Verdrag tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de overige Staten die deelnemen aan het Partnerschap voor de Vrede nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten

Agreement among the States Parties to the North Atlantic Treaty and the other States participating in the Partnership for Peace regarding the status of their forces Additional Protocol to the Agreement among the States Parties to the North Atlantic Treaty and the other States participating in the Partnership for Peace regarding the status of their forces

The States Parties to the North Atlantic Treaty done in Washington on 4 April 1949 and the States which accept the invitation to Partnership for Peace issued and signed by the Heads of State and Government of the member States of the North Atlantic Treaty Organisation in Brussels on 10 January 1994 and which subscribe to the Partnership for Peace Framework Document;

Constituting together the States participating in the Partnership for Peace;

Considering that the forces of one State Party to the present Agreement may be sent and received, by arrangement, into the territory of another State Party;

Bearing in mind that the decisions to send and to receive forces will continue to be the subject of separate arrangements between the States Parties concerned;

Desiring, however, to define the status of such forces while in the territory of another State Party;

Recalling the Agreement between the States Parties to the North Atlantic Treaty regarding the status of their forces done at London on 19 June 1951;

Have agreed as follows:

Article

II

Article

III

For purposes of implementing the present Agreement with respect to matters involving Parties that are not Parties to the NATO SOFA, provisions of the NATO SOFA that provide for requests to be submitted, or differences to be referred to the North Atlantic Council, the Chairman of the North Atlantic Council Deputies or an arbitrator shall be construed to require the Parties concerned to negotiate between or among themselves without recourse to any outside jurisdiction.

Article

IV

The present Agreement may be supplemented or otherwise modified in accordance with international law.

Article

V

Article

VI

The present Agreement may be denounced by any Party to this Agreement by giving written notification of denunciation to the Government of the United States of America, which will notify all signatory States of each such notification. The denunciation shall take effect one year after receipt of the notification by the Government of the United States of America. After the expiration of this period of one year, the present Agreement shall cease to be in force as regards the Party that denounces it, except for the settlement of outstanding claims that arose before the day on which the denunciation takes effect, but shall continue to be in force for the remaining Parties.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorised by their respective Governments, have signed this Agreement.

DONE in Brussels, this nineteenth day of June, 1995, in the English and French languages, both texts being equally authoritative, in a single original which shall be deposited in the Archives of the Government of the United States of America. The Government of the United States of America shall transmit certified copies thereof to all the signatory States.

Additional Protocol to the Agreement among the States Parties to the North Atlantic Treaty and the other States participating in the Partnership for Peace regarding the status of their forces

The State Parties to the present Additional Protocol to the Agreement among the State Parties to the North Atlantic Treaty and the other States participating in the Partnership for Peace regarding the status of their forces, hereinafter referred to as the Agreement;

Considering that the death penalty is not provided for under the domestic legislation of some Parties to the Agreement;

Have agreed as follows:

Article

I

Insofar as it has jurisdiction according to the provisions of the Agreement, each State Party to the present Additional Protocol shall not carry out a death sentence with regard to any member of a force and its civilian component, and their dependents from any other State Party to the present Additional Protocol.

Article

II

DONE in Brussels, this nineteenth day of June 1995, in the English and French languages, both texts being equally authoritative, in a single original which shall be deposited in the Archives of the Government of the United States of America. The Government of the United States of America shall transmit certified copies thereof to all signatory States.

