Besluit van de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten van de Europese Unie, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de voorrechten en immuniteiten die aan het Instituut voor veiligheidsstudies en het Satellietcentrum van de Europese Unie, alsmede aan hun organen en de leden van hun personeel worden verleend

Besluit van de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten van de Europese Unie, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de voorrechten en immuniteiten die aan het Instituut voor veiligheidsstudies en het Satellietcentrum van de Europese Unie, alsmede aan hun organen en de leden van hun personeel worden verleend

De vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten van de Europese Unie, in het kader van de Raad bijeen,

Overwegende hetgeen volgt:

  • 1.

    Met het oog op een soepele werking van het Instituut en het Satellietcentrum voor veiligheidsstudies van de Europese Unie, die door de Raad als onafhankelijke agentschappen van de Europese Unie zijn opgericht2)Gemeenschappelijke Optredens 2001/554/GBVB (PB L 200 van 25.7.2001, blz. 1) en 2001/555/GBVB (PB L 200 van 25.7.2001, blz. 5). (hierna „Agentschappen van de Europese Unie" genoemd), dienen aan deze nieuwe entiteiten en aan hun personeel, uitsluitend inhet belang van de Europese Unie, de voor hun werking onontbeerlijke voorrechten, immuniteiten en faciliteiten te worden verleend, (hierna „Agentschappen van de Europese Unie" genoemd), dienen aan deze nieuwe entiteiten en aan hun personeel, uitsluitend inhet belang van de Europese Unie, de voor hun werking onontbeerlijke voorrechten, immuniteiten en faciliteiten te worden verleend,

Besluiten:

Artikel

1

Immuniteit van rechtsvervolging en vrijstelling van huiszoeking, beslaglegging, vordering, verbeurdverklaring en iedere andere vorm van dwangmaatregel

De lokalen en gebouwen, de eigendommen, fondsen en bezittingen van de Agentschappen van de Europese Unie, ongeacht waar deze zich op het grondgebied van de lidstaten bevinden en ongeacht wie deze onder zich heeft, zijn vrijgesteld van huiszoeking, beslaglegging, vordering, verbeurdverklaring en iedere andere vorm van dwangmaatregel van bestuurlijke of gerechtelijke aard.

Artikel

2

Onschendbaarheid van archieven

De archieven van de Agentschappen van de Europese Unie zijn onschendbaar.

Artikel

3

Vrijstelling van belastingen en rechten

Artikel

4

Faciliteiten en immuniteiten met betrekking tot berichtenverkeer

De lidstaten staan de Agentschappen van de Europese Unie toe om vrijelijk en zonder het vereiste van bijzondere toestemming te communiceren voor alle officiële doeleindenden en zij beschermen dit recht van de Agentschappen. De Agentschappen van de Europese Unie zijn gerechtigd codes te gebruiken en hun officiële correspondentie en andere berichten te verzenden en te ontvangen per koerier of in verzegelde tassen, waarvoor dezelfde voorrechten en immuniteiten gelden als voor diplomatieke koeriers en tassen.

Artikel

5

Binnenkomst, verblijf en vertrek

Indien nodig vergemakkelijken de lidstaten de binnenkomst, het verblijf en het vertrek voor dienstdoeleinden van de in artikel 6 bedoelde personen. Dit laat de mogelijkheid onverlet om te verlangen dat redelijk bewijs wordt geleverd waaruit blijkt dat de personen die zich op de in dit artikel bedoelde behandeling beroepen, onder de in artikel 6 genoemde categorieën vallen.

Artikel

6

Voorrechten en immuniteiten van de leden van de organen en van de personeelsleden van de Agentschappen van de Europese Unie

Artikel

7

Uitzonderingen op immuniteiten

De immuniteit die aan de in artikel 6 genoemde personen wordt verleend, strekt zich niet uit tot civiele vorderingen van derden wegens schade, lichamelijk letsel of overlijden ten gevolge van verkeersongelukken die door deze personen zijn veroorzaakt.

Artikel

8

Belastingen

Artikel

9

Bescherming van personeel

Indien de directeur van het betrokken Agentschap van de Europese Unie daar om verzoekt, nemen de lidstaten alle nodige maatregelen om de veiligheid en bescherming te waarborgen van de in dit besluit bedoelde personen wier veiligheid gevaar loopt als gevolg van ten behoeve van de Agentschappen verrichte werkzaamheden.

Artikel

10

Opheffing van immuniteiten

Artikel

11

Regeling van geschillen

Artikel

12

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2002, mits alle lidstaten vóór die datum aan het secretariaat-generaal hebben meegedeeld dat de procedures voor de definitieve of tijdelijke inwerkingtreding in hun interne rechtsordes zijn gevolgd.

Artikel

13

Evaluatie

Binnen twee jaar na de inwerkingtreding van dit besluit wordt het geëvalueerd onder toezicht van de Raden van Bestuur van de Agentschappen van de Europese Unie.

Artikel

14

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad.