorwaarden voor verblijf is voldaan bij een kortere periode van verblijf.

DEEL

II

Artikel

8

Iedere Partij streeft ernaar te verzekeren dat er voor buitenlandse ingezetenen informatie beschikbaar is over hun rechten en plichten in het kader van het plaatselijke openbare leven.

Artikel

9

Artikel

10

Iedere Partij stelt de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa in kennis van elke wettelijke bepaling of andere maatregel die door de bevoegde autoriteiten op haar grondgebied wordt aangenomen en die verband houdt met haar verplichtingen uit hoofde van dit Verdrag.

DEEL

III

Artikel

11

Dit Verdrag staat open voor ondertekening door de lidstaten van de Raad van Europa. Het dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Verplichtingen die Partijen bij het Verdrag later op zich nemen overeenkomstig artikel 1, tweede lid, worden geacht een integrerend deel uit te maken van de bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding van de Partij die daarvan kennisgeving doet en hebben dezelfde rechtskracht vanaf de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal.

Artikel

15

De bepalingen van dit Verdrag zijn van toepassing op alle categorieën plaatselijke overheden die op het grondgebied van iedere Partij bestaan. Iedere Verdragsluitende Staat kan echter bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding de categorieën territoriale autoriteiten aangeven waartoe hij de werkingssfeer van dit Verdrag wenst te beperken of die hij van de werkingssfeer hiervan wenst uit te sluiten.

Artikel

16

Artikel

17

Ten aanzien van de bepalingen van dit Verdrag kan geen voorbehoud worden gemaakt, behalve het in artikel 1, eerste lid, genoemde.

Artikel

18

Artikel

19

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa stelt de lidstaten van de Raad en iedere Staat die tot dit Verdrag is toegetreden in kennis van:

  • a.

    iedere ondertekening;

  • b.

    de nederlegging van iedere akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding;

  • c.

    iedere datum van inwerkingtreding van dit Verdrag overeenkomstig de artikelen 12, 13 en 16;

  • d.

    ieder krachtens de bepalingen van artikel 1, tweede lid, ontvangen kennisgeving;

  • e.

    iedere krachtens de bepalingen van artikel 9, vierde lid, ontvangen kennisgeving;

  • f.

    iedere andere handeling, kennisgeving of mededeling die betrekking heeft op dit Verdrag.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Straatsburg op 5 februari 1992 in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek, in een enkel exemplaar, hetwelk zal worden nederlegd in het archief van de Raad van Europa. De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa zal gewaarmerkte afschriften doen toekomen aan alle lidstaten van de Raad van Europa en aan iedere Staat die is uitgenodigd tot dit Verdrag toe te treden.