Overeenkomst tussen de Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg en de Regering van de Republiek Kroatië betreffende de overname van onregelmatig binnengekomen of verblijvende personen

Overeenkomst tussen de Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg en de Regering van de Republiek Kroatië betreffende de overname van onregelmatig binnengekomen of verblijvende personen

Overeenkomst tussen de Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg en de Regering van de Republiek Kroatië betreffende de overname van onregelmatig binnengekomen of verblijvende personen

De Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg, die op grond van de op 11 april 1960 tussen hen gesloten Overeenkomst inzake de verlegging van de personencontrole naar de buitengrenzen van het Benelux-gebied gemeenschappelijk optreden, enerzijds, en de Regering van de Republiek Kroatië, anderzijds,

ter compensatie van in het bijzonder de belasting welke uit een visumvrij reizigersverkeer van de onderdanen van de bij deze Overeenkomst Partij zijnde Staten kan voortvloeien,

ernaar strevend de overname van onregelmatig binnengekomen of verblijvende personen in een geest van samenwerking en op basis van wederkerigheid te vergemakkelijken,

zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

In deze Overeenkomst dient onder „de Benelux-landen" te worden verstaan: het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, hierna te noemen België, Luxemburg en Nederland.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

De kosten van verwijdering tot aan de grens van de Staat van bestemming, daarbij inbegrepen de kosten verbonden aan de doorgeleiding door derde Staten, alsmede de kosten verbonden aan een eventuele terugwijzing, worden gedragen door de verzoekende Partij.

Artikel

8

Artikel

9

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft kan de toepassing van deze Overeenkomst tot de Nederlandse Antillen en/of Aruba worden uitgebreid door kennisgeving van de Nederlandse Regering aan de Belgische Regering die de overige Overeenkomstsluitende Partijen hiervan in kennis stelt.

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

De Regering van België is depositaris van deze Overeenkomst.

TEN BLIJKE WAARVAN de vertegenwoordigers van de Overeenkomstsluitende Partijen, daartoe naar behoren gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Zagreb, op 11 juni 1999, in de Nederlandse, Franse en Kroatische taal, in vier originelen, zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) I. L. VAN VELDHUIZEN-ROTHENBÜCHER

Voor de Regering van het Koninkrijk België,

(w.g.) F. HINTJENS

Voor de Regering van het Groothertogdom Luxemburg,

(w.g.) I. L. VAN VELDHUIZEN-ROTHENBÜCHER

voor de Regering van de Republiek Kroatië,

(w.g.) M. GRANIC

Aanhangsel

I

De Kroatische nationaliteit kan worden aangetoond door middel van:

  • 1.

    een nationaliteitsbewijs,

  • 2.

    een paspoort, of

  • 3.

    een identiteitskaart.

De nationaliteit kan tevens worden verondersteld aan de hand van:

  • 1.

    een nationaliteitsbewijs, een paspoort of een identiteitskaart, waarvan de geldigheidsduur is verstreken,

  • 2.

    een zeemansboekje afgegeven door de Kroatische autoriteiten,

  • 3.

    een getuigenverklaring van een Kroatische onderdaan, of

  • 4.

    een verklaring van de betrokken persoon.

Aanhangsel

II

De Belgische nationaliteit kan worden aangetoond door middel van:

  • 1.

    een nationaliteitsbewijs, of

  • 2.

    een afschrift van een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing waaruit deze nationaliteit blijkt.

Zij kan aannemelijk worden gemaakt door middel van:

  • 1.

    een paspoort of een identiteitskaart afgegeven door de Belgische autoriteiten, ook indien deze documenten ten onrechte zijn afgegeven of niet langer dan tien jaar verlopen zijn;

  • 2.

    een geldige identiteitskaart voor vreemdelingen afgegeven door de bevoegde autoriteiten in Frankrijk, Luxemburg of Zwitserland ten behoeve van Belgische onderdanen die aldaar hun vaste verblijfplaats hebben, en waaruit de Belgische nationaliteit van de houder blijkt;

  • 3.

    een getuigenverklaring van een Belgische onderdaan;

  • 4.

    een verklaring van de betrokken persoon.

De Luxemburgse nationaliteit kan worden vastgesteld aan de hand van:

  • 1.

    een paspoort, of

  • 2.

    een identiteitsbewijs afgegeven door de Luxemburgse autoriteiten, indien deze documenten volledig zijn en de geldigheidsduur niet is verlopen.

Zij kan worden verondersteld aan de hand van:

  • 1.

    een paspoort;

  • 2.

    een identiteitskaart afgegeven door de Luxemburgse autoriteiten waarvan de geldigheidsduur niet langer dan tien jaar verlopen is;

  • 3.

    aan de hand van een geldig identiteitsbewijs voor vreemdelingen waaruit de Luxemburgse nationaliteit van de houder blijkt;

  • 4.

    een rijbewijs;

  • 5.

    een zeemansboekje;

  • 6.

    een betrouwbare getuigenverklaring van een andere Luxemburgse staatsburger, of

  • 7.

    aan de hand van verklaringen van de betrokken persoon zelf.

De Nederlandse nationaliteit kan worden aangetoond door middel van een nationaliteitsbewijs.

Zij kan aannemelijk worden gemaakt door middel van:

  • 1.

    een paspoort;

  • 2.

    een identiteitskaart afgegeven door de Nederlandse autoriteiten; ook indien deze documenten ten onrechte zijn afgegeven en niet langer dan tien jaar verlopen zijn.

Zij kan voorts aannemelijk worden gemaakt door middel van:

  • 3.

    een geldig Belgisch of Luxemburgs identiteitsbewijs voor vreemdelingen, waaruit de Nederlandse nationaliteit van de houder blijkt;

  • 4.

    een zeemansboekje, afgegeven door de bevoegde Nederlandse autoriteiten;

  • 5.

    een getuigenverklaring van een Nederlandse onderdaan, of

  • 6.

    een verklaring van de betrokken persoon.