Nader Aanvullend Protocol bij het Verdrag tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de overige Staten die deelnemen aan het Partnerschap voor de Vrede nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten

Further Additional Protocol to the Agreement among the States Parties to the North Atlantic Treaty and the other States participating in the Partnership for Peace regarding the status of their forces

Considering the “Agreement among the States Parties to the North Atlantic Treaty and the other States Participating in the Partnership for Peace regarding the Status of their Forces” and the Additional Protocol thereto, both done at Brussels, June 19, 1995;

Considering the need to establish and regulate the status of NATO military headquarters and headquarters personnel in the territory of States participating in the Partnership for Peace in order to facilitate the relationship with the Armed Forces of individual Partnership for Peace nations;

Considering the need to provide appropriate status for personnel of the Armed Forces of Partner States attached to or associated with NATO military headquarters; and

Considering that the circumstances in particular NATO Member States or Partner States may make it desirable to meet the needs described above through the means of the present Protocol;

The Parties to the present Protocol have agreed as follows:

Article

I

For purposes of the present Protocol, the expression

Article

II

Without prejudice to the rights of States which are Members of NATO or participants in the Partnership for Peace but which are not Parties to the present Protocol, the Parties hereto shall apply provisions identical to those set forth in the Paris Protocol, except as modified in the present Protocol, with respect to the activities of NATO military headquarters and their military and civilian personnel carried out in the territory of a Party hereto.

Article

IV

For purposes of implementing the present Protocol with respect to matters involving Partner States, provisions of the Paris Protocol that provide for differences to be referred to the North Atlantic Council shall be construed to require the Parties concerned to negotiate between or among themselves without recourse to any outside jurisdiction.

Article

V

Article

VI

The present Protocol may be denounced by any Party to this Protocol by giving written notification of denunciation to the Government of the United States of America, which will notify all signatory States of each such notification. The denunciation shall take effect one year after receipt of the notification by the Government of the United States of America. After the expiration of this period of one year, the present Protocol shall cease to be in force as regards the Party that denounces it, except for the settlement of outstanding claims that arose before the day on which the denunciation takes effect, but shall continue in force for the remaining Parties.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorized, have signed this Protocol.

DONE in Brussels, this nineteenth day of December 1997, in the English and French languages, both texts being equally authoritative, in a single original which shall be deposited in the Archives of the government of the United States of America. The government of the United States of America shall transmit certified copies thereof to all the signatory States.

Nader Aanvullend Protocol bij het Verdrag tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de overige Staten die deelnemen aan het Partnerschap voor de Vrede nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten

Gezien het „Verdrag tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de overige Staten die deelnemen aan het Partnerschap voor de Vrede nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten” en het Aanvullend Protocol daarbij, beide ondertekend te Brussel op negentien juni 1995;

Gezien de behoefte de rechtspositie van militaire hoofdkwartieren van de NAVO en het personeel daarvan op het grondgebied van Staten die deelnemen aan het Partnerschap voor de Vrede vast te leggen en te regelen teneinde de betrekkingen met de strijdkrachten van de individuele landen die deelnemen aan het Partnerschap voor de Vrede te vergemakkelijken;

Gezien de behoefte in een adequate rechtspositie te voorzien voor aan militaire hoofdkwartieren van de NAVO verbonden of toegevoegd personeel van de strijdkrachten van Partnerschapsstaten;

Gezien het feit dat de omstandigheden in bepaalde NAVO-lidstaten of Partnerschapsstaten het wenselijk kunnen maken aan bovengenoemde behoeften te voldoen door middel van dit Protocol;

Zijn de Partijen bij dit Protocol het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Voor de toepassing van dit Protocol wordt aan de onderstaande uitdrukkingen de volgende betekenis toegekend:

Artikel

II

Onverminderd de rechten van NAVO-lidstaten of Partnerschapsstaten die geen Partij zijn bij dit Protocol, passen de Partijen bij dit Protocol op de werkzaamheden van de militaire hoofdkwartieren van de NAVO en het militaire en burgerpersoneel daarvan die op het grondgebied van een Partij bij dit Protocol worden uitgevoerd, bepalingen toe die identiek zijn aan de in het Protocol van Parijs vastgelegde bepalingen, tenzij zij zijn gewijzigd bij het onderhavige Protocol.

Artikel

IV

Voor de uitvoering van dit Protocol ten aanzien van aangelegenheden waarbij Partnerschapsstaten zijn betrokken, worden de bepalingen van het Protocol van Parijs waarin wordt bepaald dat geschillen moeten worden voorgelegd aan de Noordatlantische Raad, zodanig uitgelegd dat van de betrokken Partijen wordt verlangd dat zij onderling of met elkaar onderhandelingen voeren zonder zich tot een externe rechterlijke instantie te wenden.

Artikel

V

Artikel

VI

Dit Protocol kan door elke Partij daarbij worden opgezegd door een schriftelijke kennisgeving van opzegging aan de Regering van de Verenigde Staten van Amerika, die alle ondertekenende Staten van elke opzegging mededeling zal doen.

De opzegging wordt van kracht één jaar na ontvangst van de kennisgeving van opzegging door de Regering van de Verenigde Staten van Amerika. Behoudens de regeling van uitstaande vorderingen ontstaan vóór de dag waarop de opzegging van kracht wordt, is dit Protocol na afloop van de termijn van één jaar niet meer van kracht voor de opzeggende Partij, maar blijft het van kracht voor de overige Partijen.

TEN BLIJKE WAARVAN ondergetekenden, naar behoren gevolmachtigd, dit Protocol hebben ondertekend.

GEDAAN te Brussel op 19 december 1997, in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk gezaghebbend, in een enkel exemplaar dat zal worden nedergelegd in het archief van de Regering van de Verenigde Staten van Amerika. De Regering van de Verenigde Staten van Amerika zal gewaarmerkte afschriften ervan doen toekomen aan alle ondertekenende Staten.