Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Tsjechische Republiek inzake internationaal vervoer over de weg

Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en Regering van de Tsjechische Republiek inzake internationaal vervoer over de weg

Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Tsjechische Republiek inzake internationaal vervoer over de weg Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Tsjechische Republiek, hierna te noemen de Verdragsluitende Partijen;

Geleid door de wens, in het belang van hun economische betrekkingen, de ontwikkeling te bevorderen van het vervoer van goederen en personen over de weg in, naar en vanuit hun landen en in doorvoer over hun landen;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Toepassingsgebied

Artikel

2

Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

  • 1

    „vervoerder”: een persoon (met inbegrip van een rechtspersoon) die in een van de landen gevestigd is en die overeenkomstig de desbetreffende nationale wetten en voorschriften in het land van vestiging wettig is toegelaten tot de markt voor het vervoer van goederen of personen over de weg tegen betaling of voor eigen rekening;

  • 2

    „voertuig”: een motorvoertuig of combinatie van voertuigen waarvan ten minste het motorvoertuig is geregistreerd op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden of de Tsjechische Republiek en dat uitsluitend wordt gebruikt en is uitgerust voor het vervoer van goederen of personen per bus;

  • 3

    „cabotage”: het exploiteren van vervoersdiensten binnen het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden of de Tsjechische Republiek door een op het grondgebied van het andere land gevestigde vervoerder;

  • 4

    „vervoer”: het rijden met beladen of onbeladen voertuigen over de weg, ook indien het voertuig, de aanhangwagen of de oplegger voor een deel van de rit reist per spoor of via waterwegen;

  • 5

    „gastheerland”: het grondgebied van het land waarin het voertuig vervoer verricht, terwijl het daar niet is geregistreerd en de vervoerondernemer daar niet is gevestigd;

  • 6

    „intermodaal vervoer”: het vervoer van goederen waarbij de vrachtauto, aanhangwagen, oplegger, wissellaadbak of container voor het eerste en/of laatste gedeelte van de rit de weg gebruiken, en voor het resterende gedeelte al dan niet met trekker per spoor, via waterwegen of over zee reizen;

  • 7

    „bevoegde autoriteit”:

    • voor het Koninkrijk der Nederlanden, het Ministerie van Verkeer en Waterstaat,

    • voor de Tsjechische Republiek, het Ministerie van Verkeer en Verbindingen,

    of in beide gevallen, enige persoon die of enig lichaam dat gemachtigd is de taken te verrichten die thans door genoemde ministeries worden uitgeoefend.

Artikel

3

Toegang tot de markt

Artikel

4

Gewichten en afmetingen

Artikel

5

Naleving van de nationale wetgeving

Artikel

6

Overtredingen

In geval van overtreding van de bepalingen van dit Verdrag door een vervoerder gevestigd op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden of de Tsjechische Republiek, geeft het land op het grondgebied waarvan de overtreding plaatsvond, onverminderd de door dat land te ondernemen gerechtelijke stappen, daarvan kennis aan het andere land, dat de in zijn nationale wetgeving voorziene stappen zal ondernemen. De Verdragsluitende Partijen zullen elkaar in kennis stellen van eventuele opgelegde sancties.

Artikel

7

Belastingaangelegenheden

Artikel

8

Gemengde Commissie

Artikel

9

Toepassing voor het Koninkrijk der Nederlanden

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag slechts van toepassing op het grondgebied van het Rijk in Europa.

Artikel

10

Wijziging

Door de Verdragsluitende Partijen overeengekomen wijzigingen van dit Verdrag worden van kracht op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum waarop de Verdragsluitende Partijen elkaar schriftelijk ervan in kennis hebben gesteld dat aan de constitutionele voorwaarden in hun respectieve landen is voldaan.

Artikel

11

Inwerkingtreding en beëindiging

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Amsterdam op 31 maart 1998, in tweevoud in de Nederlandse, de Tsjechische en de Engelse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschillen is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) A. JORRITSMA-LEBBINK

Voor de Regering van de Tsjechische Republiek, (w.g.)

P. MOOS