Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake de algemene voorwaarden voor het 1 (Duits/Nederlandse) legerkorps en de aan het korps verbonden eenheden en instellingen

Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake de algemene voorwaarden voor het 1 (Duits/Nederlandse) Legerkorps en de aan het korps verbonden eenheden en instellingen

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland,

Zich bewust van hun verplichtingen krachtens het Noord-Atlantisch Verdrag van 4 april 1949 en het Verdrag van Brussel van 17 maart 1948 als gewijzigd door het Protocol tot wijziging en aanvulling van het Verdrag van Brussel, van 23 oktober 1954;

Gelet op de Gemeenschappelijke Verklaring van de Minister van Defensie van het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsminister van Defensie van de Bondsrepubliek Duitsland inzake de oprichting van een multinationaal legerkorps met initiële Duitse en Nederlandse deelname van 30 maart 1993;

Op grond van het Verdrag inzake de aanwezigheid van buitenlandse strijdkrachten in de Bondsrepubliek Duitsland van 23 oktober 1954 en het Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake de stationering van strijdkrachten van de Bondsrepubliek Duitsland in het Koninkrijk der Nederlanden van 6 oktober 1997;

Overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag tussen de Partijen bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten (NAVO-Status Verdrag) van 19 juni 1951, de Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten ten aanzien van buitenlandse krijgsmachten gestationeerd in de Bondsrepubliek Duitsland (Aanvullende Overeenkomst Duitsland) van 3 augustus 1959, als gewijzigd op 18 maart 1993, en de Aanvullende Overeenkomst tussen de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten met betrekking tot de in het Koninkrijk der Nederlanden gestationeerde Duitse strijdkrachten (Aanvullende Overeenkomst Nederland) van 6 oktober 1997 en de daarbij behorende Protocollen;

Overeenkomstig de Briefwisseling van 25 september 1990, als gewijzigd op 12 september 1994, bij het NAVO-Status Verdrag, de Aanvullende Overeenkomst Duitsland en de daarbij behorende akkoorden;

Zich bewust van de oprichting van het 1 (Duits/Nederlandse) Legerkorps op 30 augustus 1995 door de Minister van Defensie van het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsminister van Defensie van de Bondsrepubliek Duitsland;

Gelet op de oprichting van het Air Operations Coordination Center;

Geleid door de wens de uitgangspunten vast te stellen voor verdere samenwerking en integratie in het Korps;

zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Doel van het Verdrag

Dit Verdrag heeft tot doel de verantwoordelijkheden van de Verdragsluitende Partijen en de uitgangspunten voor samenwerking en verhoogde integratie in het 1 (Duits/Nederlandse) Legerkorps – hierna te noemen „het Korps" – en de aan het Korps verbonden eenheden en instellingen vast te stellen.

Artikel

2

Verantwoordelijkheden van de Verdragsluitende Partijen

Artikel

3

Taken

Artikel

4

Stationering van strijdkrachten van het Korps

Artikel

5

Rechtspositie van de strijdkrachten, de civiele component, de leden daarvan en hun gezinsleden

De bepalingen van

  • het Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten (NAVO-Status Verdrag) van 19 juni 1951,

  • de Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, met betrekking tot de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde buitenlandse krijgsmachten (Aanvullende Overeenkomst Duitsland), als gewijzigd op 18 maart 1993,

  • de Briefwisseling van 25 september 1990, als gewijzigd op 12 september 1994, bij het NAVO-Status Verdrag, de Aanvullende Overeenkomst Duitsland en de daarbij behorende akkoorden,

  • de Aanvullende Overeenkomst bij het NAVO-Status Verdrag met betrekking tot Duitse strijdkrachten gestationeerd in het Koninkrijk der Nederlanden (Aanvullende Overeenkomst Nederland) van 6 oktober 1997, en het daarbij behorende Protocol,

  • en dit Verdrag

zijn van toepassing op de strijdkrachten, de civiele component, de leden daarvan en hun gezinsleden.

Artikel

6

Geïntegreerde leidinggevende en toezichthoudende bevoegdheid

Artikel

7

Binationaal budget

Artikel

8

Bevoegdheid tot het sluiten van contracten

Artikel

9

Betaling van vorderingen

Artikel

10

Bewakingstaak

Artikel

11

Beveiliging

Gerubriceerde gegevens die ontstaan of worden uitgewisseld als gevolg van de uitvoering van dit Verdrag worden behandeld overeenkomstig multilaterale of bilaterale overeenkomsten, regelingen en procedures inzake de bescherming van gerubriceerde gegevens.

Artikel

12

Toetreding van andere Geallieerde Staten

Andere Staten partijen bij het Noord-Atlantisch Verdrag of het Verdrag van Brussel kunnen, op uitnodiging van de Partijen bij dit Verdrag, tot dit Verdrag toetreden onder nader overeen te komen voorwaarden.

Artikel

13

Uitvoeringsovereenkomsten

Bij dit Verdrag worden uitvoeringsovereenkomsten gesloten.

Artikel

14

Geschillenbeslechting

Alle geschillen met betrekking tot de interpretatie of de toepassing van dit Verdrag worden beslecht door middel van onderhandelingen tussen de Verdragsluitende Partijen zonder beroep op derden.

