Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen

Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen

Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen

de Europese Gemeenschap,

het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

de Republiek Hongarije,

Kroatië,

Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

enerzijds, en

de Zwitserse Bondsstaat,

anderzijds,

Hierna genoemd „de overeenkomstsluitende partijen",

Ervan overtuigd zijnde dat het vrije verkeer van personen op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij een belangrijke voorwaarde is voor de harmonieuze ontwikkeling van hun betrekkingen;

Vastbesloten het vrije onderlinge verkeer van personen tot stand te brengen, daarbij uitgaande van de bepalingen die in de Europese Gemeenschap worden toegepast,

Hebben overeenstemming bereikt over het volgende:

TITEL

I

BASISBEPALINGEN

Artikel

1

Doel

Deze Overeenkomst beoogt met betrekking tot onderdanen van de lidstaten van de Europese Gemeenschap en van Zwitserland het volgende:

  • a.

    het toekennen van het recht op toegang tot het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen en op het verblijf, de toegang tot een economische activiteit in loondienst, de vestiging als zelfstandige, alsmede op voortzetting van het verblijf op dit grondgebied;

  • b.

    het vergemakkelijken van de verlening van diensten op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen, met name het liberaliseren van de verlening van diensten van korte duur;

  • c.

    het toekennen van het recht op toegang tot en verblijf op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen voor personen die in het ontvangende land geen economische activiteit uitoefenen;

  • d.

    het toekennen van dezelfde levensomstandigheden, arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden als die welke voor de eigen onderdanen gelden.

Artikel

2

Non-discriminatie

Onderdanen van een der overeenkomstsluitende partijen die legaal verblijven op het grondgebied van een andere overeenkomstsluitende partij ondervinden bij de toepassing van deze overeenkomst en overeenkomstig het bepaalde in de bijlagen I, II en III, geen discriminatie op grond van hun nationaliteit.

Artikel

3

Recht op toegang tot het grondgebied

Het recht op toegang van de onderdanen van een der overeenkomstsluitende partijen tot het grondgebied van een andere overeenkomstsluitende partij wordt gewaarborgd overeenkomstig het bepaalde in bijlage I.

Artikel

4

Recht op verblijf en op toegang tot een economische activiteit

Het recht op verblijf en op toegang tot een economische activiteit wordt gewaarborgd, onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 10 en overeenkomstig het bepaalde in bijlage I.

Artikel

5

Dienstverleners

Artikel

6

Verblijfsrecht voor personen die geen economische activiteit uitoefenen

Het recht op verblijf op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij wordt toegekend aan personen die geen economische activiteit uitoefenen, overeenkomstig het bepaalde in bijlage I betreffende de niet-actieve leden van de beroepsbevolking.

Artikel

7

Andere rechten

Overeenkomstig bijlage I regelen de overeenkomstsluitende partijen met name de hierna genoemde rechten met betrekking tot het vrije verkeer van personen:

  • a.

    het recht op gelijke behandeling als de eigen onderdanen ten aanzien van de toegang tot een economische activiteit en de uitoefening daarvan, alsmede ten aanzien van de levensomstandigheden, arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden;

  • b.

    het recht op professionele en geografische mobiliteit, waardoor onderdanen van de overeenkomstsluitende partijen zich vrij kunnen verplaatsen op het grondgebied van de ontvangende staat en daar het beroep van hun keuze kunnen uitoefenen;

  • c.

    het recht om na beëindiging van een economische activiteit hun verblijf op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij voort te zetten;

  • d.

    het verblijfsrecht voor gezinsleden, ongeacht hun nationaliteit;

  • e.

    het recht ten gunste van de gezinsleden, ongeacht hun nationaliteit, om een economische activiteit uit te oefenen;

  • f.

    het recht om onroerend goed te verwerven, voorzover dit verband houdt met het uitoefenen van de rechten die krachtens deze Overeenkomst worden toegekend;

  • g.

    tijdens de overgangsperiode: het recht op terugkeer naar het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij na het beëindigen van een economische activiteit of een verblijf op dat grondgebied, teneinde een economische activiteit uit te oefenen, alsmede het recht op omzetting van een tijdelijke verblijfsvergunning in een permanente verblijfsvergunning.

Artikel

8

Coördinatie van de stelsels voor sociale zekerheid

De overeenkomstsluitende partijen coördineren overeenkomstig bijlage II hun stelsels voor sociale zekerheid, met name met het oog op:

  • a.

    gelijke behandeling;

  • b.

    vaststelling van de toepasselijke wetgeving;

  • c.

    cumulatie van de perioden die volgens de verschillende nationale wetgevingen bepalend zijn voor het verkrijgen en behouden van het recht op uitkeringen en voor het berekenen van deze uitkeringen;

  • d.

    betaling van uitkeringen aan personen die op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen verblijven;

  • e.

    wederzijdse administratieve bijstand en samenwerking tussen de autoriteiten en de instellingen.

Artikel

9

Diploma's, certificaten en andere getuigschriften

Teneinde voor onderdanen van de lidstaten van de Europese Gemeenschap en van Zwitserland de toegang tot en het uitoefenen van werkzaamheden in loondienst en als zelfstandige, alsmede het verlenen van diensten, te vereenvoudigen, nemen de overeenkomstsluitende partijen overeenkomstig bijlage III de nodige maatregelen met betrekking tot de wederzijdse erkenning van diploma's, en andere getuigschriften en de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de overeenkomstsluitende partijen betreffende de toegang tot en het verrichten van werkzaamheden, al dan niet in loondienst, en het verlenen van diensten.

TITEL

II

ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

10

Overgangsbepalingen en ontwikkeling van de Overeenkomst

Artikel

11

Behandeling van beroep

Artikel

12

Gunstiger bepalingen

Deze Overeenkomst doet geen afbreuk aan eventuele gunstigere nationale bepalingen ten aanzien van de onderdanen van de overeenkomstsluitende partijen en hun gezinsleden.

Artikel

13

Standstill

De overeenkomstsluitende partijen verbinden zich ertoe ten aanzien van onderdanen van de andere overeenkomstsluitende partij geen nieuwe beperkende maatregelen te treffen met betrekking tot het toepassingsgebied van de Overeenkomst.

Artikel

14

Gemengd Comité

Artikel

15

Bijlagen en protocollen

De bijlagen en protocollen bij deze Overeenkomst vormen daarvan een integrerend onderdeel. Verklaringen zijn opgenomen in de slotakte.

Artikel

16

Verwijzing naar het Gemeenschapsrecht

Artikel

17

Ontwikkeling van het recht

Artikel

18

Wijziging van de Overeenkomst

Indien een der overeenkomstsluitende partijen de Overeenkomst wenst te wijzigen, legt zij een voorstel daartoe aan het Gemengd Comité voor. De wijziging van de Overeenkomst treedt in werking zodra de overeenkomstsluitende partijen hun respectieve interne procedures hebben voltooid; wijzigingen van de bijlagen II of III worden echter vastgesteld door het Gemengd Comité en kunnen onmiddellijk na het daartoe strekkende besluit in werking treden.

Artikel

19

Beslechting van geschillen

Artikel

20

Verband met bilaterale overeenkomsten inzake sociale zekerheid

Behoudens uit bijlage II voortvloeiende andersluidende bepalingen, worden bilaterale overeenkomsten tussen Zwitserland en de lidstaten van de Europese Gemeenschap inzake sociale zekerheid met ingang van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst opgeschort, voorzover dezelfde materie bij de onderhavige Overeenkomst wordt geregeld.

Artikel

21

Verband met bilaterale overeenkomsten inzake dubbele belastingheffing

Artikel

22

Verband met bilaterale overeenkomsten op andere gebieden dan sociale zekerheid of dubbele belastingheffing

Artikel

23

Verworven rechten

Wanneer de Overeenkomst wordt opgezegd of niet wordt verlengd, worden de door particulieren verworven rechten niet aangetast. De overeenkomstsluitende partijen treffen in onderling overleg een regeling voor gevallen waarin rechten nog niet volledig zijn verworven.

Artikel

24

Territoriaal toepassingsgebied

Deze Overeenkomst is van toepassing op enerzijds het grondgebied van Zwitserland en anderzijds de grondgebieden waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is, onder de voorwaarden waarin dat Verdrag voorziet.

Artikel

25

Inwerkingtreding en looptijd

GEDAAN te Luxemburg, de eenentwintigste juni negentienhonderd negenennegentig, in twee exemplaren in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Bijlage

I

Vrij verkeer van personen

TITEL

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Toegang tot en verlaten van het grondgebied

Artikel

2

Verblijf en economische activiteit

Artikel

3

Gezinsleden

Artikel

4

Recht op voortzetting van het verblijf

Artikel

5

Openbare orde

TITEL

II

WERKNEMERS IN LOONDIENST

Artikel

6

Regels betreffende het verblijf

Artikel

7

Grensarbeiders

Artikel

8

Professionele en geografische mobiliteit

Artikel

9

Gelijke behandeling

Artikel

10

Werkzaamheden in overheidsdienst

Onderdanen van een overeenkomstsluitende partij die werkzaamheden in loondienst verrichten, kunnen worden uitgesloten van overheidsambten die verband houden met de uitoefening van het openbaar gezag en ten doel hebben de algemene belangen van de staat of van andere overheden te behartigen.

Artikel

11

Samenwerking op het gebied van arbeidsbemiddeling

De overeenkomstsluitende partijen werken samen in het kader van het Eures-netwerk (European Employment Services), met name om werkzoekenden en potentiële werkgevers met elkaar in contact te brengen en aangeboden en gevraagde arbeidsplaatsen onderling te compenseren, alsmede om informatie uit te wisselen over de situatie op de arbeidsmarkt en levensomstandigheden en arbeidsvoorwaarden.

TITEL

III

ZELFSTANDIGEN

Artikel

12

Regels betreffende het verblijf

Artikel

13

Zelfstandige grensarbeiders

Artikel

14

Professionele en geografische mobiliteit

Artikel

15

Gelijke behandeling

Artikel

16

Uitoefening van het openbaar gezag

Zelfstandigen kunnen worden uitgesloten van het recht om werkzaamheden te verrichten die, ook indien zulks slechts incidenteel het geval is, uitoefening van het openbaar gezag inhouden.

TITEL

IV

VERLENEN VAN DIENSTEN

Artikel

17

Dienstverleners

Ten aanzien van het verlenen van diensten is overeenkomstig artikel 5 van de Overeenkomst het volgende verboden:

  • a.

    Alle beperkingen op grensoverschrijdende dienstverlening op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij waarvan de duur niet meer bedraagt dan negentig daadwerkelijk gewerkte dagen per kalenderjaar.

  • b.

    Alle beperkingen op de toegang tot en verblijf op het grondgebied in de gevallen bedoeld in artikel 5, lid 2, van de Overeenkomst ten aanzien van:

    • i.

      onderdanen van lidstaten van de Europese Gemeenschap of van Zwitserland die dienstverleners zijn en gevestigd zijn op het grondgebied van een andere overeenkomstsluitende partij dan de ontvanger van de diensten;

    • ii.

      werknemers, ongeacht hun nationaliteit, in loondienst bij een dienstverlener die geïntegreerd zijn in de reguliere arbeidsmarkt van een overeenkomstsluitende partij en uitgezonden zijn met het oog op het verlenen van een dienst op het grondgebied van een andere overeenkomstsluitende partij, onverminderd het bepaalde in artikel 1.

Artikel

18

Het bepaalde in artikel 17 van deze bijlage is van toepassing op vennootschappen die opgericht zijn volgens het recht van een lidstaat van de Europese Gemeenschap of van Zwitserland, en waarvan het hoofdkantoor, de centrale administratie of de belangrijkste vestiging zich op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij bevindt.

Artikel

19

Dienstverleners die het recht of de toestemming hebben om een dienst te verlenen, kunnen ten behoeve van het leveren van deze dienst tijdelijk hun werkzaamheden uitoefenen in het land waar de dienst wordt geleverd, onder dezelfde voorwaarden als die welke in dat land gelden voor de eigen onderdanen, overeenkomstig het bepaalde in deze bijlage en de bijlagen II en III.