Verdrag tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de overige Staten die deelnemen aan het Partnerschap voor de Vrede nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten

De Staten die Partij zijn bij het op 4 april 1949 te Washington tot stand gekomen Noord-Atlantisch Verdrag, enerzijds, en de Staten die ingaan op de uitnodiging voor het Partnerschap voor de Vrede, die op 10 januari 1994 is uitgegaan en ondertekend door de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten van de Noordatlantische Verdragsorganisatie, en die het Raamwerkdocument van het Partnerschap voor de Vrede onderschrijven, anderzijds;

Tezamen de aan het Partnerschap voor de Vrede deelnemende Staten vormend;

Overwegende dat krachtens overeenkomsten krijgsmachten van een Staat die Partij is bij dit Verdrag kunnen worden uitgezonden naar en ontvangen op het grondgebied van een andere Staat die Partij is;

Voor ogen houdende dat beslissingen om krijgsmachten uit te zenden en te ontvangen het onderwerp zullen blijven van afzonderlijke overeenkomsten tussen de betrokken Staten die Partij zijn;

Verlangende echter de rechtspositie van die krijgsmachten te bepalen, wanneer deze zich bevinden op het grondgebied van een andere Staat die Partij is;

In herinnering roepend het Verdrag tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, ondertekend te Londen op 19 juni 1951;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

II

Artikel

III

Voor de uitvoering van dit Verdrag ten aanzien van aangelegenheden waarbij Partijen betrokken zijn die geen Partij zijn bij het NAVO Status-verdrag, worden de bepalingen van het NAVO Status-verdrag waarin wordt bepaald dat verzoeken of geschillen moeten worden voorgelegd aan de Noordatlantische Raad, aan de Voorzitter van de Noordatlantische Raadsafgevaardigden of aan een scheidsman, zodanig geïnterpreteerd dat van de betrokken Partijen wordt verlangd onderling of met elkaar onderhandelingen te voeren zonder zich tot een externe rechterlijke instantie te wenden.

Artikel

IV

Dit Verdrag mag worden aangevuld of anderszins worden gewijzigd overeenkomstig het internationale recht.

Artikel

V

Artikel

VI

Dit Verdrag kan door elke Partij worden opgezegd door middel van een schriftelijke kennisgeving van opzegging aan de Regering van de Verenigde Staten van Amerika, die alle ondertekenende Staten van elke opzegging mededeling zal doen. De opzegging wordt van kracht één jaar na ontvangst van de kennisgeving van opzegging door de Regering van de Verenigde Staten. Behoudens de regeling van uitstaande vorderingen ontstaan vóór de dag waarop de opzegging van kracht wordt, is dit Verdrag na afloop van de termijn van één jaar niet meer van kracht voor de opzeggende Partij, maar blijft het van kracht voor de overige Partijen.

TEN BLIJKE WAARVAN ondergetekenden, naar behoren gevolmachtigd door hun respectieve Regeringen, dit Verdrag hebben ondertekend,

GEDAAN te Brussel, de negentiende juni 1995, in de Engelse en Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek, in een enkel exemplaar, dat zal worden nedergelegd in het Archief van de Regering van de Verenigde Staten van Amerika. De Regering van de Verenigde Staten van Amerika zal gewaarmerkte afschriften ervan doen toekomen aan alle ondertekenende Staten.

Aanvullend Protocol bij het Verdrag tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de overige Staten die deelnemen aan het Partnerschap voor de Vrede nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten

De Staten die Partij zijn bij dit Aanvullend Protocol bij het Verdrag tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de overige Staten die deelnemen aan het Partnerschap voor de Vrede nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, hierna te noemen het Verdrag;

Overwegende dat in de nationale wetgeving van sommige Partijen bij het Verdrag niet in de doodstraf is voorzien;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

I

Elke Staat die Partij is bij dit Aanvullend Protocol zal, voor zover deze overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag rechtsmacht heeft, niet een doodvonnis ten uitvoer leggen met betrekking tot leden van de krijgsmachten of het daarbij behorende burgerpersoneel, noch op hun gezinsleden afkomstig uit een andere Staat die Partij is bij dit Aanvullend Protocol.

Artikel

II

GEDAAN te Brussel, de negentiende juni 1995, in de Engelse en Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek, in een enkel exemplaar, dat zal worden nedergelegd in het Archief van de Regering van de Verenigde Staten van Amerika. De Regering van de Verenigde Staten van Amerika zal gewaarmerkte afschriften ervan doen toekomen aan alle ondertekenende Staten.