Verdrag inzake ontwikkelingssamenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Uganda

Agreement on development cooperation between the Kingdom of The Netherlands and the Republic of Uganda

The Kingdom of the Netherlands (hereinafter referred to as “the Sending State") and the Republic of Uganda (hereinafter referred to as “the Receiving State");

Reaffirming the friendly relations existing between the two States and their peoples;

Having in mind that respect for democratic principles, general principles of international law as well as human rights are leading principles in the development cooperation relationship between the two countries;

Desirous to cooperate with the aim to support development processes through Projects and Programmes and to create, in addition to the efforts provided by the Receiving State, for that purpose the legal and administrative framework for the employment of Personnel and the importation of resources from the Sending State into the Receiving State;

Have agreed as follows:

Article

I

Definitions

For the application of this Agreement:

  • 1.

    “Personnel" means persons not having the nationality and not being residents of the Receiving State:

    • employed by the Sending State; or

    • employed by companies or institutions with whom the Sending State or the Receiving State has concluded an agreement for the execution of Projects and Programmes; or

    • employed by the Receiving State as topping up experts;

    with regard to whom the Sending State has proposed and the Receiving State has accepted employment within Projects and Programmes.

  • 2.

    “Dependants" means spouses of Personnel and members of their immediate family dependent on them and forming part of their household.

  • 3.

    “Projects and Programmes" means development activities in the Receiving State with regard to which the Sending State finances, wholly or in part, out of the Netherlands Budget for Development Cooperation, elements including:

    • employment of Personnel;

    • resources such as goods, commodities, machinery and equipment;

    • financial resources or immaterials rights.

Article

II

Administrative procedures

Article

III

Privileges

Article

IV

Immunities

Article

V

Performance of Personnel

Article

VI

Arrest, detention

Artikel

VII

Projects and Programmes

Artikel

VIII

Settlement of disputes

Differences which may arise relating to the interpretation, application and/or implementation of this Agreement, shall be settled by negotiations between the Sending State and the Receiving State.

If any dispute arises between the Sending State and the Receiving State as to the interpretation, application or performance of this Agreement, including its existence, validity or termination, either State may submit the dispute to final and binding arbitration in accordance with the Permanent Court of Arbitration Optional Rules for Arbitrating Disputes between two States, as in effect on the date of submission of the dispute to the Court. The number of arbitrators shall be three.

The agreement to arbitrate consitutes a waiver of any right to sovereign immunity from execution to which the Sending State or the Receiving State might otherwise be entitled with respect to the enforcement of any award rendered by an arbitral tribunal constituted pursuant to this Agreement.

Article

IX

Entry into force and termination

DONE at Kampala on the Tuesday 20 January 1998, in duplicate in the English language.

For the Kingdom of The Netherlands

(sd.) H. VAN MIERLO

Hans van Mierlo

Deputy Prime Minister and Minister of Foreign Affairs

For the Republic of Uganda

(sd.) E. KATEGAYA

Eriya Kategaya

First Deputy Prime Minister and Minister of Foreign Affairs

Verdrag inzake ontwikkelingssamenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Uganda

Het Koninkrijk der Nederlanden (hierna te noemen „de Zendstaat") en de Republiek Uganda (hierna te noemen „de Ontvangende Staat");

Opnieuw de vriendschappelijke betrekkingen bevestigend die tussen beide Staten en hun volken bestaan;

In het besef dat inachtneming van democratische beginselen, algemene internationale rechtsbeginselen, alsmede mensenrechten belangrijke beginselen zijn in de betrekkingen tussen de twee landen;

Geleid door de wens samen te werken met het doel om ontwikkelingsprocessen te ondersteunen door middel van projecten en programma's en hiertoe, in aanvulling op de inspanningen die de Ontvangende Staat levert, het juridische en administratieve kader te scheppen voor de tewerkstelling van personeelsleden en de invoer van middelen vanuit de Zendstaat in de Ontvangende Staat;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

I

Begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit Verdrag:

  • 1.

    Wordt onder „personeelsleden" verstaan personen die geen staatsburgers en geen ingezetenen van de Ontvangende Staat zijn en die:

    • in dienst zijn van de Zendstaat; of

    • in dienst zijn van bedrijven of instellingen waarmee de Zendstaat of de Ontvangende Staat een overeenkomst inzake de uitvoering van projecten en programma's heeft gesloten; of

    • in dienst zijn van de Ontvangende Staat als suppletie-deskundigen; ten aanzien van wie de Zendstaat voorstellen heeft gedaan ter zake van tewerkstelling in het kader van projecten en programma's, welke voorstellen door de Ontvangende Staat zijn aanvaard.

  • 2.

    Wordt onder „gezinsleden" verstaan echtgenoten van personeelsleden en directe gezinsleden die van hen afhankelijk zijn en deel uitmaken van hun huishouden.

  • 3.

    Wordt onder „projecten en programma's" verstaan ontwikkelingswerkzaamheden in de Ontvangende Staat waarvoor de Zendstaat onder meer de volgende onderdelen geheel of gedeeltelijk financiert uit de Nederlandse begroting voor ontwikkelingssamenwerking:

    • tewerkstelling van personeelsleden;

    • middelen als goederen, grondstoffen, machines en uitrusting;

    • financiële middelen of immateriële rechten.

Artikel

II

Administratieve procedures

Artikel

III

Voorrechten

Artikel

IV

Immuniteiten

Artikel

V

Prestaties van personeelsleden

Artikel

VI

Arrestatie, hechtenis

Artikel

VII

Projecten en programma's

Artikel

VIII

Beslechting van geschillen

Geschillen betreffende de uitlegging, toepassing en/of uitvoering van dit Verdrag worden beslecht door middel van onderhandelingen tussen de Zendstaat en de Ontvangende Staat.

Indien met betrekking tot de uitlegging, de toepassing of de uitvoering, hieronder mede begrepen het bestaan, de geldigheid of de beëindiging, van dit Verdrag een geschil ontstaat, kan elk van beide staten het geschil onderwerpen aan een definitieve en bindende scheidsrechterlijke uitspraak in overeenstemming met het Facultatieve Reglement voor Arbitrage van Geschillen tussen twee Staten van het Permanente Hof van Arbitrage zoals van kracht op de datum waarop het geschil aan het Hof wordt voorgelegd. Het aantal scheidsrechters bedraagt drie.

Wanneer onderwerping aan een scheidsrechterlijke uitspraak wordt overeengekomen, wordt afstand gedaan van ieder recht op soevereine immuniteit van tenuitvoerlegging waartoe de Zendstaat of de Ontvangende Staat in andere gevallen gerechtigd zou zijn met betrekking tot de tenuitvoerlegging van iedere scheidsrechterlijke uitspraak die ingevolge dit Verdrag is gedaan.

Artikel

IX

Inwerkingtreding en beëindiging

GEDAAN te Kampala op dinsdag 20 januari 1998 in tweevoud in de Engelse taal.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) Hans van Mierlo

Vice-premier en Minister van Buitenlandse Zaken

Voor de Republiek Uganda

(w.g.) Eriya Kategaya

Eerste vice-premier en Minister van Buitenlandse Zaken