Artikel

20

Artikel

21

Artikel

22

Artikel

23

Ontvangers van diensten

TITEL

V

PERSONEN DIE GEEN ECONOMISCHE ACTIVITEIT UITOEFENEN

Artikel

24

Regels betreffende het verblijf

TITEL

VI

VERWERVING VAN ONROEREND GOED

Artikel

25

TITEL

VII

OVERGANGSBEPALINGEN EN ONTWIKKELING VAN DE OVEREENKOMST

Artikel

26

Algemene bepalingen

Artikel

27

Regels betreffende het verblijf van werknemers in loondienst

Artikel

28

Grensarbeiders in loondienst

Artikel

29

Recht van werknemers in loondienst om terug te keren

Artikel

30

Geografische en professionele mobiliteit van werknemers in loondienst

Artikel

31

Regels betreffende het verblijf van zelfstandige werknemers

Aan onderdanen van een overeenkomstsluitende partij die zich op het grondgebied van een andere overeenkomstsluitende partij wensen te vestigen, teneinde daar een activiteit als zelfstandige uit te oefenen (hierna „zelfstandigen" genoemd), wordt een verblijfsvergunning verstrekt met een geldigheidsduur van zes maanden. Aan deze personen wordt een verblijfsvergunning verstrekt voor een periode van ten minste vijf jaar, mits zij vóór het verstrijken van de periode van zes maanden bij de bevoegde nationale autoriteiten aantonen dat zij een activiteit als zelfstandige uitoefenen. Deze periode van zes maanden kan in voorkomend geval met maximaal twee maanden worden verlengd, indien aannemelijk kan worden gemaakt dat dit bewijs dan kan worden geleverd.

Artikel

32

Zelfstandige grensarbeiders

Artikel

33

Recht van zelfstandigen om terug te keren

Artikel

34

Geografische en professionele mobiliteit van zelfstandigen

De aan zelfstandige grensarbeiders verstrekte bijzondere vergunningen verlenen het recht op geografische en professionele mobiliteit in de grensgebieden van Zwitserland of zijn buurlanden. Voorlopige verblijfsvergunningen (voor grensarbeiders: bijzondere vergunningen) met een geldigheidsduur van zes maanden verlenen slechts het recht op geografische mobiliteit.

Bijlage

II

Coördinatie van de socialezekerheidsstelsels

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

DEEL

A

: RECHTSHANDELINGEN N WAARNAAR WORDT VERWEZEN

  • 1.

    Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels1)PB L 166 van 30.4.2004, blz. 1.,

    gewijzigd bij:

    • Verordening (EG) nr. 988/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, en tot vaststelling van de inhoud van de bijbehorende bijlagen2)PB L 284 van 30.10.2009, blz. 43.;

    • Verordening (EU) nr. 1244/2010 van de Commissie van 9 december 2010 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels en Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/20043)PB L 338 van 22.12.2010, blz. 35.;

    • Verordening (EU) nr. 465/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels en Verordening (EG) nr. 987/2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/20044)PB L 149 van 8.6.2012, blz. 4.;

    • Verordening (EU) nr. 1224/2012 van de Commissie van 18 december 2012 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels en Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/20045)PB L 349 van 19.12.2012, blz. 45.;

    • Verordening (EU) nr. 517/2013 van de Raad van 13 mei 2013 tot aanpassing van bepaalde verordeningen, besluiten en beschikkingen op het gebied van vrij verkeer van goederen, vrij verkeer van personen, vennootschapsrecht, mededingingsbeleid, landbouw, voedselveiligheid, veterinair en fytosanitair beleid, vervoersbeleid, energie, belastingen, statistieken, trans-Europese netwerken, rechtswezen en grondrechten, justitie, vrijheid en veiligheid, milieu, douane-unie, externe betrekkingen, buitenlands en veiligheids- en defensiebeleid en instellingen, in verband met de toetreding van de Republiek Kroatië (PB L 158 van 10.6.2013, blz. 1).

    Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt Verordening (EG) nr. 883/2004 als volgt aangepast:

    • a.

      aan bijlage I, deel I, wordt het volgende toegevoegd:

      „Zwitserland

      Kantonnale wetgeving betreffende de voorschotten op de onderhoudsverplichtingen gebaseerd op de artikelen 131, lid 2, en 293, lid 2, van de federale burgerlijke wetgeving.”;

    • b.

      aan bijlage I, deel II, wordt het volgende toegevoegd:

      „Zwitserland

      Geboortetoelagen en adoptietoelagen krachtens de relevante kantonnale wetgeving gebaseerd op artikel 3, lid 2, van de federale wet inzake familiale uitkeringen.”;

    • c.

      het volgende wordt toegevoegd aan bijlage II:

      „Duitsland-Zwitserland

      • a.

        Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 25 februari 1964, zoals gewijzigd bij de Aanvullende Overeenkomsten nr. 1 van 9 september 1975 en nr. 2 van 2 maart 1989:

        • i.

          punt 9b, lid 1, nrs. 1-4, van het finale protocol (toepasselijke wetgeving en recht op verstrekkingen bij ziekte voor inwoners van de Duitse exclave Büsingen);

        • ii.

          punt 9e, lid 1b), eerste, tweede en vierde zin, van het finale protocol (recht op vrijwillige ziekteverzekering in Duitsland bij vestiging in Duitsland).

      • b.

        Overeenkomst inzake de werkloosheidsverzekering van 20 oktober 1982, als gewijzigd bij het aanvullende protocol van 22 december 1992:

        • i.

          Artikel 8, lid 5, voorziet in de betaling door Duitsland (gemeente Büsingen) van een bedrag gelijk aan de kantonnale bijdrage volgens Zwitsers recht als deel van de kosten van de arbeidsplaatsen die in het kader van werkgelegenheidsmaatregelen door onder deze bepaling vallende werknemers daadwerkelijk worden bezet.

      Spanje-Zwitserland

      Artikel 17 van het finale protocol bij het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 13 oktober 1969, zoals gewijzigd bij de aanvullende overeenkomst van 11 juni 1982; personen die aangesloten zijn bij de Spaanse verzekering op grond van deze bepaling zijn vrijgesteld van de vereiste om toe te treden tot de Zwitserse ziekteverzekering.

      Italië-Zwitserland

      Artikel 9, lid 1, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 14 december 1962, gewijzigd bij Aanvullende Overeenkomst nr. 1 van 18 december 1963, de aanvullende overeenkomst van 4 juli 1969, het aanvullende protocol van 25 februari 1974 en Aanvullende Overeenkomst nr. 2 van 2 april 1980.”;

    • d.

      het volgende wordt toegevoegd aan bijlage IV:

      „Zwitserland”;

    • e.

      aan bijlage VIII, deel 1, wordt het volgende toegevoegd:

      „Zwitserland

      Alle aanvragen om ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitspensioenen van het basisstelsel (federale wet inzake ouderdoms- en nabestaandenverzekering en federale wet inzake invaliditeitsverzekering), alsmede de ouderdomspensioenen van het beroepsgebonden verzekeringsstelsel (federale wet inzake ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitspensioenen van het beroepsgebonden verzekeringsstelsel).”;

    • f.

      aan bijlage VIII, deel 2, wordt het volgende toegevoegd:

      „Zwitserland

      Ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitspensioenen van het beroepsgebonden verzekeringsstelsel (federale wet inzake ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitspensioenen van het beroepsgebonden verzekeringsstelsel).”;

    • g.

      aan bijlage IX, deel II, wordt het volgende toegevoegd:

      „Zwitserland

      Nabestaanden- en invaliditeitspensioenen van het beroepsgebonden verzekeringsstelsel (federale wet inzake ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitspensioenen van het beroepsgebonden verzekeringsstelsel).”;

    • h.

      het volgende wordt toegevoegd aan bijlage X:

      „Zwitserland

      • 1.

        Aanvullende uitkeringen (Federale wet inzake aanvullende uitkeringen van 6 oktober 2006) en vergelijkbare uitkeringen waarin de kantonnale wetgeving voorziet.

      • 2.

        Pensioenen bij precaire sociale situaties in het kader van de invaliditeitsverzekering (artikel 28, alinea 1a, van de federale wet inzake de invaliditeitsverzekering van 19 juni 1959, als gewijzigd op 7 oktober 1994).

      • 3.

        Niet op premie- of bijdragebetaling berustende uitkeringen bij werkloosheid, waarin de kantonnale wetgeving voorziet.

      • 4.

        Niet op premie- of bijdragebetaling berustende buitengewone invaliditeitspensioenen voor gehandicapten (artikel 39 van de federale wet op de invaliditeitsverzekering van 19 juni 1959) die vóór zij arbeidsongeschikt werden, niet onderworpen waren aan de Zwitserse arbeidswetgeving als werknemer of zelfstandige.”;

    • i.

      het volgende wordt toegevoegd aan bijlage XI:

      „Zwitserland

      • 1.

        Artikel 2 van de federale wet op de ouderdoms- en nabestaandenverzekering alsmede artikel 1 van de federale wet op de invaliditeitsverzekering, die de vrijwillige verzekering in deze takken regelen voor Zwitserse onderdanen die in een staat woonachtig zijn waarop deze Overeenkomst niet van toepassing is, zijn tevens van toepassing op personen die buiten Zwitserland woonachtig zijn en onderdaan zijn van de andere staten waarop deze Overeenkomst van toepassing is, alsmede op vluchtelingen en staatlozen die op het grondgebied van deze staten wonen, wanneer deze personen ten laatste één jaar gerekend vanaf de dag waarop de Zwitserse ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitsverzekering is stopgezet na ten minste vijf jaar ononderbroken verzekerd te zijn geweest, toetreden tot de vrijwillige verzekering.

      • 2.

        Wanneer iemand, na ten minste vijf jaar ononderbroken verzekerd te zijn geweest, ophoudt verzekerd te zijn bij de Zwitserse ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitsverzekering, dan heeft die persoon het recht om met instemming van de werkgever die verzekering voort te zetten wanneer hij voor rekening van een werkgever in Zwitserland in een staat werkt waarop deze Overeenkomst niet van toepassing is, op voorwaarde dat het verzoek daartoe ingediend wordt binnen een termijn van zes maanden, gerekend vanaf de dag waarop de verzekering werd stopgezet.

      • 3.

        Verplichte verzekering bij de Zwitserse ziekteverzekering en vrijstellingsmogelijkheden

        • a.

          De Zwitserse wettelijke bepalingen betreffende de verplichte ziekteverzekering zijn van toepassing op de volgende personen die niet in Zwitserland woonachtig zijn:

          • i.

            personen die uit hoofde van titel II van de verordening aan de Zwitserse wettelijke bepalingen onderworpen zijn;

          • ii.

            personen voor wie Zwitserland overeenkomstig de artikelen 24, 25 en 26 van de verordening de kosten draagt;

          • iii.

            personen die in het genot zijn van een werkloosheidsuitkering van de Zwitserse verzekering;

          • iv.

            de gezinsleden van de in i) en iii) genoemde personen of van een werknemer of zelfstandige die in Zwitserland woonachtig en bij de Zwitserse ziekteverzekering aangesloten is, tenzij deze gezinsleden in een van de volgende staten woonachtig zijn: Denemarken, Spanje, Hongarije, Portugal, Zweden of het Verenigd Koninkrijk;

          • v.

            de gezinsleden van de in ii) genoemde personen of van een gepensioneerde die in Zwitserland woonachtig en bij de Zwitserse ziekteverzekering aangesloten is, tenzij deze gezinsleden in een van de volgende staten woonachtig zijn: Denemarken, Portugal, Zweden of het Verenigd Koninkrijk.

          „Gezinsleden” zijn personen die als gezinsleden worden beschouwd door de wetgeving van de staat waar de woonplaats is gevestigd.

        • b.

          De onder a) genoemde personen kunnen op verzoek van de verplichte verzekering worden vrijgesteld indien en zolang zij in een van de volgende staten wonen en aantonen dat zij daar tegen ziekte verzekerd zijn: Duitsland, Frankrijk, Italië, Oostenrijk, en, in de onder a), nrs. iv) en v), bedoelde gevallen, Finland, en, in de onder a), nr. ii), bedoelde gevallen, Portugal.

          Dit verzoek

          • aa.

            moet worden ingediend binnen drie maanden na ingang van de verzekeringsplicht in Zwitserland; wordt het verzoek in een gerechtvaardigd geval na deze termijn ingediend, dan gaat de vrijstelling in vanaf het begin van de verzekeringsplicht;

          • bb.

            is van toepassing op alle gezinsleden die in dezelfde staat woonachtig zijn.

      • 4.

