Verdrag inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Bulgarije

Verdrag inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Bulgarije

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Republiek Bulgarije,

hierna te noemen de Verdragsluitende Partijen,

Geleid door de wens de van oudsher bestaande vriendschapsbanden te versterken en de economische betrekkingen tussen hen uit te breiden en te intensiveren, met name wat betreft investeringen door de investeerders van de ene Verdragsluitende Partij op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij,

In het besef dat het sluiten van een verdrag inzake de aan dergelijke investeringen toe te kennen behandeling het kapitaalverkeer en de overdracht van technologie tussen, alsmede de economische ontwikkeling van de Verdragsluitende Partijen zal stimuleren, en dat een eerlijke en rechtvaardige behandeling van investeringen wenselijk is,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag:

Artikel

2

Bevordering en bescherming van investeringen

Elke Verdragsluitende Partij bevordert, binnen het kader van haar wetten en voorschriften, de economische samenwerking door middel van de bescherming op haar grondgebied van investeringen van investeerders van de andere Verdragsluitende Partij. Met inachtneming van het recht van elke Verdragsluitende Partij de door haar wetten of voorschriften verleende bevoegdheden uit te oefenen, laat elke Verdragsluitende Partij dergelijke investeringen toe.

Artikel

3

Behandeling van investeerders en investeringen

Artikel

4

Fiscale behandeling

Met betrekking tot belastingen, heffingen, lasten alsmede verminderingen en vrijstellingen van belasting kent iedere Verdragsluitende Partij aan investeerders van de andere Verdragsluitende Partij, voor wat betreft hun activiteiten in verband met de investeringen die zij op haar grondgebied hebben gedaan, een behandeling toe die niet minder gunstig is dan die welke wordt toegekend aan haar eigen natuurlijke personen of rechtspersonen of aan die van een derde staat die zich in dezelfde omstandigheden bevinden, naar gelang van welke het gunstigst is. Hierbij wordt evenwel geen rekening gehouden met bijzondere belastingvoordelen door die Verdragsluitende Partij toegekend:

  • a.

    krachtens een verdrag ter vermijding van dubbele belasting; of

  • b.

    uit hoofde van haar deelneming aan een douane-unie, economische unie of soortgelijke instelling; of

  • c.

    op basis van wederkerigheid met een derde staat.

Artikel

5

Overmakingen

De Verdragsluitende Partijen waarborgen dat betalingen die verband houden met een investering kunnen worden overgemaakt. De overmakingen geschieden in vrij inwisselbare valuta, zonder beperking of vertraging, tegen de op de dag van overmaking geldende wisselkoers. Deze overmakingen omvatten in het bijzonder, doch niet uitsluitend:

  • a.

    winsten, interesten, dividenden en andere lopende inkomsten;

  • b.

    gelden nodig

    • i.

      voor het verwerven van grondstoffen of hulpmaterialen, halffabrikaten of eindproducten, of

    • ii.

      om kapitaalgoederen te vervangen teneinde de continuïteit van een investering te waarborgen;

  • c.

    bijkomende gelden nodig voor de ontwikkeling van een investering;

  • d.

    gelden nodig voor de terugbetaling van leningen;

  • e.

    royalty's of honoraria;

  • f.

    inkomsten uit arbeid van natuurlijke personen;

  • g.

    de opbrengst van de verkoop of liquidatie van de investering;

  • h.

    betalingen uit hoofde van de artikelen 6 en 7.

Artikel

6

Onteigening en schadeloosstelling

Geen der Verdragsluitende Partijen neemt maatregelen waardoor direct of indirect aan investeerders van de andere Verdragsluitende Partij hun investeringen worden ontnomen, tenzij aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • a.

    de maatregelen worden genomen in het algemeen belang en met inachtneming van een behoorlijke rechtsgang;

  • b.

    de maatregelen zijn niet discriminatoir of in strijd met enige verbintenis die de Verdragsluitende Partij die deze maatregelen neemt is aangegaan uit hoofde van een verdrag;

  • c.

    de maatregelen gaan vergezeld van een onmiddellijke, adequate en doelmatige schadeloosstelling. Deze schadeloosstelling dient gelijk te zijn aan de redelijke marktwaarde van de onteigende investering onmiddellijk voorafgaand aan het moment waarop de onteigeningsmaatregelen werden getroffen. De redelijke marktwaarde mag geen waardeverandering inhouden ten gevolge van het eerder openbaar worden van de onteigening. De schadeloosstelling dient rente te omvatten tegen de gangbare commerciële rentevoet vanaf de datum waarop de maatregelen werden getroffen tot de datum van betaling en dient, wil zij doeltreffend zijn voor de getroffen investeerders, zonder vertraging te worden betaald en te kunnen worden overgemaakt naar het door de betrokken investeerder aangewezen land en in de valuta van het land van de getroffen investeerder of in een door de getroffen investeerder aanvaarde vrij inwisselbare valuta.

Artikel

7

Schadeloosstelling voor verliezen

Aan investeerders van de ene Verdragsluitende Partij die verliezen lijden met betrekking tot hun investeringen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij wegens oorlog of een ander gewapend conflict, revolutie, een nationale noodtoestand, opstand, staatsgreep, oproer of ongeregeldheden, wordt door de laatstbedoelde Verdragsluitende Partij wat restitutie, schadevergoeding, schadeloosstelling of een andere regeling betreft, geen minder gunstige behandeling toegekend dan die welke de laatstbedoelde Verdragsluitende Partij toekent aan haar eigen investeerders of aan investeerders van een derde staat, naar gelang van welke het gunstigst is voor de betrokken investeerder.

