Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk inzake sociale zekerheid

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk inzake sociale zekerheid

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Republiek Oostenrijk

Geleid door de wens, met inachtneming van artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 1408/71, op het gebied van de sociale zekerheid tussen de beide Staten bescherming te bieden die boven de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en nr. 574/72 uitgaat aan personen die krachtens de wetgeving van een of van beide Staten beschermd zijn of zijn geweest;

Zijn overeengekomen het volgende Verdrag te sluiten, dat in de plaats zal treden van de Overeenkomst van 7 maart 1974 tussen de beide Staten inzake sociale zekerheid zoals gewijzigd bij de Aanvullende Overeenkomst van 5 november 1980:

TITEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Artikel

2

Dit Verdrag is van toepassing op de wettelijke regelingen waarop de materiële werkingssfeer van de Verordening betrekking heeft.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

TITEL

II

BIJZONDERE BEPALINGEN

Artikel

6

In die gevallen waarin de Verdragsluitende Staten in plaats van de in de artikelen 93 tot en met 96 van de Toepassingsverordening geregelde vergoeding van kosten een vergoeding op basis van een vast bedrag of een afzien van vergoeding overeenkomen, kunnen de bevoegde autoriteiten van beide Verdragsluitende Staten het volgende overeenkomen:

  • a.

    de aanwijzing van het orgaan van de woonplaats als bevoegd orgaan;

  • b.

    maatregelen ter voorkoming van buitengewone belasting, die zich voor een orgaan of voor een verbindingsorgaan zouden kunnen voordoen als gevolg van de vergoeding op basis van een vast bedrag of als gevolg van het afzien van vergoeding.

Artikel

7

Op de in artikel 3, tweede lid, genoemde personen is artikel 67 van de Verordening van overeenkomstige toepassing.

Artikel

8

Op de in artikel 3, eerste en tweede lid, genoemde personen, die buiten het grondgebied van een Staat wonen waarvoor de Verordening van toepassing is, en op de in artikel 3, tweede lid, bedoelde personen die op het grondgebied van een Staat wonen, waarvoor de Verordening van toepassing is, is ten aanzien van

  • a.

    verhogingen voor kinderen op pensioenen wegens ouderdom en invaliditeit,

  • b.

    wezenpensioenen met uitzondering van de wezenpensioenen krachtens de verzekering inzake arbeidsongevallen en beroepsziekten,

Titel III, Hoofdstuk 3, van de Verordening van overeenkomstige toepassing.

Artikel

9

TITEL

III

DIVERSE BEPALINGEN

Artikel

10

Artikel

11

TITEL

IV

OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

12

Voor de vaststelling of de hernieuwde vaststelling van de aan dit Verdrag te ontlenen rechten zijn met de inwerkingtreding van dit Verdrag de artikelen 94 en 95 van de Verordening, alsmede de artikelen 118 en 119 van de Toepassingsverordening van overeenkomstige toepassing.

Artikel

13

Bij toepassing van Bijlage VI, J. Nederland, cijfer 2, letters b, d, f en g, van de Verordening treedt wat betreft de in artikel 3, eerste lid, genoemde personen de datum van inwerkingtreding van de Verordening in de onderlinge betrekkingen tussen beide Verdragsluitende Partijen in de plaats van 2 augustus 1989.

Artikel

14

Artikel

15

Vanaf de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag houden op van kracht te zijn:

  • a.

    de Overeenkomst van 7 maart 1974 tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk inzake sociale zekerheid, met Slotprotocol, zoals gewijzigd bij de Aanvullende Overeenkomst van 5 november 1980;

  • b.

    het Akkoord van 7 maart 1974 ter uitvoering van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk inzake sociale zekerheid, zoals gewijzigd bij het Aanvullend Akkoord van 1 oktober 1982.

TEN BLIJKE WAARVAN de gevolmachtigden van beide Verdragsluitende Staten dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Wenen, op 9 december 1998, in tweevoud in de Nederlandse en de Duitse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

J. Th. H. C. VAN EBBENHORST TENGBERGEN

Voor de Republiek Oostenrijk

CHRISTIAN PROX