        Wanneer een persoon op wie uit hoofde van titel II van de verordening de Zwitserse wettelijke bepalingen van toepassing zijn, uit hoofde van punt 3, letter b), bij de ziekteverzekering aangesloten is van een andere staat waarvoor deze Overeenkomst geldt, dan worden de kosten van de verstrekkingen bij niet-arbeidsongevallen gelijkelijk verdeeld tussen het orgaan van de Zwitserse verzekering voor arbeidsongevallen, niet-arbeidsgebonden ongevallen en beroepsziekten, en het bevoegd orgaan van de ziekteverzekering van de andere staat, als er aanspraak is op prestaties van beide organen. Wanneer er bij een arbeidsongeval, een ongeval op weg van of naar het werk, of bij een beroepsziekte, ook recht zou bestaan op prestaties van het orgaan van de ziekteverzekering van het woonland, dan worden deze kosten niettemin betaald door de Zwitserse verzekeraar tegen (arbeids)ongevallen en beroepsziekten.

      • 5.

        Op de personen die in Zwitserland werken, maar er niet woonachtig zijn en die op grond van punt 3, onder b), aangesloten zijn bij de wettelijke ziekteverzekering van hun woonland, alsmede op hun gezinsleden, zijn de bepalingen van artikel 19 van de verordening van toepassing tijdens een verblijf in Zwitserland.

      • 6.

        Voor de toepassing van de artikelen 18, 19, 20 en 27 van de verordening in Zwitserland draagt de bevoegde verzekeraar alle gefactureerde kosten.

      • 7.

        De verzekeringstijdvakken voor daguitkeringen die zijn vervuld bij een verzekering in een andere staat waarop deze Overeenkomst van toepassing is, worden meegeteld om een eventuele reserve in de daguitkeringsverzekering in geval van moederschap of ziekte te verkleinen of op te heffen wanneer de persoon zich binnen drie maanden na stopzetting van de buitenlandse verzekering bij een Zwitserse verzekeraar verzekert.

      • 8.

        Een werknemer of zelfstandige die niet langer valt onder de Zwitserse wetgeving inzake invaliditeitsverzekering omdat hij zijn winstgevende bezigheid in Zwitserland, die hem de noodzakelijke bestaansmiddelen bezorgde, heeft moeten opgeven als gevolg van een ongeval of ziekte, wordt beschouwd als verzekerd krachtens deze verzekering voor wat de toekenning van revalidatiemaatregelen betreft, alsook tijdens de duur van deze revalidatiemaatregelen, tot aan de betaling van een invaliditeitspensioen, voor zover hij buiten Zwitserland geen nieuwe baan heeft.”.

  • 2.

    Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels3)PB L 284 van 30.10.2009, blz. 1.

    als gewijzigd bij

    Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt Verordening (EG) nr. 987/2009 als volgt aangepast:

    het volgende wordt toegevoegd aan bijlage 1:

    „Regeling tussen Zwitserland en Frankrijk van 26 oktober 2004 tot vaststelling van de bijzondere procedures voor de terugbetaling van verstrekkingen van de ziekteverzekering”.

  • 3.

    Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen4)PB L 149 van 5.7.1971, blz. 2., laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 592/2008 van het Europees Parlement en de Raad5)PB L 177 van 4.7.2008, blz. 1., zoals van toepassing tussen Zwitserland en de lidstaten voor de inwerkingtreding van dit besluit, en wanneer ernaar wordt verwezen in de Verordeningen (EG) nr. 883/2004 of (EG) nr. 987/2009 of indien het gevallen uit het verleden betreft.

  • 4.

    Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad van 21 maart 1972 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71, betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen6)PB L 74 van 27.3.1972, blz. 1., laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 120/2009 van de Commissie7)PB L 39 van 10.2.2009, blz. 29., zoals van toepassing tussen Zwitserland en de lidstaten voor de inwerkingtreding van dit besluit, en wanneer ernaar wordt verwezen in de Verordeningen (EG) nr. 883/2004 of (EG) nr. 987/2009 of indien het gevallen uit het verleden betreft.

  • 5.

    Richtlijn 98/49/EG van de Raad van 29 juni 1998 betreffende de bescherming van de rechten op aanvullend pensioen van werknemers en zelfstandigen die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen8)PB L 209 van 25.7.1998, blz. 46..

DEEL

B

: RECHTSHANDELINGEN WAARVAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN GOEDE NOTA NEMEN

  • (1)

    Besluit nr. A1 van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van 12 juni 2009 betreffende de instelling van een dialoog- en bemiddelingsprocedure met betrekking tot de geldigheid van documenten, het bepalen van de toepasselijke wetgeving en het verlenen van prestaties uit hoofde van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad9)PB C 106 van 24.4.2010, blz. 1..

  • (2)

    Besluit nr. A2 van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van 12 juni 2009 betreffende de interpretatie van artikel 12 van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad inzake de wetgeving die van toepassing is op gedetacheerde werknemers en zelfstandigen die tijdelijk buiten de bevoegde lidstaat werken10)PB C 106 van 24.4.2010, blz. 5..

  • (3)

    Besluit nr. A3 van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van 17 december 2009 betreffende de samentelling van ononderbroken vervulde detacheringstijdvakken op grond van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad en Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad11)PB C 149 van 8.6.2010, blz. 3..

  • (4)

    Besluit nr. E1 van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van 12 juni 2009 betreffende de praktische regelingen voor de overgangsperiode voor de elektronische uitwisseling van gegevens als bedoeld in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad12)PB C 106 van 24.4.2010, blz. 9..

  • (5)

    Besluit nr. F1 van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van 12 juni 2009 betreffende de interpretatie van artikel 68 van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot prioriteitsregels bij samenloop van gezinsuitkeringen13)PB C 106 van 24.4.2010, blz. 11..

  • (6)

    Besluit nr. H1 van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van 12 juni 2009 betreffende het kader voor de overgang van de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72 van de Raad naar de Verordeningen (EG) nr. 883/2004 en (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad en de toepassing van besluiten en aanbevelingen van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels14)PB C 106 van 24.4.2010, blz. 13..

  • (7)

    Besluit nr. H2 van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van 12 juni 2009 betreffende de werkmethodes en de samenstelling van de Technische Commissie voor gegevensverwerking van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels15)PB C 106 van 24.4.2010, blz. 17..

  • (8)

    Besluit nr. H3 van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van 15 oktober 2009 betreffende de in aanmerking te nemen datum voor het bepalen van de omrekeningskoersen als bedoeld in artikel 90 van Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad16)PB C 106 van 24.4.2010, blz. 56..

  • (9)

    Besluit nr. H4 van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van 22 december 2009 betreffende de samenstelling en de werkmethoden van de Rekencommissie van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels17)PB C 107 van 27.4.2010, blz. 3..

  • (10)

    Besluit nr. H5 van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van 18 maart 2010 betreffende de samenwerking bij de bestrijding van fraude en fouten in het kader van de Verordening (EG) nr. 883/2004 van de Raad en Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels18)PB C 149 van 8.6.2010, blz. 5..

  • (11)

    Besluit nr. P1 van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van 12 juni 2009 betreffende de interpretatie van artikel 50, lid 4, artikel 58, en artikel 87, lid 5, van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad voor de toekenning van invaliditeitsuitkeringen en ouderdoms- en nabestaandenpensioenen19)PB C 106 van 24.4.2010, blz. 21..

  • (12)

    Besluit nr. S1 van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van 12 juni 2009 betreffende de Europese ziekteverzekeringskaart20)PB C 106 van 24.4.2010, blz. 23..

  • (13)

    Besluit nr. S2 van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van 12 juni 2009 betreffende de technische specificaties voor de Europese ziekteverzekeringskaart21)PB C 106 van 24.4.2010, blz. 26..

  • (14)

    Besluit nr. S3 van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van 12 juni 2009 tot vaststelling van de verstrekkingen die onder artikel 19, lid 1, en artikel 27, lid 1, van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad en artikel 25, onder A) 3, van Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad vallen22)PB C 106 van 24.4.2010, blz. 40..

  • (15)

    Besluit nr. S4 van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van 2 oktober 2009 betreffende vergoedingsprocedures voor de toepassing van de artikelen 35 en 41 van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad23)PB C 106 van 24.4.2010, blz. 52..

  • (16)

    Besluit nr. S5 van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van 2 oktober 2009 betreffende de interpretatie van het begrip verstrekkingen zoals gedefinieerd in artikel 1, onder va), van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad, bij ziekte en moederschap, zoals bedoeld in de artikelen 17, 19, 20 en 22, artikel 24, lid 1, de artikelen 25 en 26, artikel 27, leden 1, 3, 4 en 5, de artikelen 28 en 34, en artikel 36, leden 1 en 2, van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad en de vaststelling van de ingevolge de artikelen 62, 63 en 64 van Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad te vergoeden bedragen24)PB C 106 van 24.4.2010, blz. 54..

  • (17)

    Besluit nr. S6 van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van 22 december 2009 betreffende de inschrijving in de lidstaat van de woonplaats krachtens artikel 24 van Verordening (EG) nr. 987/2009 en de opstelling van de inventarissen, als bedoeld in artikel 64, lid 4, van Verordening (EG) nr. 987/200925)PB C 107 van 27.4.2010, blz. 6..

  • (18)

    Besluit nr. S7 van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van 22 december 2009 betreffende de overgang van de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72 naar de Verordeningen (EG) nr. 883/2004 en (EG) nr. 987/2009 en de toepassing van de vergoedingsprocedures26)PB C 107 van 27.4.2010, blz. 8..

  • (19)

    Besluit nr. U1 van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van 12 juni 2009 betreffende artikel 54, lid 3, van Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot verhoging van werkloosheidsuitkeringen wegens gezinsleden ten laste27)PB C 106 van 24.4.2010, blz. 42..

  • (20)

    Besluit nr. U2 van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van 12 juni 2009 betreffende de werkingssfeer van artikel 65, lid 2, van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad inzake het recht op werkloosheidsuitkeringen van volledig werklozen die geen grensarbeiders zijn en die tijdens het verrichten van hun laatste werkzaamheden, al dan niet in loondienst, op het grondgebied van een andere dan de bevoegde lidstaat woonden28)PB C 106 van 24.4.2010, blz. 43..

  • (21)

    Besluit nr. U3 van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van 12 juni 2009 betreffende de draagwijdte van het begrip gedeeltelijke werkloosheid zoals dat van toepassing is op de in artikel 65, lid 1, van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde werklozen29)PB C 106 van 24.4.2010, blz. 45..

  • (22)

    Besluit nr. E2 van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van 3 maart 2010 betreffende het instellen van een procedure voor het beheren van wijzigingen die van toepassing is op de gegevens van de in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad gedefinieerde organen, welke zijn opgenomen in het elektronische repertorium dat deel uitmaakt van EESSI10)PB C 187 van 10.7.2010, blz. 5. (EESSI – Electronic Exchange of Social Security Information – Elektronische uitwisseling van gegevens betreffende de sociale zekerheid),

  • (23)

    Besluit nr. E3 van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van 19 oktober 2011 betreffende de overgangstermijn zoals bepaald in artikel 95 van Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad11)PB C 12 van 14.1.2012, blz. 6.,

  • (24)

    Besluit nr. H6 van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van 16 december 2010 betreffende de toepassing van bepaalde beginselen inzake de samentelling van tijdvakken ingevolge artikel 6 van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels12)PB C 45 van 12.2.2011, blz. 5.,

  • (25)

    Besluit nr. S8 van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van 15 juni 2011 betreffende de verschaffing van prothesen, hulpmiddelen van grotere omvang en andere belangrijke verstrekkingen als bedoeld in artikel 33 van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels13)PB C 262 van 6.9.2011, blz. 6.,

  • (26)

    Besluit nr. U4 van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van 13 december 2011 betreffende de vergoedingsprocedures ingevolge artikel 65, leden 6 en 7, van Verordening (EG) nr. 883/2004 en artikel 70 van Verordening (EG) nr. 987/200914)PB C 57 van 25.2.2012, blz. 4..

DEEL

C

: RECHTSHANDELINGEN WAARVAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN NOTA NEMEN

  • 1.

    Aanbeveling nr. U1 van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van 12 juni 2009 betreffende de wetgeving welke van toepassing is op werklozen die in deeltijd beroeps- of handelsactiviteiten verrichten op het grondgebied van een andere lidstaat dan die op het grondgebied waarvan zij wonen30)PB C 106 van 24.4.2010, blz. 49..

  • 2.

