Verdrag inzake de toetreding van de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden tot het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, alsmede tot het Protocol betreffende de uitlegging daarvan door het Hof van Justitie, zoals deze zijn gewijzigd bij het Verdrag inzake de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, alsmede bij het Verdrag inzake de toetreding van de Helleense Republiek en bij het Verdrag inzake de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek

Verdrag inzake de toetreding van de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden tot het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, alsmede tot het Protocol betreffende de uitlegging daarvan door het Hof van Justitie, zoals deze zijn gewijzigd bij het Verdrag inzake de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, alsmede bij het Verdrag inzake de toetreding van de Helleense Republiek en bij het Verdrag inzake de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek

Preambule

De Hoge Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Overwegende dat de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden, door lid te worden van de Europese Unie, zich verplicht hebben om toe te treden tot het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken en tot het Protocol betreffende de uitlegging van het Verdrag door het Hof van Justitie, zoals deze zijn gewijzigd bij het Verdrag inzake de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, alsmede bij het Verdrag inzake de toetreding van de Helleense Republiek en bij het Verdrag inzake de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek, en te dien einde onderhandelingen met de Lid-Staten van de Gemeenschap te beginnen om daarin de noodzakelijke aanpassingen aan te brengen;

Zich ervan bewust dat de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap en de Lid-Staten van de Europese Vrijhandelsassociatie op 16 september 1988 te Lugano het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken hebben gesloten, waardoor de beginselen van het Verdrag van Brussel worden uitgebreid tot de Staten die partij zijn bij dit Verdrag;

Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen:

TITEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

De Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden treden toe tot het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, ondertekend te Brussel op 27 september 1968, hierna te noemen „Verdrag van 1968”, en tot het Protocol betreffende de uitlegging daarvan door het Hof van Justitie, ondertekend te Luxemburg op 3 juni 1971, hierna te noemen „Protocol van 1971”, zoals achtereenvolgens aangepast en gewijzigd:

  • a.

    bij het op 9 oktober 1978 te Luxemburg ondertekende Verdrag, hierna te noemen „Verdrag van 1978”, inzake de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, alsmede tot het Protocol betreffende de uitlegging daarvan door het Hof van Justitie,

  • b.

    bij het op 25 oktober 1982 te Luxemburg ondertekende Verdrag, hierna te noemen „Verdrag van 1982”, inzake de toetreding van de Helleense Republiek tot het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, alsmede tot het Protocol betreffende de uitlegging daarvan door het Hof van Justitie, zoals deze zijn gewijzigd bij het Verdrag inzake de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

  • c.

    bij het op 26 mei 1989 te San Sebastián ondertekende Verdrag, hierna te noemen „Verdrag van 1989”, inzake de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek tot het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, alsmede tot het Protocol betreffende de uitlegging daarvan door het Hof van Justitie, zoals deze zijn gewijzigd bij het Verdrag inzake de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, alsmede bij het Verdrag inzake de toetreding van de Helleense Republiek.

TITEL

II

AANPASSINGEN VAN HET VERDRAG VAN 1968

Artikel

2

Wijzigt het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27-09-1968.

Artikel

3

Wijzigt het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27-09-1968.

Artikel

4

Artikel

5

Wijzigt het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27-09-1968.

Artikel

6

Wijzigt het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27-09-1968.

Artikel

7

Wijzigt het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27-09-1968.

TITEL

III

AANPASSINGEN VAN HET PROTOCOL BIJ HET VERDRAG VAN 1968

Artikel

8

Wijzigt het Protocol bij het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27-09-1968.

Artikel

9

Wijzigt het Protocol bij het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27-09-1968.

Artikel

10

Wijzigt het Protocol bij het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27-09-1968.

TITEL

IV

AANPASSINGEN VAN HET PROTOCOL VAN 1971

Artikel

11

Wijzigt het Protocol betreffende de uitlegging door het Hof van Justitie van het Verdrag van 27 november 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Luxemburg, 03-06-1971.

Artikel

12

Wijzigt het Protocol betreffende de uitlegging door het Hof van Justitie van het Verdrag van 27 november 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Luxemburg, 03-06-1971.

TITEL

V

OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel

13

TITEL

VII

SLOTBEPALINGEN

Artikel

14

Artikel

15

Dit Verdrag wordt door de ondertekenende Staten bekrachtigd. De akten van bekrachtiging worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Unie.

Artikel

16

Artikel

17

De Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Unie stelt de ondertekenende Staten in kennis van:

  • a.

    het nederleggen van iedere akte van bekrachtiging;

  • b.

    de data van inwerkingtreding van dit Verdrag voor de Verdragsluitende Staten.

Artikel

18

Dit Verdrag, opgesteld in één exemplaar, in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Ierse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse en de Zweedse taal, welke twaalf teksten gelijkelijk authentiek zijn, zal worden nedergelegd in het archief van het Secretariaat-Generaal van de Raad van de Europese Unie. De Secretaris-Generaal zendt een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toe aan de Regering van elke ondertekenende Staat.

GEDAAN te Brussel, de negenentwintigste november negentienhonderd zesennegentig.