Artikel

8

Subrogatie

Indien de investeringen van een investeerder van de ene Verdragsluitende Partij verzekerd zijn tegen niet-commerciële risico's of anderszins aanleiding geven tot de betaling van schadevergoeding ter zake van die investeringen krachtens een bij wet, voorschrift of overheidscontract ingesteld stelsel, wordt de subrogatie van de verzekeraar of de herverzekeraar of de door de ene Verdragsluitende Partij aangewezen instantie in de rechten van de bedoelde investeerder, ingevolge de voorwaarden van deze verzekering of krachtens een andere gegeven schadeloosstelling, door de andere Verdragsluitende Partij erkend.

Artikel

9

Beslechting van geschillen tussen een investeerder en een Verdragsluitende Partij

Artikel

10

Toepassing

De bepalingen van dit Verdrag zijn, vanaf de datum waarop dit in werking treedt, ook van toepassing op investeringen die vóór die datum zijn gedaan.

Artikel

11

Overleg

Elk van de Verdragsluitende Partijen kan aan de andere Verdragsluitende Partij voorstellen overleg te plegen over een aangelegenheid betreffende de uitlegging of de toepassing van dit Verdrag. De andere Verdragsluitende Partij neemt dit voorstel in welwillende overweging en biedt passende gelegenheid voor dergelijk overleg.

Artikel

12

Beslechting van geschillen tussen de Verdragsluitende Partijen

Artikel

13

Toepassing van het Verdrag met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft is dit Verdrag van toepassing op het deel van het Koninkrijk der Nederlanden in Europa en eveneens op de Nederlandse Antillen en op Aruba, tenzij anders is bepaald in de in artikel 14, eerste lid, bedoelde mededeling.

Artikel

14

Inwerkingtreding, werkingsduur en beëindiging van het Verdrag

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende vertegenwoordigers, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te Sofia op 6 oktober 1999 in de Nederlandse, de Bulgaarse en de Engelse taal, zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschil in interpretatie is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden:

(w.g.) J. J. VAN AARTSEN

Voor de Republiek Bulgarije:

(w.g.) VALETIN VASSILEV

Protocol

Protocol bij het Verdrag inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen tussen de Republiek Bulgarije en het Koninkrijk der Nederlanden.

Bij de ondertekening van het Verdrag inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen tussen de Republiek Bulgarije en het Koninkrijk der Nederlanden, hebben de ondergetekende vertegenwoordigers overeenstemming bereikt over de volgende bepalingen, die een integrerend deel uitmaken van het Verdrag.

Ad artikel 1, tweede lid, letter c

Ter wille van meer duidelijkheid over de vraag of een investeerder die niet is opgericht krachtens het recht van een der Verdragsluitende Partijen, al dan niet rechtstreeks onder toezicht staat van natuurlijke personen of rechtspersonen van die Verdragsluitende Partij zoals omschreven in artikel 1, tweede lid, letter a of b, wordt verstaan onder toezicht op een investeerder: feitelijk toezicht, vast te stellen na een onderzoek betreffende de feitelijke omstandigheden per geval. Bij elk zodanig onderzoek dienen alle relevante factoren in overweging te worden genomen, met inbegrip van

  • a.

    het financiële belang, waaronder belang in het vermogen, in de investeerder onder toezicht;

  • b.

    de mogelijkheid wezenlijke invloed uit te oefenen op het beheer en de exploitatie van de investeerder onder toezicht; en

  • c.

    de mogelijkheid wezenlijke invloed uit te oefenen op de selectie van leden van de raad van bestuur of enig ander bestuurslichaam.

In geval van twijfel omtrent de vraag of er sprake is van al dan niet rechtstreeks toezicht, rust de bewijslast daarvan op de investeerder die stelt dat hij dit toezicht heeft.

Ad artikel 2 en 3

Het Koninkrijk der Nederlanden neemt kennis van het feit dat volgens de grondwet van de Republiek Bulgarije, buitenlandse natuurlijke personen en rechtspersonen niet de eigendom kunnen verwerven van land op het grondgebied van de Republiek Bulgarije. Iedere rechtspersoon opgericht krachtens het recht van de Republiek Bulgarije kan de eigendom verwerven van land op het grondgebied van Bulgarije.

Met betrekking tot de toelating van investeerders en de uitbreiding van hun investeringen op het grondgebied van de Republiek Bulgarije inzake:

  • zakelijke rechten op eigendommen in verband met de nationale veiligheid;

  • hun vertegenwoordiging ter terechtzitting en juridische dienstverlening, met uitzondering van juridische adviezen inzake kwesties die verband houden met de zakelijke activiteiten; en

  • het opzetten van kansspelen, loterijen en andere soortgelijke spelen, kent de Republiek Bulgarije aan de investeerders van het Koninkrijk der Nederlanden een behandeling toe die niet minder gunstig is dan die welke wordt toegekend aan de investeerders van een derde staat.

Ad artikel 5

Met betrekking tot de overmakingen komen de Verdragsluitende Partijen overeen dat in verband met de vrije, onbeperkte en niet vertraagde overmaking, mogelijk dient te worden voldaan aan bepaalde wettelijke non-discriminatoire voorwaarden. Bevestigd wordt dat deze voorwaarden geen afbreuk doen aan of afwijken van de vrije, onbeperkte en niet vertraagde overmaking die in dit Verdrag wordt gewaarborgd.

GEDAAN in tweevoud te Sofia op 6 oktober 1999 in de Nederlandse, de Bulgaarse en de Engelse taal, zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschil in interpretatie is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden:

(w.g.) J. J. VAN AARTSEN

Voor de Republiek Bulgarije:

(w.g.) VALETIN VASSILEV