    Aanbeveling nr. U2 van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van 12 juni 2009 betreffende de toepassing van artikel 64, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad op werklozen die hun echtgeno(o)t(e) of partner vergezellen die een beroepswerkzaamheid uitoefent in een andere dan de bevoegde staat31)PB C 106 van 24.4.2010, blz. 51..

  • 3.

    Aanbeveling nr. S1 van de Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van 15 maart 2012 betreffende financiële aspecten van grensoverschrijdende orgaandonaties bij leven15)PB C 240 van 10.8.2012, blz. 3..

Protocol

I

bij Bijlage II bij de overeenkomst

I

Werkloosheidsverzekering

II

Uitkeringen voor gehandicapten

De uitkeringen voor gehandicapten van de federale wet inzake de ouderdoms- en nabestaandenverzekering en de federale wet inzake de invaliditeitsverzekering zullen bij besluit van het gemengd comité in de tekst van bijlage II bij de Overeenkomst betreffende het vrije verkeer van personen en in bijlage II bis van Verordening nr. 1408/71 worden opgenomen na de inwerkingtreding van de herziening van deze wetten die bepaalt dat deze uitkeringen uitsluitend door de overheid worden gefinancierd.

III

Beroepsverzekering voor ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitsuitkeringen

Niettegenstaande artikel 10, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 zal de vertrekuitkering, als bedoeld in de federale wet van 17 december1993 inzake de vrije overgang in de beroepsverzekering voor ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitsuitkeringen, worden uitbetaald op verzoek van een werknemer of een zelfstandige die voornemens is Zwitserland definitief te verlaten en die niet meer onderworpen zal zijn aan de Zwitserse wetgeving overeenkomstig de bepalingen van Titel II van de verordening, op voorwaarde dat deze persoon Zwitserland verlaat binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst.

Protocol

II

bij Bijlage II bij de Overeenkomst betreffende het vrije verkeer van personen

OVERWEGENDE dat in artikel 33 van het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (hierna “het Terugtrekkingsakkoord” genoemd) is bepaald dat titel III van deel twee van het Terugtrekkingsakkoord van toepassing is op onderdanen van IJsland, het Vorstendom Liechtenstein, het Koninkrijk Noorwegen en de Zwitserse Bondsstaat, mits deze landen met het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland overeenkomstige, op de burgers van de Unie toepasselijke akkoorden, alsook met de Europese Unie op de onderdanen van het Verenigd Koninkrijk toepasselijke akkoorden hebben gesloten en deze toepassen,

OVERWEGENDE dat in artikel 26 ter van de Overeenkomst tussen het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de Zwitserse Bondsstaat over de rechten van burgers na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie en de Overeenkomst over het vrije verkeer van personen is bepaald dat deel III van die overeenkomst van toepassing is op burgers van de Unie, mits de Unie met het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland overeenkomstige, op de burgers van Zwitserland toepasselijke akkoorden heeft gesloten en deze toepast, en met Zwitserland overeenkomstige, op de burgers van het Verenigd Koninkrijk toepasselijke akkoorden heeft gesloten en deze toepast,

ERKENNENDE dat het noodzakelijk is te zorgen voor wederzijdse bescherming van de socialezekerheidsrechten voor onderdanen van het Verenigd Koninkrijk, alsmede hun familieleden en nabestaanden, die zich uiterlijk aan het eind van de overgangsperiode in een grensoverschrijdende situatie bevinden of bevonden waarbij tegelijkertijd zowel een of meer van de overeenkomstsluitende partijen bij de Overeenkomst over het vrije verkeer van personen als het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betrokken is of was,

Artikel 1

Definities en verwijzingen

  • 1.

    Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

    • a.

      „Terugtrekkingsakkoord”: het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie1)PB L 29 van 31.1.2020, blz. 7.;

    • b.

      „overeenkomst inzake de rechten van burgers”: de Overeenkomst tussen het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de Zwitserse Bondsstaat over de rechten van burgers na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie en de Overeenkomst over het vrije verkeer van personen;

    • c.

      „betrokken staten”: de lidstaten van de Unie en Zwitserland;

    • d.

      „overgangsperiode”: de in artikel 126 van het Terugtrekkingsakkoord bedoelde overgangsperiode;

    • e.

      en gelden de definities van artikel 1 van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad2)Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PB L 166 van 30.4.2004, blz. 1, gerectificeerd bij PB L 200 van 7.6.2004, blz. 1). en artikel 1 van Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad3)Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PB L 284 van 30.10.2009, blz. 1)..

  • 2.

    Voor de toepassing van dit protocol worden alle verwijzingen naar lidstaten en bevoegde autoriteiten van lidstaten in bepalingen van het recht van de Unie die krachtens dit protocol van toepassing zijn geworden, zodanig begrepen dat deze het Verenigd Koninkrijk en zijn bevoegde autoriteiten omvatten.

Artikel 2

Personele werkingssfeer

  • 1.

    Dit protocol is van toepassing op de volgende personen:

    • a.

      onderdanen van het Verenigd Koninkrijk op wie aan het eind van de overgangsperiode de wetgeving van een van de betrokken staten van toepassing is, alsmede hun familieleden en nabestaanden;

    • b.

      onderdanen van het Verenigd Koninkrijk die in een van de betrokken staten wonen en op wie aan het eind van de overgangsperiode de wetgeving van het Verenigd Koninkrijk van toepassing is, alsmede hun familieleden en nabestaanden;

    • c.

      personen die niet onder de punten a) of b) vallen maar onderdanen van het Verenigd Koninkrijk zijn die aan het eind van de overgangsperiode in een of meer van de betrokken staten werkzaamheden in loondienst of als zelfstandige verrichten en op wie krachtens titel II van Verordening (EG) nr. 883/2004 de wetgeving van het Verenigd Koninkrijk van toepassing is, alsmede hun familieleden en nabestaanden;

    • d.

      staatlozen en vluchtelingen die in een van de betrokken staten of in het Verenigd Koninkrijk wonen en die zich in een van de in de punten a) tot en met c) bedoelde situaties bevinden, alsmede hun familieleden en nabestaanden.

  • 2.

    De in lid 1 bedoelde personen vallen binnen de werkingssfeer zo lang zij zich ononderbroken blijven bevinden in een van de in dat lid genoemde situaties waarbij tegelijkertijd zowel een van de betrokken staten als het Verenigd Koninkrijk betrokken is.

  • 3.

    Dit protocol is eveneens van toepassing op onderdanen van het Verenigd Koninkrijk die zich niet of niet langer in een van de in lid 1 van dit artikel bedoelde situaties bevinden, maar wel onder artikel 10 van het Terugtrekkingsakkoord of artikel 10 van de overeenkomst inzake de rechten van burgers vallen, alsmede op hun gezinsleden en nabestaanden.

  • 4.

    De in lid 3 bedoelde personen vallen binnen de personele werkingssfeer zo lang zij een recht van verblijf in een van de betrokken staten hebben krachtens artikel 13 van het Terugtrekkingsakkoord of artikel 12 van de overeenkomst inzake de rechten van burgers, of een recht om te werken in hun land van beroepsactiviteit krachtens artikel 24 of 25 van het Terugtrekkingsakkoord of artikel 20 van de overeenkomst inzake de rechten van burgers.

  • 5.

    Wanneer dit artikel verwijst naar familieleden en nabestaanden, is dit protocol alleen op deze personen van toepassing voor zover zij in die hoedanigheid rechten en plichten ontlenen aan Verordening (EG) nr. 883/2004.

Artikel 3

Regels inzake de coördinatie van socialezekerheidsstelsels

  • 1.

    De regels en doelstellingen van artikel 8 van de overeenkomst en van deze bijlage bij de overeenkomst over het vrije verkeer van personen, de Verordeningen (EG) nr. 883/2004 en (EG) nr. 987/2009 zijn van toepassing op de personen die onder dit protocol vallen.

  • 2.

    De betrokken staten houden naar behoren rekening met de besluiten en aanbevelingen van de bij Verordening (EG) nr. 883/2004 bij de Europese Commissie ingestelde Administratieve Commissie voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (hierna „Administratieve Commissie” genoemd), die worden vermeld in delen B en C van deze bijlage.

Artikel 4

Bijzondere situaties

  • 1.

    De volgende regels zijn van toepassing op de hierna genoemde situaties, in de mate die is vastgesteld in dit artikel, voor zover zij betrekking hebben op personen op wie artikel 2 niet of niet langer van toepassing is:

    • a.

      onderdanen van het Verenigd Koninkrijk alsmede staatlozen en vluchtelingen die in het Verenigd Koninkrijk wonen, op wie de wetgeving van een van de betrokken staten voor het eind van de overgangsperiode van toepassing is geweest, alsmede hun familieleden en nabestaanden, vallen onder dit protocol waar het gaat om de aanspraak op en de samentelling van tijdvakken van verzekering, van werkzaamheid in loondienst of anders dan in loondienst, of van verblijf, met inbegrip van de rechten en plichten die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 883/2004 uit dergelijke tijdvakken voortvloeien; voor de samentelling van tijdvakken wordt overeenkomstig Verordening (EG) nr. 883/2004 rekening gehouden met zowel de voor als na het eind van de overgangsperiode voltooide tijdvakken;

    • b.

      de in de artikelen 20 en 27 van Verordening (EG) nr. 883/2004 vervatte regels blijven van toepassing op onderdanen van het Verenigd Koninkrijk, alsmede op staatlozen en vluchtelingen die in het Verenigd Koninkrijk wonen, die voor het eind van de overgangsperiode uit hoofde van Verordening (EG) nr. 883/2004 om toestemming voor een geplande medische behandeling hadden verzocht, totdat die behandeling is beëindigd. De daarmee samenhangende procedures voor vergoeding blijven ook na de beëindiging van de behandeling van toepassing. Deze personen en de personen die hen begeleiden, hebben het recht het land van behandeling binnen te komen en te verlaten in overeenstemming met artikel 14 van het Terugtrekkingsakkoord mutatis mutandis en met artikel 13 van de overeenkomst inzake de rechten van burgers mutatis mutandis;

    • c.

      de in de artikelen 19 en 27 van Verordening (EG) nr. 883/2004 vervatte regels blijven van toepassing op onderdanen van het Verenigd Koninkrijk, alsmede op staatlozen en vluchtelingen die in het Verenigd Koninkrijk wonen, die onder Verordening (EG) nr. 883/2004 vallen en die aan het eind van de overgangsperiode verblijf houden in een van de betrokken staten of het Verenigd Koninkrijk, tot aan het eind van hun verblijf. De daarmee samenhangende procedures voor vergoeding blijven ook na de beëindiging van het verblijf of de behandeling van toepassing;

    • d.

      zolang aan de voorwaarden wordt voldaan, blijven de in de artikelen 67, 68 en 69 van Verordening (EG) nr. 883/2004 vervatte regels van toepassing op de toekenning van gezinsuitkeringen waarop onderdanen van het Verenigd Koninkrijk recht hebben alsmede staatlozen en vluchtelingen die in het Verenigd Koninkrijk wonen op wie de wetgeving van het Verenigd Koninkrijk van toepassing is en die familieleden hebben die aan het eind van de overgangsperiode in een van de betrokken staten wonen;

    • e.

      in de in punt d) van dit lid genoemde situaties blijven voor personen die aan het eind van de overgangsperiode als familielid rechten genieten uit hoofde van Verordening (EG) nr. 883/2004, zoals afgeleide rechten op uitkeringen in geval van ziekte, voornoemde verordening en de overeenkomstige bepalingen van Verordening (EG) nr. 987/2009 van toepassing zolang de daarin gestelde voorwaarden worden vervuld.

  • 2.

    De bepalingen van hoofdstuk 1 van titel III van Verordening (EG) nr. 883/2004 met betrekking tot uitkeringen bij ziekte zijn van toepassing op personen die een uitkering ontvangen uit hoofde van lid 1, onder a), van dit artikel.

    Dit lid is mutatis mutandis van toepassing op gezinsuitkeringen op grond van de artikelen 67, 68 en 69 van Verordening (EG) nr. 883/2004.

Artikel 5

Vergoeding, terug- en invordering en verrekening

De bepalingen van de Verordeningen (EG) nr. 883/2004 en (EG) nr. 987/2009 inzake vergoeding, terug- en invordering en verrekening blijven van toepassing in verband met gebeurtenissen, voor zover deze betrekking hebben op personen op wie artikel 2 niet van toepassing is, die:

  • a.

    plaatsvonden voor het eind van de overgangsperiode, of

  • b.

    plaatsvinden na het eind van de overgangsperiode en betrekking hebben op personen op wie de artikelen 2 of 4 van toepassing waren toen de gebeurtenis plaatsvond.

Artikel 6

Ontwikkeling van recht en aanpassingen

  • 1.

    Onverminderd lid 3 worden verwijzingen in dit protocol naar de Verordeningen (EG) nr. 883/2004 en (EG) nr. 987/2009 of bepalingen daarvan begrepen als verwijzingen naar de in de Overeenkomst opgenomen handelingen of bepalingen die op de laatste dag van de overgangsperiode van toepassing zijn.

  • 2.

    Wanneer de Verordeningen (EG) nr. 883/2004 en (EG) nr. 987/2009 na het eind van de overgangsperiode worden gewijzigd of vervangen, worden verwijzingen naar deze verordeningen in dit protocol begrepen als verwijzingen naar deze verordeningen zoals gewijzigd of vervangen, in overeenstemming met de in deel II van bijlage I bij het Terugtrekkingsakkoord, wat betreft de Unie, en in deel II van bijlage I bij de overeenkomst inzake de rechten van burgers, wat betreft Zwitserland genoemde handelingen.

  • 3.

    Voor de toepassing van dit protocol worden de Verordeningen (EG) nr. 883/2004 en (EG) nr. 987/2009 geacht de aanpassingen te bevatten die zijn vermeld in deel III van bijlage I bij het Terugtrekkingsakkoord, wat betreft de Unie, en in deel III van bijlage I bij de overeenkomst inzake de rechten van burgers, wat betreft Zwitserland.

  • 4.

    Voor de toepassing van dit protocol worden de in de leden 2 en 3 bedoelde wijzigingen en aanpassingen van kracht op de dag na de dag waarop de overeenkomstige wijzigingen en aanpassingen van bijlage I bij het Terugtrekkingsakkoord of van bijlage I bij de overeenkomst inzake de rechten van burgers van kracht worden, indien dat later is.

Bijlage

III

Wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties (Diploma’s, certificaten en andere opleidingstitels)

  • 1.

    De overeenkomstsluitende partijen verbinden zich ertoe op het gebied van de wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties ten aanzien van elkaar de rechtshandelingen en mededelingen van de Europese Unie (EU) waarnaar in deel A van deze bijlage wordt verwezen, toe te passen, overeenkomstig de reikwijdte van de overeenkomst.

  • 2.

    Tenzij anders bepaald, wordt de term „lidsta(a)t(en)” in de handelingen waarnaar in deel A van deze bijlage wordt verwezen, geacht van toepassing te zijn op Zwitserland, naast de staten die onder de desbetreffende handelingen van de EU vallen.

  • 3.

    Met het oog op de toepassing van deze bijlage nemen de overeenkomstsluitende partijen nota van de handelingen van de EU waarnaar in deel B van deze bijlage wordt verwezen.

DEEL

A

BESLUITEN WAARNAAR WORDT VERWEZEN

  • 1
    • a.

      32005 L 0036: Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PB L 255 van 30.9.2005, blz. 22),

      gewijzigd bij:

      • Richtlijn 2006/100/EG van de Raad van 20 november 2006 tot aanpassing van een aantal richtlijnen op het gebied van het vrije verkeer van personen, in verband met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 141),

      • Verordening (EG) nr. 1430/2007 van de Commissie van 5 december 2007 tot wijziging van de bijlagen II en III van Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PB L 320 van 6.12.2007, blz. 3),

      • Verordening (EG) nr. 755/2008 van de Commissie van 31 juli 2008 tot wijziging van bijlage II bij Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PB L 205 van 1.8.2008, blz. 10),

      • Verordening (EG) nr. 279/2009 van de Commissie van 6 april 2009 tot wijziging van bijlage II bij Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PB L 93 van 7.4.2009, blz. 11),

      • Verordening (EU) nr. 213/2011 van de Commissie van 3 maart 2011 tot wijziging van de bijlagen II en V bij Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PB L 59 van 4.3.2011, blz. 4),

      • Kennisgeving van benamingen voor titels op het gebied van architectuur (PB C 332 van 30.12.2006, blz. 35),

      • Kennisgeving van titels op het gebied van de architectuur (PB C 148 van 24.6.2006, blz. 34),

      • Kennisgeving van titels op het gebied van de architectuur (PB C 3 van 6.1.2006, blz. 12),

      • Mededeling van de Commissie – Kennisgeving van titels in de gespecialiseerde tandheelkunde (PB C 165 van 19.7.2007, blz. 18),

      • Mededeling van de Commissie – Kennisgeving van opleidingstitels van medische specialisten en huisartsen (PB C 165 van 19.7.2007, blz. 13),

      • Mededeling van de Commissie – Kennisgeving van opleidingstitels van medische specialisten, verantwoordelijk algemeen ziekenverplegers, specialisten in de tandheelkunde, verloskundigen en architecten (PB C 137 van 4.6.2008, blz. 8),

      • Mededeling – Kennisgeving van opleidingstitels – Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (bijlage V) (PB C 322 van 17.12.2008, blz. 3),

      • Mededeling van de Commissie – Kennisgeving van de in bijlage I bij Richtlijn 2005/36/EG genoemde beroepsverenigingen of -organisaties die voldoen aan de voorwaarden van artikel 3, lid 2 (PB C 111 van 15.5.2009, blz. 1),

      • Mededeling van de Commissie – Kennisgeving van opleidingstitels – Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (bijlage V) (PB C 114 van 19.5.2009, blz. 1),

      • Mededeling van de Commissie – Kennisgeving van opleidingstitels – Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (bijlage V) (PB C 279 van 19.11.2009, blz. 1),

      • Mededeling van de Commissie – Kennisgeving van opleidingstitels – Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (bijlage V) (PB C 129 van 19.5.2010, blz. 3),

      • Mededeling van de Commissie – Kennisgeving van opleidingstitels – Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (bijlage V) (PB C 337 van 14.12.2010, blz. 10),

      • Rectificatie van Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PB L 271 van 16.10.2007, blz. 18),

      • Rectificatie van Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PB L 93 van 4.4.2008, blz. 28).

      • Verordening (EU) nr. 623/2012 van de Commissie van 11 juli 2012 tot wijziging van bijlage II bij Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PB L 180 van 12.7.2012, blz. 9);

      • Mededeling van de Commissie – Kennisgeving van de in bijlage I bij Richtlijn 2005/36/EG genoemde beroepsverenigingen of -organisaties die voldoen aan de voorwaarden van artikel 3, lid 2 (PB C 182 van 23.6.2011, blz. 1);

      • Mededeling van de Commissie – Kennisgeving van opleidingstitels – Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (bijlage V) (PB C 183 van 24.6.2011, blz. 1);

      • Mededeling van de Commissie – Kennisgeving van opleidingstitels – Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (bijlage V) (PB C 367 van 16.12.2011, blz. 5);

      • Mededeling van de Commissie – Kennisgeving van opleidingstitels – Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (bijlage V) (PB C 244 van 14.8.2012, blz. 1);

      • Mededeling van de Commissie – Kennisgeving van opleidingstitels – Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (bijlage V) (PB C 396 van 21.12.2012, blz. 1);

      • Mededeling van de Commissie – Kennisgeving van opleidingstitels – Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (bijlage V) (PB C 183 van 28.6.2013, blz. 4);

      • Mededeling van de Commissie – Kennisgeving van opleidingstitels – Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (bijlage V) (PB C 301 van 17.10.2013, blz. 1).

      • Akte van toetreding van de Republiek Kroatië (PB L 112 van 24 april 2012, blz. 10), bijlage III (Lijst bedoeld in artikel 15 van de Akte van toetreding van de Republiek Kroatië: aanpassingen van besluiten van de instellingen – PB L 112 van 24 april 2012, blz. 41),

        Artikel 23, lid 5, van Richtlijn 2005/36/EG wordt vervangen door:

        • „5.

          Onverminderd artikel 43 ter erkennen de lidstaten, voor wat betreft de toegang tot de beroepswerkzaamheden van arts met een basisopleiding en medisch specialist, alsmede tot die van algemeen ziekenverpleger, beoefenaar van de tandheelkunde, specialist in de tandheelkunde, dierenarts, verloskundige, apotheker (ten aanzien van de laatste voor wat betreft de in artikel 45, lid 2, bedoelde werkzaamheden) en architect (voor wat betreft de in artikel 48 bedoelde werkzaamheden) alsook voor wat betreft de uitoefening van deze werkzaamheden), de opleidingstitels van arts die toegang geven tot de beroepswerkzaamheden van arts met een basisopleiding en medisch specialist, alsmede die van algemeen ziekenverpleger, beoefenaar van de tandheelkunde, specialist in de tandheelkunde, dierenarts, verloskundige, apotheker en architect waarvan onderdanen van de lidstaten houder zijn, en die door het voormalige Joegoslavië zijn afgegeven of die het resultaat zijn van een opleiding die

          • a)

            voor Slovenië, vóór 25 juni 1991, en

          • b)

            voor Kroatië, vóór 8 oktober 1991 is aangevangen,

          voorzover de autoriteiten van deze lidstaten officieel bevestigen dat deze opleidingstitels op hun grondgebied dezelfde juridische waarde hebben als de opleidingstitels die door hen worden afgegeven en, ten aanzien van architecten, als de in bijlage VI, punt 6, voor deze lidstaten opgenomen opleidingstitels.

          Bedoelde bevestiging dient vergezeld te gaan van een door dezelfde autoriteiten afgegeven verklaring, waarin wordt bevestigd dat de houders ervan de betrokken werkzaamheden tijdens de vijf jaar die aan de afgifte van deze verklaring voorafgaan, gedurende ten minste drie opeenvolgende jaren daadwerkelijk en op wettige wijze op het grondgebied van deze autoriteiten hebben uitgeoefend.”

        In Richtlijn 2005/36/EG wordt het volgende artikel 43 ter ingevoegd:

        „Verworven rechten op het gebied van verloskunde gelden niet voor de volgende opleidingstitels die in Kroatië zijn behaald vóór 1 juli 2013: viša medicinska sestra ginekološko-opstetričkog smjera (verpleegkundige met diploma hoger onderwijs gynaecologie en obstetrie), medicinska sestra ginekološko-opstetričkog smjera (verpleegkundige gynaecologie en obstetrie), viša medicinska sestra primaljskog smjera (verpleegkundige met diploma hoger onderwijs verloskunde), medicinska sestra primaljskog smjera (verpleegkundige verloskunde), ginekološko-opstetrička primalja (verloskundige gynaecologie en obstetrie) and primalja (verloskundige).”

      • Richtlijn 2013/25/EU van de Raad van 13 mei 2013 tot aanpassing van een aantal richtlijnen op het gebied van het recht van vestiging en het vrij verrichten van diensten, in verband met de toetreding van de Republiek Kroatië (PB L 158 van 10.6 2013, blz. 368), Bijlage Deel A

    • b.

      Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt Richtlijn 2005/36/EG als volgt aangepast:

      • 1.

        De procedures van de volgende artikelen van de richtlijn zijn niet van toepassing tussen de overeenkomstsluitende partijen:

        • Artikel 3, lid 2, derde alinea – procedure voor herziening van bijlage I bij de richtlijn,

        • Artikel 11, onder c), ii), laatste zin – procedure voor herziening van bijlage II bij de richtlijn,

        • Artikel 13, lid 2, derde alinea – procedure voor herziening van bijlage III bij de richtlijn,

        • Artikel 14, lid 2, tweede en derde alinea – procedure in geval van een afwijking van de keuze van de migrant tussen een aanpassingsstage en een proeve van bekwaamheid,

        • Artikel 15, lid 2 en lid 5 – procedure voor aanneming of herroeping van gemeenschappelijke platforms,

        • Artikel 20 – procedure voor wijziging van bijlage IV bij de richtlijn,

        • Artikel 21, lid 6, tweede alinea – procedure voor actualisering van kennis en deskundigheid,

        • Artikel 21, lid 7 – procedure voor herziening van bijlage V bij de richtlijn,

        • Artikel 25, lid 5 – procedure voor wijziging van de minimumopleidingsduur voor medische specialisten,

        • Artikel 26, tweede alinea – procedure voor invoeging van nieuwe medische specialismen,

        • Artikel 31, lid 2, tweede alinea – procedure voor actualisering van de opleiding van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger,

        • Artikel 34, lid 2, tweede alinea – procedure voor actualisering van de opleiding van beoefenaren van de tandheelkunde,

        • Artikel 35, lid 2, derde alinea – procedure voor wijziging van de minimumopleidingsduur voor specialisten in de tandheelkunde,

        • Artikel 38, lid 1, tweede alinea – procedure voor actualisering van de opleiding van dierenartsen,

        • Artikel 40, lid 1, derde alinea – procedure voor actualisering van de opleiding van verloskundigen,

        • Artikel 44, lid 2, tweede alinea – procedure voor actualisering van de opleiding van apothekers,

        • Artikel 46, lid 2 – procedure voor actualisering van kennis en bekwaamheid in het geval van architecten,

        • Artikel 61 – afwijkingsclausule.

      • 2.

        Artikel 56, leden 3 en 4, worden als volgt uitgevoerd:

        De Commissie stelt de lidstaten in kennis van de bevoegde autoriteiten en de coördinator die door Zwitserland worden aangewezen, zodra Zwitserland de Commissie en het Gemengd Comité daarover geïnformeerd heeft.

      • 3.

        Artikel 57, tweede alinea, wordt als volgt uitgevoerd:

        De door Zwitserland aangewezen coördinator informeert de Commissie en het Gemengd Comité.

      • 4.

        Artikel 63 is niet van toepassing. De Zwitserse coördinator die door Zwitserland overeenkomstig artikel 56 van Richtlijn 2005/36/EG is aangewezen, informeert echter de Commissie en het Gemengd Comité van de wetgeving die wordt goedgekeurd op basis van de rechtshandelingen en de in punt 1a, bedoelde mededelingen. De artikelen 58 en 64 zijn niet van toepassing.

    • c.

      De volgende tekst wordt toegevoegd aan punt 1 van bijlage II:

      „in Zwitserland:

      • Opticien diplômé, diplomierter Augenoptiker, ottico diplomato (opticien met een federaal diploma van hoger beroepsonderwijs)

        Hiervoor is een opleiding van minstens 17 jaar vereist, bestaande uit minstens negen jaar basisopleiding, vier jaar beroepsopleiding en praktijk, gedeeltelijk op de arbeidsplaats en gedeeltelijk in een beroepsinstelling, gevolgd door vier jaar beroepsstage of werkzaamheid in een arbeidsplaats, waarvan twee jaar kunnen worden gevolgd in voltijdse particuliere opleiding, en ten slotte een hoger beroepsexamen. Dit diploma verleent de houder het recht om contactlenzen aan te passen of oogtests uit te voeren, hetzij zelfstandig of als werknemer.

      • Audioprothésiste avec brevet fédéral, Hörgeräte-Akustiker mit eidg. Fachausweis, audioprotesista con attestato professionale federale (verstrekker van hoorapparaten met een gevorderd federaal certificaat van hoger beroepsonderwijs)

        Hiervoor is een opleiding van minstens 15 jaar vereist, bestaande uit minstens negen jaar basisopleiding, minimaal drie jaar beroepsopleiding en praktijk, gedeeltelijk op de arbeidsplaats en gedeeltelijk in een beroepsinstelling, gevolgd door drie jaar beroepsstage of werkzaamheid in een arbeidsplaats, inclusief particuliere opleiding, en ten slotte een beroepsexamen. Dit diploma verleent de houder het recht dit beroep hetzij zelfstandig hetzij als werknemer uit te oefenen.

      • Bottier-orthopédiste diplômé, diplomierter Orthopädie-Schuhmachermeister, calzolaio ortopedico diplomato (orthopedisch schoenmaker met een federaal diploma van hoger beroepsonderwijs)

        Hiervoor is een opleiding van minstens 17 jaar vereist, bestaande uit minstens negen jaar basisopleiding, vier jaar beroepsopleiding en praktijk, gedeeltelijk op de arbeidsplaats en gedeeltelijk in een beroepsinstelling, gevolgd door vier jaar beroepsstage of werkzaamheid in een arbeidsplaats, inclusief particuliere opleiding, en ten slotte een hoger beroepsexamen. Dit diploma verleent de houder het recht dit beroep hetzij zelfstandig hetzij als werknemer uit te oefenen.

      • Technicien dentiste, maître, diplomierter Zahntechnikermeister, odontotecnico, maestro (tandtechnicus met een federaal diploma van hoger beroepsonderwijs)

        Hiervoor is een opleiding van minstens 18 jaar vereist, bestaande uit minstens negen jaar basisopleiding, vier jaar beroepsopleiding en praktijk, gedeeltelijk op de arbeidsplaats en gedeeltelijk in een beroepsinstelling, gevolgd door vijf jaar beroepsstage of werkzaamheid in een arbeidsplaats, inclusief particuliere opleiding, en ten slotte een hoger beroepsexamen. Dit diploma verleent de houder het recht dit beroep hetzij zelfstandig hetzij als werknemer uit te oefenen.

      • Orthopédiste diplômé, diplomierter Orthopädist, ortopedista diplomato (orthopeed met een gevorderd federaal certificaat van hoger beroepsonderwijs)

        Hiervoor is een opleiding van minstens 18 jaar vereist, bestaande uit minstens negen jaar basisopleiding, vier jaar beroepsopleiding en praktijk, gedeeltelijk op de arbeidsplaats en gedeeltelijk in een beroepsinstelling, gevolgd door vijf jaar beroepsstage of werkzaamheid in een arbeidsplaats, inclusief particuliere opleiding, en ten slotte een hoger beroepsexamen. Dit diploma verleent de houder het recht dit beroep hetzij zelfstandig hetzij als werknemer uit te oefenen.”.

    • d.

      De volgende tekst wordt toegevoegd aan punt 4 van bijlage II:

      „in Zwitserland:

      • Guide de montagne avec brevet fédéral, Bergführer mit eidg. Fachausweis, guida alpina con attestato professionale federale (berggids met gevorderd federaal certificaat van hoger beroepsonderwijs)

        Hiervoor is een opleiding van minstens 13 jaar vereist, bestaande uit minstens negen jaar basisopleiding, vier jaar beroepsopleiding onder toezicht van een gekwalificeerde beroepsbeoefenaar, inclusief particuliere opleiding, en ten slotte een beroepsexamen. Dit diploma verleent de houder het recht dit beroep zelfstandig uit te oefenen.

      • Professeur de sports de neige avec brevet fédéral, Schneesportlehrer mit eidg. Fachausweis, Maestro di sport sulla neve con attestato professionale fédérale (wintersportleraar met gevorderd federaal certificaat van hoger beroepsonderwijs)

        Hiervoor is een opleiding van minstens 15 jaar vereist, bestaande uit minstens negen jaar basisopleiding, vier jaar beroepsopleiding en praktijk, gedeeltelijk op de arbeidsplaats en gedeeltelijk in een beroepsinstelling of een beroepservaring van vier jaar, gevolgd door twee jaar opleiding en ervaring als stagiair, en ten slotte een beroepsexamen. Dit diploma verleent de houder het recht dit beroep zelfstandig uit te oefenen.”.

    • e.

      De volgende tekst wordt toegevoegd aan punt 5.1.1 van bijlage V bij de richtlijn:

      Zwitserland

      Eidgenössisches Arztdiplom Diplôme fédéral de médecin

      Diploma federale di medico

      Eidgenössisches Departement des Innern Département fédéral de l’intérieur

      Dipartimento federale dell’interno

      1 juni 2002”

    • f.

      De volgende tekst wordt toegevoegd aan punt 5.1.2 van bijlage V bij de richtlijn:

      Zwitserland

      Diplom als Facharzt

      Diplôme de médecin spécialiste

      Diploma di medico specialista

      Eidgenössisches Departement des Innern und Verbindung der Schweizer Ärztinnen und Ärzte

      Département fédéral de l’intérieur et Fédération des médecins suisses Dipartimento federale dell’interno e Federazione dei medici svizzeri

      1 juni 2002”

    • g.

      De volgende tekst wordt toegevoegd aan punt 5.1.3 van bijlage V bij de richtlijn:

