Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko inzake de overbrenging van gevonniste personen

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko inzake de overbrenging van gevonniste personen

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

het Koninkrijk Marokko,

Geleid door de wens de vriendschappelijke betrekkingen en de samenwerking tussen beide Staten te bevorderen en met name de justitiële samenwerking te bevorderen;

Ernaar strevend vraagstukken met betrekking tot de overbrenging van gevonniste personen in onderlinge overeenstemming te regelen;

Ernaar strevend gevonniste personen de mogelijkheid te bieden hun vrijheidsbenemende straf of maatregel in hun land te ondergaan, teneinde hun resocialisatie te bevorderen;

Vastbesloten elkaar, overeenkomstig de regels en voorwaarden bepaald in dit Verdrag, wederzijds in zo ruim mogelijke mate samenwerking te verlenen bij de overbrenging van personen die zijn veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel;

Zijn de volgende bepalingen overeengekomen:

TITEL

I

OVERBRENGING VAN GEVONNISTE EN GEDETINEERDE PERSONEN

Hoofdstuk

1

Algemene beginselen

Artikel

1

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

  • a.

    de uitdrukking „veroordeling": elke straf of veiligheidsmaatregel door een rechter opgelegd en met zich meebrengende vrijheidsbeneming wegens een strafbaar feit;

  • b.

    de uitdrukking „gevonniste persoon": een persoon die op het grondgebied van een der Staten onherroepelijk is veroordeeld en is gedetineerd;

  • c.

    de uitdrukking „de Staat van veroordeling": de Staat waarin de veroordeling werd uitgesproken tegen de persoon die kan worden of reeds is overgebracht;

  • d.

    de uitdrukking „de Staat van tenuitvoerlegging": de Staat waarnaar de gevonniste persoon kan worden of reeds is overgebracht, teneinde zijn veroordeling te ondergaan.

Artikel

2

Elke gevonniste persoon op wie dit Verdrag van toepassing kan zijn, dient door de Staat van veroordeling op de hoogte te worden gebracht van de mogelijkheid die dit Verdrag hem biedt om te worden overgebracht naar zijn land voor de tenuitvoerlegging van zijn veroordeling.

Hoofdstuk

2

Voorwaarden voor overbrenging

Artikel

3

Dit Verdrag wordt toegepast onder de volgende voorwaarden:

  • a.

    het feit dat aanleiding geeft tot het verzoek moet in de wetgeving van beide Staten strafbaar zijn gesteld;

  • b.

    de rechterlijke beslissing moet onherroepelijk en voor tenuitvoerlegging vatbaar zijn;

  • c.

    de gevonniste persoon moet een onderdaan zijn van de Staat van tenuitvoerlegging;

  • d.

    de gevonniste persoon of, indien zijn leeftijd of lichamelijke of geestelijke toestand daartoe aanleiding geven, zijn wettelijke vertegenwoordiger moet vrijwillig en volledig bewust van de rechtsgevolgen instemmen met de overbrenging;

  • e.

    op het tijdstip van het verzoek tot overbrenging moet de gevonniste persoon nog ten minste een jaar van zijn straf ondergaan. In uitzonderingsgevallen kunnen beide Staten zich akkoord verklaren met een overbrenging zelfs wanneer het strafrestant minder is dan een jaar;

  • f.

    de Staat van veroordeling en de Staat van tenuitvoerlegging moeten het eens zijn over de overbrenging.

Artikel

4

De overbrenging van een gevonniste persoon wordt geweigerd:

  • a.

    indien de aangezochte Staat van oordeel is dat de overbrenging zou kunnen leiden tot een aantasting van zijn soevereiniteit, veiligheid, openbare orde, de basisbeginselen van zijn rechtsorde of van zijn wezenlijke belangen;

  • b.

    indien de straf volgens de wet van de Staat van tenuitvoerlegging is verjaard;

  • c.

    indien de veroordeling die aan het verzoek ten grondslag ligt, is gebaseerd op feiten die in de Staat van tenuitvoerlegging onherroepelijk zijn berecht;

  • d.

    indien de bevoegde autoriteiten van de Staat van tenuitvoerlegging hebben besloten geen strafvervolging in te stellen of de strafvervolging die zij ter zake van dezelfde feiten hebben ingesteld, te beëindigen;

  • e.

    indien de feiten die aan de veroordeling ten grondslag liggen, het voorwerp van strafvervolging zijn in de Staat van tenuitvoerlegging.