Artikel

15

Slotbepalingen

GEDAAN te Bergen, op 6 oktober 1997, in tweevoud, elk in de Nederlandse, de Duitse en de Engelse taal, waarbij de drie teksten authentiek zijn. In geval van verschil in interpretaties van de Nederlandse en de Duitse tekst, is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) A. P. VAN WALSUM

(w.g.) J. J. C. VOORHOEVE

Voor de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland

(w.g.) P. HARTMANN

(w.g.) V. RÜHE

Protocol

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland,

bij gelegenheid van de ondertekening op 6 oktober 1997 te Bergen van de navolgende Verdragen en Akkoorden:

  • het Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake de algemene voorwaarden voor het 1 (Duits/Nederlandse) Legerkorps en de aan het Korps verbonden eenheden en instellingen,

  • het Akkoord tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake de organisatie en activiteien van het 1 (Duits/Nederlandse) Legerkorps en het Air Operations Coordination Center,

  • het Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake het ter beschikking stellen van onroerend goed en het medegebruiken van oefenvoorzieningen,

  • het Akkoord tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake de door het Koninkrijk der Nederlanden te verlenen ondersteuning bij het beheer van onroerend goed te Budel,

  • het Akkoord tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake de door de Bondsrepubliek Duitsland te verlenen ondersteuning bij het beheer van onroerend goed te Seedorf,

  • het Akkoord tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake het medegebruiken van oefenvoorzieningen,

  • het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake de stationering van strijdkrachten van de Bondsrepubliek Duitsland in het Koninkrijk der Nederlanden,

  • de Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag van 19 juni 1951 tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten met betrekking tot de in het Koninkrijk der Nederlanden gestationeerde Duitse strijdkrachten, met inbegrip van het daarbij behorende Protocol,

zijn het volgende overeengekomen:

1

Het Verdrag tussen de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden inzake de algemene voorwaarden voor het 1 (Duits/Nederlandse) Legerkorps en de aan het Korps verbonden eenheden en instellingen, alsmede het Akkoord tussen de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden inzake de organisatie en activiteiten van het 1 (Duits/Nederlandse) Legerkorps en het Air Operations Coordination Center worden, in afwachting van de inwerkingtreding van beide overeenkomsten conform artikel 15 van het Verdrag en artikel 40 van het Akkoord, met ingang van 1 december 1997 voorlopig toegepast overeenkomstig het nationale recht, met uitzondering van artikel 9, tweede lid, en artikel 10 van het Verdrag.

Met betrekking tot de Overeenkomst van 22 april 1994 tussen de Bondsminister van Defensie van de Bondsrepubliek Duitsland en de Minister van Defensie van het Koninkrijk der Nederlanden betreffende de tenuitvoerlegging van de Gemeenschappelijke Verklaring van 30 maart 1993 inzake de oprichting van een multinationaal legerkorps met initiële deelname van de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden, de Uitvoeringsovereenkomst van 22 april 1994 tussen de Chef van de Landmachtstaf van de Bondsrepubliek Duitsland en de Bevelhebber der Landstrijdkrachten van het Koninkrijk der Nederlanden, het Verdrag tussen de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden inzake de Algemene Voorwaarden voor het 1 (Duits/Nederlandse) Legerkorps en de aan het Korps verbonden eenheden en instellingen, alsmede het Akkoord tussen de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden inzake de organisatie en de activiteiten van het 1 (Duits/Nederlandse) Legerkorps en het Air Operations Coordination Center is overeengekomen dat de eerdere overeenkomsten ongeacht hun buitenwerkingtreding blijven worden toegepast totdat de verdragen waardoor zij worden opgevolgd voorlopig kunnen worden toegepast.

2

Het Akkoord tussen de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland en de de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden inzake het medegebruiken van oefenvoorzieningen wordt met ingang van 6 oktober 1997 voorlopig toegepast overeenkomstig het nationale recht, in afwachting van de inwerkingtreding conform artikel 10 van het Verdrag tussen de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden inzake het ter beschikking stellen van onroerend goed en het medegebruiken van oefenvoorzieningen, in samenhang met nummer 12 van het Akkoord tussen de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden inzake het medegebruiken van oefenvoorzieningen.

Aan enkele delen van het onroerend goed in Budel heeft de Bundeswehr geen behoefte meer. De tot nu toe geldende Budel–Seedorf-Overeenkomst van 2 juli 1963 voorziet niet in teruggave van delen van gebouwen. De teruggave is pas geregeld in artikel 33, vierde lid, van de Aanvullende Overeenkomst NL. De Nederlandse zijde zal reeds vóór de inwerkingtreding van de Aanvullende Overeenkomst NL voorstellen met betrekking tot de teruggave van delen van onroerend goed in welwillende overweging nemen. Bij de inwerkingtreding van het Akkoord Budel wordt Bijlage 1 vervangen door een door de Bundeswehr op te stellen nieuwe plattegrond, waarin de tussentijds teruggegeven en de eventuele andere delen van onroerend goed waarvan op dat tijdstip vaststaat dat ze niet meer nodig zijn, staan aangegeven. Deze delen van onroerend goed zullen geen deel uitmaken van het nieuwe Akkoord.

3

Alle Verdragen en Akkoorden genoemd in de aanhef van dit Protocol zullen, onmiddellijk na hun inwerkingtreding, door de Bondsrepubliek Duitsland worden geregistreerd bij het Secretariaat van de Verenigde Naties, in overeenstemming met artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties. De Bondsrepubliek Duitsland zal het Koninkrijk der Nederlanden op de hoogte stellen van de registratie en van het VN-registratienummer, zodra dit is bevestigd door het Secretariaat.

4

De Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden zijn het er over eens dat de samenwerking overeenkomstig artikel 3, derde lid, van de Aanvullende Overeenkomst D en artikel 3, derde lid, van de Aanvullende Overeenkomst NL de samenwerking binnen het korps en het gemeenschappelijke optreden in derde landen omvat.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder de Nederlandse en Duitse tekst van dit Protocol hebben geplaatst.

GEDAAN te Bergen, 6 oktober 1997.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) A. P. VAN WALSUM

(w.g.) J. J. C. VOORHOEVE

Voor de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland

(w.g.) P. HARTMANN

(w.g.) V. RÜHE