      Anesthesiologie

      Minimale opleidingsduur: 3 jaar

      Zwitserland

      Anästhesiologie

      Anesthésiologie

      Anestesiologia

      Algemene heelkunde

      Minimale opleidingsduur: 5 jaar

      Zwitserland

      Chirurgie

      Chirurgie

      Chirurgia

      Neurochirurgie

      Minimale opleidingsduur: 5 jaar

      Zwitserland

      Neurochirurgie

      Neurochirurgie

      Neurochirurgia

      Verloskunde en gynaecologie

      Minimale opleidingsduur: 4 jaar

      Zwitserland

      Gynäkologie und Geburtshilfe

      Gynécologie et obstétrique

      Ginecologia e ostetricia

      Interne geneeskunde

      Minimale opleidingsduur: 5 jaar

      Zwitserland

      Allgemeine Innere Medizin

      Médecine interne générale

      Medicina interna generale

      Oogheelkunde

      Minimale opleidingsduur: 3 jaar

      Zwitserland

      Ophthalmologie

      Ophtalmologie

      Oftalmologia

      Keel-, neus- en oorheelkunde

      Minimale opleidingsduur: 3 jaar

      Zwitserland

      Oto-Rhino-Laryngologie

      Oto-rhino-laryngologie

      Otorinolaringoiatria

      Kindergeneeskunde

      Minimale opleidingsduur: 4 jaar

      Zwitserland

      Kinder- und Jugendmedizin

      Pédiatrie

      Pediatria

      Ziekten der luchtwegen

      Minimale opleidingsduur: 4 jaar

      Zwitserland

      Pneumologie

      Pneumologie

      Pneumologia

      Urologie

      Minimale opleidingsduur: 5 jaar

      Zwitserland

      Urologie

      Urologie

      Urologia

      Orthopedie

      Minimale opleidingsduur: 5 jaar

      Zwitserland

      Orthopädische Chirurgie und Traumatologie des Bewegungsapparates

      Chirurgie orthopédique et traumatologie de l’appareil locomoteur

      Chirurgia ortopedica e traumatologia del sistema motorio

      Pathologische anatomie

      Minimale opleidingsduur: 4 jaar

      Zwitserland

      Pathologie

      Pathologie

      Patologia

      Neurologie

      Minimale opleidingsduur: 4 jaar

      Zwitserland

      Neurologie

      Neurologie

      Neurologia

      Psychiatrie

      Minimale opleidingsduur: 4 jaar

      Zwitserland

      Psychiatrie und Psychotherapie

      Psychiatrie et psychothérapie

      Psichiatria e psicoterapia

      Radiologie

      Minimale opleidingsduur: 4 jaar

      Zwitserland

      Radiologie

      Radiologie

      Radiologia

      Radiotherapie

      Minimale opleidingsduur: 4 jaar

      Zwitserland

      Radio-Onkologie/Strahlentherapie

      Radio-oncologie/radiothérapie

      Radio-oncologia/radioterapia

      Plastische chirurgie

      Minimale opleidingsduur: 5 jaar

      Zwitserland

      Plastische, Rekonstruktive und Ästhetische Chirurgie

      Chirurgie plastique, reconstructive et esthétique

      Chirurgia plastica, ricostruttiva ed estetica

      Cardio-thoracale chirurgie

      Minimale opleidingsduur: 5 jaar

      Zwitserland

      Herz- und thorakale Gefässchirurgie

      Chirurgie cardiaque et vasculaire thoracique

      Chirurgia del cuore e dei vasi toracici

      Kinderheelkunde

      Minimale opleidingsduur: 5 jaar

      Zwitserland

      Kinderchirurgie

      Chirurgie pédiatrique

      Chirurgia pediatrica

      Cardiologie

      Minimale opleidingsduur: 4 jaar

      Zwitserland

      Kardiologie

      Cardiologie

      Cardiologia

      Maag- en darmziekten

      Minimale opleidingsduur: 4 jaar

      Zwitserland

      Gastroenterologie

      Gastroentérologie

      Gastroenterologia

      Reumatologie

      Minimale opleidingsduur: 4 jaar

      Zwitserland

      Rheumatologie

      Rhumatologie

      Reumatologia

      Algemene hematologie

      Minimale opleidingsduur: 3 jaar

      Zwitserland

      Hämatologie

      Hématologie

      Ematologia

      Endocrinologie

      Minimale opleidingsduur: 3 jaar

      Zwitserland

      Endokrinologie-Diabetologie

      Endocrinologie-diabétologie

      Endocrinologia-diabetologia

      Revalidatiegeneeskunde

      Minimale opleidingsduur: 3 jaar

      Zwitserland

      Physikalische Medizin und Rehabilitation

      Médecine physique et réadaptation

      Medicina fisica e riabilitazione

      Dermatologie en venerologie

      Minimale opleidingsduur: 3 jaar

      Zwitserland

      Dermatologie und Venerologie

      Dermatologie et vénéréologie

      Dermatologia e venereologia

      Tropische ziekten

      Minimale opleidingsduur: 4 jaar

      Zwitserland

      Tropen- und Reisemedizin

      Médecine tropicale et médecine des voyages

      Medicina tropicale e medicina di viaggio

      Kinderpsychiatrie

      Minimale opleidingsduur: 4 jaar

      Zwitserland

      Kinder- und Jugendpsychiatrie und -psychotherapie

      Psychiatrie et psychothérapie d’enfants et d’adolescents

      Psichiatria e psicoterapia infantile e dell’adolescenza

      Nierziekten

      Minimale opleidingsduur: 4 jaar

      Zwitserland

      Nephrologie

      Néphrologie

      Nefrologia

      Besmettelijke ziekten

      Minimale opleidingsduur: 4 jaar

      Zwitserland

      Infektiologie

      Infectiologie

      Malattie infettive

      Maatschappij en gezondheid

      Minimale opleidingsduur: 4 jaar

      Zwitserland

      Prävention und Gesundheitswesen

      Prévention et santé publique

      Prevenzione e salute pubblica

      Farmacologie

      Minimale opleidingsduur: 4 jaar

      Zwitserland

      Klinische Pharmakologie und Toxikologie

      Pharmacologie et toxicologie cliniques

      Farmacologia e tossicologia cliniche

      Arbeidsgeneeskunde

      Minimale opleidingsduur: 4 jaar

      Zwitserland

      Arbeitsmedizin

      Médecine du travail

      Medicina del lavoro

      Allergologie

      Minimale opleidingsduur: 3 jaar

      Zwitserland

      Allergologie und klinische Immunologie

      Allergologie et immunologie clinique

      Allergologia e immunologia clinica

      Nucleaire geneeskunde

      Minimale opleidingsduur: 4 jaar

      Zwitserland

      Nuklearmedizin

      Médecine nucléaire

      Medicina nucleare

      Mond-, tand- en maxillo-faciale chirurgie

      (basisopleiding voor arts en voor beoefenaar der tandheelkunde)

      Minimale opleidingsduur: 4 jaar

      Zwitserland

      Mund-, Kiefer- und Gesichtschirurgie

      Chirurgie orale et maxillo-faciale

      Chirurgia oro-maxillo-facciale”

      Medische oncologie

      Minimale opleidingsduur: 5 jaar

      Zwitserland

      Medizinische Onkologie

      Oncologie médicale

      Oncologia medica

      Klinische genetica

      Minimale opleidingsduur: 4 jaar

      Zwitserland

      Medizinische Genetik

      Génétique médicale

      Genetica medica

    • h.

      De volgende tekst wordt toegevoegd aan punt 5.1.4 van bijlage V bij de richtlijn:

      Zwitserland

      Diplom als praktischer Arzt/praktische Ärztin

      Diplôme de médecin praticien

      Diploma di medico generico

      Médecin praticien

      Praktischer Arzt

      Medico generico

      1 juni 2002”

    • i.

      De volgende tekst wordt toegevoegd aan punt 5.2.2 van bijlage V bij de richtlijn:

      Zwitserland

      1. Diplomierte Pflegefachfrau, diplomierter Pflegefachmann

      Schulen, die staatlich anerkannte Bildungsgänge durchführen

      Pflegefachfrau, Pflegefachmann

      1 juni 2002

      Infirmière diplômée et infirmier diplômé

      Ecoles qui proposent des filières de formation reconnues par l’État

      Infirmière, infirmier

      Infermiera diplomata e infermiere diplomato

      Scuole che propongono dei cicli di formazione riconosciuti dallo Stato

      Infermiera, infermiere

      2. Bachelor verpleegkunde

      Schulen, die staatlich anerkannte Bildungsgänge durchführen

      Pflegefachfrau, Pflegefachmann

      30 september 2011”

      Ecoles qui proposent des filières de formation reconnues par l’État

      Infirmière, infirmier

      Scuole che propongono dei cicli di formazione riconosciuti dallo Stato

      Infermiera, infermiere

      Zwitserland

      3. Diplomierte Pflegefachfrau HF, diplomierter Pflegefachmann HF

      Infirmière diplômée ES, infirmier diplômé ES

      Infermiera diplomata SSS, infermiere diplomato SSS

      Höhere Fachschulen, die staatlich anerkannte Bildungsgänge durchführen

      Ecoles qui proposent des filières de formation reconnues par l’État

      Scuole specializzate superiori che propongono dei cicli di formazione riconosciuti dallo Stato

      Pflegefachfrau, Pflegefachmann

      Infirmière, infirmier

      Infermiera, infermiere

      1 juni 2002

    • j.

      De volgende tekst wordt toegevoegd aan punt 5.3.2 van bijlage V bij de richtlijn:

      Zwitserland

      Eidgenössisches Zahnarztdiplom

      Eidgenössisches Departement des Innern

      Zahnarzt

      1 juni 2002”

      Diplôme fédéral de médecin-dentiste

      Département fédéral de l’intérieur

      Médecin-dentiste

      Diploma federale di medico-dentista

      Dipartimento federale dell’interno

      Medico-dentista

    • k.

      De volgende tekst wordt toegevoegd aan punt 5.3.3 van bijlage V bij de richtlijn:

      Zwitserland

      Diplom für Kieferorthopädie

      Eidgenössisches Departement des Innern und Schweizerische Zahnärzte-Gesellschaft

      1 juni 2002

      Diplôme fédéral d’orthodontiste

      Département fédéral de l’intérieur et Société suisse d’odonto-stomatologie

      Diploma di ortodontista

      Dipartimento federale dell’interno e Società Svizzera di Odontologia e Stomatologia

      Zwitserland

      Diplom für Oralchirurgie

      Eidgenössisches Departement des Innern und Schweizerische Zahnärzte-Gesellschaft

      30 april 2004”

      Diplôme fédéral de chirurgie orale

      Département fédéral de l’intérieur et Société suisse d’odonto-stomatologie

      Diploma di chirurgia orale

      Dipartimento federale dell’interno e Società Svizzera di Odontologia e Stomatologia

    • l.

      De volgende tekst wordt toegevoegd aan punt 5.4.2 van bijlage V bij de richtlijn:

      Zwitserland

      Eidgenössisches Tierarztdiplom

      Eidgenössisches Departement des Innern

      1 juni 2002”

      Diplôme fédéral de vétérinaire

      Département fédéral de l’intérieur

      Diploma federale di veterinario

      Dipartimento federale dell’interno

    • m.

      De volgende tekst wordt toegevoegd aan punt 5.5.2 van bijlage V bij de richtlijn:

      Zwitserland

      1. Diplomierte Hebamme

      Sage-femme diplômée

      Levatrice diplomata

      Schulen, die staatlich anerkannte Bildungsgänge durchführen

      Ecoles qui proposent des filières de formation reconnues par l’État

      Scuole che propongono dei cicli di formazione riconosciuti dallo Stato

      Hebamme

      Sage-femme

      Levatrice

      1 juni 2002

      2. [Bachelor of Science [Name of the UAS] in Midwifery]

      „Bachelor of Science HES-SO de Sage-femme” (Bachelor of Science HES-SO in Midwifery)

      „Bachelor of Science BFH Hebamme” (Bachelor of Science BFH in Midwifery)

      „Bachelor of Science ZFH Hebamme” (Bachelor of Science ZHAW in Midwifery)

      Schulen, die staatlich anerkannte Bildungsgänge durchführen

      Écoles qui proposent des filières de formation reconnues par l’État

      Scuole che propongono dei cicli di formazione riconosciuti dallo Stato

      Hebamme

      Sage-femme

      Levatrice

      1 juni 2002

    • n.

      De volgende tekst wordt toegevoegd aan punt 5.6.2 van bijlage V bij de richtlijn:

      Zwitserland

      Eidgenössisches

      Apothekerdiplom

      Eidgenössisches

      Departement des Innern

      1 juni 2002”

      Diplôme fédéral de pharmacien

      Département fédéral de l’intérieur

      Diploma federale di farmacista

      Dipartimento federale dell’interno

    • o.

      De volgende tekst wordt toegevoegd aan punt 5.7.1 van bijlage V bij de richtlijn:

      Zwitserland

      Diploma di architettura

      (Arch. Dipl. USI)

      Accademia di Architettura dell’Università della Svizzera Italiana

      1996-1997

      Master of Arts BFH/HES- SO en architecture, Master BFH/HES-SO in architectuur

      Haute école spécialisée de Suisse occidentale (HES-SO) tezamen met Berner Fachhochschule (BFH)

      2007-2008

      Master of Arts BFH/HES-SO in Architektur, Master BFH/HES-SO in architectuur

      Haute école spécialisée de Suisse occidentale (HES-SO) tezamen met Berner Fachhochschule (BFH)

      2007-2008

      Master of Arts FHNW in Architektur

      Fachhochschule Nordwestschweiz FHNW

      2007-2008

      Master of Arts FHZ in Architektur

      Fachhochschule Zentralschweiz (FHZ)

      2007-2008

      Master of Arts ZFH in Architektur

      Zürcher Fachhochschule (ZFH), Zürcher Hochschule für Angewandte Wissenschaften (ZHAW), Departement Architektur, Gestaltung und Bauingenieurwesen

      2007-2008

      Master of Science MSc in Architecture, Architecte (arch. dipl. EPF)

      Ecole Polytechnique Fédérale de Lausanne

      2007-2008

      Master of Science ETH in Architektur, MSc ETH Arch

      Eidgenössische Technische Hochschule Zurich

      2007-2008”

    • p.

      De volgende tekst wordt toegevoegd aan bijlage VI bij de richtlijn:

      Zwitserland

      1. Dipl. Arch. ETH,

      arch. dipl. EPF,

      arch. dipl. PF

      2004-2005

      2. Architecte diplômé EAUG

      2004-2005

      3. Architekt REG A

      Architecte REG

      A Architetto REG A

      2004-2005”.

  • 2
    • a.

      377 L 0249: Richtlijn 77/249/EEG van de Raad van 22 maart 1977 tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening door advocaten van het vrij verrichten van diensten (PB L 78 van 26.3.1977, blz. 17),

      gewijzigd bij:

      • 1 79 H: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Helleense Republiek en de aanpassingen van de Verdragen (PB L 291 van 19.11.1979, blz. 91),

      • 1 85 I: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek (PB L 302 van 15.11.1985, blz. 160),

      • Besluit van de Raad van de Europese Unie 95/1/EG, Euratom, EGKS, van 1 januari 1995 houdende aanpassing van de documenten betreffende de toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Unie (PB L 1 van 1.1.1995, blz. 1),

      • 1 2003 T: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek, en de aanpassing van de Verdragen waarop de Unie is gegrondvest (PB L 236 van 23.9.2003, blz. 33),

      • Richtlijn 2006/100/EG van de Raad van 20 november 2006 tot aanpassing van een aantal richtlijnen op het gebied van het vrije verkeer van personen, in verband met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 141),

      • Richtlijn 2013/25/EU van de Raad van 13 mei 2013 tot aanpassing van een aantal richtlijnen op het gebied van het recht van vestiging en het vrij verrichten van diensten, in verband met de toetreding van de Republiek Kroatië (PB L 158 van 10.6 2013, blz. 368), Bijlage Deel B 1).

    • b.

      Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt de richtlijn als volgt aangepast:

      • 1)

        Aan artikel 1, lid 2, wordt de volgende tekst toegevoegd:

        „Zwitserland:

        Advokat, Rechtsanwalt, Anwalt, Fürsprecher, Fürsprech

        Avocat

        Avvocato.”.

      • 2)

        Artikel 8 is niet van toepassing. De Zwitserse coördinator die door Zwitserland overeenkomstig artikel 56 van Richtlijn 2005/36/EG is aangewezen, informeert echter de Commissie en het Gemengd Comité van de wetgeving die wordt vastgesteld op basis van Richtlijn 77/249/EEG.

  • 3
    • a.