Artikel

5

De overbrenging kan met name worden geweigerd:

  • a.

    indien de gevonniste persoon de nationaliteit heeft van de Staat van veroordeling;

  • b.

    indien het strafbare feit uitsluitend bestaat uit het niet nakomen van militaire verplichtingen;

  • c.

    indien de gevonniste persoon zich naar het oordeel van de Staat van veroordeling niet voldoende heeft gekweten van de hem opgelegde geldbedragen, geldboetes, gerechtelijke kosten, schadevergoedingen en geldelijke veroordelingen van welke aard dan ook die hij moet voldoen.

Hoofdstuk

3

Tenuitvoerlegging van de straf

Artikel

6

De tenuitvoerlegging van een veroordeling wordt beheerst door de wet van de Staat van tenuitvoerlegging onder de in de navolgende artikelen bedoelde voorwaarden.

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Slechts de Staat van veroordeling, met uitsluiting van de Staat van tenuitvoerlegging, is bevoegd te beslissen op een verzoek tot herziening van het vonnis.

Artikel

10

De Staat van veroordeling en de Staat van tenuitvoerlegging kunnen gratie, amnestie of strafvermindering van de veroordeling verlenen ingevolge hun grondwet of andere wetten.

Artikel

11

De Staat van tenuitvoerlegging is als enige bevoegd om ten aanzien van de gevonniste persoon beslissingen te nemen met betrekking tot strafvermindering, en meer in het algemeen, de wijze van tenuitvoerlegging van de straf.

Artikel

12

Artikel

13

Hoofdstuk

4

Verplichting tot het verstrekken van inlichtingen

Artikel

14

De Staat van tenuitvoerlegging bericht de Staat van veroordeling ten aanzien van de tenuitvoerlegging van de veroordeling:

  • a.

    wanneer eerstgenoemde de veroordeling beschouwt geheel ten uitvoer gelegd te zijn;

  • b.

    indien de gevonniste persoon uit de detentie ontsnapt vóór de beëindiging van de tenuitvoerlegging van de veroordeling; of,

  • c.

    indien de Staat van veroordeling om een bijzonder rapport verzoekt.

Hoofdstuk

5

Toepassing naar tijdstip

Artikel

15

Dit Verdrag is van toepassing op de tenuitvoerlegging van veroordelingen die hetzij vóór hetzij na de inwerkingtreding van het Verdrag zijn uitgesproken.

Hoofdstuk

6

Procedure

Paragraaf

1

verzoeken en antwoorden

Artikel

16

Artikel

17

De verzoeken tot overbrenging geschieden schriftelijk. Het verzoek bevat de volledige personalia van de gevonniste persoon alsmede zijn verblijfplaats in de Staat van veroordeling en in de Staat van tenuitvoerlegging.

Paragraaf

2

stukken ter ondersteuning

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

Elk van beide Staten kan verlangen dat de hem aangeboden verzoeken en de bijbehorende stukken vergezeld gaan van een vertaling in zijn officiële taal.

Artikel

21

De met toepassing van dit Verdrag verzonden stukken en documenten zijn vrijgesteld van alle legalisatie.

Hoofdstuk

7

Kosten

Artikel

22

TITEL

II

REGELING VAN GESCHILLEN

Artikel

23

TITEL

III

SLOTBEPALINGEN

Voorlopige toepassing en inwerkingtreding

Artikel

24

Territoriale toepassing

Artikel

25

Schorsing en opzegging

Artikel

26

TEN BLIJKE WAARVAN de vertegenwoordigers van beide Staten, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend en van hun stempel hebben voorzien.

GEDAAN te Rabat, op 30 november 1999, in twee exemplaren, in de Nederlandse, Arabische en de Franse taal, zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

H.M. Ambassadeur

Hendrik Jan van Pesch

(w.g.) H. J. VAN PESCH

Voor het Koninkrijk Marokko

De Minister van Justitie

Omar Azziman

(w.g.) OMAR AZZIMAN