Artikel
1
Wijzigt de Overeenkomst opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie inzake het gebruik van informatica op douanegebied; Brussel, 26-07-1995
De Hoge Overeenkomstsluitende Partijen bij dit Protocol, lidstaten van de Europese Unie,
Onder verwijzing naar de Akte van de Raad van de Europese Unie van 12 maart 1999,
Gelet op de op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie opgestelde Overeenkomst inzake het gebruik van informatica op douanegebied, hierna „Overeenkomst" genoemd;
Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen:
Wijzigt de Overeenkomst opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie inzake het gebruik van informatica op douanegebied; Brussel, 26-07-1995
Wijzigt de Overeenkomst opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie inzake het gebruik van informatica op douanegebied; Brussel, 26-07-1995
Dit Protocol wordt door de lidstaten aangenomen overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen.
De lidstaten stellen de depositaris in kennis van de voltooiing van de overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen voor de aanneming van dit Protocol vereiste procedure.
Dit Protocol treedt in werking negentig dagen na de in lid 2 bedoelde kennisgeving door de staat die op de datum van aanneming door de Raad van de akte tot vaststelling van dit Protocol lid is van de Europese Unie en die als laatste deze formaliteit vervult. Het treedt evenwel ten vroegste gelijk met de Overeenkomst in werking.
Elke staat die lid wordt van de Europese Unie en toetreedt tot de Overeenkomst overeenkomstig artikel 25 daarvan, aanvaardt de bepalingen van dit Protocol.
Elke lidstaat die een Hoge Overeenkomstsluitende Partij is, kan wijzigingen in het Protocol voorstellen. Wijzigingsvoorstellen worden toegezonden aan de depositaris, die deze voorstellen aan de Raad doorzendt.
GEDAAN te Brussel, de twaalfde maart negentienhonderd negenennegentig.
Het Koninkrijk Spanje verklaart voornemens te zijn in het Douane-informatiesysteem in te voeren nadat voor elk geval is nagegaan of de beginselen van de rechtszekerheid en het vermoeden van onschuld in acht zijn genomen, met name wanneer de in te voeren gegevens betrekking hebben op belastingzaken.
Denemarken verklaart dat naar zijn oordeel artikel 1 alleen van toepassing is op de basisdelicten ten aanzien waarvan heling van gestolen goederen te allen tijde strafbaar is naar Deens recht, met name krachtens artikel 191 A van het Deense wetboek van strafrecht betreffende heling van gestolen drugs in samenhang met smokkel van bijzonder ernstige aard.