      398 L 0005: Richtlijn 98/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 ter vergemakkelijking van de permanente uitoefening van het beroep van advocaat in een andere lidstaat dan die waar de beroepskwalificatie is verworven (PB L 77 van 14.3.1998, blz. 36),

      gewijzigd bij:

      • 1 2003 T: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek, en de aanpassing van de Verdragen waarop de Unie is gegrondvest (PB L 236 van 23.9.2003, blz. 33),

      • Richtlijn 2006/100/EG van de Raad van 20 november 2006 tot aanpassing van een aantal richtlijnen op het gebied van het vrije verkeer van personen, in verband met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 141),

      • Richtlijn 2013/25/EU van de Raad van 13 mei 2013 tot aanpassing van een aantal richtlijnen op het gebied van het recht van vestiging en het vrij verrichten van diensten, in verband met de toetreding van de Republiek Kroatië (PB L 158 van 10.6 2013, blz. 368), Bijlage Deel B 2).

    • b.

      Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt de richtlijn als volgt aangepast:

      • 1)

        Aan artikel 1, lid 2, onder a), wordt de volgende tekst toegevoegd:

        „Zwitserland:

        Advokat, Rechtsanwalt, Anwalt, Fürsprecher, Fürsprech

        Avocat

        Avvocato.”.

      • 2)

        De artikelen 16 en 17 zijn niet van toepassing. De Zwitserse coördinator die door Zwitserland overeenkomstig artikel 56 van Richtlijn 2005/36/EG is aangewezen, informeert echter de Commissie en het Gemengd Comité van de wetgeving die wordt vastgesteld op basis van Richtlijn 98/5/EG.

      • 3)

        Artikel 14 wordt als volgt uitgevoerd:

        De Commissie stelt de lidstaten in kennis van de bevoegde autoriteiten die door Zwitserland worden aangewezen, zodra Zwitserland de Commissie en het Gemengd Comité daarover geïnformeerd heeft.

  • 4
    • a.

      374 L 0556: Richtlijn 74/556/EEG van de Raad van 4 juni 1974 betreffende de overgangsmaatregelen op het gebied van de werkzaamheden welke ressorteren onder de handel in en de distributie van giftige producten en de werkzaamheden die het beroepsmatig gebruik van die producten meebrengen met inbegrip van de werkzaamheden van tussenpersonen (PB L 307 van 18.11.1974, blz. 1).

    • b.

      Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt Richtlijn 74/556/EEG als volgt aangepast:

      • 1)

        Artikel 4, lid 3, wordt als volgt uitgevoerd:

        De Commissie stelt de lidstaten in kennis van de bevoegde autoriteiten die door Zwitserland worden aangewezen, zodra Zwitserland de Commissie en het Gemengd Comité daarover geïnformeerd heeft.

      • 2)

        Artikel 7 is niet van toepassing. De Zwitserse coördinator die door Zwitserland overeenkomstig artikel 56 van Richtlijn 2005/36/EG is aangewezen, informeert echter de Commissie en het Gemengd Comité van de wetgeving die wordt vastgesteld op basis van Richtlijn 74/556/EEG.

  • 5
    • a.

      374 L 0557: Richtlijn 74/557/EEG van de Raad van 4 juni 1974 betreffende de verwezenlijking van de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten voor de anders dan in loondienst verrichte werkzaamheden en voor de werkzaamheden van tussenpersonen welke onder de handel in en de distributie van giftige producten ressorteren (PB L 307 van 18.11.1974, blz. 5),

      gewijzigd bij:

      • Besluit van de Raad van de Europese Unie 95/1/EG, Euratom, EGKS, van 1 januari 1995 houdende aanpassing van de documenten betreffende de toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Unie (PB L 1 van 1.1.1995, blz. 1),

      • 1 2003 T: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek, en de aanpassing van de Verdragen waarop de Unie is gegrondvest (PB L 236 van 23.9.2003, blz. 33),

      • Richtlijn 2006/101/EG van de Raad van 20 november 2006 tot aanpassing van de Richtlijnen 73/239/EEG, 74/557/EEG en 2002/83/EG op het gebied van het vrij verrichten van diensten, in verband met de toetreding van Bulgarije en Roemenië (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 238),

      • Richtlijn 2013/25/EU van de Raad van 13 mei 2013 tot aanpassing van een aantal richtlijnen op het gebied van het recht van vestiging en het vrij verrichten van diensten, in verband met de toetreding van de Republiek Kroatië (PB L 158 van 10.6 2013, blz. 368), Bijlage Deel C.

    • b.

      Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt Richtlijn 74/557/EEG als volgt aangepast:

      • 1)

        in Zwitserland:

        Alle producten en giftige stoffen als bedoeld in de Wet giftige stoffen (geclassificeerde compilatie van federale wetgeving (CC 813.1), en met name de in de daarbij horende ordonnanties genoemde (CC 813) producten en giftige stoffen, alsook de giftige stoffen voor het milieu (CC 814 812.31, 814 812.32 en 814 812.33)

      • 2)

        Artikel 7, lid 5, wordt als volgt uitgevoerd:

        De Commissie stelt de lidstaten in kennis van de bevoegde autoriteiten die door Zwitserland worden aangewezen, zodra Zwitserland de Commissie en het Gemengd Comité daarover geïnformeerd heeft.

      • 3)

        Artikel 8 is niet van toepassing. De Zwitserse coördinator die door Zwitserland overeenkomstig artikel 56 van Richtlijn 2005/36/EG is aangewezen, informeert echter de Commissie en het Gemengd Comité van de wetgeving die wordt vastgesteld op basis van Richtlijn 74/557/EEG.

  • 6
    • a.

      386 L 0653: Richtlijn 86/653/EEG van de Raad van 18 december 1986 inzake de coördinatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake zelfstandige handelsagenten (PB L 382 van 31.12.1986, blz. 17).

    • b.

      Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt Richtlijn 86/653/EEG als volgt aangepast:

      Artikel 22 is niet van toepassing. De Zwitserse coördinator die door Zwitserland overeenkomstig artikel 56 van Richtlijn 2005/36/EG is aangewezen, informeert echter de Commissie en het Gemengd Comité van de wetgeving die wordt vastgesteld op basis van Richtlijn 86/653/EEG.

DEEL

B

HANDELINGEN WAARVAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN NOTA NEMEN

De overeenkomstsluitende partijen nemen nota van de inhoud van het volgende besluit:

  • 7.

    389 X 0601: Aanbeveling van de Commissie 89/601/EEG van 8 november 1989 betreffende de opleiding van gezondheidswerkers op kankergebied (PB L 346 van 27.11.1989, blz. 1).

Slotakte

De gevolmachtigden van:

Het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Portugese Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

en

van de Europese Gemeenschap, enerzijds,

en

van de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds,

bijeengekomen te Luxemburg, op 21.06.1999, voor de ondertekening van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen hebben de volgende gemeenschappelijke verklaringen aangenomen die aan deze slotakte zijn gehecht:

Gemeenschappelijke verklaring over een algemene liberalisering van de dienstverlening,

Gemeenschappelijke verklaring over de pensioenen van gepensioneerde ambtenaren van de instellingen van de Europese Gemeenschap die in Zwitserland verblijven,

Gemeenschappelijke verklaring over de toepassing van de overeenkomst,

Gemeenschappelijke verklaring over de toekomstige verdere onderhandelingen.

Zij hebben tevens akte genomen van de onderstaande verklaringen die aan deze slotakte zijn gehecht.

Verklaring van Zwitserland over de verlenging van de overeenkomst,

Verklaring van Zwitserland over het migratie- en asielbeleid,

Verklaring van Zwitserland over de erkenning van architectendiploma's,

Verklaring van de Europese Gemeenschap en haar lidstaten over de artikelen 1 en 17 van Bijlage I,

Verklaring over het bijwonen door Zwitserland van vergaderingen van comités en commissies.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING OVER EEN ALGEMENE LIBERALISERING VAN DE DIENSTVERLENING

De overeenkomstsluitende partijen verbinden zich ertoe zo spoedig mogelijk onderhandelingen te openen over een algemene liberalisering van de dienstverlening op basis van het acquis communautaire.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING OVER DE PENSIOENEN VAN GEPENSIONEERDE AMBTENAREN VAN DE INSTELLINGEN VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN DIE IN ZWITSERLAND VERBLIJVEN

De Commissie van de Europese Gemeenschappen en Zwitserland verbinden zich ertoe een adequate oplossing te zoeken voor het probleem van de dubbele belastingheffing van de pensioenen van gepensioneerde ambtenaren van de Instellingen van de Europese Gemeenschappen die in Zwitserland verblijven.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING OVER DE TOEPASSING VAN DE OVEREENKOMST

De overeenkomstsluitende partijen nemen de nodige maatregelen teneinde het acquis communautaire toe te passen op onderdanen van de andere overeenkomstsluitende partij overeenkomstig de tussen hen gesloten overeenkomst.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING OVER TOEKOMSTIGE VERDERE ONDERHANDELINGEN

De Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat verklaren voornemens te zijn onderhandelingen te openen over sluiting van overeenkomsten betreffende onderwerpen van gemeenschappelijk belang, zoals de herziening van Protocol nr. 2 bij de vrijhandelsovereenkomst van 1972 en de deelname van Zwitserland aan bepaalde communautaire programma's op het gebied van opleidingen, jeugdzaken, media, statistiek en milieu. De voorbereidingen voor die onderhandelingen moeten binnen korte tijd na de afronding van de thans lopende bilaterale onderhandelingen beginnen.

VERKLARING VAN ZWITSERLAND OVER DE VERLENGING VAN DE OVEREENKOMST

Zwitserland verklaart dat het in de loop van het zevende jaar van de toepassing van de Overeenkomst volgens zijn interne procedures zijn standpunt over de verlenging daarvan zal bepalen.

VERKLARING VAN ZWITSERLAND OVER HET MIGRATIE- EN ASIELBELEID

Zwitserland bevestigt zijn wil om de samenwerking met de EU en haar lidstaten op het gebied van het migratie- en asielbeleid te versterken. Met het oog daarop is Zwitserland bereid deel te nemen aan een coördinatiesysteem van de EU inzake asielaanvragen en stelt het voor onderhandelingen aan te gaan om te komen tot de sluiting van een nevenovereenkomst bij de Overeenkomst van Dublin (Overeenkomst betreffende de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat bij een van de lidstaten van de Europese Gemeenschappen wordt ingediend, op 15 juni 1990 te Dublin ondertekend).

VERKLARING VAN ZWITSERLAND OVER DE ERKENNING VAN ARCHITECTENDIPLOMA'S

Zwitserland zal het gemengd comité van de overeenkomst inzake het vrij verkeer van personen, zodra het is ingesteld, voorstellen om in bijlage III van de overeenkomst inzake het vrij verkeer van personen de architectendiploma's van de Zwitserse gespecialiseerde hogescholen op te nemen overeenkomstig het bepaalde in Richtlijn 85/384/EEG van 10 juni 1986.

VERKLARING VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN HAAR LIDSTATEN OVER DE ARTIKELEN 1 EN 17 VAN BIJLAGE I

De Europese Gemeenschap en haar lidstaten verklaren dat de artikelen 1 en 17 van bijlage I bij de Overeenkomst geen afbreuk doen aan de communautaire wetgeving betreffende de voorwaarden voor de uitzending in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening van werknemers die onderdaan zijn van een derde land.

VERKLARING OVER HET BIJWONEN DOOR ZWITSERLAND VAN VERGADERINGEN VAN COMITÉS EN COMMISSIES

De Raad komt overeen dat de vertegenwoordigers van Zwitserland, als waarnemers en voor de punten die hen betreffen, de vergaderingen van de volgende comités, commissies en groepen van deskundigen bijwonen:

  • -

    comités en commissies voor onderzoeksprogramma's, waaronder het Comité voor wetenschappelijk en technisch onderzoek (CREST);

  • -

    Administratieve Commissie voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers;

  • -

    coördinatiegroep voor de wederzijdse erkenning van diploma's van het hoger onderwijs;

  • -

    raadgevende comités voor de luchtvaart en voor de toepassing van de mededingingsvoorschriften in het luchtvervoer.

De stemming in deze commissies en comités wordt door de vertegenwoordigers van Zwitserland niet bijgewoond.

In het geval van andere commissies en comités die onderwerpen behandelen waarop deze Overeenkomsten van toepassing zijn en op welk gebied Zwitserland ofwel de communautaire wetgeving heeft overgenomen of gelijkwaardige wetgeving toepast, raadpleegt de Commissie de deskundigen van Zwitserland overeenkomstig het bepaalde in artikel 100 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.