Verdrag inzake toestemming voor de doorreis van Joegoslavische staatsburgers zonder verblijfsrecht

Vereinbarung über die Gestattung der Durchreise ausreisepflichtiger jugoslawischer Staatsangehöriger

Die Regierung der Republik Albanien,

der Ministerrat von Bosnien und Herzogowina,

die Regierung der Bundesrepublik Deutschland,

die Regierung der Italienischen Republik,

die Regierung der Republik Kroatien,

die Österreichische Bundesregierung,

die Schweizerische Bundesrat,

die Regierung der Republik Slowenien

die Regierung der Republik Ungarn

haben Folgendes vereinbart:

Artikel

1

Durchreise zum Zwecke der Rückkehr

Artikel

2

Rückübernahme

Artikel

3

Datenschutzklausel

Artikel

4

Zuständige Stellen

Artikel

5

Konsultationspflicht

Die Vertragsparteien verpflichten sich, Probleme, die bei der Anwendung dieser Vereinbarung entstehen, einvernehmlich zu lösen und alle hierzu notwendigen Informationen zu übermitteln. Jede Vertragspartei kann bei Bedarf unverzüglich zu Gesprächen über die Lösung anstehender Probleme bei der Umsetzung dieser Vereinbarung einladen.

Artikel

6

Vorrang zwischenstaatlicher Vereinbarungen

Die Verpflichtungen der Vertragsparteien aus zwischenstaatlichen Vereinbarungen bleiben unberührt.

Artikel

7

Geltungsdauer, Inkrafttreten, Verwahrer

Artikel

8

Beitritt anderer Staaten

Artikel

9

Suspendierung, Kündigung

GESCHEHEN zu Berlin am 21. März 2000 in einer Urschrift in albanischer, bosnischer, deutscher, italienischer, kroatischer, serbischer, slowenischer und ungarischer Sprache, wobei jeder Wortlaut gleichermaßen verbindlich ist.

Erklärung gemäß Artikel 7 Absatz 4 der Vereinbarung über die Gestattung der Durchreise ausreisepflichtiger jugoslawischer Staatsangehöriger

Die Regierungen von Albanien, Bosnien und Herzegowina, Kroatien, Slowenien und Ungarn erklären, diese Vereinbarung bis zur Erfüllung der erforderlichen innerstaatlichen Voraussetzungen vorläufig anzuwenden.

Verdrag inzake toestemming voor de doorreis van Joegoslavische staatsburgers zonder verblijfsrecht

De Regering van de Republiek Albanië,

de Ministerraad van Bosnië-Herzegovina,

de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland,

de Regering van de Italiaanse Republiek,

de Regering van de Republiek Kroatië

de Regering van de Republiek Oostenrijk,

de Zwitserse Bondsraad,

de Regering van de Republiek Slovenië,

de Regering van de Republiek Hongarije

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Doorreis ten behoeve van terugkeer

Artikel

2

Hernieuwde toelating

Artikel

3

Bescherming persoonsgegevens

Artikel

4

Bevoegde instanties

Artikel

5

Plicht tot overleg

De Partijen bij dit Verdrag verplichten zich problemen die bij de toepassing van dit Verdrag ontstaan in gezamenlijk overleg op te lossen en alle hiertoe noodzakelijke informatie te verstrekken. Iedere Partij bij dit Verdrag kan desgewenst onverwijld uitnodigen tot gesprekken over de oplossing van hangende problemen bij de uitvoering van dit Verdrag.

Artikel

6

Voorrang van bilaterale verdragen

De verplichtingen van de Partijen bij dit Verdrag op grond van bilaterale verdragen blijven onverlet.

Artikel

7

Geldigheidsduur, inwerkingtreding, Depositaris

Artikel

8

Toetreding door andere Staten

Artikel

9

Opschorting, opzegging

GEDAAN te Berlijn op 21 maart 2000 in een oorspronkelijk exemplaar in de Albanese, de Bosnische, de Duitse, de Italiaanse, de Kroatische, de Servische, de Sloveense en de Hongaarse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk bindend.

Bijlage

Verklaring overeenkomstig artikel 7, vierde lid, van het Verdrag inzake de toestemming voor de doorreis van Joegoslavische staatsburgers zonder verblijfsrecht

De Regeringen van Albanië, Bosnië-Herzegovina, Kroatië, Slovenië en Hongarije verklaren dat zij dit Verdrag voorlopig toepassen totdat voldaan is aan de nationale vereisten.

Bijlage

1

Voorbeelden van de in artikel 1, tweede lid, van het Verdrag bedoelde nationale respectievelijk internationale vervangende reisdocumenten zijn niet vertaald. Zie hiervoor de bijlagen bij de authentieke verdragstekst.

Bijlage

2

Voorbeelden van de in artikel 1, tweede lid, van het Verdrag bedoelde kenmerken (vignetten) zijn niet vertaald. Zie hiervoor de bijlagen bij de authentieke verdragstekst.

Bijlage

3

Voorbeelden van de in artikel 1, derde lid, van het Verdrag bedoelde vervangende reisdocumenten zijn niet vertaald. Zie hiervoor de bijlagen bij de authentieke verdragstekst.