Het Koninkrijk België,
De Tsjechische Republiek,
Het Koninkrijk Denemarken,
De Bondsrepubliek Duitsland,
De Republiek Estland,
De Helleense Republiek,
Het Koninkrijk Spanje,
De Franse Republiek,
Ierland,
De Italiaanse Republiek,
De Republiek Cyprus,
De Republiek Letland,
De Republiek Litouwen,
Het Groothertogdom Luxemburg,
De Republiek Hongarije,
De Republiek Malta,
Het Koninkrijk der Nederlanden,
De Republiek Oostenrijk,
De Republiek Polen,
De Portugese Republiek,
De Republiek Slovenië,
De Republiek Slowakije,
De Republiek Finland,
Het Koninkrijk Zweden,
Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
(hierna „lidstaten van de Gemeenschap’’ genoemd), vertegenwoordigd door de Raad van de Europese Unie,
en
De Europese Gemeenschap (hierna „de Gemeenschap’’ genoemd), vertegenwoordigd door de Raad van de Europese Unie en de Commissie van de Europese Gemeenschappen,
enerzijds, en
Het Koninkrijk Marokko (hierna „Marokko’’ genoemd),
anderzijds,
Overwegende dat de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds, hierna „Euro-mediterrane overeenkomst’’ genoemd, op 26 februari 1996 te Brussel is ondertekend en op 1 maart 2000 in werking is getreden.
Overwegende dat het Verdrag betreffende de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie (hierna „Toetredingsverdrag’’ genoemd) op 16 april 2003 te Athene is ondertekend en op 1 mei 2004 in werking is getreden.
Overwegende dat overeenkomstig artikel 6, lid 2, van de aan het Toetredingsverdrag gehechte Akte de toetreding van de nieuwe lidstaten tot de Euro-mediterrane overeenkomst wordt geregeld door sluiting van een protocol bij die overeenkomst.
Overwegende dat het in artikel 23, lid 2, van de Euro-mediterrane overeenkomst bedoelde overleg heeft plaatsgevonden teneinde rekening te kunnen houden met de wederzijdse belangen van de Gemeenschap en Marokko,
Zijn het volgende overeengekomen: